Voor de harddenkende Rotterdammer

Ik ben voor een nieuw poppodium. Het moet Ons Huis gaan heten en komt in het voormalige Lantaren-Vensterpand aan de Gouvernestraat. Met respect voor alle andere voorstellen voor een nieuw poppodium die uiterlijk morgen (vrijdag 19 december) ingediend gaan worden én het (te gekke) wilde plan van Aziz Yagoub, wil ik dit pleidooi voor Ons Huis nog wel even kwijt.

Eksit

Dik drie jaar geleden, speciaal voor De Wereld van Witte de With gaf ik eenmalig een nieuwe editie uit van de legendarische Rotterdamse undergroundpublicatie de Eksit Krant. Eksit was zo’n beetje het eerste echte (en beruchte) poppodium van Rotterdam en was gevestigd aan de Eendrachtsstraat. Hoewel begonnen als aankondigingskrantje voor de evenementen die in de Eksit plaatsvonden groeide de Eksit Krant al snel uit tot een op zichzelf staande publicatie die een belangrijk platform was voor kunstenaars, schrijvers, dichters en muzikanten uit de experimentele kunst- en muziekscene.

Ruut Ramseijer tijdens de Eksit Krantrelease, in het RO Theater.
Ruut Ramseijer tijdens de Eksit Krantrelease, in het RO Theater.

 

Gyz02
Ruut Ramseijer tijdens de Eksit Krantrelease, in het RO Theater. Beeld door: beeld: Frank Hanswijk

Eksit opende haar deuren in 1969 als ’t Heyt en werd al snel de Eksit genoemd. Eksit is min of meer de voorloper van podia als Kaasee, de (Jazz)Bunker, Heavy, Hal4 / Utopia, Thelonious, Arena, Berenei, Space, de Hemel en de Hel, Sensi Upstairs, De Baroeg, Nighttown, Rotown, De Vlerk, Poortgebouw, Waterfront, Worm, Watt, de Player, Bird en noem maar op.

Clubhuis Nighttown

De generatie voor mij ging veel naar de Eksit aan de Eendrachtsstraat, Ruimte in de Gaffeldwarsstraat en de fusie tussen die twee, Arena aan de West-Kruiskade. Ik ging naar Nighttown en podium De Vlerk. Oftewel mijn clubhuizen. Dat je in mijn tijd – zowel Nighttown als De Vlerk ‘mocht’ bezoeken is wel ironisch. De Vlerk heeft z’n roots namelijk liggen in een beweging die tegen de commerciële plannen van de oprichting van Nighttown was. Deze B.A.F. (Bezoekers Arena Front) was gevormd uit de weerstand van oud-Arena medewerkers en bezoekers.

Hoe dan ook, Nighttown aan de West-Kruiskade heeft van 1988 tot 2006 bestaan, bijna achttien jaar dus. Net volwassen geworden, of toch niet? Welke pop- en danceliefhebber in Rotterdam (en ver daarbuiten) was er niet kind aan huis en is er bijkans zelf volwassen geworden?

Gyz03
Still uit “Rotterdam 2040”. Drukwerk Arena, Nighttown & De Vlerk. Beeld door: beeld: Archief Gyz La Rivière

Ik heb in Nighttown ontzettend veel geld opgemaakt. De eerste keer dat ik Nighttown bezocht moet rond 1991 zijn geweest. Ik was een snotaap van vijftien en ging naar concerten zoals Ned’s Atomic Dustbin en Bad Religion. In 1992 mocht ik er de Smashing Pumpkins bewonderen als afterparty na hun legendarische optreden (allemaal in een jurkje) op het Metropolis Festival. De beste concerten waren voor mij Funkadelic, Tricky, The Make-Up, The White Stripes en Dinosaur Jr.

Echt uitgaan – rond 1992 – mocht ik nog niet, want daar moest je achttien jaar oud voor zijn. Het was Karl (wie kent hem niet?), de bouncer van Nighttown, die daar telkens een stokje voor stak. Maar alleen al de rij voor de ingang, die helemaal tot aan de schoenenwinkel van Corbeau liep (die destijds daar nog zat), was het bezichtigen waard. Op m’n negentiende ging ik er werken in café Popular (het latere Nighttowncafé) als afwasser.

Gyz04
Nighttowntoegangskaartjes & videostills. Foto: Judith Althuisius. Beeld door: beeld: Archief Gyz La Rivière

Eenmaal binnen bij Nighttown was de gang een podium op zich: een flirtmoment tussen het dansen in drie zalen door. Via de XTC werd ik gek op techno- en housemuziek. En in de latere jaren negentig voorzag ik, samen met de Cut-Up crew van kunstenaar Geert Mul, Nighttown’s Future-nachten van visueel bewegend behang in de Basement.

Nighttown gaf ook een heleboel jongeren de ruimte om zich te kunnen ontplooien. Zo heb ik daar samen met DJ Alien en Marcel Haug het concept mogen verzinnen voor het allereerste International Breakdance Event in 1998 en twee jaar later kreeg ik daar de mogelijkheid om samen met Rufus Ketting, Hitmeister D, Vincent van Duin, Disco Rick en Henri Oogjen de Rotterdamsche Knakendisco te lanceren.

Podium (De Vlerk)

Inmiddels is het roemruchte Arena-Nighttown-Wattpand in handen van een Chinese supermarkt. En over De Vlerk heeft gek genoeg niemand het, zal wel aan de latere naam Waterfront liggen. Want ja, zeg nou zelf, de verbastering van de laatste gebruiker van het pand aan de Katshoek: dansschool De Klerk, bekte toch lekkerder.

Na veel omzwervingen werd één van de ruimtes in de boogjes onder Station Hofplein de eerste semi-vaste locatie van De Vlerk. Ikzelf kwam regelmatig in De Vlerk toen ze daarna in de berenkuil (voormalig Willem Wodka’s Thelonious jazzpodium) aan de Lijnbaan zaten. En helemaal vaak toen De Vlerk vervolgens aan de Westblaak zat (waar je nu all-you-can-eat sushi kunt eten).

Gyz05
Drukwerk De Vlerk. Beeld door: beeld: Archief Gyz La Rivière

Ook De Vlerk was bij uitstek een podium waar veel jongeren van destijds hun eerste ding konden doen. Het gaf 75B hun eerste zichtbaarheid in de stad d.m.v. de affiches die ze voor De Vlerk ontwierpen. De mensen achter Strictly Techno, Illy Noiz, At Denko’s, Electro Rock, Stardumb Records, Redrum – en ga zo maar door – kregen in De Vlerk (via Grandmaster Peter van der Stelt) en het latere Waterfront ruim baan. In de Waterfront kan je trouwens weer terecht onder de naam Social Underground Rotterdam, maar daar ben ik nog niet geweest (zal wel aan mij liggen).

Hang-out

Natuurlijk is deze rol van de eigen stadsjeugd een podium geven mooi doorgegeven en overgenomen door locaties als BAR, Bird, Perron, Bahn, Roodkapje, Blender, TwentySix en Toffler. Gelukkig doen Rotown, Vibes, Worm en De Baroeg dat al veel langer. Echter is de hang-out functie van een podium wel heel belangrijk. Dat je op een gegeven moment als bezoeker vindt dat het jouw toko is. Kortom, dat je er wil blijven komen en daar uiteindelijk zelf dingen gaat doen.

Aruna Vermeulen van het HipHopHuis vertelde laatst in een interview in de Puntkomma het volgende: ‘Wat ik mis in Rotterdam? Ik mis Nighttown. Ik ben een kind van Nighttown, daar heb ik me kunnen ontwikkelen. Zoveel mensen kwamen daar over de vloer, er waren zoveel programma’s cultuuroverstijgend: hiphop, pop, jazz, film, open podium, hedendaagse muziek, alles was daar te zien en te horen. Daardoor ben ik gevormd en ik niet alleen. Dat zoiets nu niet bestaat is absoluut een gebrek in de stad.’

Ik ben het er volkomen mee eens. Er groeit een generatie op zonder een poppodium. Als je niet weet wat je mist, dan weet je het niet. Maar dat merk je later pas…

unnamed-2
The Party is over, objet trouvé. Foto: Job Janssen (TENT, 2012).

The Party is over
In 2011 kwamen de neonletters van Nighttown in het bezit van Gyz La Rivière, nadat hij ze te koop had zien staan op Marktplaats. In 2012 heeft hij de neonletters tot een objet trouvé-kunstwerk verheven met als titel: The Party is over. Tegelijkertijd heeft hij de neonletters geschonken aan de stadscollectie van Museum Rotterdam. Hierdoor zijn de beroemde neonletters weer van de Rotterdamse bevolking.

Rotterdam clubhoofdstad?

Ik weet niet waar het precies vandaan komt: mijn verzameling van-alles-en-nog-wat over Rotterdam. Maar als je dat doet dan weet je dat Rotterdam eerdere publiciteitsgolven meegemaakt heeft. De zogenaamde populariteitslijstjes van nu zijn meer mainstream, dat wel.

De lofzang op Rotterdam als clubhoofdstad van begin deze eeuw was er niet voor niks. Toen kon je niet alleen gaan dansen in Nighttown, maar ook in grote clubs als off_corso, Now&Wow, Calypso, Las Palmas, Club Rotterdam en in het Maastheater.

Deze loftrompet was snel niet meer te horen, aangezien we na sluiting van bovengenoemde clubs hele donkere jaren hebben meegemaakt. Dan heb ik nog niet eens gehad over de sluiting van onder andere: Cita 2000, Beat Corner, Club EYE (het afgebrande Palace gebouw), Full Moon (de Cozmik), Tudor bar, Bluetiek-in (Carrera / Baja), Imperium, Quasimodo, Groove Garden (d’Groove / R&B café), HyperHyper, Le Bateau (voormalig Studio 54), Colors (Heat), DMW, Bootleg DJ café, Plan C, Artist Revue Hall (Kipstraat), de Twijfelaar (Exit), Club Imax, Pompeï en Parkzicht. De lijst is zelfs nog langer, maar dit zijn allemaal locaties waar nu niks op muziek gebied – onder een andere naam – gebeurt. De redenen hiervoor bespaar ik jullie, zoals bijvoorbeeld met het Heideggerpodium. Hoewel in Heidegger wel weer eens wat aan de hand is. Ik heb ook vernomen dat de Gay Palace als Club Why weer open gaat.

unnamed
flyer’dam, installatie. Foto: Job Janssen (TENT, 2012).

Gelukkig hebben we sinds een paar jaar nieuw elan in de stad. Op de landelijke cultuurkaart stond Rotterdam in 2012 op de 19e plaats. De cultuurkaart is een landelijke index van podiumkunsten, beeldende kunst, erfgoed, letteren en film. Dus wat zeggen (internationale) lijstjes? Niet veel zou je zeggen. Hoewel het Cambridge Innovation Center (CIC) uit Boston 50.000 tot 100.000 vierkante meter wil fixen in Rotterdam voor beginnende bedrijfjes (wat je daar ook van moet geloven). Dus de internationale loftrompet doet heus wel z’n werk.

Gyz08
Kutavond met SNAP!, live in Perron. Foto: Gyz La Rivière Beeld door: beeld: Gyz La Rivière

Deels leg ik dit persoonlijk Rotterdamarchief aan omdat alles hier nu eenmaal snel verandert. Dit kan je als de kracht van de stad zien, het is echter ook vaak haar zwakte; aangezien mensen ankers in de stad nodig hebben – en een (pop)podium is zo’n anker – waar zij zich aan kunnen binden.

Altijd Wat(t)

De laatste jaren – sinds de teloorgang van WATT in 2010 – is er veel gesproken en geschreven over een eventueel nieuw popodium. Ook op Vers Beton. Wat ik een beetje mis in al deze discussies is dat het amper over de culturele meerwaarde van zo’n nieuw podium gaat. Het belang van samenkomen en opgroeien op zo’n locatie. Het verliefd worden, vrienden maken, opgevoed worden door o.a. (live)muziek – ofwel de buurthuisfunctie van zo’n podium. Waar de discussie voornamelijk in vervalt is geld: wel of geen subsidie. Bovendien staan de mensen die meestal aan het woord komen over een nieuw podium dikwijls te preken voor eigen parochie.

Gyz09
Watt-flyer, Humobisten. Westside, objet trouvé, Gyz La Rivière (2013) Beeld door: beeld: Gyz La Rivière

Rue du Gouverne

Terug naar de geschiedenis. Weinig cultuurpanden zijn gespaard in de Tweede Wereldoorlog en het is dan ook in het pand aan de Gouvernestraat waar de culturele wederopbouw van de stad begonnen is.

Lantaren Venster was tot 2010 gevestigd in de Gouvernestraat. Vanaf 1996 heb ik zo’n tien jaar naast het pand gewoond. Helaas traden er – in deze periode – in het roemruchte gebouw nog amper bands op. Wel draaiden er heel veel film-, dans- en theatervoorstellingen. Dit oude Lantaren Vensterpand vertelt, zoals ook de Eksit en Nighttown dat doen, een belangrijk verhaal van de stad. Mensen, zeker die in Rotterdam, hebben de behoefte hun geschiedenis aan plekken te hechten. Dat is geen valse romantiek, maar getuigt van respect voor het verleden en voor de verhalen van de stad. Het is wat je verbindt met je moeder, je oma en de geschiedenis van alle Rotterdammers.

Ons Huis, Rotterdam 2040, videostill (2012). Camera: David Spaans.
Ons Huis, Rotterdam 2040, videostill (2012). Camera: David Spaans.

 

Ons Huis

Ik wil wel een poging wagen om te stellen dat het oude Lantaren Vensterpand dit nog het sterkst in zich heeft. In het archief van Stichting Ons Huis, dat vroeger in dit pand zat, las ik namelijk: ‘De vereniging Ons Huis nam in 1909 intrek in het pand met als doel “de bevordering van de omgang tusschen de verschillende kringen van de samenleving en van de volksontwikkeling”, waarbij de nadruk zou moeten liggen op ontwikkeling van de mens, ontspanning en kunstgenot.’

Na het bombardement diende het pand als noodhospitaal ter vervanging van het getroffen Coolsingelziekenhuis. Een jaar na de oorlog kreeg het pand zijn (culturele) functie terug en werd het gebouw van architect Jan Verheul (bekend van de vooroorlogse Groote Schouwburg) tussen 1948 en 1952 verschillende malen verbouwd door architect J.B. Bakema. Tijdens het ontwerp voor de verbouwing van Ons Huis tot ’t Venster rond 1948 vindt Bakema zijn partner in crime in architect Van den Broek. Ze hebben als Van den Broek en Bakema veel betekend voor de internationale architectuurwereld. Zoals bijvoorbeeld met hun ontwerp voor de Lijnbaan. Op 27 januari 1949 wordt ’t Venster officieel in gebruik genomen.

Ons Huis, Foto (1952). Collectie Nederlands Fotomuseum
Ons Huis, Foto (1952). Collectie Nederlands Fotomuseum

Eind jaren veertig ontstond er dus een filmzaal – voor de betere film. De foyer werd gebruikt als expositieruimte. Het werd tevens het thuishonk van ‘De Venstergroep’, een gezelschap van Rotterdamse kunstenaars zoals Gust Romijn en Wally Elenbaas. Begin jaren vijftig ontstond de moderne theaterzaal ‘De Lantaren’. De Lantaren en ’t Venster vervulden los van elkaar hun functie en hadden voor lange tijd hun eigen ingang. Tot ver in de jaren negentig bleven de eigenaren van Lantaren Venster sleutelen – en niet altijd op de juiste manier – aan het pand aan de Gouvernestraat.

Heilig pand

In het pand is zo’n beetje elke belangrijke filmmaker geweest. In de jaren zeventig en tachtig waren er in Lantaren optredens van uiteenlopende bands als de Sex Pistols, U2, Simple Minds, Talking Heads, Depeche Mode, Nick Cave en Sonic Youth. Heel veel kunstenaars hadden in galerie ’t Venster hun eerste Nederlandse solo-expositie. Het gaf ook ‘huis’ aan een Grafische Werkplaats, een videocentrum en een filmwerkplaats. Het was de geboortegrond van het grootste culturele evenement van Nederland: het International Film Festival Rotterdam.

Net als de groei van het IFFR, verhuisde de Grafische Werkplaats (in 1979) naar elders. Het betrok een grotere (gekraakte) locatie aan de Pelgrimsstraat. Idem voor galerie ’t Venster, dat vanaf 1974 – onder leiding van Gosse Oosterhof (onthoud die naam) – haar deuren in het voormalige Henkespand in Delfshaven opende. Precies wat ik bedoel: dat zo’n clubhuis dingen tot stand laat komen. Dat er gegroeid kan worden. Iets wat ik mee mocht maken – met mijn generatie – op onze bescheiden manier in podia als Nighttown en De Vlerk.

Drukwerk Lantaren Venster (1977 & 1967).
Drukwerk Lantaren Venster (1977 & 1967).

Cultureel erfgoed dus aan de Gouvernestraat. Wat zeg ik? Heilige grond zal je bedoelen. Ik ben van mening dat heilige grond niet te koop is. Dat moet je namelijk verdienen en dit predicaat komt met de tijd. Het continu afbreken van ‘heilige panden met een culturele geschiedenis’ is enorm gevaarlijk, zoals ik al dikwijls gezegd heb.

Wat we in onze stad wat betreft kunst en cultuur in bijna 75 jaar – sinds 14 mei 1940 – voor elkaar hebben gekregen spreekt boekdelen. Dat is ongekend. Echter ben ik van mening dat het dalijk echt alleen nog maar in boekjes te zien is, als we op sommige punten niet oppassen.

Rotterdam 2040

Worm deed in 2008 een poging om de sleutel te krijgen tot het oude Lantaren Vensterpand aan de Gouvernestraat. Maar Worm zit nu ook lekker in het oude NRC-gebouw. Het huurcontract van theater De Gouvernestraat – de recente bewoner – liep op 1 september 2014 af. Het pand staat inmiddels te koop. Mijn film Rotterdam 2040 ging er nog in première. Daardoor kwam ik er destijds in de middag om proef te draaien. Ik kwam er tot mijn eigen verbazing achter dat de entree, de Lantarenzaal en de foyer eigenlijk in een heel goede staat verkeren. Veel beter dan als je destijds in de middag Nighttown bezocht met de lichten aan. Ik vind het dan ook verschrikkelijk als dit geweldige pand in verkeerde handen komt.

Première Rotterdam 2040 in De Gouvernestraat (2013).
Première Rotterdam 2040 in De Gouvernestraat (2013).

Met alle respect: De Gouvernestraat heeft mijns inziens niet alles uit dit pand gehaald wat er mogelijk is. Het was vaker dicht dan open, de buurthuisfunctie is verloren gegaan. Het zal wel aan financiële middelen hebben gelegen. Het heeft ook niet geholpen dat er een aantal jaar geen regulier filmprogramma mocht draaien, omdat het nieuwe Lantaren Venster zijn deuren in 2010 opende op de Kop van Zuid en dat heeft afgedwongen op haar oude pand. Althans zoiets hoorde ik ooit.

Wakker worden

Wat je als stad moet doen is het volgende: maak van de Lantarenzaal je poppodium. Er kunnen 750 mensen naar bandjes komen kijken. Kortom, een stuk groter qua capaciteit dan Rotown en Worm. Tijdens het jaarlijkse Motel Mozaïque voel je aan de sfeer goed wat er in deze zaal mogelijk is. We hebben dus een zaal in de stad voor circa 750 man. Hoef je niks voor te doen. Je hoeft er als gemeente geen pand voor te kopen. Je kan het gewoon weggeven. Je kunt gewoon open. Hallo? Wakker worden…

The Make-Up in de Basement, Nighttown. Videostills: Gyz La Rivière
The Make-Up in de Basement, Nighttown. Videostills: Gyz La Rivière

Bovendien heeft het pand een mooi verleden waar je gebruik van kunt maken. Dit is belangrijk voor bands die er gaan spelen. Dat vinden ze leuk, idem voor bezoekers. Hetzelfde gevoel dat je hebt in Vera of Paradiso. We openen het beruchte pand weer met de originele naam: Ons Huis. Kortom iedereen is er welkom. Dus ook de buurt die niet meer terecht kan in Odeon (in dezelfde straat). Als de vrees voor het voortbestaan van buurthuis de Gaffel (er vlak achter) uitkomt – dan komen ze maar in Ons Huis lekker chillen.

Do It Together in Ons Huis

In Ons Huis is er naast ‘alternatieve teringherrie’ ook plaats voor de buurtbewoners. Ieder z’n feestje. Een samenleving ben je samen. En alleen dan kan Ons Huis gaan werken, aangezien je dan respect uit de buurt krijgt. Het enige wat je moet doen is de oude Lantarenzaal geluidsdicht maken en de beste plugger van de Benelux binnen zien te halen. Je kan ook doorgroeien als dit gaat werken. De Lantarenzaal kan je in de nabije toekomst verbouwen tot een capaciteit van circa 1150 man. Dansvoorstellingen, theater en film – alles is mogelijk naast muziek.

Clubavonden liggen voor de hand. Waarom die niet laten organiseren door de mensen achter Bird, BAR, Bahn, Worm, Rotown en (toekomstig zwervend) Roodkapje – als ze een keer een wat groter feestje willen organiseren, of een groter bandje willen programmeren? Aziz Yagoub, de man achter Toffler en Perron is natuurlijk ook welkom, als hij juist een wat kleiner feestje wil, haha.

Peter Martens op een tentoonstelling van zijn werk in 't Venster (1968). Collectie Nederlands Fotomuseum.
Peter Martens op een tentoonstelling van zijn werk in ’t Venster (1968). Collectie Nederlands Fotomuseum.

Waar zich vroeger onder andere de productie van het tijdschrift Hard Werken, het zo nu en dan drukken van de Eksit Krant en het eindeloos drukken van veel buurtkranten in de Grafische Werkplaats afspeelden, kan het nu mooi gaan dienen als de (vaste) locatie voor Bogue, Vers Beton, We Own Rotterdam en andere blogs of de Mesh Print Club en PrintRoom. Tevens kan De Gouvernestraat natuurlijk ook gewoon blijven programmeren in het pand. Het pand moet ook elke dag open zijn met een restaurant. Da’s wel zo handig, want we willen wel lekker eten. Je kan zelfs nog groter denken en de ingang verplaatsen naar de Nieuwe Binnenweg dwars door het pand waar tot voor kort het Centrum Beeldende Kunst in huisde.

Een honk

Ja, je kunt dansen in Club Vie en naar de Maassilo, Factory 010 en V11. En komende kerst naar Contra in de Ferro Dome. In de Doelen en o.a. de Schouwburg is regelmatig programmering met wisselende bandjes. Of in de nabije toekomst wellicht naar de Katoenveem van ome Ted. Ik vind het allemaal prima. Echter, ik wil een vaste locatie waar je héén moet. Een honk, waar je altijd terecht kan.

Podiumliefhebbers als Mark Oskam, Hans Merts en ik komen soms bij elkaar om over Ons Huis te dromen, dus ik sta niet helemaal alleen. Worm droomde er destijds ook al van en inmiddels zijn er al meer mensen – los van elkaar – die van dit pand dromen. Dit is zelfs nog beter, want wij vinden dat het er domweg gewoon moet komen.

Wie deze kar moet gaan trekken? Tsja, dat is een goeie. Dit is dan ook meer een aanzet tot: vele vuisten die dit samen mogelijk kunnen maken. Wel kan ik zeggen dat het merendeel in het oude Lantaren Venster mogelijk was door de dikke steun van de Rotterdamse Kunststichting. Dus om weer zoiets van de grond te krijgen heb je gemeentepils nodig. ‘Make it happen’, denk ik dan.

Ons Huis. Waar de essentie van kunst, van de scheppende mens centraal staat en de ruimte krijgt. Een podium voor iedereen die honger heeft naar schoonheid, verwarring en ontregeling. Veel van ons hebben een Do It Yourself (DIY)-mentaliteit. Steeds meer kom ik erachter dat het juist Do It Together moet zijn. In Ons Huis moet dat maar eens gaan plaatsvinden. Ik zet alvast het plaatje ‘Our House’ van Madness op.

BAM!

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

Gyz La Rivière

Gyz La Rivière

Gyz La Rivière (Rotterdam, 1976) is beeldend kunstenaar.

Profiel-pagina
frank hanswijk

Frank Hanswijk

Fotograaf

Frank Hanswijk (Rotterdam, 1971) is een Rotterdamse fotograaf. Hij ontwikkelde zich breed met werk in journalistiek, reclame, theater en architectuur. De laatste jaren concentreert zijn werk zich steeds meer op architectuur en landschap. Hij benadert de architectuur niet als object maar als plek waarin de mens, al dan niet op de foto aanwezig, een cruciale rol speelt.

Profiel-pagina
Gyz La Rivière

Gyz La Rivière

Gyz La Rivière (Rotterdam, 1976) is beeldend kunstenaar.

Profiel-pagina
Lees 14 reacties
  1. Profielbeeld van Rufus
    Rufus

    Wat ben je toch een mega-topper! (en wat moet dat klote dorp zonder jou?) Een kleine (en even eigenaardige) opmerking: alhoewel wij destijds de Knakendisco in Nighttown zijn begonnen, is het eigenlijk écht begonnen op één van de drie afscheidsavonden van de Vlerk (die toen al Waterfront heette) op de Westblaak. At Denko’s (de originele Rotterdamse Kutavond) kreeg gek genoeg één van de drie avonden ‘van het bestuur toegewezen’ (lees: Peter van der Stelt) en toen hebben we voor het eerst in die bonte verzameling van DJ’s gedraaid in een overvolle Vlerk. Het was niet alleen de eerste Knakendisco line-up, het was meen ik ook het debuut van het WOEI Soundsystem, die nota bene in de Vlerk Gloria Estefan & The Miami Soundmachine durfde op te leggen. Ik vermoed 1997… Hele leuke avond!

  2. Profielbeeld van Gyz
    Gyz

    Hey Rufus, haha… Cheers! De naamswijziging van De Vlerk into de Waterfront was pas echt in 2000. Anyway, At Denko’s was altijd 1 van mijn favoriete avonden in De Vlerk, dat weet je…

  3. Profielbeeld van Emile
    Emile

    Ik heb het L/V altijd een fijne plek gevonden sinds ik er ben gaan werken bij IFFR, ik probeer er altijd nog wel vaak genoeg te komen, tijdens festivals vooral. Het is er altijd gezellig en fijn, dus ik hoop ook dat het nog een leuke herstart krijgt, en als Ons Huis vind ik dat een prima plan :)

  4. Profielbeeld van Anoniema
    Anoniema

    Wat jammer dat hierop niet serieus wordt op gereageerd, want deze man heeft een hele duidelijke boodschap. Er moet een plek komen waarin alle soorten muziekgenres en wellicht ook andere disciplines samen komen om muziek te maken, te waarderen en inspiratie te doen voor alle liefhebbers.
    Het moet een thuisfront zijn waarin muzikanten hun hart kunnen ophalen, en waarin de muziekliefhebber zich thuis voelt en geïnspireerd raakt door de omgeving.
    Ik weet dat Rotterdam het moeilijk heeft door het kiezen van een goede locatie, zoals het is gemerkt met het Popkantoor en het 010popproject.
    Lantaren Venster is inderdaad niet eens zo slecht idee, waarom is daar niet eerder aan gedacht? is het vanwege de huurkosten of andere belemmeringen?

  5. Profielbeeld van Job
    Job

    Mooi relaas en ook zeer herkenbaar! Volgens mij had Gouvernestraat/lv wel vaak last met geluid en de buurt. Misschien dat er daarom niet aan gedacht is…

  6. Profielbeeld van DeLuxe
    DeLuxe

    Lieve Gyz, De Oude Luuks hier:

    Goed verhaal, lekker lang ook, en ik weet wat je bedoelt.
    Maar het is voorbij en komt nooit meer terug. Daarom is het goed dat je er over nadenkt en schrijft; niet om je tegen te spreken hoor, maar er valt wat te reageren.

    Allereerst een kleine aanvulling uit eigen koker voor wat betreft De Vlerk op de Westblaak: wie daar ook begonnen is –als deejay– is de man die nu internationale triomfen viert met nomen ‘Boris Ross’.

    Het was op koninginnedag 1999 dat Matthieu ‘Bad Boy’ Alien 2000 en ikzelf, Professor Sander DeLuxe, daar voor een een buitenset geboekt waren als plaatjesdraaiers.

    Een paar maanden eerder instigeerden Thieu en ik –en Geert Mul plus ‘experts’ achter de schermen– een audiovisuele multi-music experience gebaseerd op de deejay- en veejaysets zoals we die eerder al draaiden, als ‘nieuwe kunstvorm’ op het Filmfestival, door hen gedoopt ‘Exploding Cinema’.
    Het was een ‘soundscape for two men and five turntables’ met fuckin heftige hiphop-beats, maar ook gitaren, electrobeats, fluitende vogeltjes, kreunende negerinnen en achterstevoren afgespeelde doedelzakken. In Nighttown, disco in een voormalige bioscoop dus met enorm scherm en vette sound system.

    Niet om het een of ander, maar die aanpak was toen nieuw, en De Vlerk was op dat moment ook dé plek voor dergelijke ‘cutting edge’
    En we hebben het nog steeds over Boris de Boer, inmiddels handelend onder de naam Boris Ross (en inmiddels ‘Big in Japan’, of althans het Nabije en Verre Oosten, de Baltische staten en de Balearen, et cetera.)

    Zijn vader is –voor wie dat niet wist– de roemruchte Piet de Boer, oprichter van ZUMO, van de beroemde pakken met dubbele schoudervulling en driedubbel bandplooi, waar je zowel in de Tudor en de Pigalle als in de BlueTiekInn de blits kon maken.
    Vlak daarna vonden Piet en ik de geruite cargo-pants uit: we hebben goed verdiend, maar wat zin we ook bestolen. Enfin, we hadden het over Boris.

    Dat was toen een pikkie van 13, voor wie zijn grootvader een ‘deejaymeubel’ had gebouw in zijn jongenskamertje, waarophij –na wat tips van Dhr. DeLuxe– breakbeats, quickmixes en scratch-ins leerde maken, onder ander met ‘The Power’ van Snap, waarin Bert een banaan in zijn oor had en Ernie steeds riep ‘Doe nu eens niet zo flauw’.

    Het eerste wat me toen opviel was dat het mannetje niet ook maar een béétje nerveus was: het kenmerk van de ware deejay!

    Hij draaide zuiver, maakte malle mixen –er was nog nauwelijks publiek, nog voor de middag– en had lol en ‘schijt aan’.

    (Man man man: Opa vertelt… En Luuks liegt nooit, ook niet als hij bluft; wen er maar vast aan, oh nee- zo kende je me al!)

    Maar wat ik nog over ‘Ons Huis’ wilde zeggen, GiesjMonAmi pappie poepie puppie: een mooie, maar véél te nostalgische gedachte.

    Het pand is goed –zie pas nu eigenlijk hoe mooi, architectonisch– maar welke mongool vond ooit dat een blinde muur en een rolstoelhelling vol fietswrakken een goeie entree voor een theater zou zijn?

    Maar las ‘hangout’ kan, gaat het niet meer werken, en ik zal wat aspecten proberen te benoemen waaróm het niet gaat werken. Globaal en in brede streken weliswaar, want ‘Feind hört mit’ en de détails kunnen goud waard zijn, en het ís nu eenmaal mijn business, dit soort analytische visies op retailers die zelf niet weten dat ze retail bedrijven.

    Eerste hobbel is namelijk de prijs van consumpties: vroeger was het bier een gulden en werd getapt door vrijwilligers. Niet altijd even koud en even netjes, maar een gulden. (Jongelui: dat is € 0,44, en dat was nog maar 12 jaar gekleden…)

    Daarnaast bestaan die netwerken, hangouts en sociale cirkels tegenwoordig op en via de wereldwijze interwebs: waarom zou je ergens met iemand willen zitten als hij/zij/jij de godganse tijd zit te feestboeken, te appen, skijpen, djiemailen and such?
    (Zelfs als je een leuk oud plaatje draait komen de kids with beards niet even een praatje maken met de disco-jockey, de beau selector die die leuke muziekies verzorgt, maar ze steken hun telefoon in de lucht waarop een App hen vertelt welk nummer ze horen.)

    En dat klinkt misschien als gezeur van een ouwe deejay, en dat zou het ook kunnen zijn, maar de kerncijfers met betrekking tot zalen, zaaltjes en instituties zoals door Gyz geschetst zijn duidelijk: er zit geen geld meer in disco, de mensen gaan niet meer ‘lokaal swingen’.

    Waarom? Velerlei redenen, van zacht tot hard. Een schets:
    • Het is te duur en niet goed genoeg –lauw bier uit plastic voor drie euro en je mag niet zeuren– en het is onder andere zo duur omdat er tegenwoordig een heel security-team aan de deur, op zaal en in de toiletten moet zijn.
    • Heineken –en ander merkbier– is inkoop bij de groothandel al te duur en veel horecaffers betalen zelfs nog meer omdat de brouwerij ook als bank en/of huisbaas fungeert.
    Feit: in de afgelopen (5) jaren daalde het aantal discotheken/ dansclubs met gemiddeld 21% per jaar. 2013 was een uitzondering, met name door een aantal nieuwe clubs in Rotterdan (!) dat daarmee op lokaal niveau een landelijke trend negeerde –en tegelijertijd beïnvloedde.
    • De leeftijd voor alcoholgebruik is verhoogd van 16 naar 18
    • Er mag niet meer gerookt worden in da club (or anywhere, fort that matter)
    • De jeugd blijft liefst zo lang mogelijk bij P&M en rebelleert niet meer
    • Horeca-ondernemers hebben een grotere verantwoordelijkheid voor het welzijn van hun bezoekers. (Meer controlerend personeel, minder drankomzet: meer kosten, minder baten.)
    • De nieuwste muziek –vroeger een belangrijke reden om uit te gaan– komt niet meer van white labels via deejays, maar loopt via internet. Deejays zijn nog slechts ‘selectors’ en brengen veel minder kennis.
    • Bandjes treden niet meer op om hun album te promoten: het album is de promotie voor een tour, en de concerten zijn a) spuugduur –want in ‘the industry’ het nieuwe verdienmodel sinds MP3’tjes. Music has become a commodity en iedereen luistert naar kiloknallers. En waarom zou je betalen voor iets dat overal en altijd aan je wordt opgedrongen?
    • Consumenten zijn niet meer merktrouw, en bovendien op zoek naar ‘steeds wat nieuws’ óf een vertrouwde ervaring. Maar die laatste dan niet elke week in een flauw zaaltje met wéér die ene opschepper achter de knoppen. Opscheppers draaien een setje van 95 minuten en vliegen dan door naar Parijs voor dezelfde set, en om 3 of 4 uur doen ze dezelfde truc nog eens in Tallin, op IbiFa of in Miami. Telkens komen daar volksstammen op af, want zulks is een belevenis, een experience, maar niet heus want met afgebakend begin en eind, dus niet bedreigend.
    (‘Nieuw’ is voor de massa bedreigend. Bij
    • En de oorzaak van misschien wel de grootste reden dat het discowezen uitsterft (niet: ‘de discowezen uitsterven’, dat was al eerder) is het feit dat mensen bang zijn voor mensen en niet meer uit vrije wil gezellig met wildvreemden in een donker zaaltje willen drinken en dansen.

    Los van deze –wat losjes omschreven maar beslist te onderbouwen en feitelijke– ontwikkelingen denk ik zelf dat individualisering en het daardoor ontbreken van (mega)trends of leidende (sub)culturen ook een grote rol speelt: vroeger miste je ontwikkelingen als je niet bijtijds op de juiste plekken was, tegenwoordig mis je dergelijke ontwikkelingen als je te vaak in de kroeg en de club komt.

    “If I think of all the good times
    That I wasted having good times”

    Voorts is de drank tegenwoordig onbetaalbaar, overal, of had ik dat al gezegd?

    “Boys keep swinging
    Boys always work it out”

    Gyz, mon ami, met respect voor je vele goede werken, maar je wordt ouder pappie, geef het maar toe, je wil er alles aan doen maar je weet niet hoe, je wordt ouder pappie. (Een fucking Koelewijn-quote: ook uw vrind DeLuxe zakt lanzaam af: that’s Roffa for you!

    Nostalgie is een prachtig fenomeen (en je kunt er stinkend rijk mee worden), als je althans de vinger strak aan de pols houdt van zowel de wereld zoals we die tot nog toe kende, als de goings on van vandaag en morgen, maar –in tegenstelling tot je boek 2040– lees ik veel gemijmer en weinig echte visie. (Ook omdat je aan zoveel ontwikkelingen voorbij bent gegaan.)

    Dat gezegd hebbend: je bent een kei –iemand moet het doen– en je blijft een kei.
    Maar zoals je het nu speelt ben je –voor de buitenstaander maar ook voor intimi, althans voor mij persoonlijk, dus intimo– net zo goed een eik –ook niet heel slecht–, echter binnen no-time kan dat ook worden gezien als een eki of een ike , en da’s allebei niks, dus daar heeft helemaal niemand wat aan.
    (Overigens is dat geen criterium ‘ergens wat aan hebben’, maar je begrijpt wel wat ik bedoel.)

    En anders gaan we weer eens babbelen, hebben we het er over.
    I’m on your side!

    Of zoals Roy Ayers eens voor me zong:

    We live in Rotterdam, baby

    We live in Rotterdam, baby

    We’re trying to make it, baby

    We wanna make it, baby

    We’re gonna make it, baby

    We live in Rotterdam, baby

    Our time is now

    We gotta make it, baby

    Our time is now
    We live in Rotterdam, baby



    Days have passed

    And all the Queen’s bees drones are dying

    But we’re gonna make it, baby

    Cause we live in Rotterdam, baby

    
Rotterdam
    Rotterdam
    Rotterdam
    Rotterdam
    Rotterdam
    Rotterdam
    Rotterdam
    Rotterdam

    Liefs, DeLuxe

Reageren is voorbehouden aan Vers Beton-supporters. Meld je hier aan als supporter of log in.