Kunst & Cultuur7 november 2012

Niet lullen maar hakken

Het was halverwege de jaren ’90, en in mijn bovenbouwklas van Jenaplan-basisschool De Blijberg mocht in de middagpauze muziek gedraaid worden op de aftandse ghettoblaster in de hoek van het klaslokaal. Leuk natuurlijk, maar het zadelde de overblijfjuf wel op met de rol van onderhandelaar tussen de diverse 10-, 11- en 12-jarigen die stonden te trappelen met een casettebandje in hun handen. De strijd was steeds hetzelfde: de gabbers tegen de alto’s, dj Paul tegen Nirvana. Het altokamp delfde meestal het onderspit, want we waren maar met z’n drieën, terwijl de gabbers de halve klas achter zich hadden. Diepe haat voelde ik toen tegen de gabbermuziek.

Zo zal iedere Rotterdammer uit die tijd herinneringen hebben aan gabber hebben. Je kon er in de jaren ’90 simpelweg niet omheen.

Gabberbitches
Gabberbitches Beeld: Versluis & Uyttenbroek

De specifieke housestroming die uiteindelijk gabber zou gaan heten ontstond in Rotterdam, en dat was geen toeval. Aan het einde van de jaren ’80 was de house op internationaal niveau doorgebroken naar het grote publiek. Het was de tijd van grote extravagante feesten waar, met wat chemische hulp, in een hippieachtige sfeer de liefde en tolerantie werden gevierd. Niet voor niets werd 1988 omgedoopt tot een tweede ‘summer of love’.

In Nederland was op dat moment Amsterdam de plek waar het gebeurde qua house. Op de feesten werden voornamelijk de vriendelijke, melodieuze mellow- en clubhouse gedraaid. Maar niet iedereen voelde zich daar bij thuis. Jongeren, die na een week hard werken helemaal los wilden gaan, gingen op zoek naar iets wat harder en sneller was. Minder artistiek en flamboyant; terug naar de basis.

Rotterdam was daar de perfecte plek voor. In de stad waarvan bewoners zich graag profileren als nuchter en hardwerkend ontstond een variant op house die ontdaan was van alle opsmuk en een snoeiharde vierkwartsmaat bevatte als recalcitrantie tegen de Amsterdamse arrogantie. Er wordt zelfs beweerd dat de geschiedenis van de naoorlogse wederopbouw weerklinkt in de muziek, en wie naast een bouwput staat waar geheid wordt zal het niet moeilijk vinden die associatie te maken.

Gabber was kaal, heftig en rauw in al zijn verschijningsvormen. De kleding van de gabber voldeed aan een aantal simpele richtlijnen en was ondergeschikt aan de beleving van de muziek. Zij droegen een Australian-trainingspak en Nike Air-gympen omdat je daar het lekkerst en het langst in kon dansen, excuus, hakken. Het hoofd was kaal of opgeschoren zodat je naar je kapsel ook geen omkijken had als het zweet langs je slapen gutste tijdens de urenlange feesten.

Alles bij elkaar leverde dat een uiterlijk op wat vaak als agressief of eng geïnterpreteerd werd. Die associates zijn onlosmakelijk verbonden aan een tegencultuur, waarin het essentieel is om anders te zijn dan de geldende norm. Zie ook de punk, met de gescheurde kleren, veiligheidsspelden en hanenkammen, maar ook de nozems uit de jaren ’50 die het waagden hun haar lang te laten groeien (tot over de oren, jawel!). In zijn heftigheid lokte gabber dan ook sterke reacties uit. Je was voor of tegen. Daartussen viel weinig te vinden.

Gabber zoekt de essentie van populaire cultuur en dansmuziek op. Na gabber is er geen subcultuur meer geweest die zó groot was, en tegelijkertijd zó duidelijk ingekaderd qua stijl en verschijningsvorm. Daarmee is gabber de laatste subcultuur die in het rijtje van de rock-‘n-roll, de hippies en de punk is te plaatsen. En daarom heeft mijn jeugdige haat ten opzichte van het genre plaatsgemaakt voor trots. Bij zijn ontstaan in discotheek Parkzicht en de gigantische feesten in de Energiehal zette gabber Rotterdam namelijk op de kaart van de internationale housescene. Bovendien omhelsde gabber het Spartaanse imago van de stad en zette het om in muziek. Niet lullen maar hakken.

Op 10 november vindt voor de eerste keer See Me Hear Me plaats, een festival in het teken van ‘de synergie tussen beeld en geluid’. Daar wordt, naast veel andere muziekdocumentaires, de film Hard Voor de Hal vertoond. Deze documentaire blikt terug op de Energiehal, heilige grond voor de gabber, en is daarom essentieel voor zowel de liefhebber als de geïnteresseerde leek.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Energiehal, Gabber, Parkzicht en See Me Hear Me

Sectie: Kunst & Cultuur

kaart: blijdorpse polder
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *