Arm Rotterdam18 juni 2014

Arm Rotterdam: De Sociale Dienst in vijf vooroordelen

In Rotterdam wordt wat afgekankerd op de Sociale Dienst. Waar de één vindt dat er niet genoeg gebeurt om de ‘uitkeringslijers’ te korten, vindt de ander dat de ‘heksenjagers’ aldaar alleen maar bezig zijn met het wippen van armlastigen. Zoals altijd ligt de waarheid in het midden, ontdekte Feyza Albayrak.

Profiteurs?
Profiteurs?

Tijdens mijn opleiding droomde ik van een succesvolle carrière in de reclame. Tegen het einde daarvan besefte ik dat ik al blij moest zijn met een baan, wat voor baan dan ook. Stiekem bleef ik hopen op een glansrijke toekomst. Mijn huidige dagelijkse realiteit is dat ik vrijwilligerswerk doe voor een lokale omroep en dat betaald werk vinden steeds meer een fata morgana wordt.
Het laatste wat een ambitieuze dertiger als ik wil, is aankloppen bij de gemeente voor een uitkering. Toch ben ik net als veel Rotterdammers op dat punt beland en dat valt zwaarder dan ik dacht.

Een week na mijn aanvraag voor een bijstandsuitkering via internet sta ik in de rij bij de informatiebalie voor mijn intakegesprek. De dag des oordeels. Met lood in mijn schoenen en mijn hart kloppend in mijn keel sta ik in de rij. Ik weet niet waarom ik zenuwachtig ben. Dat ik er tegenop zie, is logisch. Het lijkt een sollicitatiegesprek, minus het enthousiasme. Op de een of andere manier zegt dit iets over wie ik ben als persoon. Namelijk: dat ik gefaald heb. En ik heb er totaal geen invloed op.
De baliemedewerker kijkt me vragend aan. Ik geef mijn naam door en het tijdstip van mijn afspraak. Ze kijkt haar schema na, maar daar kom ik niet op voor. Net wanneer ze me weg wil sturen, zegt een collega achter haar dat iemand anders mij wellicht kan helpen. Gelukkig, een beetje flexibiliteit.
Na kort onderling overleg word ik toch geholpen. Deze medewerker denkt mee, geeft tips voor de rest van mijn aanvraag. Ik ben aangenaam verrast. Dit had ik niet verwacht.

Het uitgangspunt aan beide kanten lijkt wel dat we elkaar gaan benadelen. Dat betekent dat we elkaar niet vertrouwen. Hoe kunnen we elkaar dan helpen? Ik besluit mijn eigen vooroordelen te ‘toetsen’. Een medewerker van de sociale dienst reageert op vijf veelvoorkomende vooroordelen. Deze medewerker van de gemeente Rotterdam, cluster Werk en Inkomen, want zo heet dat nu, wenst anoniem te blijven. We noemen haar Maria.

1. De Sociale Dienst is op heksenjacht

Ik had me schrap gezet voor controle. Veelvuldig, intensief en indringend. Maria: “De regels van de bijstand zijn verscherpt, de controle is dus inderdaad strenger. Bijstand is voor mensen die bijvoorbeeld zelf nog geen vermogen hebben. Mensen met vier woningen in het buitenland horen hier geen bijstand te krijgen, ook de Belastingdienst en woningbouwverenigingen zijn daar strenger op gaan letten. Als we ze pakken, zeggen ze dat dat onterecht is of dat ze niet wisten van hun buitenlands kapitaal.”

2. De digitalisering is doorgeschoten

Dat alles digitaal gaat en je niemand ziet voor het maken van een inspanningsplan, vond ik een ramp. Anderen vinden het juist fijn dat de aanvraag op afstand kan. “Voor ons is de digitalisering een zegen”, zegt Maria. “Alles dat binnen komt, wordt geregistreerd. Zo kunnen we post zo goed mogelijk beheren. Maar het blijft mensenwerk en mensen maken fouten. Hoe goed de gemeente ook over dit systeem heeft nagedacht, waterdicht is het niet. Het wordt continu verbeterd.”

3. De Sociale Dienst discrimineert

Ook daar heeft Maria een stevig weerwoord: “Degenen die zeggen dat ze gediscrimineerd worden, zijn mensen die geen uitkering kregen of die gekort zijn omdat ze niet willen werken. Wie kan werken, moet ook werken, wat voor werk dan ook. Want dat moet als je bijstand ontvangt, of het werk nu past bij je capaciteiten of niet. Er is genoeg werk, maar het is werk dat niemand wil doen. Juist dat werk wordt aangeboden, als tegenprestatie voor de bijstand.”
Ook ik heb ervaren dat de Sociale Dienst in ruil voor die uitkering een en ander van me verwacht. Samen met ‘mijn’ Sociale Dienst-medewerker heb ik een inspanningsplan gemaakt. Hierin staat dat ik binnen drie weken vijf keer per week moet solliciteren, twee open sollicitaties verstuur, mij inschrijf bij vijf uitzendbureaus en vijf vacaturebanken. Daar moet ik bewijs van kunnen overleggen dat ik meebreng voor mijn volgende afspraak. Deze afspraak heb ik moeten ondertekenen.
Maria onderschrijft deze werkwijze: “Op eigen kracht solliciteren, is de eerste tegenprestatie. Als je niets vindt, moet je werk accepteren. Als je weigert, kan dat je je uitkering kosten. Het merendeel van de aanvragers ziet gelukkig wel in dat een afwijzing van uitkering niet persoonlijk bedoeld is.”

4. Rechten en plichten zijn niet in verhouding en dat is onrechtvaardig

Is dat allemaal nu in verhouding? Ik weet het niet. Logisch dat er een en ander wordt verwacht als je bijstand ontvangt. De samenleving hoest je inkomen op, dus daar mag je best iets voor terug doen. Maar sommige mensen ervaren die controles en eisen als een kruisverhoor en vinden dat ze teveel privacy moeten opgeven.
Volgens Maria gaat het om regels die niet door de Sociale Dienst-medewerkers zijn opgesteld maar door de politiek. Ook de medewerkers zelf dienen zich daaraan te houden. “En daarbij, is het rechtvaardig dat iemand 25 jaar een uitkering krijgt en daar geen verandering in wil brengen, terwijl hij misschien best kan werken? Bovendien vind ik het ook niet rechtvaardig om zo veel belasting te betalen, maar dat zijn wel de regels.”

5. Je moet je schamen als je een uitkering aanvraagt

Mensen schamen zich om een uitkering aan te vragen. Ik ook. Ik ben het gewend om mijn eigen geld te verdienen en niet om mijn hand op te houden. Niemand verantwoording af te leggen voor het geld dat ik in mijn portemonnee heb of wat ik ermee ga doen. Dat is het moeilijkst. De medewerker zegt: “Als het moet, dan moet het. Daar is bijstand voor bedoeld. Ik zou het persoonlijk ook erg vinden om een uitkering aan te moeten vragen, want je bent afhankelijk. Sommigen weigeren om te werken, omdat hun inkomen uit arbeid lager is dan het bijstandsniveau. Anderen wíllen gewoonweg niet werken. Wie zou zich moeten schamen: degene die bijstand aanvraagt omdat hij niet anders kan, of degene die niet wil werken?”

Hand in eigen boezem dus. Vooroordelen afdoen als regels en beleid, is veel te makkelijk. Als we toch in oplossingen moeten denken, kan het beste gewerkt worden aan wederzijds vertrouwen, het wegwerken van vooroordelen en ophouden met het ontmoedigingsbeleid. Tenslotte staat de klant centraal. Maar ik, als klant, voel de verplichting tot zelfredzaamheid. Liever heb ik geen uitkering nodig.

Arm Rotterdam week
De ambities van de nieuwe Rotterdamse coalitie zijn torenhoog, de bezuinigingsdrift is navenant. Op het stadhuis werken beleidsambtenaren van de verantwoordelijke wethouder naarstig aan de praktische uitvoering die Rotterdam uit de foute lijstjes moet krijgen. Voor het zomerreces krijgt de gemeenteraad bericht. In deze nieuwsluwe periode neemt Vers Beton een week lang de gelegenheid te baat om eens te kijken hoe het ervoor staat met arm Rotterdam.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Arm Rotterdam, bijstandsuitkering, Dienst Werk en Inkomen en Sociale Dienst

Sectie: Arm Rotterdam

kaart: Librijesteeg 4 3011HN Rotterdam
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *