Meer scheefwonen? Liever niet!

Als je Zihni Özdil moet geloven, dan zijn colleges over volkshuisvesting verspilde tijd. Tijdens de lanceringsavond van Vers Beton maakte deze historicus zijn publiek namelijk duidelijk dat ‘scheefwonen’ een mythe is, een construct en een ”semantische verkrachting” waarvan de bestrijding slechts de etnische segregatie bevordert. Vervolgens maakte Özdil tijdens zijn praatje duidelijk dat er wel een ander scheefwonen inhoudt dat je in een woning zit die eigenlijk te goedkoop is, houdt duur scheefwonen in dat je in een woning zit die eigenlijk te duur voor je is.

Tijdens de avond meldde ik mijn oplossing: “Waarom ruil je ze niet gewoon om?”. Het is niet verwonderlijk dat het voorstel van deze dictatoriale wisseltruck enig gelach in de zaal mocht ontvangen. Maar alle retoriek ten spijt zit er wel een logica achter. Deze wordt duidelijk als we de dynamiek op de woningmarkt bekijken.

illustratie: Marleen Heidweiller

Laten we vooropstellen dat iedereen voor zijn eigen woonruimte moet zorgen. Dat doe je door een woning te zoeken die voor jou betaalbaar is. Elke prijsklasse heeft echter slechts een beperkte hoeveelheid woningen. Iemand die een dure woning kan betalen, maar in een goedkope woning blijft wonen, die woont scheef. Dat is normaal gesproken geen probleem: als je in een goedkope woning wilt wonen terwijl je voldoende geld hebt, is dat je goed recht. Het probleem ontstaat bij sociale huurwoningen. Deze worden namelijk gesubsidieerd door de overheid. Zij legt geld bij (tot €10.000 per woning) om te zorgen dat ook mensen met lagere inkomens een huisje kunnen huren.

Het is daarom niet vreemd dat de overheid er geen voorstander van is dat mensen met een hoog inkomen sociale huurwoningen bezetten. Voor deze woningen bestaan namelijk al wachttijden van jaren, onder andere doordat veelverdieners geen zin hebben om te verhuizen. Het gevolg is dat mensen die eigenlijk niet meer dan een sociale huurwoning kunnen betalen in een dure ‘normale ‘ huurwoning blijven wonen. Voor hen zijn eenvoudigweg geen sociale huurhuizen beschikbaar.

Goedkoop scheefwonen en duur scheefwonen zijn dus noodzakelijk met elkaar verbonden, en duur scheefwonen is niet op te lossen door goedkoop scheefwonen tot mythe te verklaren. Scheefwonen is gewoon het gevolg van een inefficiënte allocatie van woningen in de gereguleerde huursector. Of, om het in het Jip-en-Jannekes te zeggen: omdat Merel en Jean-Paul het wel fijn vinden om ondanks hun jaarinkomen van €34.085 (de bovengrens voor het recht op sociale woningbouw) in een door de belastingbetaler gesponsord huisje te blijven, kunnen Omar en Fatima- volgens Özdil als allochtonen degenen met een laag inkomen- geen betaalbare woonruimte vinden.

Maar het bestrijden van scheefwonen, aldus Özdil, leidt tot etnische segregatie. Zijn logica hiervoor is als volgt. Door scheefwonen te bestrijden, krijgen de hogere inkomens een prikkel om uit een moeilijke (arme) wijk te vertrekken. Omdat allochtonen relatief minder verdienen, zullen het voornamelijk de autochtonen zijn die vertrekken. Zijn oplossing? Bewoners met hogere inkomens subsidiëren om te zorgen dat ze blijven waar ze zitten.

Rijke blanken subsidiëren? – niet bepaald een elegante oplossing voor het probleem van etnische segregatie! Bovendien is subsidie geen structurele oplossing, maar een lapmiddel. Etnische segregatie is namelijk een oppervlakteverschijnsel van structurele problemen. Deze problemen zijn onder andere de clustering van goedkope (sociale) huurwoningen en de grote hoeveelheid kansarme allochtonen. Een structurele aanpak van etnische segregatie zou zich dan ook op de differentiatie van de woningmarkt moeten richten. Zo bezien zijn sommige punten van de veelal verguisde Woonvisie van minister Donner helemaal niet zo vreemd. Woningcorporaties gaan de clustering van goedkope huurwoningen tegen door sociale huurwoningen te koop aan te bieden, of de huur hiervan te verhogen, wat hen kapitaal oplevert voor de bouw van nieuwe sociale huurwoningen. Eigenwoningbezit door de koop van sociale huurwoningen kan tevens zorgen voor meer betrokkenheid in een wijk.

Ook het stimuleren van ondernemerschap, iets waar de Rotterdamwet ook voor staat en waar vaak overheen wordt gekeken, biedt onder andere allochtonen de mogelijkheid om bijvoorbeeld een winkeltje te beginnen en zichzelf uit hun kansarme positie te tillen. Of, nogmaals in het Jip-en-Jannekes: als Achmed en Rachida een groentestal beginnen, vinden Merel en Jean-Paul hun wijk weer leuker, wat hen prikkelt hun huurwoning te kopen, zodat een woningcorporatie weer centjes heeft om sociale huurwoningen te bouwen voor Omar en Fatima, die dan uit hun dure huurwoning kunnen vertrekken.

Het bestrijden van scheefwonen en etnische segregatie hebben zodoende tegenwerkende logica die beide betrekking hebben op het helpen van lage inkomens. Het tegengaan van scheefwonen kan inderdaad sociaal-economische segregatie, en daarmee etnische segregatie bevorderen. Maar het ontkennen van scheefwonen gaat voorbij aan de dynamiek van de woningmarkt en dat creëert ook problemen. Scheefwonen is niet slechts een mythe, maar een reëel probleem.

Illustratie: Marleen Heidweiller