Advertentie

VB_banner_1456x80_2
Voor de harddenkende Rotterdammer

Als het aan burgemeester Aboutaleb ligt, moet Occupy Rotterdam op 31 maart bij de start van het evenementenseizoen plaatsmaken voor de terrassen. De gemeenteraad heeft de burgemeester gevraagd om opnieuw de mogelijkheden te bekijken om het protest voort te zetten. Onderzoeker Pooyan Tamimi Arab bracht onlangs een bezoek aan de bakermat van de protestbeweging in New York. Als de tenten in Rotterdam en Amsterdam weg moeten zodat de terrassen weer winst kunnen maken en de orde kan worden hersteld, wat zouden sympathisanten van de Occupy-beweging dan moeten doen om hun idealen te realiseren?

Poster van Wouter Sibum in de Aanschouw bij de in de openbare ruimte geplaatste tent.

Het was een vreemd gezicht: duizenden geografen uit de hele wereld in het Hilton- en Sheraton-hotel in Manhattan voor de jaarlijkse AAG-conferentie (Association of American Geographers). De hoogtepunten waren niet recente ontwikkelingen in de fysische geografie en geodesie, maar de lezingen en toespraken van een aantal beroemde Marxistische schrijvers die zich bezig houden met het denken over de stad. Zo had ik het ongenoegen om te luisteren naar het geschreeuw – ik zal geen namen noemen – van een populaire Marxistische geograaf. De zaal was tjokvol. Ik zat in een hoekje op de grond. Het was warm. We werden aangemoedigd door een echte performance: het kapitalisme moet worden overwonnen! De mensen moeten worden gedepoliticiseerd! De spreker verwees naar een aantal recentelijk bekend geworden pleinen in de wereld om aan te geven waar de inspiratie voor de revolutie vandaan moet komen. Ik waande me in de jaren zestig, maar dan netjes aangekondigd in het vierhonderd pagina’s tellende programma van de conferentie met enkele duizenden presentaties. Iemand met een gevoel voor humor plakte op een spreekgestoelte de tekst ‘Occupy Hilton’.
Serieuzer en beter te volgen was Peter Marcuse. Hij stelde een duidelijke vraag: “wat doen revolutionairen in een tijd die niet revolutionair is?” Volgens de professor emeritus in Urban Planning aan Columbia University is er in New York geen sprake van een werkelijk revolutionaire tijd, omdat er geen hard alternatief bestaat voor het huidige systeem. Duidelijk was wel voor alle aanwezige sprekers dat grote historische veranderingen nu en in de toekomst zich zullen uiten in en dankzij steden. De revoluties van de toekomst zijn stedelijk en de aanvoerders zijn burgers. Iedereen leek het erover eens te zijn dat een revolutie ook creatief moet zijn: mensen zouden dan in staat zijn “zelf” ruimtes te bouwen en vrij zijn om te spelen met de architectuur van de stad. Democratie betekent nieuwe ruimtes maken. De stad is als een democratisch oeuvre, een zeer divers Gesamtkunstwerk.
Wouter Sibum maakt ingrepen in de stedelijke omgeving, zoals hier, waar bij hij zonder vergunning een week lang een stuk ruimte claimde in de Witte de Withstraat door het plaatsen van een werktent. www.woutersibum.com – www.deaanschouw.nl

Marcuse vroeg zich af wat het verband zou kunnen zijn tussen ‘Recht op de Stad’-bewegingen en Occupy Wall St. Le droit a la ville begon als een idee van de Franse filosoof Henri Lefebvre, geschreven in 1967 voor het honderdjarig jubileum van Karl Marx zijn magnum opus Das Kapital. Het werd in 1968 gepubliceerd, en Lefebvre was zeer geïnteresseerd in de studentenopstand. Daarna is het idee van het recht op de stad een eigen leven gaan leiden. Het is vooral gebruikt door kritische geografen die sociaal-ruimtelijke onrechtvaardigheid aan de kaak willen stellen, maar ook door zeer uiteenlopende groepen in verschillende landen zoals Mexico, Brazilië, de Verenigde Staten en Duitsland. David Harvey, op dit moment hoogleraar antropologie aan de City University of New York en een van de meest geciteerde wetenschappers in de wereld, vat de betekenis van het recht op de stad als volgt samen in een recent essay:

The right to the city is far more than the individual liberty to access urban resources: it is a right to change ourselves by changing the city. It is, moreover, a common rather than an individual right since this transformation inevitably depends upon the exercise of a collective power to reshape the processes of urbanization. The freedom to make and remake our cities and ourselves is, I want to argue, one of the most precious yet most neglected of our human rights.

Het gaat dus niet alleen om eerlijke distributie van welvaart, maar ook om de verdeling van macht, en wel op zo’n wijze dat burgers samen invloed uitoefenen op de vorm van de stad. Volgens Marcuse kan het recht op de stad op drie manieren worden gezien: 1) Een ‘recht op de stad’-beweging zou kunnen streven naar een geheel nieuwe samenleving. Dit is de revolutionaire zienswijze van klassieke auteurs zoals Henri Lefebvre. 2) Precieze en formele, wettelijke, eisen stellen aan het huidige systeem. 3) Een aggregatie van onafhankelijke bewegingen die op de een of andere manier ongelukkig zijn met de huidige toestand van hun stad. Waar past de Occupy-beweging in dit rijtje? Ten eerste benadrukte Marcuse dat Occupy begon als Occupy Wall Street. In de meest algemene zin gaat het dus om ontevredenheid met het functioneren van het economische systeem. Maar ‘occupy’ betekent volgens Marcuse voor veel mensen iets anders dan per se een marxistische of sociaal-democratische kijk op Wall Street. Het staat eerder voor zoiets als ’word actief voor’. Occupy biedt geen hard economisch alternatief. Ook is de beweging niet uitsluitend bezig geweest met het opstellen van zeer precieze wettelijke eisen. De huidige status van de beweging in New York lijkt veel meer op een aggregatie van zeer uiteenlopende groepen: van activisten die betrokken zijn met politieke gevangenen in het Midden-Oosten tot Lesbian-Gay-Bisexual-Transgender groepen tot normale arbeiders en professionals die actief willen worden om hun stad te verbeteren.
In gesprekken met sommige occupiers in New York was ik een klein beetje teleurgesteld omdat zij ’actief worden’ vooral uitleggen als de straten opgaan. Werken bij Human Rights Watch (in het Empire State Building, overigens) of een academisch onderzoek verrichten werd niet als ’werkelijk’ actief beschouwd. Gelukkig was daar Peter Marcuses advies om vooral heel veel te studeren. Wat doen revolutionairen in een tijd die niet revolutionair is? Ze schrijven boeken en geven les. Ze creëren een sterke intellectuele cultuur die tegen de stroom in kan gaan. Het deed me denken aan een ironische uitspraak van de filosoof Rousseau in zijn werk Het Sociaal Contract: als hij de macht had gehad om te bepalen wat er in de samenleving gebeurt, dan had hij de nodige veranderingen zelf uitgevoerd in plaats van zijn tijd te verdoen met het schrijven van een boek.
Als we de lezing van Marcuse vertalen naar de Nederlandse context moeten we constateren dat zijn hoofdvraag zeker van toepassing is. 1) Er is feitelijk sprake van een niet-revolutionaire tijd. Productieverhoudingen zullen niet plotseling fundamenteel veranderen. 2) Het is onduidelijk of er precieze wettelijke eisen zijn gesteld. 3) Uiteenlopende groepen hebben elkaar in de afgelopen maanden ontmoet dankzij de beweging, maar het is niet zeker of Occupy Nederland zich voldoende heeft beziggehouden met vragen over diversiteit en een inclusieve samenleving. Dat vind ik jammer. Susan Fainstein, Harvard-professor Urban Planning, ziet in Amsterdam nog steeds een rolmodel als het gaat om democratie en economische gelijkheid, zeker in vergelijking met New York. Ook qua diversiteit scoort Amsterdam volgens haar relatief goed, maar is de stad beduidend minder succesvol dan New York, zoals ze beschrijft in haar boek The Just City. De Nederlandse Occupy-beweging heeft hier geen duidelijk standpunt in genomen. De occupiers zijn zelf divers, maar de aandacht in de media ging vooral naar de banken, terwijl diversiteit in Rotterdam en Amsterdam minstens net zo belangrijk is.
In eerste instantie is de rol van Occupy in Nederland een motiverende. Ik heb vaak gehoord van occupiers dat ze geïnteresseerd zijn in “experimenteren,” in het zoeken naar nieuwe manieren van denken over sociale rechtvaardigheid en de stad. Het is maar zeer de vraag in hoeverre de ‘experimenten’ van occupiers als minigemeenschappen zinvolle, uitvoerbare, politieke inzichten voortbrengen. Marcuse betoogde dat occupiers zich niet blind moeten staren op openbare ruimtes, maar tegelijkertijd moeten streven naar het recht op de stad. Dat hoeft niet per se in een tentenkamp. Zijn verstandige advies luidt: wees actief, wees geëngageerd en doe dat vooral door boeken te lezen of zelfs te schrijven. Niet alleen, maar samen met anderen. Weitermachen!
Peter Marcuse houdt een kritische en aanmoedigende blog bij over Occupy Wall Street.
Beeld: Wouter Sibum en De Aanschouw.

Voordat je verder leest...

Jij kan dit artikel gratis lezen, maar wij kunnen het niet gratis maken. Vers Beton kan alleen bestaan dankzij de support van onze lezers die zo onafhankelijke journalistiek over Rotterdam mogelijk maken. Vanaf 6 euro per maand ben je supporter!

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Pooyan Tamimi Arab

Pooyan Tamimi Arab

Pooyan Tamimi Arab (1983) is promovendus culturele antropologie aan de Universiteit Utrecht. Zijn onderzoek gaat over “religie en het recht op de stad”. Eerder studeerde hij filosofie en kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en filosofie aan de New School for Social Research in New York.

Profiel-pagina
Lees 6 reacties
  1. Profielbeeld van Recht Op Stad!
    Recht Op Stad!

    “Marcuse betoogde dat occupiers zich niet blind moeten staren op openbare ruimtes, maar tegelijkertijd moeten streven naar het RECHT OP de STAD. Dat hoeft niet per se in een tentenkamp. Zijn verstandige advies luidt: wees actief, wees geëngageerd en doe dat vooral door boeken te lezen of zelfs te schrijven. Niet alleen, maar samen met anderen.”

    Het Recht Op Stad is een semantisch en organisatorisch denkraam wat al enige tijd geleden in Hamburg is ontstaan. Het was en is een antwoord op de analyse van het verschuivend medialandschap, het imploderen van het politieke midden en ‘schuldig maken’ of toe-eigenen van terminologie dat voorheen nog ‘links’ of ‘goed’ heette te zijn.

    Kraken werd en is nog steeds een beladen term geworden, omdat mede door de (interne) geweldsexplosie en het uiteenvallen van de krakers en activisten in de jaren 80. Door maar blijven te hameren en te focussen op die gewelddadige tijd en alle incidenten die te maken hadden of gelinkt konden worden aan de links-activistische kraak-scene [dat in de media gelijk staat aan ‘activisten’, ‘punkers, ‘anarchisten’ en ‘milieu-terroristen’.

    Aan de andere kant zien we fascistische organisaties als Pegida en Zwart Blok termen en leuzen zich toe-eigenen als ‘verzet’ en ‘waar recht onrecht wordt, is verzet verplicht’ , appellerend aan de verzetsbewegingen tot aan de Tweede Wereldoorlog terug (die nou niet bepaald aan de fascistische kant stonden).

    Het grootste probleem met Occupy, wereldwijd, is dat deze beweging vooral voer op briljante slogans die wel uitgedacht precies verwoordde wat velen in de hele wereld al langer voelde: we vallen buiten de buit en er is maar een klein groepje allerrijksten die ons nog meer willen afpakken. Dat ontaardde in een wereldwijde beweging, de revolutionaire geest was uit de fles. En men ging zowaar op straat, maar toen het te lang duurde liepen de meeste weer naar huis. Blij dat alles nog hetzelfde was thuis. Enkele die-hards bleven, maar de korte-termijn-denkers en experimentanten (inderdaad, dat staat er) bleven over.
    Weg momentum, weg aandacht, weg de mogelijheid om Occupy te gebruiken als startblok voor de weg naar verandering. Men was vergeten na de slogans te komen met een net zo kort en bondig eisenpakket van aanpassingen. Er was geen analyse, geen filtering, geen richting en de autoriteiten bleken geduldig. De macht bleek weerbarstiger, sterker en mondiger dan iedereen dacht. De macht laat zich niet zomaar commanderen.

    Men was. zoals de quote van hierboven geeft precies aan waar het verder moet gaan. En laat het nou net zo zijn dat dit opgepakt wordt door Recht Op Stad. Binnenkort wordt er een nieuw manifest op de site geplaatst waar er aandacht zal worden gegeven aan aspecten als kennisverdieping, vaardigheden, semantiek en tactieken, maar ook direct aktie en solidariteit.

    Samen voor onze eigenheid, toont men onderlinge solidariteit en hulp bij elke strijd!

  2. Profielbeeld van Heli
    Heli

    Experimenten zijn de enige manier om het ondenkbare te ontdekken. Ikzelf ben beginnen als een aanhanger van Marx, maar doordat ik in aanraking ben gekomen met de marxisten en niet-marxisten, marxistische schrijvers uit Duitsland, Franrijk en de VS heb ik nu veel meer elementen om na te denken over sociale verandering. Ik vind lezen dus zeer belangrijk. Studeren is iets wat lang niet alle activisten doen vandaar ook dat ze vaak blijven hangen in dezelfde paradigma’s. In 2007 had ik voor het eerst een FB profiel toen zag ik een glocale beweging komen, mede mogelijk gemaakt door de sociale media. En mijn idee was dit proberen te startten, maar er was geen reden om het te doen, de crisi zou gauw beginnen en toen het eenmaal was beginnen had nog niemand kunnen inzien hoe de banken nou echt functioneren. Die inzichten en de verontwaardiging zijn door crisis ontlokt. Vijf jaar later merk ik de mentaliteit veranderd razend snel en deels is dat te danken aan het werk van vele intellectuele en geïnformeerde activisten die ons bewust maken van alle ziekelijk aspecten van het kapital. We praten nog steeds over het systeem zonder dat we echt weten wat we ermee bedoelen. En idd diversiteit is ook zon begrip, maar de meest vernieuwende en interessante antwoorden op vage vragen ontstaan bij de gratie van onbegrip en verwarring. Daarom is studeren zo zinnig -en met elkaar discussiëren we hebben samen iets te ontdekken. In de tijd dat bijna niemand dacht dat er iets mankeerde aan het systeem besloot ik dat mijn enige mogelijkheid om actief te zijn op dat moment was lastige vragen te stellen aan iedereen die ik tegenkwam, alleen zodat ik een intellectuele ontmoeting met de werkelijkheid kon creëren, al was het maar tijdelijk. In the beginning was the word. We hebben recht tot spreken, maar niet iedereen heeft iets the vertellen. Studeren is dus belangrijk. Ikzelf heb mijn BA scriptie geschreven over de recht tot de stad en nu ga ik mijn master thesis schrijven over de relatie van dit recht tot ‘the self-determination of peoples right. Ok. Ik zal weken lang achter mij laptop en mijn boeken zitten, maar zodra ik mijn antwoord heb, ga ik die veilige ruimte verlaten om naar buiten te gaan en mensen bewust proberen te maken van hoe ze zelf verschil kunnen maken door enkel anders te denken over kapital, de stad en hun bestaan in relatie tot ruimte. Dat is wat diversiteit inhoudt, verschil maken, verschil zien, verschil toekennen. Verschil is overal, maar we zien het niet want we zijn geschoold in het
    denken van bestaande kaders, daarin is er geen ruimte voor verschil. Is het nog steeds vaag? Dan mag je een vraag stellen ipv louter oordelen.

    1. Profielbeeld van Heli
      Heli

      Sorry. Grammaticaal en qua stijl is mijn reactie een beetje lastig te verteren. Ik schrijf op zo’n tablet en die doet het niet altijd goed. Het is: ik ben begonnen en geen infinitief, hoe dan ook mijn scrhijfstijl verradt mijn afkomst. Diversiteit. ik ben zo politiek betrokken omdat ik in 20 jaar heb gezien hoe het neoliberalisme meer armoede en miserie heft geproduceerd in Mexico. Vaak denken mensen “Ah daar is het zo omdat mensen corrupt zijn”, maar wat de gemiddelde mens nooit te weten krijgt is hoe landen zo economisch afhankelijk gemaakt worden door de grote, super ontwikkelde landen. Mexicanen eten maïs en hebben altijd maïs gegeten zo oud is deze traditie dat Mexicaanse boeren hebben 400 soorten maïs ontwikkeld. Diversiteit. Ze wisten het verschil te identificeren in de graan. Ze zijn zo goed geweest hierin dat onze mais in allerlei soorten kleuren voorkomt, paars, blauw, geel, wit, groen, enz. Nu mag Mexico alleen transgenetische maïs kopen van de VS en van Brussel en wezelf mogen het niet produceren en verkopen. Alleen de kleine, arme boeren hebben de privilege om hun Ieren soort maïs te produceren, maar ook die worden weg geconcurreerd. Het Westen haat verschil, want ze hebben nooit geleerd ermee om te gaan. Wellicht omdat ze zich nooit hebben afgevraagd hoe verschil bijdraagt aan hun eigen identiteit.

  3. Profielbeeld van Miki
    Miki

    Of we in een revolutionaire tijd leven is een moeilijke beoordeling, nog geen 15 jaar geleden werd de liberale revolutie gepredikt. Ik kan mij evenzeer voorstellen dat in de Arabische wereld het heden wel degelijk revolutionair aanvoelt.

    Het lezen en schrijven voorschrift komt op mij erg idealistisch over. Het is misschien aan de academie eigen om maatschappelijke impact van de ideeën industrie te overschatten. Anderzijds zou ik ook argumenteren dat universiteiten zelf via hun werken, al dan niet bewust, de legitimatie verschaffen voor de systemen die worden ontwikkeld. Ik kan mij dan ook voorstellen dat Occupy deelnemers skeptisch zijn over academici die vanuit de ideeënwereld afdalen naar de diepste krochten van maatschappelijk engagement.

    Opnieuw valt het magische woord diversiteit en opnieuw is het voor mij onduidelijk wat hiermee wordt bedoeld. De vergelijking tussen New York en Amsterdam maakt het er niet duidelijker op. Als er steden zijn met sociaal homogenere centra dan deze steden dan zou dat mij verrassen. Ook de impliciete afwijzing (teleurstelling) van diversiteit van meningen en motieven van de Occupy deelnemers doet mij twijfelen aan wat er wordt bedoeld met diversiteit.

  4. Profielbeeld van Eric Stam
    Eric Stam

    Wat een leuk maar ietwat verbazingwekkend artikel. Hoewel ik me persoonlijk wel in de conclusie kan vinden – ik hou dan ook van lezen en schrijven, ik hou van goede debatten en documentaires, deze tijd is hoogstwaarschijnlijk niet-revolutionair – vraag ik me af of de auteur zich een goed beeld heeft gevormd van de Occupyers in Rotterdam die nu nog, na een zware winter, het tentenkamp bevolken.

    De analyse van de huidige tijd als een niet-revolutaire tijd wordt daar, zo schat ik in, niet gedeeld. De waardering voor het soort intellectuele activiteiten waarvoor hier een lans wordt gebroken, is ook ver te zoeken. Hoezo geen hard alternatief? Een gebrek aan verbeeldingskracht zul je bedoelen! Daar heb je weer zo’n intellectueel die niet buiten de parameters van het systeem kan denken, of het simpelweg niet wíl.

    Ikzelf heb de Occupy-beweging in Rotterdam wel eens liefkozend een kamperende debating club genoemd. Dat vond ik een mooie term met positieve associaties: verschillende geluiden bij elkaar brengen, gezamelijk nadenken over oorzaken van problemen, prioriteiten, oplossingen, strategieen van verdere actie. Maar die metafoor valt bepaald niet in goede aarde bij de actieve Occupyers hier in de stad. In plaats daarvan wordt actieve inzet – het draaien van ploegendiensten, slapen in de nacht en het uploaden van YouTube-filmpjes – hogelijk gewaardeerd. De leuze uit de begindagen van Occupy – wij weten de oplossing niet, maar samen komen we er wel op goede ideeen! – wordt ook na vijf maanden nog als een volwaardige ideologie gezien. Dat kun je ze natuurlijk ook niet kwalijk nemen, want gevestigde politieke partijen weten het al véél langer dan een paar maanden niet meer.

    Met andere woorden: hoe denkt de auteur dames en heren Occupyers aan het lezen en schrijven te krijgen?

Om te reageren moet je ingelogd zijn. Inloggen kan je hier. Als je nog geen account hebt meld je nu aan als supporter of maak hier een gratis reageerdersaccount aan.