Politiek24 februari 2012

Meer scheefwonen? Liever niet!

Als je Zihni Özdil moet geloven, dan zijn colleges over volkshuisvesting verspilde tijd. Tijdens de lanceringsavond van Vers Beton maakte deze historicus zijn publiek namelijk duidelijk dat ‘scheefwonen’ een mythe is, een construct en een ”semantische verkrachting” waarvan de bestrijding slechts de etnische segregatie bevordert. Vervolgens maakte Özdil tijdens zijn praatje duidelijk dat er wel een ander scheefwonen inhoudt dat je in een woning zit die eigenlijk te goedkoop is, houdt duur scheefwonen in dat je in een woning zit die eigenlijk te duur voor je is.

Tijdens de avond meldde ik mijn oplossing: “Waarom ruil je ze niet gewoon om?”. Het is niet verwonderlijk dat het voorstel van deze dictatoriale wisseltruck enig gelach in de zaal mocht ontvangen. Maar alle retoriek ten spijt zit er wel een logica achter. Deze wordt duidelijk als we de dynamiek op de woningmarkt bekijken.

illustratie: Marleen Heidweiller Beeld: Marleen Heidweiller

Laten we vooropstellen dat iedereen voor zijn eigen woonruimte moet zorgen. Dat doe je door een woning te zoeken die voor jou betaalbaar is. Elke prijsklasse heeft echter slechts een beperkte hoeveelheid woningen. Iemand die een dure woning kan betalen, maar in een goedkope woning blijft wonen, die woont scheef. Dat is normaal gesproken geen probleem: als je in een goedkope woning wilt wonen terwijl je voldoende geld hebt, is dat je goed recht. Het probleem ontstaat bij sociale huurwoningen. Deze worden namelijk gesubsidieerd door de overheid. Zij legt geld bij (tot €10.000 per woning) om te zorgen dat ook mensen met lagere inkomens een huisje kunnen huren.

Het is daarom niet vreemd dat de overheid er geen voorstander van is dat mensen met een hoog inkomen sociale huurwoningen bezetten. Voor deze woningen bestaan namelijk al wachttijden van jaren, onder andere doordat veelverdieners geen zin hebben om te verhuizen. Het gevolg is dat mensen die eigenlijk niet meer dan een sociale huurwoning kunnen betalen in een dure ‘normale ‘ huurwoning blijven wonen. Voor hen zijn eenvoudigweg geen sociale huurhuizen beschikbaar.

Goedkoop scheefwonen en duur scheefwonen zijn dus noodzakelijk met elkaar verbonden, en duur scheefwonen is niet op te lossen door goedkoop scheefwonen tot mythe te verklaren. Scheefwonen is gewoon het gevolg van een inefficiënte allocatie van woningen in de gereguleerde huursector. Of, om het in het Jip-en-Jannekes te zeggen: omdat Merel en Jean-Paul het wel fijn vinden om ondanks hun jaarinkomen van €34.085 (de bovengrens voor het recht op sociale woningbouw) in een door de belastingbetaler gesponsord huisje te blijven, kunnen Omar en Fatima- volgens Özdil als allochtonen degenen met een laag inkomen- geen betaalbare woonruimte vinden.

Maar het bestrijden van scheefwonen, aldus Özdil, leidt tot etnische segregatie. Zijn logica hiervoor is als volgt. Door scheefwonen te bestrijden, krijgen de hogere inkomens een prikkel om uit een moeilijke (arme) wijk te vertrekken. Omdat allochtonen relatief minder verdienen, zullen het voornamelijk de autochtonen zijn die vertrekken. Zijn oplossing? Bewoners met hogere inkomens subsidiëren om te zorgen dat ze blijven waar ze zitten.

Rijke blanken subsidiëren? – niet bepaald een elegante oplossing voor het probleem van etnische segregatie! Bovendien is subsidie geen structurele oplossing, maar een lapmiddel. Etnische segregatie is namelijk een oppervlakteverschijnsel van structurele problemen. Deze problemen zijn onder andere de clustering van goedkope (sociale) huurwoningen en de grote hoeveelheid kansarme allochtonen. Een structurele aanpak van etnische segregatie zou zich dan ook op de differentiatie van de woningmarkt moeten richten. Zo bezien zijn sommige punten van de veelal verguisde Woonvisie van minister Donner helemaal niet zo vreemd. Woningcorporaties gaan de clustering van goedkope huurwoningen tegen door sociale huurwoningen te koop aan te bieden, of de huur hiervan te verhogen, wat hen kapitaal oplevert voor de bouw van nieuwe sociale huurwoningen. Eigenwoningbezit door de koop van sociale huurwoningen kan tevens zorgen voor meer betrokkenheid in een wijk.

Ook het stimuleren van ondernemerschap, iets waar de Rotterdamwet ook voor staat en waar vaak overheen wordt gekeken, biedt onder andere allochtonen de mogelijkheid om bijvoorbeeld een winkeltje te beginnen en zichzelf uit hun kansarme positie te tillen. Of, nogmaals in het Jip-en-Jannekes: als Achmed en Rachida een groentestal beginnen, vinden Merel en Jean-Paul hun wijk weer leuker, wat hen prikkelt hun huurwoning te kopen, zodat een woningcorporatie weer centjes heeft om sociale huurwoningen te bouwen voor Omar en Fatima, die dan uit hun dure huurwoning kunnen vertrekken.

Het bestrijden van scheefwonen en etnische segregatie hebben zodoende tegenwerkende logica die beide betrekking hebben op het helpen van lage inkomens. Het tegengaan van scheefwonen kan inderdaad sociaal-economische segregatie, en daarmee etnische segregatie bevorderen. Maar het ontkennen van scheefwonen gaat voorbij aan de dynamiek van de woningmarkt en dat creëert ook problemen. Scheefwonen is niet slechts een mythe, maar een reëel probleem.

Illustratie: Marleen Heidweiller

Tags: , , , ,

Sectie: Politiek

Helemaal uitgelezen? Delen maar!

advertentieAdvertentieWord Storter van Vers BetonadvertentieAdvertentieDe Dépendance, het podium voor stadscultuur, is terug!
  • En nu de reacties!

  • Wanneer komt je volgende stuk ivan? Ik ben nu al benieuwd hoeveel groenteburgers merel moet bakken, zodat rachida leuke spulletjes kan kopen voor haar toko.

  • Er wordt hier en in het vorige stuk een economisch vraagstuk (allocatie) gekoppeld aan een politiek ethisch vraagstuk. Een in principe uittredende overheid wordt verweten segregatie in de hand te werken. Mijn vraag als naïve inwoner van deze stad is dan of er op dit moment dan sprake is van een niet gesegregeerde situatie. Zelf zou ik zeggen dat er juist een sterke mate van segregatie bestaat, dat zou dan betekenen dat het subsidiëren van de huurmarkt niet het, door schrijvers, gewenste effect heeft gehad van het doorbreken van de segregatie. Een mogelijke reden daarvoor is dat dit vraagstuk niet alleen draait om allocatie en dus economische oplossingen te kort schieten. Maar dat er verschillende niet economische redenen zijn voor het blijven of vertrekken: sociologische, ethische, esthetische, psychologische, etc.

    Een andere vraag heeft betrekking op het concept segregatie. Dit concept wordt in het vorig stuk gepresenteerd als iets dat intrinsiek slecht is, dat vind ik nogal dogmatisch (en sentimenteel). Ik begrijp dat segregatie niet goed is als het wordt opgedrongen, en dat onderschrijf ik zeker als overheidsoptreden segregratie tot stand brengt. Maar het kiezen voor homogeniteit is niet per definitie kwaad, net zo min als diversiteit per definitie goed is.

    • Segregatie betekent op zichzelf inderdaad niks. De buurt waar ik woon, bijvoorbeeld, zou je ook als gesegregeerd kunnen zien. In mijn straat wonen nauwelijks andere mensen dan architecten en grafisch vormgevers, terwijl in de straat ernaast vooral allochtonen wonen. Segregatie op zichzelf zou geen morele lading moeten hebben. Waar het natuurlijk om gaat zijn mogelijke gevolgen: onbegrip t.o.v. andere culturen, onveiligheid etc.

      We zouden bijvoorbeeld kunnen stellen dat (etnische of economische) segregatie leidt tot onveiligheid. Doe je dat, dan is het antwoord onvermijdelijk dat je aan het stigmatiseren bent. Akkoord, maar dan moet je wel een andere reden hebben om tegen segregatie te zijn. Zolang daar geen eenduidig antwoord op is zeg ik: efficiente allocatie voor laten gaan.

      Uiteindelijk, en in deze ben het ook met je eens dat het niet uitsluitend om economische redenen gaat, moeten mensen ergens gewoon wíllen wonen. Dat doe je niet alleen door ze te sponsoren, maar door winkelstraten te verbeteren, kleine ondernemingen te stimuleren, etcetera.

      • Ik denk dat het inderdaad niet nuttig is om segregatie te verbinden met iets als veiligheid. Het suggereren van een conceptueel veband tussen de twee is stigmatiserend en als ras een rol speelt ronduit racistisch. Dit is ook het argument van özdil tegen de Rotterdamwet, en wat mij betreft terecht. Maar ik denk wel dat er een ethische discussie kan worden gevoerd over segregatie zonder dergelijk concepten met elkaar te verbinden. Je zou bijvoorbeeld kunnen bespreken wat segregatie symboliseert. Segregatie symboliseert het falen van integratiebeleid dat is gebaseerd op een diversiteitsideaal, terug te vinden in de terminologie, het is immers een multi-culturele samenleving en een gemengde school. Trouwens ook behoorlijk raciaal gecodeerde begrippen.

        Dit is een ideaal, dat ik zelf ook nog niet bereid ben los te laten. De sociaal-democraat in mij viert het vermogen tot maatschappelijk emancipatie, en daarbij hoort het doorbreken van ook ruimtelijk bepaalde grenzen, namelijk de wijk of de straat. Segregatie kan ik dan ook alleen als inherent slecht zien als het element uitsluiting aan verbonden is. Dus om jouw voorbeeld aan te halen als de allochtoon niet welkom is in jouw straat desondanks dat hij of zij architect is. Of omdat jij als bijvoorbeeld hoogopgeleide architect niet welkom bent in de allochtonen straat (scheefwonen?!) (tenzij je hebt meegewerkt aan de jaren zeventig corporatie woningen, dan behoor je in pek en veren buiten de stadsgrenzen te worden gezet).

      • Een conceptueel verband leggen is inderdaad inherent racistisch. Het probleem is dat je met de focus op symbolen weinig opschiet. Iemand die je diversiteitsideaal niet deelt kan zijn schouders ophalen en zeggen: hoe is dit mijn probleem? Als je segregatie echt wil bestrijden, moet je bijzonder sterke argumenten hebben omdat het gewoon geld en energie kost (pragmatisch).

  • Ik denk dat je de waarde van symbolen onderschat. De symboliek van sociale mobiliteit is nauw verbonden met ongeveer elke relevante politieke stroming van de afgelopen honderd jaar. Dus tenzij je een aristocraat wilt overtuigen, heeft het wel degelijk waarde. Hoeveel die symboliek mag kosten is een pragmatische afweging. Maar een kosten-baten afweging is nog geen antwoord op een principiele vraag, het is slechts een vertaling van de vraag in een bepaalde monetaire eenheid.

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • draag inhoudelijk bij aan de discussie (en ja, humor mag, graag zelfs!)
  • blijf on-topic
  • speel op de bal, niet op de man

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *