Human interest26 juni 2014

Schrijver in de stad: Panini-plaatje

Columnist Vincent Cardinaal trakteert ons op Vers Beton wekelijks op een stadse observatie. Deze week: de verbetenheid van Panini-plaatjes.

Vincent Cardinaal
Vincent Cardinaal Beeld: Tom Slegtenhorst

Ik sta in de rij bij de sigarenboer. Voorin de aanzienlijke rij staat een vrouw misbaar te maken. Ik kan het niet helemaal volgen, maar er is iets met krasloten. Het woord ‘schande’ valt. Ze begint steeds harder te praten. Pas nu zie ik dat er een kereltje naast haar staat. Hij schaamt zich, en kijkt naar zijn voeten, gehuld in oranje teenslippertjes. Onder zijn arm draagt hij een boekje, dat bij betere bestudering een voetbalplaatjesalbum van Panini blijkt te zijn. Hij tikt zijn moeder aan, die inmiddels gebogen over de counter staat, het eenzame meisje achter de kassa intimiderend. De vrouw geeft geen sjoege. Het ventje druipt af.

Terwijl hij langs me glipt, hou ik hem staande. Ik frommel in m’n zak en stop hem een paar voetbalplaatjes in de handen. Ik ben ondanks m’n 31 jaar ook weer begonnen met verzamelen. Hij kijkt me even aan en loopt dan weg.

De snikhete zomer van 1990 werd gedomineerd door het WK voetbal in Italië. Ik was acht jaar oud en voetbalde dag in, dag uit op straat. Daar werd om het scherpst gestreden wie Toto Schilacci ‘mocht zijn’, topscorer van het toernooi. Als er niet gebald werd, dan werden er Panini-plaatjes gespaard. Vaak via ruilspelletjes, de een nog idioter dan de ander. Ze eindigden allemaal in een vechtpartij.

Een vriendje en ik waren voornamelijk naar één plaatje op zoek. Toni Polster, inmiddels vergeten midvoor van Oostenrijk. Hij bleek niet te vinden. Op een gegeven moment bezaten we beide een elftal aan Jurgen Klinsmanns, maar geen spoor van Toni. We zworen een vriendschapseed – we zouden koste wat het kost ons boek volmaken. Niet goedschiks, dan maar kwaadschiks.

Zo trokken we door de straten. Als iemand een pak plaatjes tevoorschijn haalde, stonden wij al klaar met de spreekwoordelijk getrokken messen. Als we bij vriendjes thuiskwamen, was het eerste dat we deden een Panini-album zoeken. Direct bladerden we dan naar Oostenrijk. Als Polster erin had gezeten, hadden we hem er onherroepelijk uitgescheurd. Maar wat we ook deden: nooit kon het Toni behagen zijn gezicht te tonen. Zijn vierkant in onze boekjes bleef leeg.

De dag voor de finale maakte ik een zeldzaam uitstapje met mijn echte vader. Aan het einde van de middag stopte hij me een paar pakjes voetbalplaatjes in handen. Er zaten twee Toni Polsters bij. Wat er vervolgens gebeurde, snap ik nog steeds niet goed. Ik plakte het plaatje niet in mijn eigen boek en zei ook niets tegen mijn vriendje. Ik verborg ze in een etui, dat zelfs mee verhuisde naar een ander adres. Daar gooide ik ze pas drie jaar later weg. Het ergste van alles – de naam van het vriendje kan ik me niet eens meer herinneren.

Later zie ik het ventje van de krasloten nog op straat. Hij trekt wild aan het spijkerjasje van een ander jongetje. Op de grond liggen wat verfomfaaide voetbalplaatjes.

Panini – het brengt het slechtste in kinderen naar boven.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:column, schrijver in de stad en vincent cardinaal

Sectie: Human interest

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *