Stedelijke ontwikkeling & architectuur10 november 2014

“Rotterdam heeft een verhaal nodig”

Hoe kun je los van de opgelegde top-down en de private bottom-up initiatieven ook op een andere, meer verbindende manier kijken naar stadsinitiatieven? Met die vraag ging Guest Urban Critic 2014 Uli Hellweg op pad in Rotterdam. Op 28 november deelt hij zijn aanbevelingen op het Stadmakerscongres. Vers Beton heeft alvast de primeur!

Uli Hellweg
Uli Hellweg Beeld: Jeroen van de Ruit

Wat hebben de Luchtsingel, het Wijkwaardenhuis, het Dakpark en de Markthal met elkaar gemeen? Ze stonden begin november allemaal op het programma van Uli Hellweg, directeur van de Internationale Bouwtentoonstelling (IBA) Hamburg. Architectuurcentrum AIR nodigde hem uit om als Guest Urban Critic met een frisse blik naar de stedelijke ontwikkeling van Rotterdam te kijken en stuurde hem op pad met de vraag: ‘Hoe bouwen we aan connectiviteit als stadscultuur?’. Oftewel: ‘Hoe kun je los van de tegenstelling tussen top-down (ontwikkelingen die zijn opgelegd door bijvoorbeeld de overheid) en de private bottom-up initiatieven, verbindingen maken tussen verschillende partijen in de stad?’. Vers Beton sprak Hellweg na een dag vol indrukken in de trein naar Schiphol.

Wat zijn uw eerste indrukken van Rotterdam?
“In alles wat ik vandaag gezien heb, is het voelbaar dat de stedelijke ontwikkeling zich in een omwentelingsproces bevindt. In deze tijd waarin de middelen schaars zijn, heeft de gemeente veel beperktere mogelijkheden en kan niet meer zo vrij regeren als twintig jaar geleden. Van die rol moet dus afscheid worden genomen, maar de gemeente weet nog niet precies wat haar nieuwe rol is.”

“Natuurlijk is de gemeente er voor het gemeenschappelijk belang, maar aan de andere kant wordt er nu ook van haar verwacht dat zij burgerinitiatieven mogelijk maakt en versterkt. Die relatie tussen de gemeente en de bottom-up initiatieven is nog ambivalent. Je kunt het de gemeente ook niet kwalijk nemen dat er nu nog geen volledig heldere visie ligt, maar die omwenteling is erg sterk voelbaar in Rotterdam.”

Bij welke projecten vond u dat het treffendst?
“Wat mij opviel is dat ik vandaag meerdere malen het begrip ‘carte blanche’ gehoord heb. Onder meer van Petra Rutten van Heijmans die in nauwe samenwerking met de gemeente, Katendrecht heeft aangepakt. Maar het kwam ook voorbij tijdens de wandeling door het Zomerhofkwartier, dat door Stipo en Havensteder onder de noemer ‘slow-urbanism’ op een alternatieve manier wordt ontwikkeld.”

“Het geeft de indruk dat er ook bij de instituties, ontwikkelaars en investeerders een bereidheid is om op nieuwe manieren na te denken over stedelijke ontwikkeling. Dit komt waarschijnlijk door de crisis. Ze hebben zelf ook door dat ze met de oude aanpak aan het eind van hun Latijn zijn. Tegelijkertijd kun je je afvragen of de lessen die nu geleerd worden, standhouden op het moment dat de economie weer aantrekt. Of blijkt dan dat het enkel een strategie is om te overwinteren? Dat is de grote vraag.

U was van 2001 tot 2007 directeur van de Internationale Bouwtentoonstelling (IBA) Hamburg. Wat houdt zo’n IBA eigenlijk in?
“Een IBA is niet alleen een tentoonstelling. Een IBA vindt plaats in een bepaald gebied en de opzet is altijd tweeledig. Aan de ene kant is het een levend laboratorium voor stedelijke ontwikkeling, aan de andere kant de motor voor de stedelijke ontwikkeling voor het specifieke gebied waar ze plaatsvindt. Het thema van een IBA komt dan ook altijd voort uit die specifieke plek. Daarnaast manifesteert een IBA zich altijd in gebouwde voorbeelden. Aan het eind is er dan een school gebouwd waar een nieuw schoolconcept is ontwikkeld of een woningbouwproject met innovatieve kenmerken. Een IBA probeert dus altijd door voorbeeldprojecten een plek te veranderen. Wat dat betreft heb ik in Rotterdam ook al projecten gezien die zo’n betekenis zouden kunnen hebben, zoals bijvoorbeeld de Luchtsingel.”

Metrozonen

Door zijn ervaring als directeur van de IBA Hamburg verscheen Uli Hellweg in Rotterdam op de radar. De buitengewone omstandigheden die door hun opzet als laboratorium voor stedelijke ontwikkeling ontstaan, maken IBA’s tot een sterk middel voor stedelijke vernieuwing en brengen dikwijls de gebieden waar ze plaatsvinden in beweging. Het is niet de bedoeling het IBA-format naar Rotterdam te kopiëren, maar om te kijken op welke manier de lessen uit Hamburg ook voor Rotterdam relevant zijn.

Zo stond het scheppen van verbindingen ook tijdens de IBA Hamburg hoog op de agenda. Deze IBA vond plaats in Wilhemsburg, een verloedert stadsdeel ten zuiden van het centrum van Hamburg. Hellweg: “In Wilhelmsburg hadden we als één van de hoofdthema’s ‘metrozonen’, gebieden binnen de metropool die door bijvoorbeeld verkeersstructuren of havengebieden sterk afgescheiden van elkaar zijn. Het creëren van verbindingen was daar één van de belangrijkste thema’s.”

Hoe ziet u het thema connectiviteit in relatie tot Rotterdam?
“Net zoals Wilhemsburg is Rotterdam sterk beïnvloed door het modernisme. Dat wil zeggen dat het stadscentrum een scheiding van functies kent, met een grote nadruk op verkeersinfrastructuur. Die fysieke barrières creëren weer mentale barrières. Daarom zijn historische stadskernen zo geliefd, want daar zijn geen barrières tussen wonen en werken of verschillende buurten.”

“Er is dan ook een heel nauwe verbinding tussen ruimtelijke interventies en dat wat bijvoorbeeld Henk Oosterling op Zuid doet met Rotterdam Vakmanstad. Hij probeert vanuit het basisonderwijs vakmanschap op de kaart te zetten. Hij denkt in netwerken en door op verschillende niveaus sociale netwerken te smeden, wordt het voor zijn leerlingen mogelijk om uit de bestaande structuren weg te komen. Ruimtelijke connectiviteit kan zulke processen ondersteunen. Dat zag je heel goed bij de Luchtsingel, die door het scheppen van een ruimtelijke verbinding ongetwijfeld zal bijdragen aan het verbinden van gebieden eromheen.”

Dat klinkt als een erg holistische aanpak, heeft een stad niet ook conflict nodig?
“Ja, maar dat heeft een stad sowieso! Een stad is natuurlijk niets anders dan een beschaafde arena waarin conflicten opgelost kunnen worden. Maar dat lukt alleen op het moment dat partijen die met elkaar in conflict zijn, met elkaar communiceren. En wat ik de afgelopen dagen heel indrukwekkend vond, is dat hoewel de initiatieven en partijen die ik gesproken heb allemaal een andere aanpak hebben ze wel heel open en fair met elkaar in contact treden.”

“Wat stichting Freehouse in het Wijkwaardenhuis aan de Afrikaandermarkt doet met zijn focus op het creëren van nieuwe markten en werk in de wijk en het versterken van bestaande structuren, is iets heel anders dan wat er op Katendrecht gebeurt. Daar ligt de focus veel meer op het upgraden van het gebied, op het aantrekken van hoogwaardige cafés en restaurants. Maar daar vindt wel uitwisseling plaats. En dat werkt alleen op het moment dat er verbindingen zijn tussen die verschillende stedelijke groepen. Op dit moment hebben ze wel nog allemaal hun eigen verhaal, een eigen narratief, maar ik kan me voorstellen dat er op den duur ook een Rotterdams verhaal is waar ze allemaal onderdeel van uitmaken. Dat er uit die decentrale, heel lokale verhalen een verhaal van de stad voortkomt.”

Tot slot, heeft een stad zo’n narratief nodig?
“Ik geloof wel dat het voor een stad gunstig is om zich nationaal en internationaal met een coherent verhaal te presenteren. Dat hoeft helemaal geen marketingconcept te zijn, dat mag best ruw. Maar ik denk dat het goed is als mensen zich niet enkel identificeren met hun wijk of hun directe leefomgeving, maar dat ze zich ook onderdeel voelen van de stad als geheel. Iedere stad heeft een verhaal nodig.”

Stadmakerscongres
Op 28 november geeft Uli Hellweg als Guest Urban Critic een keynote lezing tijdens het Stadmakerscongres georganiseerd door AIR en de Van der Leeuwkring. Voorbij het schematische bottom/up schalen nieuwe spelers steeds meer op tot gamechangers. Hoe ontstijgen projecten zichzelf en worden ze strategisch van betekenis voor stad en stedelijkheid? Het Stadmakerscongres 2014 brengt nieuwe partijen en hun praktijken bijeen en agendeert het thema ‘connectiviteit’ als opgave. Meer informatie en aanmelden: Stadmakerscongres.nl

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door AIR, het architectuurcentrum Rotterdam (wat betekent dit?)

logo AIR 4kl

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:AIR, gemeente, Guest Urban Critic, Henk Oosterling, IBA, stadmakerscongres, stadsinitiatieven en Uli Hellweg

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *