Je Zweet Toch7 augustus 2014

De zomer van Barbara

Iedereen herinnert zich zijn eerste hete zomer nog. Waar hormonen gierden en, met een beetje geluk, een uitweg vonden. Vincent Cardinaal over een helse hete zomer – op een soort van goede manier.

Het was de zomer van Barbara, zoals ik hem later ben gaan noemen. Ik was nog net geen 14 jaar oud, zij bijna 15. Het was voor ons allebei de eerste keer. Het was een pas de deux zoals ik hem zelden meer zou meemaken. Raadselachtig, ook na al die jaren nog. De enige verklaring die ik heb, is dat we allebei lone wolves waren. Mensen die zich ondanks de verwarring van de puberteit weinig gelegen lieten aan wat anderen dachten. De hel, dat zijn de anderen. Die boutade van Sartre ging er bij ons in als zoete koek. Verder deelden we niets. Geen achtergrond, geen interesses.
Het ging als volgt. Een reeks van drie toevalligheden vormde de aanleiding voor ons wekenlange samenzijn. De eerste was het feit dat ik te laat kwam voor tekenles. Hierdoor was ik gedwongen niet op mijn vaste plaats te gaan zitten, maar een bank schuin daar achter. Naast haar. Ze was me nog nooit opgevallen. Het eerste wat ik dacht was ‘hockeymeisje’, en dat bleek niet ver van de waarheid te zitten. Terwijl ik aarzelend naast haar plaatsnam, nam zij het voortouw.

“Hoi.”
“Eh, hallo, ik ben Vincent.”
“Ja, dat weet ik ook wel.”
“Ik heb geen idee hoe jij heet. Of wie je bent. Sorry.”
“Je zit al heel het jaar schuin voor me.”
“Sorry. Hoe heet je?”
“Barbara. Ik moet altijd heel erg om je lachen. De rest van die figuren hier niet. Die vinden je een sukkel.”
“Oh. Moeten zij weten.”

Die les zeiden we niet veel meer tegen elkaar, maar ze moest wel lachen toen ik zomaar tegen de tekenleraar “Hey Dick, mag het raam open?” zei. Dat was het einde van de les voor mij. Ik moest er weer eens uit. Terwijl ik het lokaal verliet stak ze d’r duim naar me op.

Vrijheid

Twee weken later zag ik haar opnieuw. Het schooljaar was zo goed als voorbij en ik liep met mijn leraar Aardrijkskunde in de dierentuin. Tijdens een les had hij mij gevraagd waarom ik toch zo veel naar buiten keek. Naar waarheid vertelde ik dat ik de mogelijkheid zag via het dak van de school en het fietsenhok mijn vrijheid tegemoet te lopen. Ik hoefde alleen maar het raam te openen. Daar daagde hij mij vervolgens toe uit. Ik zou er een tientje voor krijgen. De verbazing was groot toen ik het werkelijk deed. Nog wel het meest bij de rector van de school langs wiens kantoortje ik op het dak liep. Nog voor ik thuis kwam, was er al gebeld. Resultaat: een week schorsing.

Vlucht naar vrijheid
Vlucht naar vrijheid Beeld: Anniek Tijmes

Het was de laatste week van het schooljaar. Ik zag het als vervroegde zomervakantie. De leraar bleek geen mietje. Hij bekende schuld en werd ook een week geschorst. Groot was mijn verbazing toen hij op de eerste dag schorsing belde met de vraag of ik zin had om met hem en zijn gezin mee te gaan naar de dierentuin. Ik zou ook het tientje gewoon krijgen. “Het was een beetje mal van ons, maar: afspraak is afspraak. Zie ik je om elf uur bij de ingang? Mooi.”

Binnen in de diergaarde liep ik haar direct tegen het lijf.

“Jezus, wat doe jij nou hier?”
“Ik ben met Verbeek.”
“Die leraar? Ben je niet goed ofzo?”
“Dat is wel eens gezegd.”
“Haha, nou rare boel.”
“Ach.”

Zo stonden we nog even tegenover elkaar.

“Weet je nog hoe ik heet?”
“Barbara.”
“Dat had ik niet gedacht. Als ik je nog een keer zie, mag je ook mijn achternaam weten.”
“En als ik je niet zie?”
“Dan heb je pech, sukkel.”

Terloops gezoend

De derde ontmoeting was bij een snackbar. Terwijl ik er binnenstapte, dacht ik aan haar. Dat gebeurde inmiddels regelmatig. Waarom snapte ik niet zo goed. Ik had al eens met een meisje gezoend, maar dat was vrijwel terloops gebeurd. Terwijl jongens uit mijn klas zich gek maakten met het ene sterke verhaal na het andere kon het mij niet erg boeien. Ik zou wel zien hoe dat zou lopen. Voorlopig had ik niets voor en niets tegen meisjes. Ze bestonden, en dat was dat. Maar nu begon er zich een toch in mijn hoofd te nestelen. En daar stond ze – midden in die snackbar. We keken elkaar aan en zeiden niets. Maar spendeerden wel de rest van de dag samen. Het begin van een patroon.

Zonder het ooit af te spreken, zag ik haar vanaf die dag dagelijks. De routine was altijd hetzelfde. Ik fietste ’s ochtends naar haar, en pikte haar op. Zonder veel te praten, fietsten we dan wat rond, of hingen wat bij de Plas. Al snel waren we een gespreksonderwerp. Schoolgenoten die niet op vakantie waren, wezen ons na. Er werd geroddeld. Een vriend vroeg: “Wat moet je met die trut?” En ik zei naar eer en geweten: “Ik heb geen idee. Maar het is geen trut.”

Snikhete zolderkamer

Fysiek contact was er niet, nog niet. Ook niet als we op haar snikhete zolderkamer zaten. Wel kreeg ik een inkijkje in haar bestaan. Ik begon te begrijpen waarom ze altijd zo eenzaam oogde. Ze droeg de outfit van een hockeymeisje – polo’s, haar blonde haren in een boblijn geknipt, bescheiden maar dure sieraden om haar pols en enkel. Maar ze leek het nooit echt te ménen. Temidden van vriendinnen van dezelfde snit keek ze altijd wat weg, naar een punt aan de horizon dat niemand anders kon zien.

Haar thuissituatie bleek niet erg rooskleurig, al was er geld in overvloed. Haar vader, een soort accountant, was altijd weg. Meestal naar ‘de hockey’, zoals zij zei. Lang dacht ik dat er echt een hockeyclub werd bedoeld, maar langzaam begreep ik dat het voor haar een verzamelwoord was geworden. ‘De hockey’ kon blijkbaar van alles betekenen. Wie weet een minnares. Of een schaduwgezin. Haar moeder zat slechts in de woonkamer, witte wijn te drinken. Ze zei zelden iets en nog steeds heb ik het idee dat ze mij nooit echt heeft gezien. Verder was het huis stil en koud. Als een museum waar nooit meer een bezoeker komt.

Plagerige klap

We begonnen closer te worden. Zij was het geroezemoes van onze leeftijdsgenoten zat en ik ook. We hingen voortaan aan een ander watertje, vol kinderen van andere scholen dan de onze. Onze gespreken werden intenser. Ze vertelde over hoe ze eigenlijk niemand aardig vond, en ik zei dat ik dat begreep. En dat ik haar ook niet aardig vond. Een grapje dat werd ontvangen met een grijns en een plagerige klap in mijn gezicht. De eerste keer dat ze me echt aanraakte. Daarop pakte ze mijn hand en liet die de rest van de twee weken die we nog zouden hebben zelden meer los. Verder ging het nog altijd niet.

Als we ’s avond naar huis fietsten, fantaseerden we over de hel. Over hoe die eruit zou zien. Opties varieerden van eeuwig gymles op onze school tot een nagelsalon waarin naaktslakken met vislijnen tergend traag de nagels van je tenen trokken. De uiteindelijke setting bleek met wederzijds instemmen het volgende: een supermarkt op zaterdagmiddag, bloedheet. Je staat in een eindeloze rij, die nooit zal opschieten. Overal gepraat, gezeur. Een baby huilt constant en een hond wil niet ophouden met blaffen. Op de speakers eindeloos het liedje dat je het meest haat op de hele wereld. Op een gegeven moment blijft de cd hangen. Niemand doet er iets aan. Verlangen naar het normaal afspelen van het liedje dat je het meeste haat – ja, dat moest wel de hel zijn.

Geile buurman

Op een vrijdagavond gebeurde het. Die dag hadden we elkaar bij toeval niet gezien. Zij had een familieverplichting: voor een keer ging haar vader niet naar ‘de hockey’ maar stond hij erop zijn vrouw en dochter mee te nemen naar het CHIO, in het Kralingse Bos. Het was die dag dat ik haar vader ook voor het eerst en het laatst zag. Terwijl ik al een uurtje bij haar op de stoep wachtte met mijn skateboard kwam er een Volvo de straat inrijden.

Haar moeder stapte uit en liep direct langs me. Barbara kwam naar mij toe en deed iets dat ze nog nooit had gedaan: ze zoende me op mijn wang. Haar vader keek een paar seconden met een blik van een voyeur, een geile buurman die over de heg staart. Ik kreeg het er doodsbenauwd van. Daarna stapte hij weer in zijn auto en reed weg. Zij pakte me bij de hand en nam me mee naar haar kamer.

Terwijl ik wat stuurloos op haar bureaustoel zat, deed ze haar deur op slot. Ze draaide zich om en trok zonder blikken of blozen haar shirt en bh uit. Ik kreeg een erectie. Ik denk dat het niet gek is om te stellen dat ik vanaf toen geïnteresseerd raakte in meisjes. Van wat volgde, heb ik gek genoeg geen coherente herinnering. Het zijn fragmenten. Mijn duimen op haar sleutelbeenderen. De geluidjes die ze maakte. En opeens, tijdens de seks (of wat daar voor door moest gaan) – het herhalen van haar naam in mijn hoofd als een soort mantra. ‘Barbara, Barbara, Barbara’ werd om een of andere reden ‘Rabarber, rabarber, rabarber’. Nog altijd kan ik niet zonder bijgedachte naar die groente kijken.

Vluchten van Barbara
Vluchten van Barbara Beeld: Anniek Tijmes

Na afloop lagen we een uur of wat stil op haar bed. Beneden hoorde ik het geluid van de televisie. Daarna stapte ik op, nog steeds zwijgend. Het was de één na laatste keer dat ik haar zag. Ik liet verder niets meer van me horen.

Waarom ik haar in de steek liet en me nooit meer liet zien, is me lang een raadsel geweest. Maar eigenlijk was het niet zo moeilijk. Mijn gedrag op school, thuis, onder vrienden – het was altijd het hoogste woord voeren maar wel onder voorbehoud. Ik zou altijd weg kunnen lopen, me kunnen onttrekken. Ik voelde me er machtig door, een rebel without a cause. Dat daar op een gegeven moment een affaire met een meisje aan zou worden toegevoegd, mag geen verrassing zijn.

Cassière

Het gerucht ging later dat ze zwanger was van ‘iemand’ – een eufemisme waar de meeste jongens en meiden gewoon mij mee bedoelden. Of dat echt zo was, heb ik nooit geweten. Ze had onze school voor een andere verruild, ze verdween langzaam uit de gesprekken.

Vlucht met rabarber
Vlucht met rabarber Beeld: Anniek Tijmes

Ik zag haar uitgerekend terug in een supermarkt, jaren later. Terwijl ik in een lange rij stond en het ondraaglijke ‘Wonderful tonight’ van Eric Clapton klonk, herkende ik de caissière. Het was Barbara. Ze was dikker geworden (ik ook) en had nu zwart haar. Ze keek chagrijnig om zich heen. Voor ik het wist, bewoog ik me uit de rij. Het kostte me alle dwang van de wereld om niet om te kijken. Buiten had ik dat lied van Clapton in mijn hoofd en fietste ik zo hard als ik kon naar het kraakpand waar ik woonde. De Werdegang van een lafaard.

De Hel, de anderen? Vergeet het. De hel, dat was ik.

De zomer van Vers Beton: Je Zweet Toch

Vers Beton besteedt deze week aandacht aan zomers Rotterdam. De stad is door veel van haar bewoners tijdelijk ingeruild voor een Franse camping of een Turks strand. De cultuurinstellingen hebben de deuren gesloten, er is weinig verkeer in de mailbox en geen sport meer op tv. En wat gaan we dan doen? Dat onderzoekt Vers Beton in Je Zweet Toch, onze special over zomers, broeierig, heet, zwoel en lichtzinnig Rotterdam.

Reageer of deel op Social Media

Tags:eerste keer en vincent cardinaal

Sectie: Je Zweet Toch

kaart: kralingse plas
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *