voor de harddenkende Rotterdammer

Ahmed zit tegenover me. Hij zit, en heeft al een minuut alleen naar de grond gestaard. Zijn hoofd blijft voorover gebogen en zijn blik blijft op oneindig. Op mijn vraag van een minuut geleden, wat ik voor hem kan doen, kwam geen reactie. De enige reactie was dat zijn hoofd langzaam richting de grond kantelde. Sindsdien hebben we elkaar niet meer gezien. Hij zucht een paar keer diep. Het zijn hele diepe zuchten. Zijn hoofd, zijn schouders en armen doen allemaal mee.
Ahmed is inmiddels 5 jaar in Nederland. In zijn geboorteland, Afghanistan, heeft hij de oorlog meegemaakt. Ahmed is daar geslagen, vernederd, een stukje van zijn ziel verloren, en vervolgens op Houdini-achtige wijze ontsnapt aan een regime dat hem liever dood dan levend had gezien. Ahmed heeft een vlucht van duizenden kilometers moeten maken om hier te zijn. Nu zit hij hier tegenover me, en kan ik alleen maar gissen naar zijn gedachten.

Dreigend risico
Dreigend risico

“Kan ik iets voor je betekenen?”, herhaal ik langzaam. Er komt beweging in zijn hoofd, en met dezelfde langzame beweging die zijn gezicht een minuut geleden naar beneden trok, komt dit nu omhoog. Zijn voorhoofd verschijnt als eerste weer helemaal in beeld, en de brede basis van zijn neus komt daarna ook langzaam in weer in zicht. Zijn grote donkerbruine ogen kijken me nu aan, en in de diepte bouwt een traan zich op. Als hij mij weer aankijkt vertrekt de traan langs zijn linkerwang, volgt de lijnen van zijn brede neus, blijft even hangen, en valt dan de oeverloze diepte in. De diepte waarin hij nu al 5 jaar gevangen zit.
Een posttraumatische stressstoornis houdt hem al jaren aan de grond. Het is hem daarom nog niet gelukt om een vaste baan te behouden. In Afghanistan was alles anders. Daar was hij een succesvol ondernemer. Tot alles hem werd afgepakt en er niets van overbleef. Het enige wat hij nog heeft, zijn de herinneringen van tijden dat alles anders en beter was. Zijn psychiater stelt me regelmatig op de hoogte van de kleine stappen die Ahmed maakt. Zo worden de antidepressiva langzaam afgebouwd en lijkt zijn zelfbeeld positiever te worden. Dat zijn stappen die nodig zijn om weer deel uit te maken van de maatschappij.
“De Nederlandse overheid wil me kapot maken.” De toon die de stilte heeft gebroken klinkt verbitterd. ”Ik kan toch niet betalen? Hoe dan, zeg mij dokter? Ik leef van minimumloon, kinderen hebben kleren, die is niet goed, en ik moet 200 euro betalen. Ik ben gevlucht voor overheid daar! Ik kan niet meer vluchten, ik ben moe.” Zijn Nederlands hapert harder naarmate zijn emoties verder oplopen. Hij huilt nu, en zachte hoge klanken begeleiden de tranenvloed die nu op gang is gekomen.
Ahmed is mijn vierde psychiatrische patiënt dit jaar die in tranen tegenover me zit. De eigen bijdrage in de psychiatrie treft mijn patiënten onevenredig hard. Zij, die het in mijn ogen het hardst nodig hebben, worden geslachtofferd door een kabinet dat hart noch geweten heeft voor deze groep. Zij die het niet kunnen betalen, moeten op eigen kracht overleven. Ahmed overleeft al jaren.
Ik twijfel om wat tegen hem te zeggen. Ook ik word er moedeloos van, en voel dat ik dreig meegetrokken te worden in het gevoel wat er in de spreekkamer heerst. Ik wou dat ik kon zeggen dat ik iets voor hem kan regelen, iets voor hem kan doen. Ik kan alleen niets voor hem doen, niets meer dan dat wat ik nu doe.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Nabil Bantal

Nabil Bantal

Nabil Bantal (1979) verhuisde in 2001 naar Rotterdam om daar geneeskunde te studeren. Hij werkt als huisarts en leert Rotterdam elke dag beter kennen door de verhalen van patiënten. Zijn interesses liggen, niet zo verwonderlijk, op het gebied van gezondheidszorg, communicatie en culturele diversiteit.

Profiel-pagina
Lees 5 reacties

Advertentie

Wildlife-film-festival-rotterdam-2018-Adv-Versbeton