Politiek27 april 2012

Einde etnisch voorkeursbeleid Charlois ophanden

Marleen Heidweiller - We are the world (www.mini-movies.nl) Beeld: Marleen Heidweiller

Deelgemeente Charlois mag van het College Bescherming Persoonsgegevens niet meer verder met registreren van etniciteit. Doen ze dat wel, dan volgt er een dwangsom van maximaal een half miljoen euro. Dit besluit brengt het zorgbeleid van Charlois in gevaar, want dat is juist gebaseerd op etniciteit. Ook andere deelgemeenten in Rotterdam zijn gestopt met soortgelijke projecten. Charlois is daarom naar de rechter gestapt om te procederen tegen dit besluit. Maar waar komt die registratie eigenlijk vandaan? Hoe verloopt het proces? En waarom is de uitkomst vermoedelijk niet rooskleurig voor Charlois?

Onorthodoxe aanpak
Rotterdam werkt sinds 2002 met een stedelijke verwijsindex, de Deelgemeentelijke Organisatie Sluitende Aanpak (DOSA). De DOSA is een systeem waarin hulpinstanties zoals jeugdzorg, politie, basisscholen en kinderbescherming in Rotterdam worden gekoppeld. Als een kind in aanraking komt met een van de hulpinstanties, stelt de DOSA-regisseur samen met andere instanties een passend behandelplan op. In Charlois is deze sluitende aanpak etnisch georiënteerd. Dit betekent dat er specifieke gezinscoaches ingezet worden voor Antilliaanse, Dominicaanse, Turkse, Marokkaanse en Kaapverdiaanse gezinnen. Ook zijn er speciale werkervaringsplaatsen voor Antilliaanse en Marokkaanse jongeren.
De reden voor deze registratie? Volgens Charlois kent elke cultuur zijn eigen problemen. Zo zijn de gevolgen van een verminderd seksueel normbesef in de Afro-Caribische cultuur anders dan de excessen van de timocratische cultuur uit het Midden-Oosten. Toen Eberhard van der Laan nog minister voor wonen, wijken en integratie was, ging hij daarom op werkbezoek in Charlois om deze unieke aanpak te bekijken. Vol enthousiaste verhalen over de onorthodoxe Rotterdamse aanpak kwam hij terug in Den Haag.

Voor Charlois sorteerde deze promotie alleen een averechts effect. Het gaf namelijk ook aanleiding voor het Overlegorgaan Caribische Nederlanden (OCaN) en GroenLinks om te vragen om onderzoek bij het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), de Nederlandse privacywaakhond. Een DOSA-regisseur in Charlois moet namelijk de etniciteit registreren om de juiste coach in te zetten. Laat dat nou net bij wet verboden zijn. Een ‘rasdatabase’ vergemakkelijkt namelijk selectie op basis van etnische voorkeur. Er zijn wel uitzonderingen op dit verbod, bijvoorbeeld als de registratie van het ras leidt tot positieve discriminatie (het zogeheten voorkeursbeleid). Toen Charlois door het CBP op het matje werd geroepen, beriep zij zich dan ook op deze wettelijke uitzondering. Volgens de deelgemeente heft dit beleid de nadelen op die verband houden met de herkomst van de jongere en die leiden tot een achterstand. Daarvoor moeten de betrokken instanties alleen wel weten wat de achtergrond van de risicojongere is, en dus is registratie noodzakelijk. Eén-nul voor ons, dacht Charlois.

Geen cijfers, geen toestemming
Het CBP dacht daar anders over. In april 2010 bleek het CBP het voorkeursbeleidargument van Charlois nog wel plausibel te vinden, mits het het goed onderbouwd was. Charlois moest daarom ten eerste aantonen dat er überhaupt achterstanden zijn, en ten tweede dat deze methode de achterstanden ook daadwerkelijk opheft. Charlois ging daar alleen twee keer nat. Volgens het CBP kon de wijk in Rotterdam-Zuid niet hardmaken dat er etnische achterstanden zijn, afgezien van relatief veel Antilliaanse en Marokkaanse schooluitvallers. Daarnaast kon Charlois op geen enkel vlak aantonen dat de behandelmethode, gericht op het ras van de risicojongere, beter is dan reguliere interventies.

Charlois begreep dit niet. Zo wees de deelgemeente op algemene documentatie die aantoont dat de veiligheid in de wijk juist wél verbetert. Het CBP gaf zich echter niet gewonnen en wees op de zeer strenge voorwaarden die niet alleen uit het Nederlandse recht, maar ook in de internationale en Europese mensenrechtelijke verdragen staan. Het CBP bleef daarom ook in de bezwaarschriftprocedure bij zijn standpunt: ondanks dat de veiligheid en leefomstandigheid in Charlois in de afgelopen 10 jaar is verbeterd, is de relevantie en effectiviteit ten opzichte van een niet-etnische aanpak niet aangetoond door middel van cijfers. De waakhond gaf daarom geen toestemming voor etnische registratie.

Politici Rotterdam: ontstemd
Veel Rotterdamse politici reageerden ontstemd. Zo schreef Aboutaleb in zijn brief aan de gemeenteraad over de uitspraak van het CBP: “Hierin constateren wij een verschil tussen het zoeken naar pragmatische oplossingen voor de complexe problematiek in de hedendaagse samenleving en het volstrekt juridische oordeel van het CBP. Naar ons oordeel bewijst de uitspraak van het CBP de bestaande kloof tussen wetgeving en dagelijkse praktijk.” Ook Charlois is nijdig. Ed Goverde, voorzitter van de deelgemeente Charlois, stelde tijdens de deelraadsvergadering dat het nut van het voorkeursbeleid wél voldoende is aangetoond, maar niet voor het CBP. Oftewel: Aboutaleb gaf de wet de schuld, Goverde gaf het CBP de schuld, en beide partijen gaven in ieder geval niet Rotterdam de schuld.

Pragmatiek gewenst?

Wat uit de situatie duidelijk wordt, is dat er een kloof zit tussen wetgeving en praktijk. De wet is gebaseerd op een empirische wetenschap: analyse van de praktijk. Charlois heeft overduidelijk geen kwaad in de zin met zijn beleid. Het is bijvoorbeeld op geen enkele manier te vergelijken met etnische registraties met een desastreuze afloop, zoals met Joden gebeurde in de Tweede Wereldoorlog. Charlois beschouwt de etniciteit van jongeren in Charlois niet als een risicofactor an sich (‘het is een Antilliaan, dus hij is gevaarlijk’), maar slechts als een indicator voor passende hulp (het ‘is een multi-probleemjongere met een Antilliaanse achtergrond; wellicht kan een coach voor de Afro-Caribische cultuur zijn achterstand op seksueel normbesef opheffen’). Ook hulpinstanties zijn tevreden met het beleid. Charlois begrijpt daarom niet dat juist dit beleid, dat niet verder gaat dan een regulier traject en dus niet discriminerend is, wordt afgeschoten. De gewenste pragmatiek is een sterk argument vóór etnische registratie.

Een argument tegen de toepassing is dat het nut van het voorkeursbeleid niet hardgemaakt hoeft te worden. Dit maakt van de wet die dit voorschrijft een lege huls. Ook de politieke verharding over etniciteit zijn een tegenargument voor de registratie etniciteit. Zo stelde toenmalig einzelgänger Verdonk bij de bespreking van de Charloiskwestie in de Tweede Kamer dat Groepen Marokkaanse en Antilliaanse jongens ongeveer vijftien keer zo crimineel zijn als ‘Nederlandse jongens'(volgens Van der Laan, die niet inging op de Nederlandse identiteit van Antilliaanse en Marokkaanse jongern, lag het werkelijke cijfer op 4). Ook moesten Antillianen zich maar aanpassen, “anders kunnen ze beter verdwijnen.”

Een ander argument tegen etnische registratie is wat abstracter. Verschillende wetenschappers, zoals de socioloog en bedenker van het woord ‘allochtoon’ Han Entzinger, sturen tegenwoordig aan op een probleemgerichte benadering. Hierbij is het ras van ondergeschikt belang. De etnische bril zou afgeschaft moeten worden omdat de derde generatie allochtonen zich meer losmaakt van de familie en opgegroeid is in Nederland. De problemen van jongeren kunnen volgens Entzinger beter ingedeeld worden via factoren, zoals inkomen, werk, schooluitval en zelfgekozen identiteit. Vanuit dat perspectief gaat de etnische registratie ook op wetenschappelijk-pedagogisch niveau nat.

Charlois’ winkansen
Charlois is dus toch naar de rechter gestapt om de uitspraak van de privacywaakhond aan te vechten. Omdat het CBP een overheidsorgaan is, zal de rechter slechts kijken of het ‘in redelijkheid tot zijn oordeel had kunnen komen’. De rechter zal dus niet de vragen over het aantonen van de achterstand en het voorkeursbeleid toetsen, maar alleen of de beslissing van het CBP niet op lariekoek is gebaseerd (de zogeheten marginale toetsing). De positie van Charlois is daarom zwak, gezien het feit dat etnische registratie van Antillianen eerder in de Verwijsindex Antillianen door de Raad van State is afgekeurd. Ook in de Tweede Kamer is besloten om in de landelijke verwijsindex voor risicojongeren etnische registratie te verbieden, uitzonderingsgevallen daargelaten. Deze eerdere verboden maken het lastig voor Charlois om hard te maken dat het CBP onmogelijk tot dit besluit had kunnen komen.

Een beleid waar tien jaar aan geschaafd is en waar jarenlange ervaring en kennis in is gestopt, wordt mogelijk onuitvoerbaar. Of de wetgever in de bres zal springen voor Charlois en alsnog toestemming zal geven? Van der Laan gaf bij bespreking in de Tweede Kamer aan dat hij dat zou doen om het beleid in stand te houden. Nu is hij alleen burgemeester van Amsterdam. Kleine kans dat hij zich nog kan en zal hardmaken voor dit doel.

1 mei vindt de zitting plaats.

Reageer of deel op Social Media

Tags:CBP, Charlois, College Bescherming Persoonsgegevens en etnische registratie

Sectie: Politiek

kaart: Boergoensevliet 83B, 3082 KK Rotterdam, Nederland
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *