Politiek15 maart 2012

Ronald Schneider: “Wij zijn geen PVV”

Fotografie Menno van der Meer www.studiokazerne.nl Beeld: Menno van der Meer

Hij woont op de Kop van Zuid, heeft een partner en werkt als zelfstandig consultant. Veel meer laat Ronald Schneider, sinds eind januari 2012 fractievoorzitter van Leefbaar Rotterdam, niet over zichzelf los. “Het liefst praat ik over politiek. Praten over mezelf vind ik niet zo interessant.” Wat hij wél interessant vindt, is problemen benoemen. “Die problemen zitten in een soort brandkast waar mensen met een grote boog omheen lopen, en waarvan ze zeggen dat je de deur vooral niet moet openen. Ik wil dan juist kijken wat erachter zit.”

Er is ontegenzeggelijk een contrast tussen Ronald Schneider, sinds januari 2012 de fractievoorzitter van Leefbaar Rotterdam, en zijn voorganger Marco Pastors. Schneider werd pas in 2006 actief voor Leefbaar Rotterdam en kent Pim Fortuyn alleen uit de media, terwijl Pastors aan de wortels van de partij stond én een goede vriend van de oprichter daarvan was. Toch beschouwt Schneider zich, in de fractiekamer van zijn partij in het stadhuis, als de geschikte man voor de functie. “Als je een goede captain bent van een team, dan zorg je ervoor dat de individuele spelers boven zichzelf uit kunnen stijgen en dat het team goed kan opereren. Daar liggen mijn kwaliteiten, en dat vind ik leuk om te doen.”

Dat is vrij algemeen. Wat maakt jou tot een goed fractievoorzitter van Leefbaar Rotterdam?
“Ik durf echt problemen te benoemen, en praat niet met meel in de mond. Gewoon aangeven: dáár gaat het om.”

Kun je twee problemen benoemen die juist Leefbaar Rotterdam aan de kaak stelt?
“Het integratievraagstuk en burenoverlast. Problemen benoemen we ongeacht kleur en geloof. Wel nemen we die gegevens mee. Als je naar de statistieken kijkt, dan zie je dat Marokkanen en Antillianen oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteit. Een aantal jaar geleden mocht je dat niet zeggen. Toen had dat er helemaal niets mee te maken, zo wilde men ons doen geloven.”

Maar dat durft iedereen tegenwoordig toch te zeggen?
“Daarom is het belangrijk geweest dat er een partij als Leefbaar Rotterdam bestaat. Ik beschouw ons als voortrekkers bij het aanjagen van maatschappelijke discussies. Toen wij begonnen met de Rotterdamwet (de wet die het mogelijk maakt dat voor bepaalde achterstandsgebieden in de grote steden andere regels gelden voor het vestigings- en investeringsklimaat dan in andere wijken – red.) heette dat discriminatie, en nu is het een geaccepteerd instrument. Sterker nog: Karakus (wethouder wonen, ruimtelijke ordening en vastgoed – red.) verdedigt nu zelf deze wet. Dat was vijf jaar geleden volslagen ondenkbaar. Wat mij daarbij altijd opvalt, is dat de eerste die een probleem agendeert een heleboel mensen over zich heen krijgt. Dan, na een aantal jaar, kan het allemaal weer wél. De maatschappij heeft altijd mensen en partijen nodig die problemen agenderen waarvan grote groepen zeggen dat je daar niet over hoort te praten omdat het stigmatiserend werkt. Die problemen zitten in een soort brandkast waar mensen met een grote boog omheen lopen, en waarvan ze zeggen dat je de deur vooral niet moet openen. Ik wil dan juist kijken wat erachter zit.”

Is dat niet heel ondankbaar, dat je altijd maar voor de troepen uitloopt?
“Ja, dat is bij tijd en wijle erg ondankbaar. Maar ik ben niet de persoon om te gaan zitten mokken.”

Maar je wilt wel beloning voor je werk. Je wilt stemmen. Je wilt de grootste worden.
“Wat je uiteindelijk wilt, is dat Rotterdam zich ontwikkelt op de manier die jij wilt. Als daarvoor nodig is dat je de grootste partij bent, dan is dat prima. Maar als je niet de grootste partij bent, maar wel de meeste invloed hebt, dan is dat ook goed.”

En, ben je op dit moment blij en gelukkig hoe Rotterdam zich ontwikkelt?
“Nou, eh…”

Laat ik het anders vragen. Kun je één positieve actie van de gemeente noemen?
“Wat heel mooi is, is dat sinds kort Marco Florijn (wethouder werk, inkomen en zorg – red) veel meer druk uitoefent op mensen in de bijstand om te gaan werken, bijvoorbeeld in het Westland. Dat is een heel goede ontwikkeling. Tegelijkertijd is dat de ironie van slechte tijden. Pas als het schip richting de wal gaat, komen we erachter dat deze écht in zicht komt. Tot die tijd denk je dat het wel goed komt, waardoor het van kwaad tot erger gaat. Zo wordt Florijn door de omstandigheden gedwongen om dit te doen. Dat vind ik heel positief, maar het is belachelijk dat het zo lang heeft moeten duren. Maar ja, als hij dit vijf jaar geleden had gezegd, dan was hij in zijn eigen partij neergesabeld en betiteld als asociaal. Nu kan het ineens allemaal. Wat is er dan veranderd?

Jullie inbreng?
“We hebben inderdaad een steentje bijgedragen. Zoals gezegd: waar het uiteindelijk om gaat, is dat het beleid waar wij voor staan wordt uitgevoerd. Op dit vlak kunnen we gelukkig zijn. Datzelfde geldt voor de Rotterdamwet. Wij hebben daar in het begin een fikse slag in gemaakt. Nu die wet door anderen wordt opgepakt, is dat prima.”

(tekst gaat verder onder de foto)

Fotografie Menno van der Meer www.studiokazerne.nl Beeld: Menno van der Meer

Maar ongetwijfeld zijn jullie niet met alles tevreden. Zo heb je het vaak over de reserves die opgemaakt zijn. Hoe zit dat precies?
“Zoals een bedrijf als buffer zijn eigen vermogen heeft, zo heeft de gemeente een reserve, bedoeld voor onvoorziene omstandigheden en tijden waarin het minder goed gaat. De reserves van de gemeente Rotterdam zijn er echter de laatste jaren doorheen gebrand door onverantwoorde uitgaven, zoals het jongerenjaar en het Pact op Zuid. Uit beide is bijna niets voortgekomen. Een ander voorbeeld dat mij aan het hart gaat is het IFR (Investeringsfonds Rotterdam – red). Dat is opgericht om het geld dat de gemeente krijgt bij de verkoop van bezit niet onmiddellijk te verbrassen, want dat bezit had destijds een zeker rendement. De gedachte was dat de opbrengsten van verkopen van de gemeente in het IFR komen, en dat alleen de rente van het bedrag gebruikt mag worden. Het fonds zou in principe een vast bedrag moeten bevatten, maar het is de afgelopen jaren met honderden miljoenen naar beneden gegaan. Op 1 januari 2010 bedroeg de gehele reserve nog €1,5 miljard, dus inclusief het IFR. Inmiddels is dat teruggezakt naar € 900 miljoen.

Maar hoe erg is dat? Het gaat slecht met de economie, dus het is logisch dat de gemeente meer geld uitgeeft dan dat er binnenkomt, toch?
“Als je nu door die reserves brandt, is het de vraag of je de komende jaren kan overleven. Wie weet hebben we het ergste nog helemaal niet achter de rug. Daarom moet je ongelofelijk opletten. Leefbaar Rotterdam waarschuwde daar al bij het begin van de kredietcrisis in 2008 voor. Wij raadden toen aan om buffers aan te leggen om de crisis op te vangen. Daar is niet naar geluisterd, en nu zitten we met de gebakken peren. Het ultieme moment om die puinhoop op te ruimen is bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2014. Dan staan we klaar.”

En wat als het college van Burgemeesters en Wethouders eerder valt?
“Dan is het niet verstandig om als Leefbaar Rotterdam in te stappen. Op dit moment moeten ze de ellende zelf maar opruimen.”

Stel dat in 2014 de PVV ook meedoet in Rotterdam, is Leefbaar Rotterdam dan eigenlijk nog wel nodig?
“Ik denk dat wij helemaal geen PVV zijn.”

Nee? Ronald Sørensen zit voor de PVV in de Eerste Kamer, op de website van Leefbaar Rotterdam wordt het MOE-meldpunt van de PVV verdedigt, et cetera.
“De PVV schiet af en toe behoorlijk uit de bocht. Zo’n kopvoddentaks is natuurlijk bizar. Maar aan de andere kant moet je problemen ter discussie stellen. Neem religies, in dit geval de islam. Wij hebben normen en waarden waar we trots op zijn en eeuwen voor hebben gevochten, zoals de gelijkheid van man en vrouw en heteroseksueel en homoseksueel. Vervolgens stel je vast dat deze niet overeenkomen met de geloofsbelevenis van heel veel mensen, en dat dit potentieel problemen kan opleveren in de maatschappij. Ook dat kon je een aantal jaar geleden amper zeggen. Ik kom zelf uit de tijd (Schneider is geboren in 1962 – red) dat het ter discussie stellen van dogma’s uit religies volkomen geaccepteerd en normaal was. Ik denk zelfs dat je daar in een gezonde maatschappij over moet durven praten en discussiëren. In die zin speelt de PVV een heel belangrijke rol, maar zo’n kopvoddentaks doet de zaak geen goed. Dat is ook helemaal niet hoe Leefbaar Rotterdam is. Zo vliegen wij dat niet aan.”

Heeft jouw komst daarmee te maken? Het valt me namelijk op dat je als de rust zelve oogt, terwijl Pastors vaak verongelijkt en gefrustreerd overkwam.
“Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. Maar laten we wel wezen: de manier waarop je acteert en jezelf presenteert heeft alles te maken met wat je de jaren daarvoor hebt meegemaakt. De dood van Pim Fortuyn, wat sowieso enorm aangrijpend was, raakte Pastors persoonlijk. Vervolgens werd hij wethouder en moest hij verplicht aftreden. Ook dat droeg hij met zich mee en vormde de manier waarop hij in het leven staat.”

Terwijl jij nog een onbeschreven blad in de politiek bent.
“Ja, dat ben ik. Ik ben hier in 2008 ingeschoven, en ik kan je eerlijk vertellen dat ik voor die tijd nauwelijks met politiek bezig was. Ik was gewoon aan het werk. De meeste Rotterdammers weten nog net wie de burgemeester is, en ik neem het ze niet eens kwalijk. Ze stappen ’s ochtends de auto in, rijden de stad uit om te gaan werken, en komen ’s avonds weer thuis. Wat maak je dan verder van de stad mee? Weet jij veel wat er in de politiek speelt. Tien jaar geleden kende ik ook slechts vaag een paar wethouders bij naam.”

Wat was dan het omslagpunt?
“Dat is wel grappig gegaan. Er verscheen namelijk in 2005 plots een parkeermeter voor mijn deur, en toen dacht ik: waar komt die opeens vandaan? Heeft iemand mij wat gevraagd? Het bleek dat de deelgemeente dit had gedaan, die me naar het stadhuis verwees, en dan krijg je het gepingpong. Dat was de eerste eyeopener. Daarnaast zag ik bij de deelgemeente een aantal bestuurders lopen waarvan ik dacht: zijn dít deelgemeentebestuurders? Ze deden vooral hun best om níet met mij in contact te treden, want dat vonden ze blijkbaar heel eng. Dat is bizar, maar goed, ik snapte ook wel dat het maar om een parkeermeter ging, en ik moest, net zoals de gemiddelde Rotterdammer, de volgende dag weer naar mijn werk. Iets later zag ik in de krant een advertentie waarin Marco Pastors himself de lezer aansprak met ‘ben jij zo’n Rotterdammer die af en toe denkt: hé, hoe kan dat? En dan denkt: laat maar? Als je zo’n Rotterdammer bent, doe dan eens gek en probeer vier jaar het verschil te maken.’ Ik dacht toen: hij heeft gewoon gelijk. Waar wacht ik nog op? Ik ben toen begonnen bij Leefbaar Rotterdam, en de rest is history.”

Reageer of deel op Social Media

Tags:crisis, Investeringsfonds Rotterdam, Leefbaar Rotterdam, Marco Pastors, Pim Fortuyn, PVV, Ronald Schneider en rotterdamwet

Sectie: Politiek

kaart: Coolsingel 40
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *