Politiek10 oktober 2014

Geachte burgemeester Aboutaleb, ik neem geen afstand

Burgemeester Aboutaleb riep onlangs de moslimgemeenschap in Nederland op zich openlijk te distantiëren van IS en radicalisering. Rotterdammer Karim Khaoiri, voor wie Aboutaleb ooit een inspiratiebron was, weigert afstand te nemen en vindt Aboutalebs uitspraken wrang. Hij vertelt waarom.

Ahmed Aboutaleb
Ahmed Aboutaleb Beeld: Rachel Sender

Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam wenst wat ‘klankkleur’ toe te voegen aan de feiten in het debat over jihadgangers, zo vertelde hij in een recent interview in het Algemeen Dagblad. Eerder riep hij een opiniestuk in Trouw moslims op om “een megafoon op te pakken” en zich te distantiëren van radicalisering. Aboutaleb gaat hiermee met een gestrekt been de discussie in, wat het debat niet ten goede komt.

Eerst even terug naar 2007. Voordat Ahmed Aboutaleb burgemeester van Rotterdam werd, was hij staatssecretaris Sociale Zaken. Hij en PvdA-staatssecretaris Albayrak (van Justitie) zagen destijds tijdens een debat over de regeringsverklaring hoe Geert Wilders (PVV) een motie van wantrouwen tegen hen indiende. Wilders trok de loyaliteit van beide bewindslieden in twijfel nog voor ze ook maar een woord met de kamer hadden gewisseld.

De toen nog staatssecretaris Aboutaleb voelde zich onveilig, omdat een deel van de Nederlanders hem niet moest en hem hier niet wilde hebben. Zijn ontvangst in Rotterdam was evenmin prettig te noemen. Schuimbekkende Leefbaar Rotterdammers wilden niets van een Marokkaan als burgemeester weten. Volgens hen konden veel, en dan met name oudere autochtone Rotterdammers weleens in de war raken wanneer een Marokkaan de burgemeester van hun stad zou worden. Leefbaar Rotterdammers noemden zijn benoeming een verkeerd signaal, omdat er Marokkaanse jongeren waren die zich misdroegen. Een ontzettend dom argument natuurlijk, maar zo ging het er aan toe. Ook vonden ze hem niet de geschikte bruggenbouwer. Aboutaleb kon onmogelijk burgemeester van álle Rotterdammers zijn. Niet vanwege “020”, al speelde zelfs dit nog even mee, maar vooral vanwege zijn Marokkaanse achtergrond.

Ik kan mij deze periode goed herinneren. Het was een tijd waarin ik niet alleen boos was, maar ook nog altijd zoekende naar mijn eigen identiteit. Op de dag van Fortuyns moord werd ik gedegradeerd tot Marokkaan. Niet zomaar een Marokkaan, nee, ik werd die dag uitgemaakt voor “kanker Marokkaan”. En waar mocht ik trots op zijn? Alle Marokkanen die het goed deden werden gepromoveerd tot Nederlander. Behalve Aboutaleb, hij bleef een Marokkaan. Hij schaamde zich hier niet voor en eiste tegelijkertijd het Nederlanderschap op.

Aboutaleb vertikte het om zich weg te laten zetten als tweederangsburger. Niet door Wilders en niet door Sörensen of andere schuimbekkende Leefbaar Rotterdammers. Terecht! Hallelujah! Aboutaleb liet mij, ons!, zien dat je Marokkaanse achtergrond geen belemmering hoefde te vormen voor je verdere toekomst. Ik zag hem als een voorbeeld voor geslaagde integratie; iemand aan wie je kunt refereren in gesprekken met Tony Montana-adorerende jongeren.

Daarom is de toon van Aboutaleb in het huidige jihadisten-debat extra wrang. Aboutaleb, nu bijna in zijn tweede termijn als burgemeester van Rotterdam, hanteert dezelfde stijl als Wilders, Leefbaar Rotterdammers en andere populisten. Hij verklaart moslims, een miljoen moslims, tot tweederangsburger. Drie uitspraken van Aboutaleb uit het interview door Mark Hoogstad in het AD illustreren dit.

“Er woedt een brand en een hele grote groep mensen kijkt toe. Iemand komt voorbij en zegt: u heeft die brand niet gesticht, u bent niet schuldig, u hoeft ook niets te doen, laat het vuur maar lekker branden. Weer iemand anders zegt: u heeft die brand inderdaad niet gesticht, u bent dus ook niet schuldig, maar mag ik u vriendelijk vragen om samen met mij deze brand te blussen?”

Aboutaleb geeft hier impliciet mee aan dat de moslimgemeenschap passief in het debat staat, dat zij teveel vanaf de zijlijn toekijkt hoe de boel verder escaleert. Waar dit uit blijkt wordt echter niet duidelijk. Het tegendeel is waar. Al jaren nemen moslims tot vervelens toe afstand van zaken waar zij part noch deel aan hebben. Niet omdat zij dit graag willen doen, maar omdat het niet doen van afstand gepaard gaat met uitsluiting. Want wie geen afstand neemt moet wel voorstander zijn, toch?

“Zij die zeggen niet verantwoordelijk te zijn voor het radicale klimaat hebben intellectueel gezien het gelijk aan hun zijde. Maar in de pragmatiek van het besturen van een samenleving hebben ze ongelijk.”

Hij geeft hiermee de moslimgemeenschap, welke hij van passief aan de zijlijn staan beticht, ‘intellectueel’ gelijk dat zij niet verantwoordelijk is voor het radicale klimaat. Echter vanuit zijn functie als bestuurder geeft hij ze juist ongelijk. Intellectueel gelijk hebben past volgens hem niet bij de pragmatiek van het besturen van een samenleving. Waarom dat niet kan, wordt niet beantwoord. Ik zie echter geen belemmering. Zo kan je met hetzelfde gemak stellen dat vooruitgang in opleidingsniveau, actief ondernemerschap en op andere vlakken maatschappelijke betrokkenheid tonen hier juist het bewijs van is. Ze maken beiden deel uit van diezelfde imperfecte samenleving. Dit betekent niet dat problemen niet meer benoemd mogen worden, hier is geen sprake van.

“De beste bescherming voor ruim één miljoen moslims in Nederland is afrekenen met idioten.”

Moslims in Nederland kunnen zich volgens Aboutaleb alleen beschermen wanneer zij zelf afrekenen met de idioten. Deze uitspraak is een burgemeester onwaardig. Dit is namelijk een onmogelijke taak voor de moslimgemeenschap, alsof de moslimgemeenschap een homogene groep is. Ook hier blijft de burgemeester het antwoord schuldig op hoe dit gedaan moet worden. Zijn harde woorden stralen vooral uit dat hij zich aan de kant schaart van populisten die het onmogelijke verlangen, nee, eisen, van de burgers. Zolang deze burgers niet het onmogelijke voor elkaar krijgen, zitten zij in het strafbankje en zijn zij veroordeeld tot tweederangs burgerschap. Aboutaleb zou een voorbeeld kunnen nemen aan burgemeester Van der Laan van Amsterdam die in zijn Abel Herzberglezing zegt:

“[…] Niemand wil in een hokje geplaatst worden, behalve extremisten – en zij willen het juist graag. Niemand wil over één kam geschoren worden met extreme anderen. Moslims niet met Jihadstrijders, sinterklaasvierders niet met racisten en liefhebbers van Israëlische cultuur niet met Israëlische bevelhebbers.”

Terwijl de discussie die nu wordt gevoerd thuishoort bij burgemeesters, wethouders, ministers, inlichtingendiensten, de nationale politie, onderzoekers en andere professionals, verschuift Aboutaleb deze naar de moslimgemeenschap. Dit ten faveure van de angstige Nederlandse buurman en buurvrouw. Hoe mooi Aboutalebs metaforen ook zijn, ik wil mij niet gedwongen voelen afstand te moeten nemen van lieden die net zo goed een bedreiging vormen voor mij. Ik wil niet gedwongen worden afstand te nemen op basis van mijn etnische achtergrond. Ik wil niet gedwongen worden afstand te nemen omdat ik zogezegd behoor tot een bepaalde geloofsgemeenschap. Ik neem geen afstand.

Reageer of deel op Social Media

Tags:Aboutaleb, afstand nemen, Burgemeester, IS debat en moslimgemeenschap

Sectie: Politiek

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *