Kunst & Cultuur12 november 2014

Met Ronnie Flex door Capelle: ‘Hier heb je kikkers, naaktslakken en musjes’

Komend weekend presenteert de Rotterdams-Capelse rapper Ronnie Flex zijn debuutalbum op Rotterdam Beats. Jelena Barisic maakte voor Vers Beton een portret van de artiest. Over leven in Capelle, hiphop en de wens in een mooi huis te kunnen wonen.

Beeld van Pim Top

De rechthoekige portiekflats in de Hovenbuurt zijn een doorn in het oog van gemeente Capelle aan den IJssel. Gebouwd in de jaren zestig en later overgeverfd in lelijke pastelkleuren: een schril constrast met de moderne nieuwbouwappartementen aan de overkant. Al jaren zijn er plannen om de oude flats te slopen, maar geldgebrek gooit telkens roet in het eten.

Op de derde verdieping van een van deze gebouwen is Ronell Plasschaert (22) net wakker geworden. Het is ver na het middaguur, maar de jonge rapper oogt nog steeds moe. In zijn badjas schuifelt hij van de slaapkamer naar de gang. “Sorry, ik moet nog even douchen.”

Onder de naam Ronnie Flex groeide Ronell binnen een paar jaar uit tot een van de populairste rappers van Nederland. Zijn catchy singles en samenwerkingen met Gers Pardoel, Mr. Polska en Yellow Claw maakten hem vooral populair bij een jonger publiek. In 2012 tekende de Capellenaar bij Top Notch, de vaandeldrager van Nederlandse hiphop. Twee jaar later is zijn debuutplaat af: de presentatie van De Nacht Is Nog Jong Net Als Wij Voor Altijd vindt op 14 november plaats tijdens Rotterdam Beats.

Lacoste-petje, Air Max, Opgezwolle

“Gaan we naar buiten?” Binnen een kwartier staat Ronell klaar. Petje op, sneakers aan, zijn windbreaker dichtgeritst. Hij leidt ons zijn portiek en straat uit, langs de rooms-katholieke Pauluskerk. “Hier kwam ik vroeger altijd. Niet omdat ik perse wilde, ik moest altijd met mijn oma mee. Ik kwam er altijd buren tegen die me niet mochten. Van die mensen die boos worden als je voor de deur voetbalt, omdat hun auto in de buurt staat.”

Ronell groeide op in Schollevaar, een woonwijk in het noorden van Capelle aan den IJssel. Als zijn ouders later uit elkaar gaan, verhuist hij met zijn moeder en stiefvader naar de Ervenbuurt, aan de rand van het Schollebos. Hij voelt zich thuis in Schollevaar, maar kon zich nooit echt identificeren met de bewoners. Lange tijd was hij de enige Surinamer in de klas, en een van de weinige donkere jongens uit zijn buurt. “Pas toen ik ouder werd, merkte ik wat dat met me deed. In de wijk zijn weinig mensen écht racistisch, maar toch had ik het idee dat niet iedereen me op dezelfde hoogte had zitten omdat ik er anders uitzie.”

Toen hij ouder werd, trok hij daarom meer op met jongens uit de wijken Oostgaarde en Middelwatering. “Daar maakt het sowieso niet uit waar je vandaan komt, zolang je maar voor Feyenoord bent. Die buurten hebben allebei hun eigen stijl en sfeertje. Toen iedereen in Rotterdam West opeens Gucci begon te dragen, liepen mensen in Capelle rond in North Face en Supreme. Air Max aan, Lacoste-petje op. En dan buiten rondhangen, soms voetballen, maar vooral veel blowen, graffiti spuiten en Opgezwolle luisteren.”

Ronell in Capelle Beeld: Pim Top

Van Crooswijk terug naar Capelle

Op zijn negentiende verliet Ronell zijn ouderlijk huis en verhuisde hij een jaar naar Crooswijk. “Het ging net goed met muziek en ik had eindelijk wat geld. Dat was echt een roekeloze tijd: ik ben toen gestopt met school, ging heel veel uit, had altijd vrienden over de vloer. Dan werd ik wakker met een kater en lag er tien man op de grond te slapen.” Sinds hij terug naar Capelle is verhuisd, voelt hij zich fitter. “Hier heb ik veel meer rust: ik woon verder weg van de coffeeshops en er zijn geen clubs in de buurt.” Volgens Ronell is Capelle eigenlijk gewoon een stukje Rotterdam, al heerst er een andere sfeer dan in het centrum van de stad. “De lucht lijkt schoner en je hebt hier kikkers, naaktslakken en musjes.” Hij grinnikt. “Als ik in Rotterdam ben, mis ik dat stukje natuur.”

Een jongen op een scooter rijdt ons tegemoet. “Meneer, bent u Ronnie Flex? Mag ik met u op de foto?” Hij haalt zijn telefoon al tevoorschijn. “Een nette jongen,” zegt Ronell als de scooter zijn weg vervolgt. “Zo ben ik ook opgevoed. Op straat had ik een grote bek en deed ik alles wat niet mocht, maar volwassenen sprak ik altijd met twee woorden aan.” Hij wil zijn jonge fans iets bijbrengen, ze aan het denken zetten, ook al is hij zich ervan bewust dat zijn muziek misschien averechts werkt. “Weet je, op die leeftijd luister je gewoon geen muziek waarin wordt gezegd wat je wel en niet mag doen. Daarom spreek ik kids liever aan op straat. Dan zeg ik dat ze hun best moeten doen op school en dat ze beter van de wiet kunnen afblijven.”

Nog geen vijf minuten later is het weer raak. “Hey man, waar ga je heen?” vraagt Ronell, alsof de jongen op de scooter een oude vriend is. Hij maakt een kort praatje. “Ik vind het niet erg om herkend te worden. Soms loop ik ’s ochtends in mijn pyjama naar de supermarkt om sigaretten te halen en kom ik weer een groepje scholieren tegen dat pauze heeft. Ik vind het tof om dan even met ze te chillen.”

Kopje suiker

Aan de rand van het Schollebos staat de garage waar Ronell vroeger vaak te vinden was. Hij wijst op een volgekladde muur. “Kijk, deze tags zijn allemaal door mijn vrienden gezet. We kwamen hier elke dag, zelfs in de winter. Dan haalden we thuis allemaal 2 euro en kochten we samen een zakje hasj. Mijn moeder werd gek van me. Ze was niet heel streng, maar ik moest wel altijd om een bepaalde tijd thuis zijn. Daar hield ik me natuurlijk niet aan, op een gegeven moment ben je ook te oud voor dat soort regeltjes.”

De jongens met wie hij vroeger op straat hing, zijn tegenwoordig onderdeel van zijn trouwe fanschare. “Als ik ze tegenkom, merk ik dat ze oprecht trots en blij voor me zijn. Ik denk dat ze altijd in me hebben geloofd. Dat is belangrijk voor me, hun bevestiging geeft me zelfvertrouwen.” Hij vindt het jammer dat deze jongens vaak verkeerd begrepen worden door buitenstaanders. “Ergens snap ik het wel: als ik een groepje van tien gasten bij me in de straat zie hangen, voel ik me ook wel eens geïntimideerd. Maar als je ze wat vaker groet, merk je dat ze heel chill zijn. Juist in de Hovenbuurt kun je bij je buren aanbellen voor een kopje suiker.”

Op steenworp afstand van de garage staat Ronells ouderlijk huis. Hij tuurt naar binnen door het raam en kijkt richting de parkeerplekken. “Volgens mij is er niemand thuis,” besluit hij. Bij de buren zwaait de deur wel direct open. “We volgen wat je doet hoor,” verzekert de buurvrouw hem. “Ik zie je heel vaak op tv voorbijkomen.”

“Ik ben hier al een tijdje niet geweest,” bekent Ronell als we de wijk weer uit lopen. Twee weken geleden keerde hij terug van een bezoek aan zijn vader in Los Angeles. Daarvoor had hij hem acht jaar niet gezien. “Ik hoorde van mijn tante dat hij ging trouwen. Mijn bezoek voelde als een afscheid van een periode in mijn leven. Dat mijn pa een groot gedeelte van mijn jeugd afwezig was, heeft veel invloed op me gehad. Mede daardoor ben ik nu zo ingetogen en terughoudend.  Van tevoren dacht ik dat ik nog boos zou zijn, maar uiteindelijk was ik vooral blij om hem weer te zien.”

In de garage Beeld: Pim Top

Eindelijk vrij

Zijn vader is een succesvol producer, al heeft Ronell zijn liefde voor muziek ook van zijn moeder meegekregen. “Ze is juf, zingt en speelt piano.” Ronell groeit op met een mix van hiphop, soul en Motown. Op zijn dertiende produceert hij thuis zijn eerste beats, een jaar later begint hij te rappen. “Na schooltijd gingen we altijd battlen tegen de boys van het Alexander College,” herinnert hij zich nog.

Na de middelbare school leek een muzikale vervolgopleiding een logische stap. Hij schreef zich in voor drie muziekopleidingen en werd toegelaten op de Zadkine Popacademie in Rotterdam. Een belangrijk keerpunt, weet hij nu. “Op het vmbo moest ik mezelf constant bewijzen aan mijn vriendengroep. Als je geslagen werd, moest je terugslaan, dat soort shit. Op Zadkine viel al die groepsdrang weg en begon ik pas echt mezelf te worden. Opeens was ik omringd door mensen die allemaal muziek wilden maken. Zangers, gitaristen, jongens met nagellak. Iedereen deed zijn eigen ding.”

“Mijn moeder is heel blij dat het nu goed met me gaat,” vertelt hij. “Er is een grote druk van haar schouders gevallen. Toen ik jong was moest ik naar de psychiater en de homeopaat om te kijken of ik ADHD had. Ik kon me niet concentreren en had heel lang geen richting in mijn leven. Ik zei vroeger altijd: binnenkort heb ik geld. Lange tijd geloofde mijn ma dat niet. Toen ik die video met Yellow Claw had, zag ze eindelijk waar ik al die tijd naartoe gewerkt had. Vijf maanden later kreeg ik een contract bij Top Notch.”

Zo groot mogelijk

Toch duurde het nog een paar jaar voordat Ronnells debuutalbum volgde. Lange tijd was hij op zoek naar zijn eigen geluid. Op de plaat laat hij een andere kant van zichzelf zien: minder partytracks, meer de diepte in. De humor en zelfspot in zijn teksten zijn wel gebleven.

Ergens is het album een compromis geworden. “Begrijp me niet verkeerd, ik ben heel tevreden met de tracks die ik maak, maar ik vind het wel jammer dat je in Nederland niet heel groot kan worden met experimentele muziek. Stromae is een uitzondering, hem zie ik ook als een groot voorbeeld: een getinte man die met een heel eigen geluid in Europa door wist te breken.”

Als het aan Ronell lag, zou hij ook een kunstzinnigere richting inslaan. “Minder poppy, meer arty. De Nederlandse markt is klein, je weet nooit hoe lang je populair blijft als artiest. Daarom bereid ik me nu al voor op de komende jaren. Ik wil een zo groot mogelijk publiek bereiken en zoveel mogelijk geld verdienen.” Hij wijst richting de horizon. “Langs de Bermweg staan een hoop mooie huizen. Ik hoef niet gelijk de allerduurste, maar met een huis van vier of vijf ton zou ik heel blij zijn.”

Dit artikel is het eerste deel van een drieluik waarin Jelena Barisic debuterende Rotterdamse hiphopartiesten interviewt over hoe opgroeien in de stad hen beïnvloed heeft.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Capelle aan den IJssel, drank en drugs, hiphop, Hovenbuurt, muziek, Ronnie Flex, Rotterdam Beats, Schollebos en Schollevaar

Sectie: Kunst & Cultuur

kaart: Schollebos, Capelle aan Den IJssel, Nederland
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *