Kunst & Cultuur6 februari 2015

Hester Knibbe: “Ook ik wil dat Rotterdam weet: een stadsdichter voegt iets toe”

Rotterdam heeft een nieuwe stadsdichter. En het is nog een prijswinnende ook, want Hester Knibbe won eind januari de VSB Poëzieprijs. “Een stad knapt op van poëzie.”

Hester Knibbe, stadsdichter van Rotterdam
Hester Knibbe, stadsdichter van Rotterdam Beeld: Willem de Kam

U werd enige tijd geleden gevraagd als stadsdichter, was dat een verrassing?
“Ja, wel een beetje. Destijds had ik een heel ander idee van het stadsdichterschap, zag er niet veel in. Maar nu zie ik dat het mogelijkheden biedt om zaken te realiseren. Dus heb ik ja gezegd.”

Welke zaken trekken uw aandacht als stadsdichter?
“De vaste punten, 4 mei en 14 mei, blijven natuurlijk. Maar naar iets als de nieuwe zorgwet ben ik heel nieuwsgierig. Ik wil wel eens een paar dagen meelopen met een maatschappelijk werker of een wijkverpleger om te zien welke uitwerking die wet in Rotterdam krijgt.
Daarnaast zou ik het erg plezierig vinden als er wat meer poëzie in de buitenruimte te zien is. Voorheen had je bij de RET in de metro het project Gedicht aan de reiziger. Dat was leuk. Ik zag ook altijd mensen ernaar kijken. Zo heb ik eens een metro gemist omdat ik met een meneer in discussie was over een gedicht. Poëzie werkt op zo’n plek, als je toch staat te wachten. Dan is het een rustmoment. Een stad knapt op van poëzie, vind ik. Het wordt een boeiender plek. En daarnaast wil ook ik dat Rotterdam weet: een stadsdichter voegt iets toe.”

Er zijn natuurlijk de vuilniswagens met poëzie dankzij Poetry International, denkt u dan aan zoiets?
“Ja ook! Ik heb zelf eens op zo’n vuilniswagen gestaan, lang geleden, dus die zal inmiddels wel uit het wagenpark zijn verwijderd. Heel lang kwam er op woensdagochtend een vuilniswagen bij mij langs waarop stond: ‘Voor dichters is er geen ontkomen aan’ van Valari Perelesjin. Dat vond ik zo geestig, want daar kun je van alles bij bedenken. Dat ze moeten werken, of dat ze tenslotte ook bij het oud vuil belanden. Ik vond het een prachtige regel, wachtte altijd op de vuilniswagen en ging dan aan de slag.”

Hester Knibbe, stadsdichter van Rotterdam
Hester Knibbe, stadsdichter van Rotterdam Beeld: Willem de Kam

U heeft eind januari de VSB Poëzieprijs gewonnen. Is Rotterdam belangrijk voor de poëzie? 
“We zijn met Poetry International de poëtische hoofdstad van Nederland, zoveel is zeker. Dichters van over de hele wereld worden graag uitgenodigd op dat festival. Het was ook zo’n beetje het eerste wereldwijde festival en diende als voorbeeld voor veel andere. Wat hier gebeurt, is heel bijzonder.”

Is deze tijd van ontlezing een obstakel voor de poëzie? 
“Er wordt niet minder gelezen, er wordt anders gelezen. Meer op internet. Vijf jaar geleden dacht ik nog dat een interview of een recensie op internet niet zo veel waard was. Dat is nu wel anders. Het is een volwaardig medium geworden. Op Facebook zit ik niet meer; ik heb mezelf ontvriend en dat was nog een hele klus. Toen ik op mijn Facebook een pagina zag verschijnen, die ik nooit had bezocht en zeker niet had gelinkt, besefte ik dat ik het niet zelf in de hand had. Ik heb ook geen zin om er steeds op te moeten kijken, wil een beetje ruimte in mijn hoofd houden voor andere zaken, zoals poëzie. Op stilte en ruimte moet je tegenwoordig zuinig zijn. Zeker ook als dichter.”

Toch woont u in Rotterdam, een grote stad.
“Rotterdam Hillegersberg is ideaal. Het voelt als een dorp, maar in een kwartier zit ik in het midden van de stad. Ik ben gehecht geraakt aan Rotterdam. Het heeft even geduurd, maar ik voel me nu wel een beetje Rotterdamse, al heb ik nog de verkeerde r. Hier in het dorp was ik snel ingeburgerd. Het is een plezierige buurt en de kinderen vonden het er fijn. Daarom heb ik me hier nooit ongelukkig gevoeld. Maar eer ik de stad leerde waarderen, dat duurde wel even.”

Uw eerste stadsgedicht (onderaan dit interview) had veel te maken met de haven. Hoe is dat zo gekomen?
“De introductie probeerde ik heel Rotterdams te laten zijn en daarbij wilde ik ook meteen duidelijk maken hoe belangrijk poëzie is. Dus heb ik een containerschip aan het woord gelaten. Daar ben ik vrij makkelijk in. Het is een manier om dichter bij het onderwerp te komen. Ik vond het ook wel geestig. In mijn toespraakje heb ik uitspraken van de gemeente aangehaald.”

Daarnaast verwijst u ook vaak naar plekken. Komt Rotterdam vaak voor in uw poëzie?
“Jawel, in mijn gedicht Arboretum in oktober en in het gedicht De rivier in eerdere bundels. Maar de stad is niet op de voorgrond aanwezig. Ik wil voorkomen dat mijn gedichten te plaatselijk of te particulier zijn. Als ik het publiceer, geef ik het aan de mensen en moet het een universeel karakter hebben. Als anderen er niets mee kunnen, houd ik het liever voor mijzelf.”

Hester Knibbe in gesprek met Gino van Weenen
Hester Knibbe in gesprek met Gino van Weenen Beeld: Willem de Kam

Uw eerste bundel kwam uit met steun van de Rotterdamse Kunststichting. Heeft dat u geholpen?
“Dat ging heel merkwaardig. Ik schreef al lang, maar had nooit de indruk daar iets mee te kunnen. Iedereen schrijft, dacht ik. Nadat ik als toehoorder op Poetry International was geweest, besloot ik me aan te sluiten bij een werkgroep van het R.K.S. Daar bespraken deelnemers onder leiding van een dichter elkaars werk. Na een paar maanden werd al gezegd dat ik eens wat moest publiceren. Zo kwam ik bij de Rotterdamse Kunst Stichting terecht, die onmiddellijk toezegde het uit te zullen geven. Poetry International werd destijds geopend door een Rotterdamse dichter en dat mocht ik dat jaar doen. Ik wist niet wat me overkwam. Al die kopstukken van over de hele wereld, daar sta je dan als broekie tussen. Het heeft mij wel gestimuleerd mij extra in te spannen. Daarna heb ik een tijdlang niet via een uitgever gepubliceerd maar in literaire tijdschriften. Ik heb keihard gewerkt en naar een eigen stijl gezocht. Op een gegeven moment dacht ik: nu wordt het weer tijd voor een uitgever.”

Tegenwoordig is het veel makkelijker om via internet te publiceren. Hoe kijkt u daar tegenaan?
“De concurrentie is enorm. Wij hebben in Nederland een rijk poëzieklimaat. Veel kan naast elkaar bestaan en die grote verscheidenheid is een goede voedingsbodem voor nieuw talent, nieuwe experimenten. Wij leven in de Gouden Eeuw van de poëzie, dat denk ik echt. Er is veel jong talent. Dat mee te maken, vind ik heel boeiend.”

 

Lossen
en laden

men sleept mij pront de haven in, altijd
applaus, er wordt op mij gewacht: ik breng

een gouden vracht. waaruit dat goud bestaat? mij
boeit het niet, fruit brandstof huisraad of iets

clandestiens – mijn naam is haas, maar op de boeg
staat sierlijk Ping Meiying Hendrika Fatima; ik strek

mijn rug en draag. mijn komst past in het dichtwerk
aanbod-vraag compleet met rijm en ritme van het tij.

straks meer ik aan en word gelost, wacht
weer op nieuw gewicht, vaar dan het zicht uit

mijn bestemming achterna. of men mij
uitzwaait? ach, iets waait en drijft mij uit.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Hester Knibbe, poetry international, stadsdichter en VSB Poëzieprijs

Sectie: Kunst & Cultuur

kaart: hillegersberg, rotterdam
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • draag inhoudelijk bij aan de discussie (en ja, humor mag, graag zelfs!)
  • blijf on-topic
  • speel op de bal, niet op de man

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *