Voor de harddenkende Rotterdammer

Leegstand is hot op dit moment. Het VPRO-programma De Slag om Nederland onderzocht de vraag hoe het toch kan dat er zeven miljoen vierkante meter aan kantoorruimte in Nederland leeg staat en dat er nog steeds kantoren worden bijgebouwd? Opvallend is de rol van de lokale politiek in zo’n nationaal probleem. Wethouders en gemeenteraadsleden van kleine gemeenten staan onder druk om de bouw van een nieuw kantoor goed te keuren, omdat de werkgever in kwestie dreigt met vertrek.
In Rotterdam alleen al staat er 500.000 m2 leeg. Zelfs in hartje centrum hebben we hiermee te maken, aan het Weena, zo’n beetje de meest prominente straat van de stad, staat maar liefst twintig procent van de kantoren leeg. Er liep zelfs een rechtszaak over: de eigenaar van het Groothandelsgebouw wil de bouw stoppen van het gebouw First Rotterdam aan de overkant van de straat. Zijn eigenbelang is duidelijk: het tegengaan van een inflatie van de kantorenmarkt op de Weena. Maar eigenaar Marius Meurs kaart tegelijk ook een grotere zorg voor de stad aan. De hoofdhuurders Nauta Dutilh en Robeco van First Rotterdam zullen verhuizen uit hun huidige, grotere locaties in de stad. First Rotterdam zal leegstand daarom vergroten. De Raad van State heeft Meurs overigens geen gehoor gegeven en de bouw van First Rotterdam gaat door.
Over deze leegstandsproblematiek maakt Gyz la Rivière op dit moment een niet te missen statement met zijn tentoonstelling Pschorry tijdens het ZigZagCity festival op de achttiende verdieping van de Hoftoren, het oude Shellgebouw dat óók grotendeels leeg staat. Want, wat is het toch een doodzonde dat er alleen kantoren op de Weena zitten. Pschorry is één grote schreeuw om daar iets mee te doen. Hoe kunnen we hier weer een leefbaar gebied van maken? Waarom kun je nergens op het Hofplein een degelijk kopje koffie drinken? Waarom kunnen we die leegstaande ruimtes daar niet voor gebruiken?

Ook in de Hoftoren, 'de laatste erectie van het grootkapitaal', staat veel kantoorruimte leeg. Beeld: Ferry van Steijn | www.ikrotterdam.nl

Wat dat betreft is het op een steenworp afstand van het Weena gelegen Schieblock een schoolvoorbeeld van wat je kunt doen met tijdelijk en creatief gebruik van een pand. Bij het Schieblock bleek wel dat vaak het vergunningenbeleid van de brandweer vaak een beer op de weg was. Dus de vraag is er ook één naar het flexibel omgaan met bestemmingen en vergunning.
Er hangt iets in de lucht, want een recent advies van de Economic Development Board Rotterdam ( EDBR) richt zich ook op de deplorabele toestand van het centrum. In feite sluit het advies zich aan bij het pleidooi van Tim de Bruijn en RTMXL over het verdichten van de binnenstad, dat op Vers Beton te lezen was. Het motto van het advies is simpel: binnenstad, binnenstad, binnenstad. Als de binnenstad aantrekkelijk is, volgt de rest vanzelf.
Het ZigZagCity festival dat nu zijn laatste weekend in gaat, geeft wat dat betreft een prikkelend antwoord op deze discussie door restruimtes, tussenruimtes en achterkanten van de stad te gebruiken als festivallocatie. Als je de binnenstad wilt verdichten, moet je iets met die ruimtes, want geld voor grootschalige stedebouwkundige nieuwbouw projecten is er voorlopig niet. Iris Schutten voerde voor het festival een project uit in de Boomgaardhof, een straat met meer achterkanten dan voorkanten. Zij stelt voor dat we met de bestaande architectuur moeten gaan ‘beeldhouwen’ en de tijd zijn gang laten gaan. Haar project is uit te leggen als een pleidooi voor ‘Griekse toestanden’. Hiermee doelt zij zowel op een creatief gebruik van weinig middelen en een soepele omgang met regels die de kenmerkende gezellige Griekse dichtgegroeide binnenhoven, pleintjes en straatjes tot gevolg hebben, waar we altijd over naar huis schrijven.
Het advies van de EDBR is zeer raak wat betreft het belang van het centrum voor de aantrekkelijkheid van de stad. Toch lijkt de tegenstelling vreemd die zij opwerpen tussen de binnenstad en de achterstandswijken daarbuiten. Om de focus op de binnenstad te leggen, stellen ze voor dat de stad zich minder moet te richten op de achterstandswijken. Het liefst willen ze een bouwstop buiten de ring instellen. Hier kan ik nog wel in mee gaan, want ook de knusse, organische middeleeuwse binnensteden zijn ooit ontstaan door enkel binnen de stadsmuren te bouwen. Als ik even dagdroom zie ik vrije kavels die tegen het Nationale Nederlanden toren aangebouwd worden, zoals er ooit huisjes tegen de Laurenskerk aanstonden.
Toch vraag ik me af of de EDBR ons niet een vals dilemma voorschotelt. Want waar komt het geld vandaan dat naar die achterstandswijken gaat? Put dat wel uit hetzelfde potje als geld dat naar de het verbeteren van de binnenstad gaat? Ook de Kwaliteitssprong Zuid geeft evenveel, zo niet meer, prioriteit aan economie en onderwijs als aan bouwen. Is de tegenstelling wel terecht die EDBR opwerpt? Ik geloof zelf niet zo in of-of, eerder in en-en: Centrum én Zuid zijn beiden belangrijk voor de stad. Daarnaast, op dit moment kan het EDBR advies niet op een slechter moment komen: Rotterdam Zuid begint de gevolgen van de problemen bij Vestia (zeer prominent aanwezig op Zuid) te merken. Het stoppen van bouwprojecten heeft mogelijk zijn aanvang genomen. Mijn advies: niet je handen van Rotterdam Zuid af trekken.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Eeva Liukku

Eeva Liukku

hoofdredacteur

Eeva Liukku (1983) begrijpt niet waarom mensen ergens anders zouden willen wonen dan in Rotterdam, maar heeft wel in Amsterdam wijsbegeerte gestudeerd.
eeva@versbeton.nl

Profiel-pagina
Lees 3 reacties
  1. Profielbeeld van Tim de Bruijn
    Tim de Bruijn

    Daar moet ik natuurlijk op reageren, een paar nuances.

    De leegstand die er is vind je vooral in verouderde kantoorgebouwen, ook in de binnenstad. Zoals de Hofpoort die niet meer voldoet aan de eisen voor deze tijd. Gebouwen die onlangs zijn aangepast aan de eisen van deze tijd, zoals het Groothandelsgebouw en Central Post, zitten grotendeels vol! Afgelopen jaar nog heeft Shell heel veel vierkante meters opgenomen in een van binnen volledig gemoderniseerd gebouw. Hiermee is de leegstand ook lager geworden dan die 20% wat dus een achterhaald cijfers is. Ik geloof erin dat juist het RCD weinig problemen meer zal hebben met grote leegstand zodra de verouderde kantoren zijn aangepakt. Pschorry en Schieblock zijn inderdaad voorbeelden van hoe dat ook kan! Problematischer zijn locaties als Brainpark, daar valt weinig te herontwikkelen en steeds meer bedrijven kiezen toch voor centrumlocaties, mede onder druk van hun personeel die een leuke werkomgeving wensen en bereikbaarheid met OV met de oplopende energieprijzen. Bovendien heeft creatieve herontwikkeling zoals Schieblock of Pschorry daar geen schijn van kans!

    Ik heb het EDBR rapport afgelopen week gelezen en ik zie nergens dat de stad zich niet meer moet richten op achterstandswijken. De focus voor het centrum onderschijf ik natuurlijk helemaal, maar als het om basisvoorzieningen als veiligheid, onderheid, onderwijs etc gaat dan moet dat natuurlijk overal op niveau zijn. Verder zijn de meeste probleemwijken de woonwijken die direct rond het centrum liggen. Het EDBR geeft al aan dat die wijken eigenlijk gewoon onderdeel zijn van het centrum, en moeten worden meegenomen in de verdichtingsstrategie. Ik denk dat het EDBR dus met die focus op de binnenstad niet bedoeld dat problemen in de wijken niet meer moeten worden aangepakt. Wel is het zo dat investeren in die probleemwijken een bodemloze put is als het centrum niet op orde komt. Als Rotterdam tot de ‘verliezende steden in West Europa’ gaat behoren komt die klap het hardste aan in de slechte wijken, daar helpt geen miljard euro tegen!

  2. Profielbeeld van Eeva Liukku
    Eeva Liukku

    Tim, ik doelde op het volgende uit het rapport, pagina 11:

    “De binnenstadsvisie is onderdeel/uitwerking van de overkoepelende Stadsvisie 2030 waarin maar liefst 13 zogenaamde VIP-gebieden worden aangewezen. Inmiddels is de focus verlegd van 13 gebieden naar drie, zijnde Stadshavens, Rotterdam-Zuid en de binnenstad. De vraag is of, met de huidige beschikbare middelen, zelfs deze focus voldoende is en
    niet nog steeds te divers. Het tempo van de afgelopen jaren moet
    namelijk echt omhoog en meer daadkracht is vereist. In de visie
    van de EDBR is het van belang om zo spoedig mogelijk op één plek,
    namelijk de binnenstad, een zogenaamd ‘tipping point’ te bereiken.”

    Ook is het zo in de pers binnengekomen: http://www.rijnmond.nl/nieuws/25-04-2012/edbr-minder-geld-naar-achterstandswijken

    Maar ik snap dat ze hiermee vooral de discussie over het belang van de binnenstad op scherp willen zetten, dat doen ze wel goed. Het voorbeeld van Nesselande als een verkeerde prioriteit in de ontwikkeling van de stad is ook treffend.

  3. Profielbeeld van Tim de Bruijn
    Tim de Bruijn

    Eeva, bedankt voor je reactie. Ik denk dat het meer is dan de discussie op scherp stellen. Ik ben het helemaal eens met EDBR dat miljarden investeren ‘in zuid’ zinloos is als je de binnenstad niet heel snel op niveau brengt. Zonder krachtige binnenstad krijg je die achterstandswijken nooit op niveau. Maar dat wil niet zeggen dat je de basis niet op orde moet hebben in al je wijken.

    Buiten het vele geld dat naar zuid gaat (deels terecht dus) maak ik me ook zorgen om Stadshavens. Daar gaat veel geld en energie naartoe terwijl we nog met een binnenstad zitten die zoveel geld en aandacht vraagt…

Reageren is voorbehouden aan Vers Beton-supporters. Meld je hier aan als supporter of log in.