Kunst & Cultuur6 maart 2015

Cultheld Frans Vogel: “Literair Rotterdam blijft een coterietje van een paar mannen”

Op 11 maart wordt dichter Frans Vogel 80 jaar. Gino van Weenen sprak de Rotterdamse cultheld over literatuur en de stad. “Ik ben niet zo arbeideristisch. Nooit naar op zoek geweest ook, van die clichés.”

Frans Vogel
“We hebben meer enthousiasme nodig in Rotterdam” Beeld: Frank Hanswijk

Frans Vogel heeft in zijn leven vele paden bewandeld: dichter, columnist, fotomodel, beeldend kunstenaar en reclamemaker. Aanstaande zondag opent in Galerie Wind op het Noordereiland een overzichtstentoonstelling ter ere van zijn tachtigste verjaardag. Diezelfde dag verschijnt ook het boek ‘Ken zó in Boymans’ over het leven en werk van Vogel.

Het boek is samengesteld door Hansje de Reuver, Erik Brus en Pieter Kers. De eerste twee vergezellen Frans Vogel in Café Voigt. Op een druilerige donderdagmiddag ben ik niet de eerste die de alleskunner wil spreken. Rotterdam Late Night is mij voor en vraagt hem al het hemd van het lijf. Met een tonic in de hand kruipt Vogel met mij de vragen door. Zakelijk, zoals zijn schrijfstijl.

Naar welke hoogtepunten van de afgelopen tachtig jaar kijkt u nog graag terug?

Ik heb geen idee of er hoogtepunten waren, dat mogen mensen achteraf zelf bepalen. Er zijn wel mooie anekdotes. Ik ben jarenlang naar Poetry International geweest, als dichter en als bezoeker. Er stond daar keer een Chinese dichter uit zijn werk te reciteren, en toen riep ik ‘harder!’, want ik verstond die man niet. Daar werd toen wel om gelachen.”

Welke mensen hebben een belangrijke rol gespeeld in literair Rotterdam?

Jules Deelder, dat is natuurlijk altijd een opvallend figuur geweest. Hij is een lange tijd de bühne opgegaan en heeft alles uit zijn blote kop gedaan. Dat is een prestatie. Daar heeft hij flink naam mee gemaakt, en uiteindelijk ook een aantal platen. ‘Deelder spreekt’, zo heet die serie. Die naam heeft hij van Josef Goebbels. Deze hield tijdens de Tweede Wereldoorlog hagenpreken in Berlijn en liet daar platen van maken. Heel Berlijn hing dan vol met plakkaten: Doktor Goebbels Spricht.”

U heeft ook vaak over Rotterdam geschreven, heeft zo’n stad invloed?

“Het is iets dat je meemaakt, waarvan je op een bepaald moment denkt: daar zit een gedicht in. Dat heb ik vaak hier in de stad. In de kroeg nog het meest, maar daar kom ik niet meer zo vaak. Ik gebruik veel medicijnen en dat kan ik natuurlijk niet combineren met alcohol. Vroeger kwam ik veel in Pardoel en de Fles. Naderhand die tenten van Fons Burger, Nighttown en Rotown.”

"Een literair café moet natuurlijk ontstaan, er moet een vonk overslaan."
“Een literair café moet natuurlijk ontstaan, er moet een vonk overslaan” Beeld: Frank Hanswijk

Kwamen daar ook andere Rotterdamse schrijvers?

“Nee, je hebt hier nooit een uitgesproken literair café gehad. We hebben het denk ook niet gemist. Een tijdje was er in de Aert van Nesstraat wel een kunstenaarssociëteit. Zij wilden er ook een schrijverskroeg van maken, maar dat is nooit gebeurd. Het is altijd bij een aanzet gebleven. Zoiets moet ook natuurlijk ontstaan, er moet een vonk overslaan. Maar van mij hoeft het niet.”

Wat maakt een tekst of een gedicht nou Rotterdams?

“Ik ben niet zo arbeideristisch. Nooit naar op zoek geweest ook, van die clichés. Het zijn meer dingen waar je tegenaan loopt.”

Tafelgenoot Erik Brus, samensteller van het boek, valt bij: “Rotterdam is net als New York een stad waarin iedereen import is. Er heerst hier ook een gevoel dat je het zelf moet doen, dat heeft misschien ook met de oorlog te maken. Je kunt hier de literatuur opnieuw uitvinden. De stad is een voedingsbodem voor vernieuwing. Dat is misschien niet altijd warm of gezellig, maar daardoor maken mensen wel bijzondere dingen. De bewoners hebben een drive en een bepaalde rauwheid”.

Bas Kwakman wil van Rotterdam een Unesco Literatuurstad maken, ziet u daar wat in?

“Ja, dan moeten ze toch wat meer lawaai maken en er ruchtbaarheid aan geven. Als er enkel plannen zijn en er gebeurt verder niks, wat heeft het dan voor nut? Meer mensen moeten zich erbij aansluiten.”

Welke schrijvers van nu vindt u veelbelovend?

“Daniel Dee, die denkt dat hij heel beroemd aan het worden is, maar het heeft een tijd geduurd voordat ik van hem hoorde. Hij is natuurlijk ook stadsdichter geweest. Dat is jammer genoeg wel voorbij.”

Bent u over twintig jaar nog een bekende naam?

“Dan ben ik allang dood joh, maar daar doe ik het ook niet voor.                   ”

Heeft de literatuur in Rotterdam toekomst?

“Rotterdam blijft een coterietje van een paar mannen. Er zit nog wel wat in hoor, maar het wil maar niet naar buiten komen. We hebben meer enthousiasme nodig. Ik verwacht meer van de nerd die achter zijn computer zit, die kan nog wat toevoegen aan de literatuur. Iemand die heel stil zijn eigen draai geeft aan de woorden.”

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:dichter, frans vogel en literatuur

Sectie: Kunst & Cultuur

kaart: Bloemkwekersstraat 155 rotterdam
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • draag inhoudelijk bij aan de discussie (en ja, humor mag, graag zelfs!)
  • blijf on-topic
  • speel op de bal, niet op de man

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *