voor de harddenkende Rotterdammer

Donderdag 23 mei verzorgt socioloog Willem Schinkel de Rotterdam Lezing, die jaarlijks georganiseerd wordt door Studium Generale & Erasmus CultuurErasmus Podium en de Faculteit der Sociale Wetenschappen. In de lezing geeft Schinkel een kleine sociologie van de stadsliefde waarin Rotterdam centraal staat. Is het eigenlijk wel mogelijk om te houden van eens stad die er uitziet als een winkelcentrum? Vooruitlopend op de lezing sprak Vers Beton alvast met Willem Schinkel over winkelcentra, harteloosheid en stedelijk chauvinisme.

Willem Schinkel
Willem Schinkel

U hebt veel geschreven over het integratiedebat en sociale hypochondrie. Speciaal in Rotterdam zijn dit erg relevante onderwerpen. Waarom houdt u dan nu een lezing over stadsliefde?
Omdat de sociologie van de liefde een professionele hobby van me is. Dat is eigenlijk het gevolg van mijn dissertatie. Die ging over geweld, en na vier jaar met geweld bezig te zijn geweest, had ik behoefte aan een ander soort thema. Dus heb ik me verdiept in de sociologie, filosofie en de geschiedenis van de interpersoonlijke liefde.
Heeft u het idee dat de stadsliefde aan het groeien is? Je ziet de laatste tijd namelijk steeds meer winkels en merken in Rotterdam die de stad verheerlijken. De kleding van 010 isn’t just a code bijvoorbeeld, of Groos, waar men ‘producten van Rotterdam waar je trots op kan zijn’ verkoopt. Houden we meer van onze stad?
Die hang naar ‘lokaliteit’ is niet typisch Rotterdams, maar paradoxaal genoeg iets heel internationaals. In een geglobaliseerde wereld creëert het een gevoel van overzichtelijkheid. En bovendien heeft het allerlei ecologische voordelen. Daarnaast is trots voor de plek waar je woont weer helemaal in. Er is een nieuw stedelijk chauvinisme dat met de hang naar het lokale gepaard gaat.
Terwijl u zich in uw 14 mei lezing juist lijkt af te zetten tegen het nieuwe Rotterdam. En dan met name tegen het in het ‘Binnenstandsplan 2008-2030’ geformuleerde ideaal van de city lounge. U noemt dit een voortzetting van de leegte en het doelloos hangen dat de Rotterdamse binnenstad kenmerkt. Waarom bent u hierover zo cynisch?
Omdat het een karikatuur van de stad maakt, waarin slechts vermaak centraal staat. Dat is het echte leven niet, dat is een simulatie van het leven. Volgens de Franse socioloog Jean Baudrillard verandert de stad zo in een Disneyland, een moreel geneutraliseerde ruimte waar geen vuiltje aan de lucht is. De werkelijkheid van het stadsleven wordt zo ingeruild voor een fictie van vermaak, waarbij we gaan geloven dat de fictie werkelijkheid is en andersom. Bovendien is de Disneyland-stad slechts toegankelijk voor een middenklasse die de entreeprijs letterlijk en figuurlijk kan en wil betalen. Iets van dit cynische ideaal vinden we zeker terug bij de beleidsmakers en ontwikkelaars van Rotterdam.
Wat is dan de betekenis van het stadshart voor Rotterdam?
We hebben in Rotterdam vooral aandacht voor het gebrek aan hart, voor het verloren hart. Dat is een alibi geworden voor steeds nieuwe herstructureringen en steeds nieuwe bouwprojecten in de stad.
Kan die Rotterdamse ‘harteloosheid’ ook nuttig worden ingezet?
Jazeker, door het te zien als de onbepaaldheid en de openheid van de stad. Dat past bij een publieke ruimte, die per definitie open en nog niet ingevuld moet zijn, en die dus ook niet door een partij of functie geclaimd mag worden.
De Rotterdam Lezing vindt plaats op donderdag 23 mei om 20.00 uur, in de Citykerk Het Steiger. Toegang is gratis, reserveren wordt aanbevolen.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Ivan Thung

Ivan Thung

Ivan Thung (1988) studeert Bouwkunde en Wijsbegeerte. Daarnaast werkt hij als gids bij Rotterdam Archiguides en als redacteur bij B Nieuws. Hij is opgegroeid in Rotterdam en woont nu in Delfshaven.

Profiel-pagina
Nog geen reacties