Stedelijke ontwikkeling & architectuur24 maart 2015

Drukke binnenstad is niet per se een aantrekkelijke

Het plan om te meten hoe lang publiek winkelt, zegt weinig over de aantrekkingskracht van de stad, schrijven Melissa van Amerongen en Jaap Rozema.

Tracking in de binnenstad
Tracking in de binnenstad Beeld: Tim Sake

Wethouder Adriaan Visser (Financiën, Cultuur en Sport, D66) gaat mobiele toestellen van binnenstadbezoekers tellen om te weten te komen hoe vaak en hoe lang ze in de stad verblijven. Een ambitieus project. De Rotterdamse binnenstad moet weer swingen en leven, een fijne plaats zijn om te verblijven, geen kille plek waar je zo snel mogelijk weg wilt. Visser neemt zijn City loungebeleid serieus en heeft er ook een target aan verbonden: in 2018 blijven bezoekers tien procent langer in de binnenstad dan nu.

De insteek van Visser is interessant. Hij stelt geen economische targets, er worden in de passage over de binnenstad in het collegeprogramma zelfs geen economische doelen genoemd. Eerst die aantrekkelijke binnenstad, dan komt de rest vast vanzelf, lijkt de boodschap.

CityTraffic

Maar hoe meet je verblijfsduur van bezoekers? Het mag niet te veel kosten en de huidige meetmethode schiet volgens de wethouder tekort. Dus kwam Visser eind 2014 met het plan om het bedrijf CityTraffic de smartphones van bezoekers in de binnenstad te laten tellen.

Het plan werd al snel geframed als ‘tracking’ en er ontstond een discussie over privacy. Mogen we mensen wel volgen, weet de wethouder straks soms waar ik mijn (intieme) boodschappen doe? In de gemeenteraad kwamen oppositie, geleid door de VVD, en coalitie tegenover elkaar te staan. Visser wimpelde de suggestie van privacyschending af en kwam ongeschonden door de beraadslaging. Zitten we in Rotterdam nu dus met een alziend monitorend systeem dat elke stap die we zetten volgt? Is wethouder Visser de Rotterdamse Big Brother?

Simpel telsysteem

Nee, welbeschouwd was er veel gedoe om niets. Het gaat om een simpel telsysteem, dat registreert hoe laat een toestel de binnenstad betreedt, hoe laat het de binnenstad weer verlaat, en de tijd daartussen berekent. Wat de bezoeker in de binnenstad precies doet weten we niet. Tracken – in de zin van op de voet volgen – is echt een te groot woord.

De telling is anoniem en algemeen, de uitkomst van het onderzoek is een geaggregeerd getal dat iets zegt over de gemiddelde duur van het verblijf van de Rotterdamse binnenstadbezoekers op die dag, en dat getal kun je dan vergelijken met andere periodes of steden. Als dat getal nu 40 is, moet Visser dus over drie jaar dus 44 scoren. Als dat lukt, heeft hij het goed gedaan. Zo makkelijk is het. En zo mager. CityTraffic voorziet de getallen namelijk weliswaar van een duiding, maar daarvan moet u zich niet al te veel voorstellen. Het bedrijf grossiert niet bepaald in diepe inzichten. Als het warm is, dan is het druk op de Scheveningse Boulevard, bijvoorbeeld. Of: evenementen zijn goed voor de bezoekcijfers. Ze verkopen vooral kletskoek dus en veel meer mag je misschien ook niet verwachten voor de 26.000 euro die de gemeente ervoor betaalt. Positief gesteld kun je zeggen: het valt wel mee met het alziend oog in de binnenstad. Kritischer kun je je echter afvragen of de gemeente geen kat in de zak heeft gekocht. Een goed target is meetbaar, maar een meetbaar target is nog geen goed target. Dit klinkt als een open deur en we willen hier de discussie over het nut van targets in de politiek niet dunnetjes overdoen. Maar toch is het opmerkelijk dat het target van verblijfsduur nauwelijks serieus bediscussieerd of onderzocht is door de gemeenteraad.

Geen serieuze discussie

In een aantrekkelijke binnenstad willen mensen verblijven, maar een drukke binnenstad is niet per se aantrekkelijk. De wethouder wordt echter wel op de drukte in de binnenstad afgerekend en daarmee kan zijn target gemakkelijk een eigen leven gaan leiden. Als verblijfsduur een doel op zich wordt, kan binnenstadbeleid bijvoorbeeld snel gaan lijken op pretparkformules als die van Disneyland. Mensen verblijven daar lang, geven veel geld uit, maar als formule voor een binnenstad is het niet echt aantrekkelijk.

Terwijl de oppositie zich druk maakt om nogal onzinnige privacybezwaren rond tracking, blijft het nut van een target als verblijfsduur om een aantrekkelijke binnenstad te meten onbesproken. Raar, want dat target lijkt behoorlijk mager. De verblijfsduur bepaalt straks wél voor een belangrijk deel hoe we de binnenstad gaan vormgeven.

Dit opiniestuk stond eerder in de Rotterdam-bijlage van NRC. 

Reageer of deel op Social Media

Tags:Adriaan Visser, binnenstad, CityTraffic, tracking en Verblijfsduur

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

kaart: Lijnbaan, Rotterdam

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • draag inhoudelijk bij aan de discussie (en ja, humor mag, graag zelfs!)
  • blijf on-topic
  • speel op de bal, niet op de man

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *