De Harde Kern onderzoekt De bouwende macht

Stedelijke ontwikkeling & architectuur22 mei 2018

De bouwende macht vindt: het stadhuis is stuk (1/2)

Stuurloze overheid

Bouwen, bouwen, bouwen. Dit Rotterdamse mantra was tijdens de verkiezingsstrijd uit alle hoeken van het politieke spectrum volop te horen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, want Rotterdam strompelde op haar tandvlees de crisis uit, althans op het gebied van ruimtelijke ordening. Wat ging er mis? Een drama in twee aktes. De eerste akte: stuurloze overheid.

Beeld: Sylvana Lansu

“Kijk, dát is een stad”. Joost Schrijnen wijst op het Erasmus Medisch Centrum. We zitten in de koffiebar van Het Nieuwe Instituut en beschouwen hoe het enorme medische complex het einde van diens verbouwing nadert. Vervolgens richten we de blik iets naar links, op het Depot van het Museum Boijmans van Beuningen, waarvan de bloempotachtige contouren al duidelijk zichtbaar zijn. “En dat is een gebouw. Welk van de twee vertegenwoordigt macht?”

De vraag is retorisch, want volgens hoogleraar Stad en Regio van de TU Delft en voormalig stadsontwikkelaar voor de gemeente Rotterdam (1981-2001) is de voornaamste verantwoordelijkheid van de overheid het formuleren van een visie op de stad als geheel. Binnen een dergelijke visie past het grootste medisch centrum in Nederland, tevens een van Rotterdams’ grootste werkgevers, in het hart van de stad. Al had de toenmalige directeur-geneesheer van het Erasmus het nieuwe complex liever in Capelle zien verrijzen, vertelt Schrijnen er meteen achteraan. “Het ziekenhuisbestuur zei tegen mij: Wij gaan naar Capelle. Dat ging niet gebeuren, besloot ik daar ter plekke. ‘Capelle?!’, zei ik. ‘Nou, ga dan maar. Ga maar kijken of Capelle ergens een polder en een treinverbinding over heeft.’ De verbijstering van dat moment veranderde het denkraam van de bestuursvoorzitter. Het kostte daarna nog veel tijd, maar ik wist ze te overtuigen dat het ziekenhuis in Rotterdam moest blijven, en dat wij als gemeente er alles aan zouden doen om dat mogelijk te maken.” Het eind van het liedje was dat het Erasmus MC bleef. Een verbouwing in diverse etappes volgde. Op 21 april dit jaar opende het nieuwe Erasmus voor het eerst officieel zijn deuren. “Achttien jaar later kijken we pas naar de eindfase. Zo lang duurt het voor je resultaat ziet van stadsplanning.”

"Ga maar kijken of Capelle ergens een polder en een treinverbinding over heeft."

Joost Schrijnen

Gat in de ruimte

In die achttien jaar is bouwend Rotterdam onherkenbaar veranderd. Niet per se omdat er zo verschrikkelijk veel gebouwd is, maar omdat er in 2008 een crisis uitbrak die zijn gelijke niet kende. Eerst vielen banken om. Het volgende dominosteentje was de vastgoedsector, waarna de bouw snel volgde en de architectuur in zijn kielzog meetrok. “Desastreus”, vat Riek Bakker het effect daarvan samen. Opmerkelijk, want zij was als directeur Stedebouw en Volkshuisvesting tussen 1986 tot 1993 niet onbekend met economische tegenwind. “De crisis die we net achter de rug hebben, was veel erger dan toen. Er is in die paar jaar een enorm gat in de ruimtelijke ordening geslagen. Enorm.”

Lees ookStedelijke ontwikkeling & architectuurGame on: de bouwende macht, dat ben jij!Speel nu het spel Bouwen is Macht!

Job Dura, bestuursvoorzitter van Dura Vermeer, beaamt dat de crisis erin hakte, zelfs in zo’n groot bedrijf als het zijne. “Er werd hooguit één woning per week verkocht tijdens de crisisjaren. Waar we normaal drie- tot vierduizend huizen bouwden op jaarbasis, waren dat er in de crisisjaren nog geen duizend. We raakten ze aan de straatstenen niet kwijt.”

Niet elk stel schouders kan jarenlang verlies dragen. Gevolg was dat alleen de sterkste bedrijven de crisis doorkwamen. Zoals: Dura Vermeer, Heijmans, VolkerWessels, TBI. “Een paar vaste marktpartijen zijn gebleven, maar veel gingen failliet”, zegt Dura. “Toen de markt in 2015 omsloeg, was het speelveld compleet veranderd, met ruimte voor nieuwe, jonge projectontwikkelaars.”

“Toen de markt in 2015 omsloeg, was het speelveld compleet veranderd, met ruimte voor nieuwe projectontwikkelaars.”

Job Dura

Van de markt

Niet alleen de bouwpower verminderde, ook in het ambtelijk apparaat werd stevig gesnoeid. Daardoor vloeide cruciale kennis en kunde uit het stadhuis weg. Riek Bakker, ooit hoofd van een sterke dienst, betreurt dat: “Een evenwichtige dienst die zelf alles kan, dus ontwerpen, aanbesteden, bouwen, controleren, is noodzakelijk. Let wel: groot hoeft die niet te zijn, daar gaat het niet om. Maar we bouwen voor de toekomst en wat we neerzetten, moet lang mee. De keuzes moeten evenwichtig zijn. Als de dienst niet eens meer een aanbesteding kan leiden, wordt-ie gepakt door de markt.”

Is ontwikkeling overlaten aan de markt per se een slechte zaak? Welnee, vindt Wienke Bodewes. Hij maakte als gemeenteambtenaar in de late jaren tachtig en begin jaren negentig Riek Bakker en haar sterke dienst mee. Nu leidt hij Amvest, één van de grootste vastgoedontwikkelaars en -investeerders van het land. “In die eerste fase in de ontwikkeling van de Kop van Zuid pompte de gemeente de eerste investeringen, in de vorm van de brug, de metrolijn, door het havenbedrijf daar neer te zetten, de rechtbank, het Nieuwe Luxor. Dat paste ook in die tijd. Daarna nam de markt het over en zo hoort het ook: het daadwerkelijk realiseren moet van de markt komen, want vanuit het publieke domein krijg je niet alles voor elkaar.”

Beeld: Sylvana Lansu

Scheefgroei

Toch zit er iets scheef in dat samenspel tussen het publieke en het private domein. In een ideale wereld zet de gemeente de grote lijnen neer en laat die inkleuren door de markt. Het gaat mis als die grote lijnen ontbreken of als de gemeente zich te veel gaat bemoeien met dat inkleuren. De Rotterdamse miljardair Cees de Bruin vindt dat de gemeente zichzelf veel te grote schoenen aanmeet. In zijn D.G. van Beuningen-lezing uit 2012 wijst hij de ‘activistische modus’ waarin de Rotterdamse overheid zich vanaf de jaren zeventig begaf als beginpunt van die scheefgroei aan. In het boekje, waarin zijn lezing Over vertrouwen staat vastgelegd, beschrijft De Bruin hoe bedrijfsleven en overheid tot aan de jaren zeventig gezamenlijk optrokken vanuit het principe van wederkerigheid en verbondenheid met de stad. Daarna kreeg de PvdA het op haar heupen en begon het aan een alleingang:

“Meer dan waar ook heeft in Rotterdam de overheid de ene taak na de andere erbij genomen en beloftes gedaan over verbeteringen die ze niet waar kon maken. (…) Al decennia lang investeren we in de sociale verheffing van de onderkant van onze Rotterdamse samenleving, maar grosso modo is het er niet beter op geworden. (…) Ook dat doet misschien terugverlangen naar de ondernemer die als nevenactiviteit een steentje bijdroeg aan het stadsbestuur.”

"Al decennia lang investeren we in de sociale verheffing van de onderkant van onze Rotterdamse samenleving, maar het is er niet beter op geworden."

Cees de Bruin

Hullie tegen zij

Dat is precies wat Wim van Sluis (Leefbaar Rotterdam) voor ogen had toen hij als wethouder Haven en Economie aantrad: verbinding tussen overheid en bedrijfsleven, want daar trof hij “een gapende kloof” tussen aan bij zijn aantreden in 2002. “Er werd wel hard gewerkt, maar de vraag was of er aan de goeie dingen werd gewerkt.” Om het bedrijfsleven meer bij de overheid te trekken, richtte Van Sluis de Economic Development Board Rotterdam (EDBR) op. Want, zo zegt hij in de oprichtingskrant uit 2004: “Er liggen in Rotterdam fantastische kansen. Ik vind dat je die moet grijpen. Maar je krijgt ze niet naar de wal geroeid als je de markt er niet bij betrekt. Dan blijft het ‘hullie tegen zij’.”

Dat klonk Job Dura, destijds lid van EDBR, als muziek in de oren, want: “Met onze geschiedenis in Rotterdam lopen wij niet weg als er iets fout gaat. Dura Vermeer bouwt al 166 jaar aan en in Rotterdam. Ons commitment aan de stad is groot, niet voor niets staat ons hoofdkantoor hier.” En toch, bij het formuleren van een stadsvisie vraagt ‘het stadhuis’ aan bedrijven met een lange Rotterdamse historie als Dura Vermeer te weinig input. “Natuurlijk moet je formele structuren respecteren”, zegt Dura daarover. “Maar het bedrijfsleven kan helpen om deze stad vorm te geven.”

Standvastig

Die bekoelde relatie is onder andere het gevolg van de bouwfraude (“Affaire, bouwaffaire”, verbetert Dura. “Van onze kant was er geen sprake van fraude.”). In crisistijd ging de gemeente logischerwijs op de centen zitten. Als er grond te koop kwam, ging de hoogste bieder ermee vandoor. Maar dat was niet altijd per se de beste, zegt Job Dura: “De Lloydpier is daar een goed voorbeeld van, waar een Limburgse projectontwikkelaar ons allemaal onder de vleugels schiet en de hoogste prijs biedt. Om dat vervolgens terug te verdienen, komt er een plan vol dure lofts waarvan wij bij voorbaat al weten dat het weinig kans van slagen heeft op die plek. Wij kennen Rotterdam, die Limburgers niet. Uiteindelijk gaan ze failliet en vertrekken.”

De overheid zou dus weer meer verantwoordelijkheid naar zich toe mogen trekken, vinden ook de bouwmagnaten. Ze hekelen een overheid die op de stoel van de ondernemer gaat zitten, maar willen wel een betrouwbare publieke partner.

Het stadhuis maakt soms beloftes die het niet kan waarmaken. “Heijmans bouwt nog steeds veel sociale woningbouw in Rotterdam, maar dat wordt steeds moeilijker”, zegt directeur Vastgoed Peter van der Gugten. “Hoe hoger de grondprijs, en die stijgt hier momenteel hard, hoe duurder de woningen die je erop zet, want anders verdienen we er niet aan. Geen bouwbedrijf bouwt onder de kostprijs, hoe hard de politiek ook roept dat de lagere en middeninkomens recht op een betaalbare woning hebben.”

Beeld: Sylvana Lansu

De haven cadeau

De bouwende partijen hebben behoefte aan een duidelijke visie en een standvastig stadhuis dat daarop stuurt. Toch is Rotterdam niet compleet visieloos door de crisis gekomen. De recentste stadsvisie stamt van vlak voor de crisis, uit 2007, en zette tien jaar lang een stip aan de horizon die zich laat omschrijven als bouwen in de stad: verdichting.

Riek Bakker was en is er niet van onder de indruk: “Dingetjes zijn het. Een markthalletje hier, een torentje daar, een bruggetje. Postzegelplanologie, ik heb het vaker gezegd. Crisistijd biedt hét momentum om grootse plannen te formuleren. De tijd is er rijp voor, de kosten laag. Dat de haven nu naar buiten schuift, is eigenlijk een cadeau: je hoeft er niemand voor weg te jagen en je hoeft er geen natuur voor te slopen. Het enige dat de gemeenteraad moet doen, is er achteraan lopen. Maar dan wel volgens een plan.”

Dat plan is in de maak, heet de nieuwe Omgevingsvisie en omvat niet alleen de binnenstad, maar ook de Merwe/Vierhavens en de Kralingse Zoom. Op het stadmakerscongres 2017 werden de grote lijnen gepresenteerd, die om vijf sleutelbegrippen cirkelen: het Rotterdam van de toekomst is compact, inclusief, circulair, gezond en productief. Interessant is dat de gemeentelijke planologen nadrukkelijk de samenwerking zoeken met ondernemers en burgers. “We hebben nu driekwart jaar lang alle input allemaal in een grote pot gestopt”, zegt projectleider Gabor Everraert op de site van het Stadmakerscongres. “Wij denken een mooie trechter te hebben gevonden met deze vijf perspectieven. Dit is het moment waarop we kunnen testen: is dit werkbaar en waar zitten aanknopingspunten voor stadmakers?”

Dingetjes zijn het. Een markthalletje hier, een torentje daar, een bruggetje. Postzegelplanologie.

Riek Bakker

Allemaal leken

Riek Bakker denkt dat deze participatiemethode de enige manier is om werkelijk draagvlak te creëren. Dat vereist wel dienstbaarheid van de professionals. “Als ik mijn werk goed doe, ben ik een intermediair en schrijf ik met mijn vakkennis op wat participanten willen.” Is die overheid wel klaar voor al die meedenkende onderdanen? In de Krimpenerwaard, waar Bakker momenteel een nieuwe langetermijnvisie voor maakt, is dat nog niet zo evident. “Provinciale Staten maakte mijn plan voor de Krimpenerwaard met de grond gelijk. Ik had dit niet gedaan, daar niet aan voldaan. Tijdens die bijeenkomst begon ik steeds meer te koken, tot het mijn beurt was om te praten. ‘Luister’, zei ik, ‘als het gaat om ruimtelijke ordening, zijn we op dit metier momenteel allemaal een leek. We proberen een nieuw soort ruimtelijke ordening met elkaar uit. Het gaat niet om procedures en regels en details, maar om wat we met elkaar willen met een gebied.’ Dat is in Rotterdam niet anders. Als Rotterdammers zich uitspreken over welke stad zij willen, heeft de raad maar te luisteren.”

Beeld: Sylvana Lansu

Heropleving

Joost Schrijnen juicht de aanpak van onderop, zoals die in de nieuwe Omgevingsvisie wordt toegepast, toe. Daarnaast hoopt hij dat de gemeente de teugels weer stevig in de hand neemt, al had dat eigenlijk veel eerder moeten gebeuren. “Stadsplanning kost tijd, jaren, dat zie je ook aan het Erasmus Medisch Centrum. De ruimtelijke opgaven zijn ingewikkelder geworden en het Rijk doet niet zoveel meer. Jarenlang zijn investeringen ver achtergebleven op de vraag naar meer woningen in de stad, meer openbaar vervoer, naar meer duurzaamheid. Dat geldt niet alleen voor Rotterdam: uit een rondgang door veertig gemeenten blijkt dat ze zich bijna allemaal geen raad weten met deze heropleving. De overheid én de bouwsector zijn er niet op berekend.”

In het volgende artikel lees je over de andere kant van de participatiemedaille: hoe de boze burger een stok in de raderen van de bouwmachine steekt. Lees hier verder. 

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Cees de Bruin, Job Dura, Joost Schrijnen, omgevingswet, Peter van der Gugten, Riek Bakker en Wim van Sluis

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *