Rekenkamer vindt stadsbegroting ‘onverstandig’

Directeur Paul Hofstra van de Rekenkamer Rotterdam vindt het onverstandig dat het stadsbestuur opnieuw miljoenen uit de reserves wil halen om de bijstand te betalen. Rotterdamse politici slaan zijn adviezen in de wind.

Het begint zo langzamerhand een gewoonte te worden: de Rekenkamer onderzoekt en concludeert de gang van zaken in de gemeente Rotterdam, geeft een advies, en dat verdwijnt dan uiteindelijk in de prullenbak. Je vraagt je af waarom het stadsbestuur de conclusies en aanbevelingen van de onderzoeken van de Rekenkamer niet gewoon overneemt. Het antwoord is simpel, betoogt directeur Paul Hofstra in de eerste week van juli in zijn kantoor tegenover café Dudok aan de Meent, om de hoek van het stadhuis. ‘Wat de gemeenteraad ermee doet, is een politieke keuze.’

Stadhuis Rotterdam
Stadhuis Rotterdam Beeld:  Jan van der Ploeg

En nee, daar zit hij niet mee, over het werk van politici heeft hij immers niets te zeggen. Veel meer dan dat wil Hofstra er ook niet over kwijt. Ook niet nu hij voor het derde jaar op rij kritiek levert op de manier waarop het college van burgemeester en wethouders de begroting heeft samengesteld. Het belangrijkste punt dat hij ook dit jaar weer maakt is dat tekorten die je als stad kunt voorzien, binnen de begroting opgelost moeten worden. In de kaderbrief, de conceptbegroting voor 2013, die deze week besproken wordt in de raad, staat bijvoorbeeld dat er 78 miljoen euro te weinig is om bijstandsuitkeringen te betalen. Vervelend, natuurlijk, want ze moeten wel betaald worden. En ja, dat de arbeidsmarkt in het diepste punt van de V beland is, en er dus meer werklozen instromen terwijl er minder uitstromen, is natuurlijk niet de schuld van het stadsbestuur (PvdA, VVD, CDA, D66). En dat daar bovenop het Rijk minder geld aan gemeentes betaalt om bijstand van te betalen, nee, dat is ook de gemeente niet aan te rekenen.

Maar moeten dan direct de reserves, het weerstandsvermogen van de stad, worden ingezet om de uitkeringen van de sociale dienst te kunnen overmaken? ‘Zeker niet’, vindt Hofstra, ‘dat vind ik onverstandig.’ Want, wat heb je dan straks als je het moet benutten waarvoor het bedoeld is: een grote onvoorziene uitgave, een ramp, een vreselijke tegenvaller die echt niet te voorzien was geweest. En die ook niet uit een of ander budget binnen de begroting gefinancierd kan worden. En die wel écht opgelost moet worden. En waarvoor dan ook echt heel veel geld nodig is.

Als de stad doorgaat met in dit tempo tegoeden te verbranden in reserves zoals het Investerings Fonds Rotterdam en de algemene reserve, zijn die potten straks leeg. Oh nee, wacht even: de algemene reserve is al leeg. Daarin zat 200 miljoen euro maar die is al opgemaakt, onder andere aan budgettaire overschrijdingen die pas na het vaststellen van de begroting opdoken.

Hoerenloper
Niet zo mooi dus. Het Investerings Fonds Rotterdam (IFR) is een ander verhaal. Daarin zat in 2006 ongeveer een miljard euro. Die ontving de gemeente na de verkoop van de afvalverwerker AVR. De toenmalige gemeenteraad gaf het fonds een speciale bestemming: uitgaven moeten worden geïnvesteerd in de stad. Zodat alle Rotterdammers er duurzaam van kunnen genieten.

Een sprekend voorbeeld is de Rijnhavenbrug – ook wel de Hoerenloper genoemd – die de kade van de Wilhelminapier verbindt met de oever van Katendrecht. Nee, de brug zelf genereert geen inkomsten voor de gemeente, want je hoeft er immers geen tol voor te betalen. Maar ondernemers, zoals Tattoo Bob en eigenaren van de cafés en terrassen op het kleurig verlichte door oude bomen omzoomde pleintje erachter, zeggen dat ze hun omzet tot zo’n 15% hebben zien stijgen.

De Rijnhavenbrug is niet het enige waarvoor het Investerings Fonds Rotterdam de laatste jaren wordt gebruikt. Het bijstandstekort voor 2013 moet eruit komen. Tik, 78 miljoen euro eraf. Een stuk van het bijstandstekort van dit jaar wordt er mee weg getoucheerd, tik, 55 miljoen euro eraf. Ook in 2011 moest het bijstandstekort eruit komen, 35 miljoen euro dat jaar.
Het laatst genoemde tekort blijkt anders opgelost te zijn dan met geld uit het IFR. Hoe is alleen onduidelijk. Wat daarentegen wél duidelijk is, is dat de gemeente 2011 afsloot met een verlies van 86 miljoen euro.

Het gaat hard, vindt de Rotterdamse directeur die op Twitter te vinden is onder @Rekenmeester. En het fonds is er niet voor bedoeld, dat komt er nog eens bij. ‘Maar het mág wel’, zegt hij, de uitkeringen ervan betalen. ‘Het is rechtmatig, want er is geen verplichting gekoppeld aan de bestemming van het fonds, hoewel die wel duidelijk geformuleerd is.’ De gemeenteraad kan de bestemming van het geld dus altijd veranderen. Inmiddels is de pot van het Fonds geslonken tot naar schatting 560 miljoen euro, en zal er in 2013 nog zo’n 359 miljoen euro in zitten.

Tendens
Je vraagt je soms af of het wel zo erg is dat de gemeente haar reserves opeet. Failliet gaat Rotterdam toch niet. Het Havenbedrijf en Eneco staan zwaar ondergewaardeerd in de boeken. En die zijn in werkelijkheid miljarden waard. En dan is er nog een andere stille reserve, het percentage aan onroerende zaakbelasting dat de gemeente extra mag opleggen aan huizenbezitters in Rotterdam. Op het moment dat de stad besluit eigenaren maximaal te belasten, stroomt er elk jaar weer extra geld de gemeentekas in. Nu verdient de stad zo’n 176 miljoen euro aan huizentaks.

Maar nee zeg, hállo. Dát is niet de bedoeling, belastingen opschroeven, aandelen verkopen. Hofstra laat uitdrukkelijk weten in een e-mail na het verzenden van een concept tekst van een ander artikel dat hij dat niet ziet zitten. Laat daar vooral geen misverstand over bestaan, zeg. Hij schrijft: ‘Elk structureel gebruik van het weerstandsvermogen ten behoeve van ex ante overschrijdingen op de begroting acht ik onverstandig.’ Dus die deur blijft ook gesloten als het gaat om verstandig financieel beleid, als het aan hem zou liggen. Maar wat dan? De gemeente moet de bijstandsuitkeringen betalen, dat staat nu eenmaal in de wet. En de financiële omstandigheden van het Rijk en de gemeente worden er de komende jaren echt niet florissanter op, schat Hofstra in.

Een klein lichtpuntje leek de wethouder van Financiën, Jantine Kriens in te brengen. Zij repte in een uitzending van RTV Rijnmond over extra geld voor gemeentes, 430 miljoen euro, die het Rijk nog moet verdelen. Wat Rotterdam daarvan toegeschoven krijgt, is onduidelijk. En of het tekort in 2013 daardoor slinkt, is nog maar de vraag. In de kaderbrief staat namelijk dat een ‘stijging van het bijstandsvolume’ is voorzien van 6 tot 9 %. Tsja, en dan is de stad qua balans zowat weer terug bij af. Daarbij is het de vraag of die zak met rijksgeld er de komende jaren weer is. Terwijl wel duidelijk is dat in 2013, 2014, 2015 en 2016 Rotterdam 78 miljoen euro te weinig heeft om bijstand te betalen.

Politieke keuzes
Nee, simpel is het niet. Er zullen politieke keuzes gemaakt moeten worden. Is het niet nu, dan is het in 2013 of 2014. In het laatste geval zou dat niet chique zijn van de zittende wethouders. Immers, in 2014 zijn er gemeenteraadsverkiezingen en treedt een nieuw stadsbestuur aan. Dat kan dan mooi beginnen met een lege kas. En bedankt!

Tenslotte nog een laatste puntje, dat ‘de Rekenmeester’ er nog even in fietst. Afgelopen jaar, bij de behandeling van de begroting voor dit jaar in november 2011, kwam de spaarpotverslaving – niet zijn woorden, laat dat duidelijk zijn – van dit stadsbestuur ook al aan de orde. De raad nam toen een motie aan van VVD’er Jan Willem Verheij, iemand die thuis is in het financiële raadswerk, volgens Hofstra, en CDA’er Wubbo Tempel om paal en perk te stellen aan overschrijdingen van het budget. Die motie heeft als titel ‘Budgetdiscipline’ en als doel te zorgen dat de gemeente de hand op de knip houdt. Voor wie precies wil weten wat er in staat: klik, lees en huiver.

Of nee, huiver eigenlijk maar niet. Hij is namelijk niet uitgevoerd door de wethouder van Financiën, Jantine Kriens van de PvdA, waardoor de deuren naar de reserves nog steeds wagenwijd openstaan. Nee, ‘nóg niet uitgevoerd’, corrigeert, Hofstra, die het decorum van zijn functie als onafhankelijk adviseur geen seconde uit het oog verliest. Aan een uitspraak over politici brandt hij zijn vingers niet.