Voor de harddenkende Rotterdammer

Van oudsher staat Rotterdam bekend als een stad waar noeste arbeid wordt verricht. Handen uit de mouwen en niet lullen maar poetsen. Door de industrialisering zijn veel bedrijven weggetrokken uit de stad. Inmiddels lijkt dit proces op z’n retour; startende ondernemers, kunstenaars en kleine werkplaatsen vestigen zich in leegstaande panden in arbeiderswijken. Wie zijn de nieuwe makers in Rotterdam, wat maken ze en hoe maken zij het verschil in hun buurt of wijk? De makers van Rotterdam #2: Maurice Specht over de Leeszaal Rotterdam West.
 

“Laten we wel wezen, het is toch ook gewoon lachen dat je dit kan doen? Ik kan doen wat ik leuk vind in de stad waar ik woon en daar verdien ik ook nog m’n boterham aan.” – Maurice Specht.

Enkele maanden geleden verdedigde Maurice Specht zijn proefschrift ‘De Pragmatiek van Burgerparticipatie’. In het voorjaar van 2012 verscheen zijn boek ‘Community lovers Guide to the Universe’ waarin lokale initiatieven van bewoners en sociaal ondernemers in Rotterdam in kaart zijn gebracht (het eerste deel van een serie van 60 alternatieve stadsgidsen). Tegelijkertijd toverde hij samen met zeventig vrijwilligers een oude hamam om tot een Leeszaal en organiseerde er een vijfdaags festival. Maurice is niet iemand die van stil zitten houdt, tegenwoordig zou men het ADHD noemen, zelf heeft hij het liever over hyperactivisme.
In de Leeszaal aan het Rijnhoutplein spreekt Maurice snel maar enthousiast over hoe het allemaal begonnen is: “In september 2011 nam de gemeente het besluit om 15 van de 21 bibliotheken in Rotterdam op te heffen. In diezelfde week waren Joke (van der Zwaard, onderzoeker en buurtbewoner – red) en ik gevraagd een praatje te houden bij de opening van een kleine tijdelijke wijkbibliotheek opgezet door buurtbewoners. Bij ons beiden is toen de fascinatie ontstaan. Joke noemde de sluiting van de bibliotheken een ‘sociale ramp’. In maart 2012 heb ik bij de lancering van de Community Lovers Guide to the Universe een kleine ruilbibliotheek georganiseerd. Hierbij mag iedereen die een boek inbrengt ook een ander boek uitkiezen en meenemen. Op deze manier krijgen boeken en verhalen een tweede leven.”
“Stiekem speelde toen al het idee in m’n hoofd om te kijken of we dat ook op een grotere schaal konden doen. Vervolgens heb ik met Joke gesprekken met buurtbewoners georganiseerd en de vraag gesteld: wat zou een wijkbibliotheek zou moeten zijn? Later besloten we het een Leeszaal te noemen, omdat het echt om een nieuw idee gaat. Uit die gesprekken kwamen een aantal thema’s en ergens riep iemand ‘dat wordt een festival’. Half november 2012 was de Leeszaal 5 dagen dé plek voor workshops, lezingen, voordrachten, schrijvers, lezers, verhalenvertellers en dichters in beweging. Tijdens dit festival werd duidelijk wat een Leeszaal zou kunnen zijn: een publieke ontmoetingsplaats die draait om taal in al zijn mogelijke uitdrukkingsvormen.”

Maurice Specht
Maurice Specht

Er komt een vrolijke man binnen, hij komt een aantal bruine houten caféstoelen ophalen. De ruimte is in vergelijking met een week ervoor kaal en verlaten. De tapijten zijn weg, de post-its van de muur en de mooie letters van de gevel. Alleen de volle boekenkasten verraden dat hier vorige week tijdelijk een Leeszaal was. Het gehele interieur en de duizenden boeken zijn door buurtbewoners en sympathisanten bijeengebracht. Toch zag de Leeszaal er niet uit als een nieuw tweedehandswarenhuis. De diverse zithoekjes en lange leestafels vormden een prettige plek, “dat komt door een vakman als Ruud” verklaart Maurice. Ruud is de architect die betrokken was bij het ontwerp van de Leeszaal, hij heeft onder andere ook het Vlaams Broodhuijs ingericht. “Daar begint alles mee, met een goede visie van een architect,” beaamt de vrolijke man die inmiddels de stoelen heeft ingeladen en vertrekt.
Onvermoeid vertelt Maurice verder. Naast de expertise van een architect zijn er ook andere professionals bij de Leeszaal betrokken, en niet te vergeten Joke en Maurice zelf. “Wij kunnen dit doen omdat we hier wonen, omdat we al langere tijd actief zijn in de wijk en omdat we kunnen voortbouwen op een netwerk dat er al is. Omdat Joke ook de Tussentuin heeft geïnitieerd waren veel mensen in de wijk meteen enthousiast: “Oh leuk we kunnen weer gaan bouwen”. We hoefden niet helemaal van nul te beginnen, zo hebben we dit pand tijdelijk van Woonstad gekregen.” Ook een persoon als Menno Rosier, cultuurscout Rotterdam Centrum blijkt essentieel: “Iemand die je gewoon telefoonnummers kan geven en daarmee processen kan versnellen.” En daarmee geeft Maurice aan dat zonder deze laag van professionals de Leeszaal niet op deze schaal, niet met deze snelheid en niet met deze kwaliteit had kunnen worden uitgevoerd. “De Leeszaal is niet direct in elke buurt te implementeren. Copy-paste is niet mogelijk. Ik snap inmiddels wel beter hoe het werkt en ik kan het proces beter organiseren, maar dat je dit soort ideeën kan uitrollen in elke wijk is een utopie.” Dit initiatief kan dan ook niet worden misbruikt door de gemeente als argument om minder in bibliotheken en welzijnswerk te investeren.
Vogelhuisje met boeken erin
Leeszaal Rotterdam

Van onderzoeker naar ‘activist’
Het wetenschappelijk onderzoek van Maurice wordt bij de Leeszaal in de praktijk getoetst, “Zelfredzaamheid, zelforganisatie, door de Leeszaal kom ik met veel thema’s in aanraking waar ik toch al mee bezig was. Ik praat en schrijf er nu niet alleen over, ik doe het nu ook. Een vraag die terugkomt bij veel burgerinitiatieven is bijvoorbeeld: Hoe ga je om met het verschil tussen professionals en vrijwilligers? Tot nu toe was er (bijna) geen geld voor de Leeszaal dat verdeeld kon worden, daar zijn we nu over aan het nadenken. Wat is de rol van de trekkers? Moet dat vrijwillig? Is daar financiering voor te vinden, en wat moet dat dan zijn? Maar op het moment dat je geld introduceert veranderd ook de dynamiek, waarom de een wel de ander niet. Dat zijn vragen waar altijd over gesproken wordt. Is het broodroof als je iemand wat vrijwillig laat doen? Het zijn hele ingewikkelde vragen die ik nu al doende kan onderzoeken.”
“Het idee bij dit soort dingen is dat ik er geen geld mee hoef te verdienen. Het moet me ook geen geld kosten. Ik was hier vorige week 70 uur. Dat kan ik ook niet elke week doen maar tegelijkertijd ben ik een workaholic. De scheidslijn tussen dingen die ik vrijwillig doe en dingen waar ik m’n boterham mee verdien is er ook niet echt.” Toch zou Maurice zichzelf niet als vrijwilliger omschrijven: “Dat is een label dat allemaal beelden en verwachtingen oproept waar ik mezelf niet in herken. Ik doe dit omdat ik het te leuk vind, ik produceer hier iets, en daar krijg ik niet voor betaald, nou en? Is het vrijwilligers werk? Nee, het is ondernemerschap, investeren in jezelf.
Van festival naar waardevolle plek in de wijk
“Ik heb tijdens mijn studie m’n eigen programma samengesteld. Zo werk ik eigenlijk meestal. Achteraf passen dingen opeens in elkaar. Als je drie jaar geleden tegen mij had gezegd: ‘Je gaat voor jezelf beginnen’ had ik gezegd: ‘no-way!’. Ik kreeg twee tips van een vriendin van me:
1. Schrijf geen bedrijfsplan, dat is zonde van je tijd.
2. Je weet niet langer dan drie maanden van te voren wat je gaat doen, als je daar niet tegen kan moet je niet voor jezelf beginnen.”
En zo is de Leeszaal eigenlijk ook ontstaan: “We zijn gewoon begonnen. Het bezwaar van de hele pop-up beweging is dat het tijdelijk is. Hoe ga je de lessen uit een tijdelijke interventie duurzaam maken? Wat betekent pop-up voor een hele winkelstraat? Dat is een strategische visie waar je als stad over na moet denken. Maar ook de initiatiefnemers zelf moeten daar mee aan de slag. Dat hebben we met de Leeszaal heel bewust gedaan door een festival te organiseren. Dat was bedoeld voor twee dingen: Kun je een Leeszaal voor en door bewoners organiseren? En wat moet het dan zijn? Het festival was in dat op zicht een tussenstap.” Het experiment bleek succesvol. Deze week heeft Maurice van Woonstad de sleutel van het pand gekregen. Vanaf 5 februari 2013 is de Leeszaal van dinsdag tot zaterdag dé plek om rustig de krant, een boek of de Vers Betonsite te lezen onder het genot van een vers kopje koffie. “Vooral tijdens het festival was er veel animo. De vraag is nu: hoe zet je animo om in actie….” Dus voor ieder die tijd, boeken of plannen heeft : “De Leeszaal kan altijd mensen, spullen of ideeën gebruiken.”
Op donderdag 31 januari is de feestelijke opening van de Leeszaal West.
Vers Beton is media-partner van De Makers van Rotterdam, platform voor sociaal ondernemerschap

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Karin van Rooij

Karin van Rooij

Karin van Rooij (1983) is architect, gids bij Rotterdam Archiguides en organiseert bij het NAi de wekelijkse lezingen en debatten. Vanuit haar penthouse in de Lijnbaanflat observeert zij de stad en haar bewoners.

Profiel-pagina
Lees 7 reacties
  1. Profielbeeld van Inge Janse
    Inge Janse

    Erg mooi initiatief. Wel zit ik natuurlijk gelijk in de rats over waar Maurice zijn boterhammen van betaalt.

    Eén zin vind ik erg intrigerend: “Dit initiatief kan dan ook niet worden misbruikt door de gemeente als argument om minder in bibliotheken en welzijnswerk te investeren.”

    Nee? Is dat zo? Natuurlijk is elke wijk uniek en kan dit concept niet zomaar overal toegepast worden. Maar het kan! Dus als er per wijk mensen zijn die dit kunnen en willen, dan is dat toch een prima argument dat een bibliotheek niet per definitie door de gemeente geregeld moet worden?

    (inderdaad, mitsen en maren, tussen droom en daad, et cetera, maar nogmaals: de praktijk bewijst dat het kan, dus waarom dit niet stedelijk uitrollen (mede gefaciliteerd door de gemeente) en zo bibliotheken echt van de stad maken?)

  2. Profielbeeld van Sharon
    Sharon

    Heeft de leeszaal ook iets te bieden voor kinderen van 6-12 jaar, of is het meer iets voor volwassenen?

  3. Profielbeeld van maurice specht
    maurice specht

    @inge, maak je over mij maar geen zorgen. Als je heel veel dingen naast elkaar doet, komt het uiteindelijk allemaal best in orde.

    Het gaat me er om vooral om dat 1) dit soort dingen niet automatisch schaalbaar zijn en dus geen uitgangspunt voor beleid kunnen worden en 2) een burgerinitiatief en de rol van de overheid als een zero-sum game samenhangen. We moeten het dus vooral over een verdeling hebben. Dat neemt niet weg dat we inderdaad een onderscheid moeten maken tussen wat we publieke doelen vinden en de vraag of dit perse door de overheid moet worden verzorgd.

    @ sharon: er is zeker van alles voor kinderen te doen. Zo zijn er straks op woensdagen activiteiten voor kinderen, hebben we twee kinderhoeken met boeken en meer. Dus zeker ook een doelgroep die wat te zoeken heeft in de Leeszaal.
    En bij alles in de Leeszaal geld ook dat als het er niet is, het mensen vrijstaat om het bij en met ons te komen organiseren. Het is tenslotte een Leeszaal voor en door bewoners.

    1. Profielbeeld van Inge Janse
      Inge Janse

      Bedankt. Goed punt. Het is inderdaad zo dat een slechte bestuurder in een reflex kan denken dat alles wat via een burgerinitiatief geregeld kán worden, ook door burgers geregeld móet worden. Dat is zeker iets om voor te waken.

      Ik ben trouwens net overgestapt naar een ereader, en wil boeken weggeven. Kan/mag dat?

      En als laatste een detailvraag: waarom is het leeszaal west als de leeszaal in het centrum ligt?

  4. Profielbeeld van Henk de Vries
    Henk de Vries

    Ik weet niet wat een cultuurscout is en wie hem betaalt. Ik herken echter wel zijn functie als enabler. Die is essentieel in het faciliteren van mensen met de energie en motivatie om van hun eigen wijk of hun passie iets te maken waar het grotere geheel beter van wordt. Zonder deze hulp verdwijn je in een moeras van procedures en instanties. Aan de gemeentekant biedt het ook een vertrouwd gezicht en kan de zoveelste “kunstenaar” die een project wil opstarten waar de gemeente(ambtenaar) niks van begrijpt ook nog een beetje worden bijgestuurd. Zie de functie als smeermiddel.

    Ik hoop dat de gemeente mensen zoals Menno Rosier koestert om dit soort initiatieven tot een succes van/voor iedereen te maken.

  5. Profielbeeld van Menno
    Menno

    Dank voor de mooie woorden Henk! Je hebt zonder het misschien te weten heel goed verwoord wat een cultuurscout doet.
    Wij zitten in alle deelgemeenten van Rdam en ondersteunen bottom-up projecten als De Leeszaal Rdam West met informatie, advies en projectondersteuning. Wij stimuleren de inzet van kunst en cultuur in de wijken van Rdam, daar waar het bijdraagt om de participatie, leefbaarheid en sociale cohesie in de buurt te versterken. In praktijk komt dat inderdaad vaak neer op mensen bewust maken wat er om hen heen allemaal nog meer gebeurd, bij wie of wat zij zich aan kunnen sluiten of waar zij in de stad terecht kunnen voor de ondersteuning die zij nodig hebben. Meer info: http://www.sbaw.nl/cultuurscouts/scouts en http://www.culturelekaartrotterdam.nl

Reageren is voorbehouden aan Vers Beton-supporters. Meld je hier aan als supporter of log in.