voor de harddenkende Rotterdammer
Schaakbord
Het Schaakbord in de Centrale Bibliotheek Beeld door: beeld: Menno van der Meer

Terwijl het buiten regent dat het giet, spelen Ivan (75) en zijn maat een partijtje schaak op het levensgrote schaakbord in de entreehal van de bibliotheek. Op de bankjes rondom het schaakbord zitten de andere spelers geduldig op hun beurt te wachten, de blikken strak op het spel gericht. Nieuwsgierige passanten slaan hen gade. Naarmate het spel vordert verplaatsen de stukken zich steeds sneller over het bord. Ivan’s tegenstander schuift zijn Koning nog wat heen en weer, maar eindigt uiteindelijk toch schaakmat. Zonder er verder nog woorden aan vuil te maken, staat het volgende tweetal op en worden de stukken terug in de startpositie gezet. Woorden lijken hier overbodig. De schakers spreken talen die ik niet thuis kan brengen. Vaak kunnen de heren elkaar nauwelijks verstaan, maar niemand die zich daar druk om maakt. Let’s talk chess!
Beveiligingsman Peter houdt het schaaktafereel goed in de gaten. Soms kan het er namelijk verhit aan toegaan. “Je ziet hier eigenlijk elke dag dezelfde mensen, voornamelijk mannen”, vertelt Peter. “De meesten van hen zijn hier vanaf openingstijd tot sluitingstijd. Anderen komen pas rond het middaguur, maar blijven tot laat.”

Schaken op de stoep

Ivan is inmiddels naast me op het bankje komen zitten. Hij haalt zijn zakje met boterhammen tevoorschijn en in moeizaam Nederlands begint hij een gesprek. Ivan komt uit Bosnië en heeft het grootste deel van zijn leven in het leger gezeten. Eind jaren ’90 kwam hij naar Rotterdam en sindsdien woont hij in Crooswijk. De grote bieb is zijn tweede thuis. Ivan is één van de mannen waar Peter het over had: hij komt hier namelijk al jaren. Dag in, dag uit. Schaken kan hij dan ook als de beste. Ivan klopt zichzelf triomfantelijk op de borst en begint te lachen. Dan vervolgt hij op serieuzere toon: “Toen ik klein was, een jaar of 11 denk ik, moest ik elke dag met de trein naar school. Heen en terug. Daar, in die trein, elke dag weer, heb ik leren schaken.” Ivan keert even in zichzelf bij de herinnering. “En dan kwamen we bij onze halte, maar was het spel nog niet uitgespeeld. Dan gingen we op het perron gewoon verder. Gewoon op de stoep!”
Met Ivan aan mijn kant ontdek ik dat de meeste mannen op en rondom het schaakspel uit Bosnië komen. In veel Bosnische families speelde schaak een cruciale rol in het dagelijks sociaal leven. Ivan: “De mannen zaten de hele nacht te schaken, zelfs als de kinderen en vrouwen allang naar bed waren!” Hij grijnst ondeugend. “Dan kwamen de vrouwen ’s morgens uit bed, …en zagen die mannen daar nog steeds schaken!.”

Altijd boos

“Sssht!!” De man op het bankje tegenover ons begint woeste gebaren te maken. Ivan haalt zijn schouders op. “Aah hij daar, Servisch! Die is altijd boos!”, verklaart hij het gedrag van de brombeer. “Hij heeft zijn hele familie verloren in de oorlog. Allemaal dood.” Ik laat het even bezinken. Ik geloof dat ik ook boos zou zijn. Ivan maakt een wegwuif gebaar naar de Serviër en roept daar iets bij dat ik niet kan verstaan. “Wat zei je nu tegen hem?”, vraag ik daarom. Ivan begint weer hartelijk te lachen en mompelt iets over ‘vergeten’ en ‘nationalistisch’.
Het tafereel rondom het schaakspel doet gemoedelijk aan, maar hier schuilt een hoop pijn. De meeste mannen zijn gevlucht voor de burgeroorlog in Bosnië en zijn zodoende in Nederland terechtgekomen. Nog altijd wensen veel van de Bosnische Serviërs onafhankelijkheid van hun gebied in Bosnië-Herzegovina en aansluiting bij Servië. Veel van hen zijn volgens Ivan ‘altijd boos’. Schaken lijkt voor deze mensen een uitlaatklep en gelijktijdig een afleiding van alle zorgen en pijn. Het spel vereist scherpe aandacht en concentratie. Tijdens het schaken kun je simpelweg alleen maar met het spel bezig zijn.

“Aanraken is zetten, en loslaten is gezet”

Er schuift een Nederlandse man aan. Laten we hem Nico noemen. In een versleten boodschappenkarretje vervoert hij zijn hele hebben en houwen. Het meisje naast hem schuift ongemakkelijk heen en weer en staat uiteindelijk toch maar op. Nico lijkt het niet te merken, of het deert hem niet. Met één hand houdt hij zijn karretje stevig vast en de andere hand omklemt zijn lange baard. Hij houdt zijn blik op het bord gericht en knikt erbij alsof hij het spel doorgrond heeft. Meespelen? Hij kijkt wel uit. De laatste keer dat Nico meespeelde raakte hij verwikkeld in een hevige ruzie. Peter kan zich deze consternatie nog levendig voor de geest halen. “Nico wil de officiële regels van het spel volgen. Aanraken is zetten, en loslaten is gezet, vindt hij. De andere schakers nemen het vaak niet zo nauw met die regels.” Sindsdien is Nico alleen nog toeschouwer.

Emotionele waarde

Dat het schaakbord in de grote bieb emotionele waarde heeft, bewijst het verhaal van Harry Hoek. Hij ontwierp in 1996 een Rotterdams schaakspel, met de Zwaan als Koningin, de Euromast als Koning en de Kubuswoningen als pionnen. In 2005 bracht hij een abstracte versie van zijn schaakspel in tafelmodel en XL-versie op de markt. De XL-versie werd in de hal van de grote bieb geplaatst, ter vervanging van het oude schaakspel. Prachtig, vond Harry, maar de gevestigde schakers konden er maar moeilijk aan wennen. Boze brieven en klachten werden bij de directie gedeponeerd, waaruit bleek dat de spelers niet met het nieuwe spel uit de voeten konden. De boodschap was duidelijk: wij willen ons oude bord terug. Na een jaar gaf de organisatie zich gewonnen en vandaag de dag spelen de schakers weer op hun oude bord.
Prima, vinden de schakers. Het ‘oude’ bord bestaat uit losliggende zwarte en witte vlakken met eenvoudige schaakstukken. De vlakken zijn wat verschoven. “Die moeten ze eigenlijk weer recht leggen”, vindt Ivan. Verder lijkt het hem allemaal niet te deren. Of je elkaar nou wel of niet kunt verstaan, …of je nu Bosniak, Kroaat of Serviër bent. Let’s talk chess!

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Karin Koolen

Karin Koolen

Karin Koolen (1983) is geboren en getogen Rotterdamse. Journalist en cultureel antropoloog. Karin schrijft over mensen en gebeurtenissen, ver weg en dichtbij. Grote verhalen krijgen voor haar betekenis aan de hand van het kleine. Echte verhalen over echte mensen dus.

Profiel-pagina
Lees één reactie