Kunst & Cultuur22 oktober 2014

Nieuw poppodium is dé doodsteek voor de Rotterdamse popcultuur

Sinds wethouder Adriaan Visser bekend heeft gemaakt dat hij hoopt op een nieuw, middelgroot poppodium in Rotterdam, gonst het van de initiatieven om dit mogelijk te maken. Maar hoe slim doen we er eigenlijk aan om ons geld op een nieuwe locatie te zetten?

Poppodium
Poppodium Beeld: Femke van Geffen

 

Sinds het pijnlijke einde van WATT in 2010 borrelt om de zoveel tijd de vraag weer op of we niet een nieuw poppodium verdienen. We komen toch uit de tweede stad van Nederland, uit Rotterdam? Waarom hebben we hier dan geen poptempel die onze stad op een waardige manier representeert? Aangezien het nieuwe Centraal Station en de Markthal Rotterdam ‘ons’ internationale allure brachten en het bouwgrage Rotterdam alweer uitkijkt naar het volgende prestigieuze project, wordt deze kwestie ditmaal door de gemeente van de plank gegrist. Zij zegt: als wij potentie zien in jouw idee voor een nieuwe popzaal waar tussen 700 en 1200 bezoekers inpassen, dan komen wij met geld over de brug.

Dat het stadsbestuur na het WATT-debacle met dit voorstel komt, mag op z’n minst verrassend heten. Een ware pessimist (zoals ik) ziet, net als met het Stadsinitiatief, in deze oproep niets meer dan een marketingplan dat wordt uitgerold om de inwoners vooral maar te doen laten geloven dat deze stad naar zijn burgers luistert en dat deze prijs stelt op initiatieven die van onderop komen. En dus moet er volgend jaar – naast een openbaar zwembad met golfslagbad – een nieuwe popzaal komen.

Koesteren

Een pessimist stelt bij dat soort ambities graag een wedervraag. Zoals: moeten we vier jaar na de sluiting van WATT wel een nieuwe zaal willen?

Naast de lessen die we uit de recente geschiedenis kunnen leren, kunnen we ook eens goed om ons heenkijken naar wat we al hebben. Dick Pakkert geeft het al terecht aan op Vers Beton: met de infrastructuur in Rotterdam is niet zoveel mis. Er zijn namelijk genoeg plekken waar acts van verschillende grootte terecht kunnen, zoals Rotown, Roodkapje, Worm, Bird, Ahoy, De Nieuw Oogst (dat op Zuid staat te verstoffen) en de Schouwburg waar Motel Mozaique regelmatig concerten programmeert. Bovendien komt er binnenkort onverwacht ook nog eens de Ferro Dome, een locatie met een capaciteit voor zesduizend bezoekers. Het is fijn om te kunnen mokken over de armoedige stand van onze popsector, maar waarom koesteren we niet meer wat we al hebben? Waarom ondersteunen en stimuleren we niet datgene wat Rotterdam al aan popcultuur heeft?

Steengoed maar onbekend

Maar vooral: laten wij Rotterdammers eens de slimsten zijn. Dat zou ons namelijk een nieuw debacle besparen. In heel Nederland daalde het aantal concertbezoekers de afgelopen jaren flink, een daling waar gelukkig vorig jaar een rem op is gekomen. Toch zullen de oude bezoekersaantallen niet meer zo snel worden gehaald. Natuurlijk komt dat deels door de crisis, want mensen hebben nu eenmaal minder geld te besteden. Maar ook onze veranderende vrijetijdsbesteding speelt zeer zeker een rol. Zelfs mensen die bovengemiddeld geïnteresseerd zijn in muziek, gaan stukken minder vaak naar een concert dan voorheen.

Dat komt voor een groot deel vanwege een relatief nieuwe, maar niet te negeren concurrent: het festivalseizoen, dat tegenwoordig in januari begint en in december eindigt. Vorig jaar telden Nederland meer festivals dan ooit (774 festivals met 3000 of meer bezoekers), en dat heeft gevolgen voor het clubcircuit. Acts kiezen sneller voor een festival omdat ze daar een groter publiek bereiken en vaak hogere gages ontvangen. Daar is voor een poppodium bijna niet tegen op te boksen, met als gevolg flinke gaten in het programma. En als mensen al naar een concert gaan, dan bezoeken zij liever gearriveerde en internationale acts als Arcade Fire of The Black Keys dan die steengoede maar nog onbekende nieuwe band uit Denemarken of die veelbelovende stadsgenoot die alle steun nodig heeft.

Nick & Simon

En daar komt een groot probleem om de hoek kijken. Die grote, internationale artiesten zullen nooit voor Rotterdam kiezen, alle intenties van de gemeente ten spijt. Rotterdam is voor de internationale boekers namelijk allang geen interessante speler meer. Want waar Tivoli decennialang heeft gewerkt aan zijn reputatie als legendarische zaal, is WATT allang vergeten, Nighttown te veel verleden tijd, en lukt het Ahoy maar niet om – zelfs na de verbouwing drie jaar geleden – zijn positie op de (inter)nationale markt te versterken (al doen we daarmee Michael Bublé en K3 waarschijnlijk veel te kort).

Oftewel: met een nieuwe podium zullen we het nooit meer gaan winnen van Amsterdam en Utrecht, want daarvoor zijn we tien jaar te laat. En dat terwijl de grotere acts wel nodig zijn om een zaal lucratief te kunnen vullen zonder al te vaak terug te hoeven vallen op De Dijk, Nick & Simon en bedrijfsfeesten.

Vloeken in Amsterdam

Een ander probleem is dat de Randstad in vergelijking met de rest van het land volgebouwd staat met middelgrote poppodia, zoals in het naburige Dordrecht (dat met Bibelot op 25 kilometer afstand een capaciteit voor 800 bezoekers heeft) en Den Haag (Paard van Troje, 23 kilometer afstand en goed voor 1100 bezoekers). En zelfs deze zalen verliezen de concurrentieslag om pakkende namen van podia in Amsterdam, Utrecht en vaak ook in Groningen of Tilburg. Pak voor de grap maar eens de programma’s van Paard van Troje of Bibelot erbij, en je ziet dat daarop vooral veilige Nederlandse acts of clubavonden staan.

Sterker nog: een nieuw podium kan weleens de doodsteek zijn voor de Rotterdamse popcultuur. Het langzaam herstelde vertrouwen na WATT en de Nieuwe Oogst kan geen nieuwe, gedoemde mislukking gebruiken. Dat neemt niet weg dat ik een storm van initiatieven verwacht. Daar is op zich niets mis mee. Integendeel. Wel geef ik deze initiatiefnemers graag één advies mee: vermijd plannen met dure gebouwen die vrijwel zeker voor onhaalbare exploitatiekosten zorgen. Rotterdam biedt juist door zijn vele leegstand en het do it yourself-dna een perfect speelterrein. Laten we bovendien vooral niet vergeten te investeren in wat we al hebben: een vrij complete mix van mooie zalen.

En bedenk je, die paar keer per jaar dat je na een fantastisch optreden laat op de avond op een koud perron in Amsterdam staat te vloeken omdat je nog helemaal terug naar huis moet: je gaat wél lekker terug naar die mooie, fantastische stad waar men eerst nadenkt voordat er weer een nieuwe popzaal wordt gelanceerd.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Adriaan Visser, dick pakkert, popmuziek en poppodium

Sectie: Kunst & Cultuur

kaart: Stadhuis, Rotterdam, 3012 Rotterdam, Nederland
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *