Kunst & Cultuur17 december 2014

Kunstguerrilla’s in Rotterdam

Rotterdam loopt voorop met politieke undercoverkunst sinds de formatie van de kunstvijandige populistische coalitie in 2001, aldus kunsthistorica Sandra Smets: “Populisme smeekt bijna om overidentificatie.”

‘Fryske Triomf’ van Daan Samson 2014 (Fotografie: Jeronimus van Pelt)
‘Fryske Triomf’ van Daan Samson 2014 (Fotografie: Jeronimus van Pelt) Beeld: Daan Samson

Stevige witte wolken torenen uit boven het Heegermeer, voldoende om wind te beloven, tam genoeg voor een fijne dag op het water. Zes modellen staan ontspannen op een Friese zeilboot, stijlvol in gestreepte watersportmode, één met een bel witte wijn in de hand. Het leven is goed hier op het water, tussen zeilscholen en jachthavens. ‘Fryske Triomf’, noemde de Rotterdamse kunstenaar Daan Samson deze foto. Hij maakte hem afgelopen zomer samen met fotograaf Jeronimus van Pelt, voor het theaterfestival Heegspanning waarmee watersportdorp Heeg zichzelf promoot. Samson besloot vooral die PR-functie uit te vergroten, in dit kunstwerk dat een glanzende reclamefoto lijkt. Het is het zoveelste luxueus uitziende kunstwerk van zelfbenoemd ‘welvaartskunstenaar’  Samson, die zich profileert zich als een succesvol cultureel ondernemer. Sinds de politiek is gaan verkondigen dat kunstenaars meer hun eigen broek moeten ophouden, is Samson die wens ten uitvoer gaan brengen – en hoe.

Al ruim tien jaar maakt Samson kunst die gaat over weelde en soms bijna geheel uit sponsoring en logo’s bestaat. Graag leunt hij daarbij tegen de politiek aan, deed een project met Frits Bolkestein en afgelopen kerst verblijdde hij topmanagers uit het bedrijfsleven en de politiek door uit hun naam kerstpakketten naar elkaar te sturen. Meer VVD kan kunst niet worden. Maar wie goed kijkt naar zijn werk, vraagt zich af of dit nou wel de bedoeling was. Moest kunst zo’n grote uitverkoop worden, zo glossy? Cultureel ondernemerschap, moet dat niet met mate?

Op het moment dat je jezelf die laatste vraag gaat stellen, heeft Samson beet. Want hij is geen VVD’er – al zal hij dat zelf niet toegeven. Hij is undercover gegaan in de gepromote liberale ideeën van cultureel ondernemerschap en economisch succes, om van binnenuit die gedachte te ondermijnen. Door deze politieke idealen zo uit te vergroten, holt hij ze uit. Want als cultureel ondernemerschap betekent dat kunst vol reclamebeelden zit, alle artistieke integriteit verliest, nee, dan moesten we toch maar wat meer subsidies gaan verschaffen. Het is het soort rechtse kunst waar zelfs Bolkestein links van zou worden.

Undercoverkunst en overidentificatie

Kunst en politiek gaan al eeuwen samen. Kunstenaars maken portretten van machthebbers of videokunst over misstanden. Maar deze tactiek van Samson is een andere: je zó vereenzelvigen met een politieke partij dat die partij er zelf ongemakkelijk van zou worden. Een soort undercoverkunst. In Nederland bezigen vooral Rotterdamse kunstenaars deze tactiek, die eind vorige eeuw in het buitenland ontstond. De Sloveense metalband Laibach maakt avant-gardepop gehuld in nazistische en stalinistische outfits op dusdanig bevlogen fascistische manier dat het vanzelf extremisten belachelijk maakt. Het leverde de term ‘overidentificatie’ op: identificeer je zo overdreven enthousiast met je ergste vijand, dat je zijn geloofwaardigheid in diskrediet brengt.

Die tactiek koos Christoph Schlingensief die in Oostenrijk in 2000 meedeed met de FPÖ-gevoelens door een spelshow te organiseren waar kijkers asielzoekers konden wegstemmen, die meteen gedeporteerd werden. Dat was velen een brug te ver. En tijdens de Russische anti-homowetten vorig jaar nog ‘hielp’ kunstenaar Oleg Ustinov de politiek door uit naam van de overheid pamfletten op te hangen: oproepen aan burgers om homopropagandisten aan te geven. Dat deed te veel mensen aan Stalin herinneren, commotie alom, waarop het bestuur afstand nam van de antihomoflyers – en daarmee dus haar eigen beleid relativeerde. Missie geslaagd.

'Monument voor de verjaagde Rotterdammer' (2008) van Jonas Staal in opdracht van Leefbaar Rotterdam
‘Monument voor de verjaagde Rotterdammer’ (2008) van Jonas Staal in opdracht van Leefbaar Rotterdam Beeld: Jonas Staal

Ook in Nederland kennen politieke bewegingen dat soort vrienden dat vijanden overbodig maakt. Jonas Staal en Vincent van Gerven Oei voerden een monument uit voor de door allochtonen verjaagde Rotterdammer, na een retorische vraag daartoe van Leefbaar Rotterdam – een onmiskenbaar groteske sculptuur. Later maakte Staal voor Geert Wilders bermmonumentjes, de kunstvorm van Henk en Ingrid, en werkte de penitentiaire inrichting uit de afstudeerscriptie van PVV-politica Fleur Agema uit in  in maquettes en een toneelstuk. Maar geen bedankje van de PVV: Wilders klaagde Staal aan, Agema hekelde hem als iemand met een obsessie.

Rotterdamse guerrillakunst

Er zijn meer Nederlanders in wiens werk je overidentificatie herkent, waaronder veel Rotterdammers: Staal, Samson, Gil en Moti, Harmen de Hoop, Tinkebell. Harmen de Hoop maakt anonieme flyers waarmee hij onder meer protesteert tegen abstracte kunst, een populistische stem verwoordend. En tijdens een fel debat deze maand in Amsterdam over of politiek geëngageerde kunst nou wel of geen effect sorteert, stond in de zaal Tinkebell op, die zei dat zij er net een wetsvoorstel doorheen had gekregen, in samenwerking met de PVV.

Waarom Rotterdam? Een rol kan hebben gespeeld dat hier het, toen nog Rotterdamse, kunstenaarsduo Bavo in 2007 het boekje Cultural Activism Today publiceerde, dat enigszins leest als een manifest over overidentificatie. Over hoe je het systeem kunt ondermijnen door het van binnenuit aan te vallen. Die Paard van Troje-aanpak is een soort guerrillatactiek: wapens buitmaken op de vijand en die tegen de vijand gebruiken. Ook in guerrillatactieken heeft Rotterdam veel ervaring, via street art. Met de bloei van stickerkunst rond de eeuwwisseling en daarvoor al graffiti lieten jonge Rotterdamse kunstenaars zien de stad terug te pakken op het systeem, op de macht, en die zich toe te eigenen. Dat zulke kunsttactieken, buiten de kunstruimtes, vooral in Rotterdam bloeien zal ermee te maken hebben dat het kunstcircuit hier al eerder onder vuur lag dan bijvoorbeeld in Amsterdam. Daar is in 2001 geen kunstvijandige populistische coalitie met Leefbaar Rotterdam ontstaan. Populisme smeekt bijna om overidentificatie.

Het doel van deze infiltrerende kunstenaars is dus veelal politiek, om de opponent te ondermijnen. Ook brengen ze de kunst buiten galeriemuren en kunstsymposia. Ze hebben een bereik in de publieke ruimte en media – zo vaak inkoppertjes voor GeenStijl dat veel mensen denken “O nee, heb je hen weer.” Hoewel niet te meten, is dit vanuit politiek oogpunt toch echt winst: de kunst wint aan importantie en wordt meer een ‘angel’ dan wanneer het enkel ergens in een tentoonstelling te zien is. Maar er is een keerzijde. Wanneer politieke kunst zich manifesteert in een wijk, op straat, is dat buiten het zicht van kunstcritici of tentoonstellingsmakers. Dan heb je toch weer een tentoonstelling of debat nodig om gezien te worden. Het systeem is heel, heel hardnekkig.

Van overidentificatie naar activisme

Tot zover de overeenkomsten in overidentificatie, die in andere opzichten onvergelijkbaar breed is. Soms links, dan weer rechts. Vaak vol ironie, zoals bij Samson, andere keren bloedserieus, zoals bij Staal. Uitgekeken op media-effecten en wars van ironie is het voor hem enkel nog een hulpmiddel terwijl hij meer bezig is om politiek iets te organiseren, te veranderen, niet enkel te becommentariëren.

'New World Summit' (Berlin, 2012), Jonas Staal. Photo: Lidia Rossner / 7th Berlin Biennial. Overview of the parliament of the 1st New World Summit in the Sophiensaele, Berlin, surrounded by flags of organizations currently dealing with terrorist blacklisting, organized by color.
‘New World Summit’ (Berlin, 2012), Jonas Staal. Overview of the parliament of the 1st New World Summit in the Sophiensaele, Berlin, surrounded by flags of organizations currently dealing with terrorist blacklisting, organized by color. (fotografie: Lidia Rossner) Beeld: Jonas Staal

Deze zomer reisde Staal naar een oorlogszone in Noord-Mali om greep te krijgen op een politiek conflict bij een stateloos volk. Daarmee onderzoekt hij een andere methodiek: “Overidentificatie is een kritische aanpak die handig is om politieke propaganda te tonen, maar het helpt niet om de wereld te veranderen. Daarom gebruik ik ook andere strategieën, zoals het opzetten van de New World Summit. Dat is een politieke infrastructuur voor stateloze naties, een alternatief parlement.” Deze week zit hij in Syrië. Als beeldend kunstenaar kun je verbeelden wat anders onzichtbaar blijft, groepen als statelozen uit de anonimiteit trekken. Dat geeft een nieuwe draai aan kunst, waarvoor Staal hele organisaties optuigt buiten de radar van de kunstwereld die er dus niet over kan oordelen. Dit vraagt een nieuw soort kunstkritiek.

Meer kunstenaars die actief iets willen veranderen in de wereld, verruilen overidentificatie voor activisme. Zo was ironie nog wel voelbaar bij de relatie die de Nederlands-Israëlische kunstenaars Gil en Moti aangingen met een Arabische minnaar als model voor de wereldvrede, of hun vrijwilligerswerk voor islamitische ondernemers. Maar vrij van enige ironie zijn ze dit jaar huizen gaan bouwen aan de Westelijke Jordaanoever – voor beide kampen: zowel Israëliërs als Palestijnen. “Zo stellen we de vraag wat het betekent om een gemeenschap te vormen.” En Renzo Martens, beroemd om zijn film over het uitbuiten van Afrikaanse kindertjes, waar hij met zijn film expres aan meedeed om het te ontmaskeren, is een kunstcentrum begonnen in Congo.

Onduidelijke intenties

Zulk echt activisme laat onverlet dat de overidentificatie van heimelijke infiltranten wel degelijk een functie heeft, want hun daden worden zichtbaar in de media. Zo kunnen ze de publieke opinie beïnvloeden. Martens heeft bewustzijn gekweekt voor de mediagehaaidheid richting derde wereld, Engelbrecht heeft sympathie voor illegalen gekweekt, Staal heeft strategieën van populisten doorgeprikt. Zij richten zich op duidelijke doelen en halen die onderuit door ze uit te vergroten.

Maar net als bij echte spionage, blijft ook bij zulke undercoverkunst toch vaak de intentie en het resultaat onduidelijk. Samson bijvoorbeeld, wat stelt hij aan de kaak? In feite onderschrijft zijn werk de visie van Willem Schinkel, socioloog aan de Erasmus Universiteit: de huidige politiek is meer management dan ideologie geworden. In zijn boek Weerbare Democratie hekelt Schinkel hoe de hedendaagse Nederlandse politiek mediabelust en opportunistisch is en bedrijfsmatig opereert, stemmen winnend in plaats van grote idealen na te streven. Die combinatie van politiek en opportunisme wordt vaker gezien als een symptoom van een wereld zonder koers, zonder ideologie. Ook Samson opereert ad hoc, managet welvaart, bestendigt politiek-economische relaties met zijn kerstpakkettenactie. Thales-CEO Gerben Edelijn stuurde hij een pakket namens minister Edith Schippers, VUMC-voorzitter Wouter Bos namens Menzis-CEO Roger van Boxtel, alles met lieve briefjes en gesponsorde jenever. In zijn verheerlijking van het liberalisme werkt Samson belangenverstrengeling in de hand en ontdoet hij de politiek van integriteit.

Samson reist druk heen en weer tussen fotosessies die het goede leven uitvergroten en zet intussen alle projecten op Youtube als videotrailers met soundtracks. Met tienduizend hits in een week had zijn laatste filmpje net zoveel bezoekers als een kunstruimte in een half jaar. ‘Fryske Triomf’ is ook online te zien en eveneens in Heeg zelf. Metersbreed op een zeildoek is het in deze zomer gemonteerd naast de passantenjachthaven aan het Heegermeer, er de luxueuze identiteit van een watersportvakantiebestemming uitvergrotend. Identiteit en imago vormen Samsons vaste thema, en identiteit is een politiek gevaarlijk begrip – definieer een bevolkingsgroep en je sluit mensen buiten. Daarom is Samsons foto net wat anders Fries. De modellen zijn zwart, al heten ze allen Sjoerdstra en Joustra. Hun donkere huid tussen alle Friese symbolen is een bewuste keus van Samson om het bekende beeld van de Friese identiteit te draaien, open te breken.

De meeste mensen in Heeg namen er geen aanstoot aan en prezen de compositie, maar later op de festivalavond kreeg Samson andere reacties: “Dit soort grappen doe je maar in Amsterdam. Dit is anti-reclame.” Samson, quasi-naïef: “Ik zie gewoon zes mensen op een boot. Blijkbaar zijn er gradaties in Fries-zijn.” Een welvaartskunstenaar valt nooit uit zijn rol.

Reageer of deel op Social Media

Tags:Bavo, Daan Samson, Gil & Moti, guerilla kunst, Jonas Staal, over-identificatie, politieke kunst en verjaagde rotterdammer

Sectie: Kunst & Cultuur

Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • draag inhoudelijk bij aan de discussie (en ja, humor mag, graag zelfs!)
  • blijf on-topic
  • speel op de bal, niet op de man

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *