Politiek22 oktober 2011

De stad zegt: “NEE!”

Enige tijd geleden werd op Vers Beton geschreven over een poster, opgemaakt in de huisstijl van de gemeente, waarin het fenomeen ‘stadswacht’ op de hak genomen werd. De plakactie leek een mooie poging om op een betrokken manier commentaar te geven op wat er gebeurt in onze stad. Gevraagd naar commentaar schreef Fred Marree, woordvoerder voor Stadstoezicht, een reactie die weinig te raden liet. De creatieve knip- en plakker werd er in weggezet als een lafaard die de plank volledig mis zou hebben geslagen. Ik was met stomheid geslagen door de schreeuwende desinteresse in de beweegredenen van de maker van de poster. Het zou oneerlijk zijn om nu Fred Marree het mikpunt van kritiek of spot te maken. De manier waarop hij reageert past immers naadloos in de manier waarop de stad communiceert met haar gebruikers. De stad zegt heel vaak: NEE!

Rotterdam is vergeven van posters, gedragsregels, slogans, ge- en verbodsborden, met logo’s en hekken, met camera’s en stadswachten. Het zegt veel over de manier waarop er nagedacht wordt over de Rotterdammers en over de manier waarop die in gareel gebracht kunnen worden. Helaas zorgt de overdaad aan boodschappen, die ons Rotterdammers erop wijzen hoe we ons dienen te gedragen, dat het steeds moeilijker is de relatief onbelangrijke aanwijzingen te onderscheiden van de belangrijke. De codificering van de publieke ruimte zou moeten werken als een gebruiksaanwijzing van de stad, niet als een opsomming van wat er allemaal niet mag.

Het is ook nogal een opgave. In Rotterdam moeten publieke boodschappen concurreren met een ongeëvenaard aantal commerciële boodschappen. Misschien heeft dat ook meegespeeld in de toon die de gemeente steevast kiest voor haar posters. De poster waar Fred Marree zo verbolgen over was staat hieronder. Zijn eigen poster staat ernaast.

Links vervalsing, rechts origineel
Links vervalsing, rechts origineel

Wanneer je de twee posters zo naast elkaar ziet staan is de verbazing die zich meester maakte van stadstoezicht op zijn zachts gezegd nogal wonderlijk. “Waar ziet u ons voor aan?” was de reactie toen ze gevraagd werden naar de bedoeling van de namaakposter. Voor de duidelijkheid, de eigen poster van Stadstoezicht staat rechts.

Je zou het daar bij kunnen laten; de plakker verwijst enkel naar de poster over de bevoegdheden van de stadswachten. Maar misschien gaat het ook over de stadswacht zelf. De stadswacht (“voor hulp en handhaving!”) wordt op pad gestuurd zonder daarvoor echt toegerust te zijn. Gestoken in een uniform, dat qua militaristische uitstraling niet onder doet voor de Mobiele Eenheid, moet het wel mogelijk zijn om parkeerbonnen uit te schrijven, zou je denken. Maar bij iedere vorm van handhaving hoort een bepaalde mate van discretionaire bevoegdheid. En stadswachten schrijven niet alleen parkeerbekeuringen uit. En het uitoefenen van dit soort bevoegdheden vraagt een degelijke opleiding. En die ontbreekt (iets dat de stadswacht niet aan te rekenen is). Vraag een goede politieagent wat hij vindt van de mantra “regels zijn regels” en hij lacht je keihard uit. Niemand hoeft de stadswacht te benijden die discussie aan moet gaan met een Rotterdammer over of een al of niet terechte bekeuring. Overigens maakt het potsierlijke beeld van een stadswacht-op-een-Segway het ook niet makkelijker om serieus genomen te worden.

Maar het blijft daar niet bij. De publieke boodschappen van de stad lijken vaak nog het meest op een ernstige vorm van Syndroom van Gilles de la Tourette. Neem de welbekende posters met “de stad MOET schoon, heel en veilig”. Aan wie denkt men die boodschap te richten? Natuurlijk moet de stad schoon, heel en veilig en het lijkt me een prima idee dat deze gedachte zich nestelt in het brein van allen die de straten van Rotterdam bewandelen en van iedereen die nadenkt over hoe een schoon, heel en veilige stad het best bereikt kan worden. Maar het idee dat vandalen en straatvervuilers zich daar door aangesproken voelen is je reinste wensdenken. Bovendien geeft het gebod in hoofdletters bij de overige lezers vooral de indruk van een nogal krachtig uitgedrukt kleinburgerlijk ideaal in een stad waar zoveel armoede en achterstand heerst. Het zelfde geldt voor de ‘oorlog’ die voormalig burgemeester Opstelten aan kauwgum heeft verklaard.

Of wat te denken van de afbeeldingen van de relschopper bij het Maasgebouw, die op grote schermen geprojecteerd werden? Zelfs de lezers van het AD voelen feilloos aan dat hier iets niet deugde. ‘Waarom worden niet eerst moordenaars en verkrachters afgebeeld?’. Voor Rotterdam maakt de ordening op basis van urgentie of belang helemaal niets uit.

Rotterdam werkt op deze manier aan de inflatie van de publieke communicatie. Wat is een boodschap nog waard als je te krachtige (beeld)taal gebruikt, richt aan de verkeerde personen of in willekeurige volgorde van belangrijkheid inzet? Rotterdam is uitermate onbezonnen in wat ze de wereld in stuurt. Wat resulteert is een publieke ruimte die vooral zegt: “je hoort hier niet!”, “we houden je in de gaten!”, “kijk uit!” of het plat Rotterdamse “ga iets kopen!”.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:AD, bevoegd en bereid, politie, publieke communicatie, schoon heel veilig, Stadstoezicht, stadswacht en veiligheidsbeleid

Sectie: Politiek

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *