Human interest13 maart 2014

Hoe de Provenier won van Perron 0

Het Centraal Station heropent, en dus heropent Vers Beton het collectieve geheugen. De invloed van het twintig jaar geleden gesloten Perron 0 is namelijk nog lang merkbaar gebleven in de achterliggende wijken. Ook de Provenierswijk kreeg het zwaar te verduren. In een lang en soms moeizaam proces van geleidelijkheid heroverden de bewoners hun wijk op de verloedering.

Baljuwplein
Baljuwplein Beeld: Esther Lankhaar

Baljuwplein, maart 2014. Paarse krokussen piepen tussen het schamele gras door. De ondergrond is drassig door de vele kindervoetjes die er dagelijks overheen draven. De voetbal dreunt de hele dag door tegen de metalen afbakening van het trapveld. Bso-kinderen schommelen, klimmen, spelen tikkertje en balanceren op de Baljuwelen. Jonge ouders laten wankele dreumesen uit tussen de speeltoestellen, dik ingepakt ondanks de zon die aan warmte wint. Scholieren hangen lachend, rokend en append op en over elkaar heen. Buurtkater Bram bedelt om aandacht en kopt iedere hand die zijn zwarte vacht wil aanraken.

Precies zo was het Baljuwplein, in het hart van de ‘Hoevekant’ van de Provenierswijk, bedoeld toen de toenmalige bewonersvereniging in de jaren zeventig ageerde tegen de geringe hoeveelheid speelplekken voor jonge kinderen. Al in 1974 voerden de ouders van toen in de beste traditie van dat decennium ‘aktie’ om meer ruimte op te eisen voor hun kinderen. De kleintjes, die moesten terecht kunnen op het Baljuwplein. Dat was toen een met prikkeldraad en doornstruiken omringde Bermudadriehoek van inactiviteit. Onverlicht, onzichtbaar, onpraktisch, kortom: onaantrekkelijk.

Emmer water

Die onaantrekkelijkheid kwam begin jaren negentig tot een dieptepunt. Perron 0, het terrein naast Centraal Station waar heroïneverslaafden sinds 1987 methadon kregen, verhuisde van de voorkant van het centraal station naar het uiteinde van het fietstunneltje. Toen de NS in 1992 ook nog besloot het station ’s nachts op slot te gooien, kwam er een toevloed aan junks op gang, die dankbaar gebruikmaakten van de halfopen portieken in de Harddraverstraat, de Walenburgerweg en het Baljuwplein. In hun kielzog namen ze een hausse aan criminaliteit en viezigheid mee – alleen al het aantal woninginbraken steeg in de periode 1990-1994 met 200 procent. Bovendien gebruikten drugsrunners de wijk als jachtterrein. Junks rolden op weg naar hun volgende shot portemonnees van voorbijgangers en tikten met regelmaat een autoruit in. In de portieken werd gepoept, gespoten, gebloed, geneukt en geslapen.

Christina Bulk verhuisde drie maanden voor de sluiting van Perron 0 van haar boerderij in Drenthe naar een portiekwoning in de Harddraversstraat. “Ik wist niet wat ik zag. Mijn overbuurman, vader van drie kleine kinderen, begon de dag door iedere ochtend een emmer water zijn portiek in te gooien, om de junks en hun rotzooi te verdrijven.”
Zelf had ze niet zo’n last van drugsgebruikers en ging ze rustig – bij gebrek aan eigen buitenruimte – op een bankje aan de Spoorsingel een boek lezen. “Wel zag ik iedere dag gerolde portemonnees, spuiten en gebruikte condooms op straat liggen. En er lagen iedere nacht wel een paar zwervers te slapen op de bankjes van het Baljuwplein. Maar ik heb me daar nooit wat van aangetrokken. Als ze rotzooi maakten, sprak ik ze daarop aan. Dan kreeg ik hooguit een ongearticuleerde snauw terug. Onveilig heb ik me nooit gevoeld. Ik hield mijn tas dichtbij, stak een paraplu onder mijn arm en ging naar buiten wanneer ik wilde. Dat doe ik nog steeds trouwens.”

Wijkveiligheidsmeter

Bulk was dan niet het type om hardop en luid te klagen, veel wijkgenoten lieten wel hun stem gelden. Dat deden zij onder andere via de bewonersvereniging, die in 1993 een handtekeningenactie organiseerde tegen de nachtsluiting van het station. Maar liefst 1.564 van de 2.250 huishoudens ondertekenden de lijst. Het is diezelfde bewonersvereniging die in 1996 een wijkveiligheidsmeter in het leven roept. Huis aan huis vragen verenigingsleden wijkgenoten naar hun mening over veiligheid, drugsoverlast, zwerfvuil en achterstallig onderhoud. Eerste rapportcijfer: 5,5.
Marianne de Kool zit al jaren in het bestuur van de bewonersvereniging. Over het effect van al die acties is ze nuchter. “Heeft onze inzet de wijk verbeterd? Nee, dat kun je niet zo zeggen. Maar het hield en houdt achteruitgang tegen. En verder hebben we het nooit alleen gedaan. Zonder de wijkbewoners, de deelgemeente of de wijkagenten waren we nooit zover gekomen.”
Eén van die wijkagenten was Stipo Jovic, althans in 1999. In de vier jaar dat hij in de Provenierswijk werkte, ruimde hij duizenden spuiten op, sloot drugspanden, en dwong hij met zijn resolute, maar menselijke optreden respect af bij bewoners, drugsrunners en junks. “Ik was de sheriff daar in het dorp, klaar. Gewoon luisteren. Ook al had zo’n runnersgassie van 14 jaar oud meer geld op zak dan ik in een maand verdiende.”

Binnenkant vuilniszak

Klachten van bewoners handelde hij vol in het zicht af, met mededogen voor beide partijen. “Een slapende junk kan ik wel wegjagen uit een portiek, maar wat dan? Dan vertrekt ‘ie naar een volgende. Vaak nam ik zo’n slaper mee naar het bureau aan de Walenburgerweg. Even douchen, een paar uur slapen, ’s ochtends wat peuken mee en hop, de straat weer op. Dat mocht niet van iedere chef, want de politie is geen Leger des Heils, maar ik vind: die junk is ook een burger. Daar werk ik ook voor. En als je ooit zo’n drugspand van binnen hebt gezien… Dat is leven aan de binnenkant van een vuilniszak. Niemand kiest zo’n leven voor de lol.”
Voor de junks kwam er een spuitomruilproject bij het politiebureau. Bewoners die Jovic belden om de vondst van een gebruikte spuit te melden, kregen te horen dat ze ook zelf – met beleid, dat wel – het ding in de prullenbak konden gooien. Als een groep bewoners besloot om met z’n 44-en hun hond uit te laten op een plek waar veel junks zich verzamelden, juichte de wijkagent dat toe. “Maar ik zei er ook bij dat ze hun hondenpoep zelf op moesten ruimen. Anders kregen ze na één waarschuwing een prent. Daar ben ik vrij humorloos in.”

Scannende ogen

Het opruimen namen de Proveniersbewoners serieus. Zo was de Harddraverstraat al in een vroeg stadium bezig met opzoomeren én opwinteren. Straten, portieken en het Baljuwplein kregen met steun van de gemeente meer en betere verlichting. De struiken rondom het Baljuwplein werden gekortwiekt. Bloembakken en perkjes werden gevuld met groen. Ook Christina Bulk nam de bezem ter hand. “Dat zag ik niet als andermans rommel opruimen. Meer als een manier om leuke contacten op te doen, want dat was het: gezellig.”
Langzaam verdwenen de junks met hun ingevallen wangen en scannende ogen uit het straatbeeld. Dat ze ergens anders in de stad weer opdoken, het waterbedeffect, vond Jovic een noodzakelijk kwaad. “Daar ben je als wijkagent best egoïstisch in. Mijn wijk was schoon, daar ging het me om.”

Schoon, heel, maar grauw

Schoner, maar mooi? Nee, dat kon Tom Warnik van de deelgemeente Noord niet zeggen toen hij in 2001 beheercoördinator werd in de Provenierswijk. Zijn taak: de wijk schoon, heel en veilig houden. “De buurt was destijds aan het opkrabbelen. Foute-boelpanden waren er niet meer, maar het was wel een stuk grauwer dan nu.” De herinrichting van het Baljuwplein kwam uit zijn koker, want: “Ik vond het er onaantrekkelijk uit zien. De beplanting kon een stuk spannender en leuker.”
Warnik regelde in samenspraak met de bewoners een voetbalkooi, met een net eroverheen zodat de ballen niet op straat belandden. Er kwamen nieuwe speeltoestellen met nieuwe matten eronder. De bankjes werden verplaatst. Er werden krokussen geplant, gras ingezaaid en er kwam een kunstwerk, de Baljuwelen, van de lokale kunstenaar Albert Kramer. “Heel concreet inderdaad. Ik houd niet van alleen maar praten, ik doe liever iets aan de situatie”, zegt Warnik.
Met de speeltoestellen en de voetbalkooi keerde de jeugd terug op het plein, zoals dat in 1974 al de bedoeling was. De bso op de hoek gebruikt het Baljuwplein tegenwoordig als buitenruimte, Thuis Op Straat is er regelmatig te vinden en de buurtjongens en –meisjes beschouwen het plein als hun terrein.

Prima rapportcijfer

Ook al wordt er links en rechts wel eens geklaagd over hangjeugd of geluidsoverlast en duikt er af en toe weer eens een heroïneroker op in een portiek, het is tegenwoordig prettig wonen in de Provenierswijk. Zo scoort de buurt in de Veiligheidsindex nu redelijk hoog. In twaalf jaar tijd steeg het cijfer, samengesteld uit objectieve data van de politie en subjectieve van de bewoners, van een 6 in 2001 naar een 7,4 in 2013. En dat is een prima rapportcijfer, als je het Tom Warnik vraagt. “Dat zou ik de wijk zelf ook geven. Het is echt een leuk gemengde wijk met precies genoeg sociale controle en samenhang.”
Ook Stipo Jovic zag in zijn laatste jaar als Provenierwijkagent vooruitgang. “De overlastklachten veranderden van aard. Kregen we klachten over de eenden in de singel, die gepest werden. Of overvoerd. Ja, dan weet je: het ergste is achter de rug.”

Reageer of deel op Social Media

Tags:Baljuwplein, centraal station, opzoomeren, Perron 0 en Provenierswijk

Sectie: Human interest

kaart: Baljuwplein 13-14, 3033 XB Rotterdam, Nederland
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *