Voor de harddenkende Rotterdammer

Het is zomer. Meester Ruud opent de Duimdrop op het Bospolderplein in Bospolder, Delfshaven. Dit is een container van waaruit hij speelgoed aan de buurtkinderen uitleent, in ruil voor een pasje. Drie kinderen komen aanrennen over het plein. “Dag meester!” en “Oh, hij is al open!”, roepen ze. Het drietal wil graag een fiets en een voetbal.
Meester Ruud, die ik heb leren kennen tijdens bezoeken aan het plein voor een onderzoek naar het gebruik van openbare ruimten, werkt al enkele jaren op het Bospolderplein. Veel van zijn collega’s hebben zogenaamde ID-banen (‘Instroom- Doorstroom’), maar treden per 1 april 2013 uit dienst (zie de Verkennende notitie speeltuinen, pdf). De Raad heeft namelijk besloten tot de afbouw van deze banen. Dat betekent dat de subsidie voor het werk van collega’s van Meester Ruud, dat verricht wordt in dienst van Buurt- en Speeltuinwerk Rotterdam, dan stopt. Maar wat doet zo’n Meester Ruud nou eigenlijk?

Kiosk Bospolderplein
Kiosk Bospolderplein

School is net uit en buurtkinderen zijn druk aan het spelen. Moeders zitten op bankjes te kletsen en te kijken. Er zitten ook wat jongens, de grond is bezaaid met zonnepitten. Op het plein zijn twee kleine voetbalveldjes en een basketbalveldje. De kinderen fietsen druk door elkaar heen, maar ze doen ook anderen dingen: voetballen, waveboarden, elastieken, stoepkrijten, ganzenborden en dammen. Aan de randen van het plein staan naast bankjes ook schommels, een glijbaan, een klimrek en de Duimdropcontainer. Naar verluidt heeft zelfs Nourdin Boukhari hier leren voetballen.
Kasia is er ook. Net als de andere keren dat ik haar op het plein zag, speelt ze ook nu weer alleen. Haar moeder zit er zo af en toe ook, net als andere moeders op het plein, maar die is er vandaag niet. Kasia is aan het stoepkrijten en krijgt plotseling de aandacht van drie jongetjes van een jaar of zeven. Ze komen regelmatig op het plein om te voetballen of te fietsen. Er wordt iets geroepen. Meester Ruud komt erbij, en Kasia gaat achter hem staan. Lachend roept ze “Meiste, meiste!”, en terwijl ze op en neer springt, roept ze “Nanana”. De jongetjes liepen eerder weg, maar komen nu terug. “Zij zegt meistoj, meistoj!”, zegt één van hen. “Je moet ‘meester’ zeggen!”, roept het jongetje en hij wijst haar na. Drie andere kinderen op skates komen er omheen staan en lachen haar uit. Het jongetje begint te roepen: “Meistoj! Meistoj!”. De andere kinderen roepen mee en lachen. Als ze wegskaten rent Kasia achter hen aan en geeft een jongetje een duw. Hij duwt haar terug, en een ander gooit een stukje boomschors naar haar. Dan komt Meester Ruud en haalt ze uit elkaar. Kasia gaat daarna nog even door met stoepkrijten. Haar handen zitten onder het stoepkrijt. “Wata”, zegt ze. “Wil je nu je handen wassen? Ben je klaar met stoepkrijten?”, vraagt Meester Ruud. Ze knikt. Hij pakt een bekertje water en giet het leeg over haar handen.
Kasia verstaat en spreekt nauwelijks Nederlands. Ze is een van die kinderen die nieuw is in deze buurt en pas sinds kort in Nederland is. Kasia is Pools en behoort samen met haar ouders tot de Midden- en Oost-Europeaanse arbeidsmigranten die nog niet zo lang in deze buurt wonen. Hun aandeel is groeiende en hun komst maakt de etnisch toch al diverse buurt nog diverser. Kasia probeert mee te spelen, maar lijkt geen aansluiting te vinden. Ze wordt door de kinderen – hier grotendeels geboren, maar met ouders die zelf ook als arbeidsmigranten of kinderen daarvan hierheen zijn gekomen – onder meer uitgelachen om haar Nederlandse taalbeheersing.
Voetballen
Voetballen

Een van de vaste pleinbezoekers is Iliass. “Een hockeystick”, zegt hij tegen Meester Ruud. “Hoe zeggen we dat?”, beantwoordt meester Ruud. “O ja”, mompelt Iliass. “Goedemiddag Meester. Mag ik een hockeystick?”. Dat is de regel van Duimdrop: netjes vragen. Iliass en zijn vrienden dragen skeelers en spelen straathockey. Na een paar minuten komt een van de jongens uit het groepje van Iliass naar de Duimdrop toegeskate. “Ik zeg toch sorry!”, roept een van de anderen hem na. De jongen heeft een bloedneus en houdt zijn hoofd onder de kraan die aan de container hangt. “Je moet je hoofd naar achteren houden”, weet een van zijn vrienden. Ruud houdt wat keukenpapier tegen zijn neus. “Niet snuiten!”, beveelt hij. “Dat doe ik toch ook niet!”, reageert de jongen. Hij kijkt boos.
En als dat ene jongetje met zijn moeder komt – hij tolkt voor haar – om te vragen of Ruud misschien het zadel op haar fiets iets hoger wil zetten, dan wil hij dat best even tussendoor doen. Maar misschien liever niet, want dat vindt de fietsenmaker in de buurt niet leuk. Ruud zelf vertelt me over andere ouders die het Nederlands ook niet voldoende beheersen en die met brieven van bijvoorbeeld deurwaarders naar hem toekomen om te vragen waar de brief over gaat.
’s Avonds, op momenten dat Meester Ruud weg en de Duimdrop gesloten is, ontstaat er een andere sfeer op het plein. Er zitten dan nog enkele kinderen, terwijl steeds meer jongeren zich verzamelen rond een van de bankjes, hun vaste stek. De kinderen verzamelen zich rond de draaimolen. Ze praten wat met elkaar, zingen Marokkaanse liedjes, en hebben, afgezien van twee fietsen, geen speelgoed bij zich. Later zitten er bij de schommels dan nog drie meisjes van een jaar of negen op het trapje. Een meisje met een hoofddoek draagt een jong kindje, misschien nog een wel baby, op haar arm, en zet dit vervolgens in de kinderwagen naast hen, waarna het kindje zachtjes begint te huilen. Twee jongens spelen met de schommels door ze tegen elkaar aan te laten botsen. Een ander jongetje prikt wat met een takje in de grond rondom de bomen. En afgezien van een man die met zijn dochtertje een gevecht houdt met waterpistolen, zijn er geen ouders op het plein. De meisjes zitten alleen op het trapje en letten op de kleintjes. Verderop zit nog een jongetje, ook alleen.
Dit is het Bospolderplein, waar de kinderen uit de buurt komen en na schooltijd andere kinderen tegenkomen. Het plein speelt zo een grote rol in het leven van bijvoorbeeld Nesrine, die er haar vriendinnetjes Tylissa en Ashley heeft leren kennen. En in het leven van Kasia, die er zowel letterlijk als figuurlijk aan de randen van het plein speelt. Als Duimdrop ’s avonds gesloten is, dan is er niet zo veel meer te spelen, blijkbaar. Dan pak je een takje en prik je ermee in de grond. Uit verveling ga je dan stoeien met de schommels, die je tegen elkaar aan laat botsen. En als oudste let je op je kleine broertje of zusje of nichtje of neefje.
Meester Ruud
Meester Ruud

Meester Ruud ziet zich als toezichthouder en beheerder. Dat is dan ook de officiële rol van de Meesters en Juffen, die bijvoorbeeld tot uiting komt in het helpen van die jongen met de bloedneus en het repareren van speelgoed. Maar in deze omgeving doet Meester Ruud veel meer dan dat. Misschien wel zonder dat hij het zelf echt doorheeft, speelt hij een belangrijke rol in het toegankelijk maken en houden van deze openbare ruimte tijdens de openingsuren van Duimdrop. De openbare buitenruimte van het Bospolderplein met Meester Ruud is een plaats waar kinderen bijvoorbeeld de taal beter leren spreken, omgangsvormen aangeleerd worden, met elkaar leren spelen, en enigszins gereguleerd ruzie kunnen maken. De kinderen komen vaak uit wat grote gezinnen in kleine woningen en zijn voor het spelen grotendeels afhankelijk van dit plein en van Duimdrop. Een toegankelijke openbare ruimte lijkt vanzelfsprekend (‘Iedereen kan daar toch buitenspelen?’), maar dat is het niet. Het gaat hier juist om die kinderen die wel willen, maar zonder hulp van een autoriteit als Meester Ruud geen plekje krijgen en behouden op het plein. Die kinderen dus die er nooit zijn bij het buitenspelen, en die je daarom ook niet mist. Je ziet ze namelijk nooit. Ook gaat het om die kinderen die van huis uit geen speelgoed hebben of meenemen, omdat bijvoorbeeld – zo wordt gezegd – hun ouders daar geen geld voor hebben. En het gaat om die kinderen die zelf geen kind meer kunnen zijn omdat ze continu op hun kleinere broertje of zusje moeten passen. Juist zij zijn enorm gebaat bij de aanwezigheid van een Meester Ruud, die hun de mogelijkheid geeft om zo vrij en speels mogelijk gebruik van te maken van de Rotterdamse buitenruimte. Verder speelt Ruud een rol in de sociale samenhang op en rondom het plein: hij kent de ouders, de kinderen en hun onderlinge verhoudingen, en fungeert als een aanspreekpunt voor van alles en nog wat.
Veel Meesters en Juffen die – net als Meester Ruud op het Bospolderplein – op straten en pleinen een veilige en speelse haven bieden, staan vanaf 1 april 2013 alleen nog figuurlijk op straat. Zo gaat de Verkennende notitie speeltuinen (pdf) over de vraag hoe speeltuinen en openbare speelplekken in de toekomst, met de bezuinigingen boven het hoofd, beheerd moeten worden. Hierin staat onder meer dat de inzet van vrijwilligers (die al dan niet een uitkering krijgen) versterkt moet worden, evenals ‘de eigen verantwoordelijkheid van ouders’. Die ouders zijn er nu ook wel: er zitten altijd wat moeders of oma’s, en bijvoorbeeld de moeder van Giovanni helpt op een zomerse dag mee met het bakken van pannenkoeken. Toch blijkt uit de Sociale Index 2012 (pdf) dat ‘meedoen’ een ‘kwetsbaar aspect’ is in Bospolder, dat ‘capaciteiten, leefomgeving en sociale binding’ ‘problematisch’ zijn, en dat de wijk ‘drie sociaal zeer zwakke thema’s kent: inkomen, taalbeheersing en ervaren binding’. Wat gaat er gebeuren op pleinen als het Bospolderplein, in buurten als Bospolder, als de Duimdroppen sluiten, als Meester Ruud en andere beheerders zoals medewerkers van ToS vertrekken of veel minder aanwezig kunnen zijn?
Bij mijn afscheid bekent Meester Ruud dat hij blij is dat er ook een keer gekeken wordt naar wat zijn werk en dat van vele andere Meesters en Juffen betekent voor de kindvriendelijke stad en haar jeugdige inwoners. Dan gaat hij over tot de orde van de dag: hij geeft een step weg, zet de fiets van Banu weer binnen, en glimlacht naar de moeder van Yildiz.

Voordat je verder leest...

Vers Beton heeft jouw support nodig! Wij kunnen alleen blijven bestaan dankzij support van lezers. Maak jij onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Linda Zuijderwijk

Linda Zuijderwijk

Linda Zuijderwijk (1983) is stadssocioloog, maar noemt zich straatsocioloog. Als promovendus aan de Erasmus Universiteit houdt ze zich bezig met hoe openbare ruimten gemaakt en gebruikt worden, en of en hoe dat samenhangt met maatschappelijke en stedelijke veranderingen. Ze kijkt, luistert, analyseert en geeft ook ongevraagd advies.

Profiel-pagina
Lees 4 reacties
  1. Profielbeeld van Tom
    Tom

    Mooi stuk!
    Goed inzicht over hoe ontastbaarheden, tastbaar worden…
    Dit soort mensen/posities zijn goud waard en is ook investeren in de lange termijn!
    Hopelijk blijft het dan ook niet bij gemeentelijke visies op papier en blijven deze mensen behouden ondanks de bezuinigingen.

  2. Profielbeeld van sunny
    sunny

    Leuk geschreven inderdaad. Niet best dat ook hierop wordt bezuinigd..
    Mijn vraag is dan ook hoe dit soort belangrijke voorzieningen voor “kwetsbare groepen” behouden kunnen blijven met een zich terugtrekkende overheid… ideeën graag!

  3. Profielbeeld van Miki
    Miki

    Mooi stuk. Ik maak mij bijzonder veel zorgen over de kinderen in mijn wijk. Een paar keer ben ik vrijwilliger geweest op een kinderevenement en daar werd ik ook niet optimistischer van. Mijn beeld van de kinderspeelplaatsen is voornamelijk één van schrijnende verwaarlozing door ouders. Er is een overdaad aan dikke schreeuwende agressieve kinderen die op straat socialiseren.

    Tijdens de zomer at ik ‘s middag een ijsje op een bankje aan de speelplaats op het Tidemanplein. Daar hebben kinderen de Duimdrop trouwens in de hens gestoken. Het gaf een armoedig aanblik, een betonnen voetbalveld met daarachter wat speeltuig op groen en oranje kunstgras voor kleinere kinderen. Aan alle kanten wordt de speelplaats omgeven door woningen en een buurthuis waarop uitvergrote gezichten van vrolijke multiculturele kinderen zijn geschilderd. Het leek nog het meest op een psychadelische Benetonreclame. Het soort van reclame waar je om drie uur ‘s nachts wakker van schrikt omdat je wordt achternagezeten door andermans goede bedoelingen.

    De kinderen lieten zich er in ieder geval niet door ontmoedigen. Er was weinig supervisie, er stonden wat dames aan de zijkant maar die hadden meer oog voor elkaar dan voor de kinderen. De kinderen wisten wel raad met de vrijheid. Het tafereel leek nog het meest op Lord of the flies, gemengd met Mad Max en een beetje Ritalin. Ik dacht als ik maar stil genoeg blijf zitten dan laten ze mij wel met rust. Die tactiek werkte. Voor mij was een klein schattig meisje met krulletjes met een stok op het asfalt aan het slaan, als een soort van miniatuur oliepomp. Naast mij werd één van de weinige moeders door één van haar vijf kinderen naar het leven gestaan. Met opengesperde ogen werd de vrouw in een vreemde taal door het jongetje toegeschreeuwd. Mijn ijsje was op en ik vertrok, ik fietste langs de inmiddels ook wegbezuinigde bibliotheek, dat is nu geloof ik ook een (religieus) buurthuis. Ik dacht nog aan het verschil tussen educatie en socialisatie, en hoe een bibliotheek ooit mijn eigen vrijhaven was.

  4. Profielbeeld van Eeva
    Eeva

    UPDATE: Buurt- en Speeltuinwerk Rotterdam meldt dat Meester Ruud uit het artikel mag blijven. Voor Ruud een WSW indicatie aangevraagd en deze is toegewezen.

Reageren is voorbehouden aan Vers Beton-supporters. Meld je hier aan als supporter of log in.