Kunst & Cultuur17 januari 2015

Heb ballen, maak échte keuzes

Rutger Wolfson laat het IFFR goed achter, maar de nieuwe directeur moet scherpere keuzes maken, vindt Vincent Cardinaal. Hij doet drie suggesties om het filmfestival van Rotterdam ook in de toekomst relevant te houden.

IFFR
IFFR Beeld: Tim Sake

Het Filmfestival Rotterdam staat weer voor de deur, en dat is goed nieuws. Het biedt Rotterdam twaalf hete dagen in de verder saaie januarimaand. De komende editie is speciaal omdat het de laatste is van directeur Rutger Wolfson, die een nieuwe baan gaat zoeken.

Acht jaar Wolfson heeft het festival gestabiliseerd als grootste cultuurevenement van Nederland. Ook slaagde hij erin om samen met zakelijk geweten Janneke Staarink steevast vervangers te vinden voor weglopende (hoofd)sponsors. Een straffe prestatie in crisistijd.

Toch is er ruimte voor kritiek. Wolfson, gehaald vanwege zijn brede achtergrond als museumdirecteur, is er niet in geslaagd om het festival een nieuwe horizon te bieden. Zijn worsteling met de tijger is buiten wat experimenten uitgedraaid op een status quo met het IFFR zoals iedereen dat kent. Dat is volgens mij een onhoudbaar concept. Vandaar een oproep: de nieuwe directeur van het IFFR moet knopen doorhakken. Ik doe hem of haar graag drie kraakheldere suggesties aan de hand.

1. Rotterdam!

De naam ‘Rotterdam’ figureert niet voor niets in de naam van het festival. Toch is het IFFR buiten de festivalperiode nauwelijks een speler in de stad. Een zwaktebod. Voorbeeld zou N8 kunnen zijn, dat naast organisator van de Amsterdamse Museumnacht het hele jaar door een smaakmaker in de hoofdstad is, vooral online. Dat laatste is nog een gebied waarop het IFFR te weinig aanwezig is. En dat in een tijd waarin iedereen filmmaker of recensent is.
Met een sterkere Rotterdamse identiteit zou het festival bovendien in het gat kunnen springen dat het verscheiden van het Rotterdam Mediafonds achterliet. Zo wordt de band met de vestigingsstad weer geïntensiveerd.

Nu is het IFFR nog te veel een ufo die jaarlijks neerstrijkt, terwijl de grassroots juist bijgehouden moeten worden. Het zou het festival bovendien sterker maken voor volgende subsidieronden. Het publiek is sowieso voor 90 procent afkomstig uit Nederland – ken uw achtergrond.

2. Totaalfestival!

Er valt voor het IFFR nauwelijks meer te concurreren met grote festivals (Berlijn, Cannes) of zelfs maar middelgrote festivals. In die laatste categorie (Rome, Toronto) wordt de laatste jaren met geld gesmeten. Het ooit zo trotse Tigerprogramma is niet meer de gouden talentpool die het ooit was. Steeds vaker komt het voor dat Tigerkandidaten al elders hebben gedraaid en daar zijn bekroond.
Ook kiezen de meestbelovende debutanten vaker direct voor de grote festivals en hun exposure. Je kunt stellen dat het vroege pionierswerk van het IFFR als een boemerang is teruggekomen. Daarmee is het festival langzaam aan het transformeren van talent herkennen naar talent bevestigen. Een nieuwe opzet van de Tigercompetitie is misschien verstandig: selecteer bijvoorbeeld tien ‘winnaars’ bij voorbaat. Zo is het een soort staalkaart van wat je niet mag missen als cinefiel.

Filmcriticus Dana Linssen liet vorig jaar in De Filmkrant optekenen dat het programma overvol is en te veel ‘matige’ films bevat. Snijden is dus het devies – in hoeveelheid, maar ook locaties én in aanbod. Maak randprogramma als concerten en tentoonstellingen onderdeel van het hoofdprogramma. Toekomstige arthouseknallers heeft IFFR dit jaar al in een eigen overzicht gestopt. Slim. Zo bedien je het publiek op de juiste wijze. Als je geen klassiek filmfestival kunt zijn, moet je een totaalfestival worden met de cinema als leidmotief.

3. Hubert Bals!

Het IFFR heeft nog een kroonjuweel in zijn kluis. Het eigen Hubert Balsfonds, dat sinds jaar en dag filmmakers uit ‘moeilijke’ landen (lees: de derde wereld) steunt. Het is vernoemd naar oprichter Huub Bals. Hij ontdekte in de jaren zeventig eigenhandig het toen nog in communistisch Verweggistan liggende China als filmland. Die pioniersgeest moet weer de overhand krijgen.

De films die door het fonds worden gesteund, schoppen het bovendien vaak tot de competities van de megafestivals die het IFFR zelf niet meer kan beconcurreren. Maak de festivalopener bijvoorbeeld standaard een ‘Hubert Bals’-productie. Dat zorgt voor meer identiteit dan sterren van C-garnituur met alle egards naar Rotterdam halen. Denk aan Sopranos-acteur Michael Imperioli een aantal jaar geleden van wie daarna nooit meer iets is vernomen. Gênant.

Een festival dat kiest voor een moderne infrastructuur, ook buiten januari een rol speelt en innovatief inzet op eigen kroonjuwelen én erfgoed is mijns inziens veel sterker gewapend voor de toekomst.

Zo zou het IFFR een festival zijn dat Rotterdam aan de wereld toont, en de wereld in Rotterdam. Ik hoop dat de nieuwe directeur de ballen heeft om echte keuzes te maken.

Dit opiniestuk verscheen eerder in de Rotterdam-bijlage van NRC Handelsblad.

Reageer of deel op Social Media

Tags:filmfestival en IFFR

Sectie: Kunst & Cultuur

kaart: schouwburgplein, rotterdam
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • draag inhoudelijk bij aan de discussie (en ja, humor mag, graag zelfs!)
  • blijf on-topic
  • speel op de bal, niet op de man

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *