Human interest19 februari 2015

Schrijver in de stad: Mexican standoff in Schiebroek

Is hij het of is hij het niet? Columnist Vincent Cardinaal meent in een argeloze trampassagier een bekende te ontwaren en onderneemt actie.

Schrijver in de stad Mexican standoff
Schrijver in de stad Mexican standoff Beeld: Tom Slegtenhorst

Vanuit de warme studio stapte ik de straat op. Het was avond, het was koud. Ik was nu ook radiocolumnist en terwijl ik mijn eerste poging evalueerde, bereikte ik de tramhalte. Een man probeerde een praatje te maken, maar ik wendde mijn hoofd resoluut af. Ik had geen zin in sociaal verkeer, ik wilde een hork zijn, verzonken in een wereld waar alleen ik leefde.

Zittend in de tram keek ik wat om me heen. In het achterste gedeelte zat een man. Hij leek op mijn vader. Sterker – per seconde begon ik er meer van overtuigd te raken dat het mijn vader was. Na wat aarzelen durfde ik de man recht aan te kijken. Hij gaf geen kik. Wat niets hoefde te zeggen, want vijftien jaar eerder zat ik in een bus, in een situatie die erg op deze leek. Toen was ik ervan overtuigd dat het mijn vader was. Ook toen keek de man dwars door me heen. Nu was ik minder zeker van mijn zaak. Maar vastberadener dan ooit om actie te ondernemen.

De tram reed door Rotterdam-Noord, naderde halte Walenburgerweg. Mijn stop. Ik stond op en keek naar de man. Hij reageerde nog steeds niet en maakte ook geen aanstalten uit te stappen. Terwijl ik de tram verliet, wist ik direct dat ik weer in zou stappen. Als een spion trippelde ik snel langs andere uitstappers richting de achterste ingang van de tram. Net voor de deuren weer dicht gingen schoot ik naar binnen. De conducteur, die me eerder had zien uitstappen, keek me vreemd aan toen ik weer incheckte, maar dacht er verder het zijne van. De man die wel of niet mijn vader was, keek stoïcijns naar buiten. Als-ie al iets had gemerkt dan was dat niet af te leiden uit zijn houding. Ik ging weer zitten.

Zo vervolgden we de rit. Ik turend naar de rug van de man, tegelijk hopend en niet-hopend dat hij om zou kijken. We waren inmiddels in Schiebroek. De tram werd steeds leger, we waren nu bijna alleen. Toen stond de man op. Uit automatisme deed ik hetzelfde. Nu pas bemerkte de man mijn aanwezigheid. Hij keek me een seconde aan en koos er voor een deur verder te lopen dan de bedoeling was geweest. Hij leek van zijn stuk gebracht. Of dat was omdat ik zijn verloren, vergeten, genegeerde zoon was of omdat ik als een stalker zwijgend in het gangpad stond, viel te bezien.

De chauffeur riep het eindpunt om. De tram kwam tot stilstand. De man en ik waren nu zo ver van elkaar verwijderd als mogelijk was in deze tram. Hij voorin, ik achterin. Een Mexican standoff. Hij stapte uit en liep gehaast voor de tram weg. Ik zag hem nog even in het schijnsel van de straatlichten en dat was dat.

Had ik een achteloze passagier zojuist de stuipen op het lijf gejaagd? Of was het werkelijk het eerste contact tussen vader en zoon in 25 jaar geweest?

Ik voelde een hand op mijn schouder. De conducteur. “Meneer, gaat u verder mee?”

Ja, deze meneer ging verder mee. Uitstappen was voor een andere keer.

Columnist Vincent Cardinaal trakteert wekelijks op een stadse observatie.

Reageer of deel op Social Media

Tags:column, Schiebroek, schrijver in de stad en vincent cardinaal

Sectie: Human interest

kaart: wilgenplaslaan, schiebroek
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • draag inhoudelijk bij aan de discussie (en ja, humor mag, graag zelfs!)
  • blijf on-topic
  • speel op de bal, niet op de man

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *