Politiek21 juli 2014

Gebiedscommissies hebben vaag takenpakket en weinig macht, en kunnen zo de Nieuwe Democratie niet mogelijk maken

De gebiedscommissierevolutie zou de burger ‘minder politiek en meer buurt’ moeten brengen. Het zou zelfs de eerste stap zijn op weg naar een ‘Nieuwe Democratie’. Politiek filosoof Gerard Drosterij gelooft er niets van. Volgens hem heeft het stadhuis vooral een maximale manoeuvreerruimte voor zichzelf gecreëerd:  het gaat gezellig mee in de experimenteerdrift van creatieve burgers maar geeft de touwtjes niet uit handen.

Stemmen
Stemmen Beeld: Tom Slegtenhorst

De participatiesamenleving is een politieke allemansvriendin. Zowel liefhebbers van een kleine overheid als een actieve samenleving lopen met haar weg. De participatiesamenleving legitimeert niet alleen overheidsreorganisaties, maar ook geveltuinen en bewonersterrassen.

Minder politiek, meer buurt in de Nieuwe Democratie

De komst van de gebiedscommissies past in deze trend: als vervangers van de lokale grootmachten van weleer, de deelgemeenten, moeten ze ruimte scheppen voor nieuwe burgerinitiatieven. Grote woorden worden niet geschuwd: “een stap op weg naar de Nieuwe Democratie”, betoogde Delfshavencommissielid Robbert de Vrieze onlangs op Vers Beton.

Ook de gemeente is enthousiast: gebiedscommissies kantelen de politiek: het initiatief gaat naar de buurten en de gemeente haakt daar op in. Burgemeester Aboutaleb ziet het helemaal zitten: “De gebiedscommissies bestaan uit Rotterdammers die weten wat er leeft in hun buurt. Zij zijn gemakkelijk benaderbaar, brengen bewoners, ondernemers en instellingen met elkaar in contact en geven door hun verbindende rol buurtinitiatieven het beslissende duwtje.” (Stadskrant, 19 maart 2014)

Als motto voor de gebiedscommissies is daarom gekozen: Minder politiek, meer buurt. Dat wordt op de site van de gemeente uitgelegd als: “Bewoners krijgen meer invloed op de besluitvorming.” Opmerkelijk, want ‘minder politiek’ associeer je toch eerder met ‘minder invloed’. Het zijn immers juist de mensen en organisaties die veel toegang tot politieke processen hebben die doorgaans invloedrijk zijn.

Maar zo ziet het stadhuis dat niet. Het heeft in zijn hoofd de slechte ervaringen met de deelgemeenten die aan het einde van hun bestuurlijke leven meer en meer werden weggezet als bureaucratische bastions van deelbelangen. Met ‘minder politiek’ bedoelt het stadhuis dus zoiets als minder bestuur, bureaucratie en regels. De verwachting is dat met het wegsnijden van de deelgemeenten er meer democratische ruimte komt voor de burger.

Overheid moet stabiliserend zijn

Maar het is de vraag of die ruimte er komt met een overheid die voortdurend verandering propageert. Dat wordt wel de ‘participerende overheid’ genoemd, een consultancy-achtig concept met hoera-gehalte: “Om de grotere invloed van de Rotterdammer te organiseren, is de gemeente Rotterdam op een andere manier gaan werken, meer gericht op de wijken en de bewoners. De wensen en behoeften van een gebied bepalen welke producten en diensten de gemeente levert. De gebiedscommissie en de ambtenaren versterken bewonersinitiatieven door de juiste omstandigheden te creëren, netwerken aan elkaar te verbinden en zaken te faciliteren.”

De participerende overheid is een makelaar: flexibel, faciliterend, meedenkend, elke keer zijn aanbod aanpassend aan een steeds maar wisselende vraag.

Natuurlijk moet politiek ook flexibel en creatief zijn. Het kunnen inspringen op situaties en incidenten hoort in het takenpakket van elke politicus. Maar de prioriteit is stabiliteit. Voor alles hebben politici de verantwoordelijkheid (daar krijgen ze een democratisch mandaat voor) om met gezond verstand een basis onder de samenleving te leggen. Regels zijn er niet om om de haverklap aangepast te worden, maar om overzicht en evenwicht te brengen. Juist een meer informele manier van werken vereist een goede verdeling van verantwoordelijkheden. Van een reorganisatiesamenleving wordt iedereen gek. Politiek staat niet alleen tussen maar vooral ook boven de partijen. De ‘participerende overheid’ lijkt onder het mom van innovatie en creativiteit echter vooral verandering en aanpassing te stimuleren, met alle onzekerheden voor participerende burgers van dien.

De plattere overheid?

Het is daarom van belang te onderzoeken hoe de ‘vrijgekomen’ ruimte er in de Rotterdamse praktijk uit gaat zien. Direct valt dan op dat de gebiedscommissies formeel gewoon bij het stadhuis gaan horen – in tegenstelling tot de deelgemeenten. Deze bestuurlijke move was ook de bedoeling, schrijft de gemeente: “De bestuurlijke organisatie wordt platter: er is straks nog maar één bestuurslaag waarin alle bevoegdheden zijn belegd: met een gemeenteraad, gebiedscommissies en college.”

Volgens deze positieve logica betekent één bestuurslaag met drie verschillende partijen (waarvan een helemaal nieuw) een platte organisatie en een centrale ambtenarij waar alle deelgemeentelijke functies ingepropt zijn overzichtelijk.. Maar dat is natuurlijk nog maar helemaal de vraag. Op papier lijkt immers alles plat.

Een onsje meer old school politiek

De gebiedscommissies hebben in ieder geval een stuk minder in de melk te brokkelen dan de deelgemeenten. Zij gaan er qua bevoegdheden flink op achteruit. Vooral als het gaat om het ontwikkelen en uitvoeren van zelfstandig beleid. De gebiedscommissies mogen alleen nog adviseren over het vierjarige gebiedsplan en hebben daarin niet het laatste woord. De regie ligt bij de gebiedsdirecteur, de hoogste ambtenaar in een ‘gebied’ die rechtstreeks onder de gemeentesecretaris valt. De gemeenteraad stelt het gebiedsplan definitief vast.

De gemeente kan dus wel heel positief doen over ‘minder politiek en meer invloed’ – het gemis aan formele macht kan de gebiedscommissies in hun democratische ambities nog lelijk gaan opbreken. Je moet van goeden huize komen willen je je staande houden tussen de ambtelijke grootmachten van het stadhuis. Een onsje meer old school politiek had daarbij best kunnen helpen.

Ambtelijk voertuig

Een tweede taak van de gebiedscommissies is het “toezien op de goede uitvoering van het door de gemeenteraad vastgestelde gebiedsplan.” In de wetenschap dat gebiedscommissies niet het laatste woord hebben over de gebiedsplannen kan deze handhavingstaak makkelijk tot wrevel en misverstanden leiden. Als de politieke agenda van het stadhuis de totstandkoming van het gebiedsplan heeft gedomineerd, dan dreigen gebiedscommissies een ambtelijk voertuig te worden en moeten ze iets handhaven waar ze zelf niet helemaal achter staan.

Daar komt bij dat een gebiedsplan een beleidsinstrument is dat met ijver uitgevoerd zal moeten worden. Deze ambtelijke drang viel Robbert de Vrieze na zijn installatie als gebiedscommissielid rauw op het dak: “Zo moeten gebiedscommissies hun ‘gebiedsplan’ vóór 1 augustus inleveren. Het gaat hier om 4-jarig bundeling van ideeën over wat je als gebiedscommissie de komende jaren precies gaat doen, inclusief een begroting voor 2015. De meeste gevestigde politieke partijen bepalen hun beleid ver van tevoren. Maar wij zijn niet het doorgeefluik van de overheid en willen juist ruimte behouden voor de mensen in Delfshaven om de komende vier jaar zelf bepaalde onderwerpen aan te dragen.”

Hier botsen oud en nieuw: een commissielid vol passie en nieuwe ideeën moet zich verhouden tot een ambtelijke procedure waarin gepokt en gemazelde oud-deelgemeenteraadsleden zich als een vis in het water voelen.

Lekker met z’n allen participatie aanjagen

De derde formele taak van de gebiedscommissies is tenslotte nog het meest onduidelijk: ‘het aanjagen van participatie’. Dat betekent zoveel als het “betrekken van bewoners en bedrijven op allerlei manieren bij het maken van plannen voor de wijk en het stimuleren van initiatieven van wijkbewoners via crowdsourcing, digitale raadplegingen en wijkreferenda.”

Het ‘aanjagen van participatie’ is echter geenszins een taak van de gebiedscommissies alleen, maar van een hele ambtelijke batterij. “De gebiedscommissieleden en de gebiedsdirecteur, de gebiedsmanagers en andere ambtenaren kennen hun wijken en buurten. Commissie en directeur zijn samen verantwoordelijk voor het organiseren en faciliteren van participatie. De directeur organiseert bewonersbijeenkomsten, zet wijkreferenda op en vindt andere (nieuwe) manieren om bewoners te betrekken.”

Wie hier nu precies waarvoor verantwoordelijk is moet dus allemaal nog maar blijken. In ieder geval zal het voor de gebiedscommissies erg lastig worden om een overzicht te krijgen van alle verschillende taken van advies, toezicht en aanjagen en hiertussen de juiste balans te bewaken.

Kortgezegd: het motto ‘Minder politiek, meer invloed’ kan net zo goed omslaan in zijn tegendeel. De ruimte die is ontstaan met het weghalen van de deelgemeenten kan veel politiek geharrewar met weinig invloed opleveren.

Ouder-kindrelatie

Het valt zeker te prijzen dat de gemeente vol goede moed en intenties op zoek is gegaan naar nieuwe democratische experimenten voor Rotterdammers. Maar daarmee schept ze wel een grote verantwoordelijkheid. De loftrompet afsteken over de democratische kracht van zogenaamd apolitieke gebiedscommissies is ongeloofwaardig als dat niet gepaard gaat met echte zeggenschap en een ambitie om een stabiliserend werkterrein te maken. Nu overheerst vooral dat onrustige en vrijblijvende makelaarsvocabulaire: “De gebiedscommissie en de ambtenaren […] nemen geen zaken over, gaan niet institutionaliseren maar gaan proactief met initiatieven en signalen van Rotterdammers aan de slag.”

Mijns inziens strooit dit proza burgers zand in de ogen. Het geeft de gemeente maximale manoeuvreerruimte door voor zichzelf het beste van twee werelden te creëren: gezellig meegaan in de experimenteerdrift van creatieve burgers zonder de touwtjes uit handen te geven. Dat is niet prettig werken voor de burgers: je bloot stellen als apolitieke initiator in de wetenschap dat de gemeente toch het laatste woord heeft. Dat doet denken aan een klassieke ouder-kindrelatie.

Zoals gezegd: de gemeente gaat met de instelling van de gebiedscommissies voorbij aan haar belangrijkste taak als lokale overheid: zorg dragen voor overzicht en structuur, voor heldere spelregels en een eerlijke machtsverdeling. Dát is wat de politiek zou moeten doen.

Buurt-BBQ’s of decentralisaties?

De gebiedscommissierevolutie is dus nog lang niet af. De gemeentelijke intentie om te focussen op de energie en passie van de Rotterdammers is een loffelijke streven, maar alleen als er ook serieus gekeken wordt naar de verdeling van de macht en verantwoordelijkheden tussen alle spelers in die vrije ruimte. Hoe gaan zij zich tot elkaar verhouden? Kunnen de ambtenaren zich een beetje inhouden? Welke zaken komen aan bod: alleen buurt-BBQ’s of ook de enorme decentralisatieoperatie vanuit de Rijksoverheid? En wat zijn de gevolgen van de maar voortdenderende reorganisatie op het stadhuis?

De participatiesamenleving staat nog maar in de steigers en kent te veel organisatorische onzekerheden om op eigen benen te staan. Voor meedenkende burgers is dat de dood in de pot.

De gebiedscommissies mogen niet met een kluitje in het riet worden gestuurd. Is het de gemeente echt serieus met de Nieuwe Democratie dan zou het motto moeten zijn: Betere politiek, meer invloed.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:deelgemeente, Gebiedscommissie, Nieuwe Democratie en WIJ Delfshaven

Sectie: Politiek

kaart: Stadhuis, Rotterdam
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *