Economie2 maart 2015

Hoe het bijna fout ging in de Rotterdamse haven

Halverwege de jaren vijftig kroop de Rotterdamse haven door het oog van de naald. Er werd toentertijd bijna voor gekozen om de op- en overslag van olie via Frankrijk of Duitsland te laten lopen. Gelukkig stak Shell daar niet één maar twee stokjes voor, weet historicus Marten Boon.

Europese olie komt via Rotterdam
Het merendeel van de Europese olie komt binnen via Rotterdam Beeld: Jeroen van de Ruit

Een veertig kilometer lange haven, tienduizenden schepen per jaar en werkgelegenheid voor 150 duizend mensen: de Rotterdamse haven is gigantisch. Olie speelt daarin een heel belangrijke rol. Zo’n 40 procent van het land in de haven wordt gebruikt voor olie-opslag en op olie gebaseerde chemie, bijna een kwart van de overslag in de haven bestaat uit ruwe olie en meer dan 55 procent van alle olie in Noordwest-Europa is langs de Rotterdamse haven gekomen.

Dat de Rotterdamse haven leeft van de olie, was echter geen vanzelfsprekendheid toen deze fossiele grondstof in de jaren vijftig en zestig in opkomst was. Dat concludeert historicus Marten Boon, die rond de jaarwisseling promoveerde op de relatie tussen de Rotterdamse haven en haar achterland in de periode tussen 1945 en 1975.

Thuisbasis

In de jaren vijftig verving de Duitse industrie in rap tempo kolen als belangrijkste energiebron door olie. “Olie had een belangrijk voordeel ten opzichte van kolen: de lage prijs”, legt Boon uit. Toen de transportkosten ook nog eens afnamen, werd de strijd definitief in het voordeel van de olie beslecht.

Op kolen gebaseerde chemiebedrijven schakelden daarom massaal over op olie, en zo ontwikkelde zich een gigantische olie- en petrochemische industrie in het Rijn-Ruhrgebied. “Dit had grote gevolgen voor het Europese transportnetwerk. Havens, bijvoorbeeld, onderzochten allemaal hoe ze zich in dit nieuwe landschap staande moesten houden. Oliebedrijven zochten gehaast naar transportoplossingen, want er moesten grote hoeveelheden olie naar de raffinaderijen in het midden van Duitsland worden gebracht.”

In 1955 besloot een groep oliebedrijven, waaronder het huidige ExxonMobil, BP en Shell, daarom dat er een nieuwe oliepijpleiding moest komen naar het Rijn-Ruhrgebied. Ze stonden daarbij voor de keuze vanaf welke haven deze pijpleiding liep: het Duitse Wilhelmshaven of de haven van Rotterdam. Boon: “Shell maakte zich hard voor de Rotterdamse haven. Dat was van oudsher zijn thuisbasis in Europa en daar had het bedrijf al een grote raffinaderij.” Uiteindelijk viel de keuze in 1956 tóch op de Duitse haven. “Wilhelmshaven kreeg de steun van de Duitse Bondsregering en had eerder al de benodigde aanpassingen doorgevoerd.”

Schrikbeeld

Shell had zich toen echter al teruggetrokken uit het consortium, weet de historicus. “Het bedrijf vond dat nationale oplossingen economisch niet aantrekkelijk waren en had een veel groter plan: een transnationaal Europees pijpleidingnet. Samen met andere oliebedrijven onderzocht Shell in 1956 daarom de mogelijkheden voor zo’n netwerk.”

De thuishaven voor dit netwerk zou het Franse Marseille moeten worden, vanwege de gunstige ligging voor bijvoorbeeld het Midden-Oosten. “In die tijd was het vervoeren van olie per pijpleiding goedkoper dan per schip. Het was dan ook economisch interessant om het aantal kilometers per schip te beperken en meer vervoer via pijpleidingen plaats te laten vinden.”

Het leidingnet moest de haven van Marseille via Straatsburg en Keulen met Rotterdam (waar immers de petrochemische industrie al aanwezig was), Antwerpen, Wilhelmshaven en Hamburg verbinden. “Dit zou er in Rotterdam voor zorgen dat de olie de verkeerde kant op werd gepompt: naar Rotterdam toe in plaats van ervan af.” Een schrikbeeld voor de Rotterdamse haven, die dan immers geen rol van betekenis meer zou spelen in de olie-overslag.

Belangen

Maar ook dit plan haalde het niet. “Het consortium zag op tegen mogelijke reguleringsproblemen omdat de pijpleiding door verschillende Europese landen met verschillende wetgeving zou lopen.” Uiteindelijk viel het mee met de rompslomp, maar alleen de angst ervoor zorgde al voor zodanige onzekerheid dat bedrijven niet daadkrachtig aan het werk gingen. Bovendien, zegt Boon, kwamen er in die periode steeds meer en steeds grotere olietankers beschikbaar. “Deze zorgden ervoor dat de prijs om olie per schip te vervoeren drastisch daalde. Hierdoor was het plotseling helemaal niet zo veel duurder meer om olie naar Rotterdam te vervoeren in plaats van naar Marseille.”

Oftewel: ook de plannen voor het trans-Europese leidingnet verdwenen in de ijskast. Shell had echter nog steeds haast, want er was snel veel olie nodig om de productie in het Rijn-Ruhrgebied op peil te houden. “In april 1957 kondigde Shell daarom aan alsnog voor Rotterdam te kiezen. Hier had het bedrijf immers al belangen en Shell had altijd al een voorkeur voor Rotterdam ten opzichte van Wilhelmshaven gehad. Dat besluit was enorm belangrijk voor de Rotterdamse haven. Even later werd dan ook de uitbreiding van de haven met het Europoort-gebied aangekondigd.”

Grote druk

De Europoort werd een van de belangrijkste petrochemische-industriegebieden ter wereld en was er mede voor verantwoordelijk dat Rotterdam uitgroeide tot de grootste oliehaven van Europa. Opvallend hieraan, merkt Boon op, is de ontzettend korte periode waarin dit allemaal gebeurde. “In slechts een paar jaren tijd, tussen 1955 en 1957, werd het Europese olielandschap voor de decennia erna bepaald.”

Een interessante vraag is natuurlijk hoe de toekomst van de (olie)haven Rotterdam eruit ziet. “Als historicus waag ik me liever niet te snel aan voorspellingen”, zegt Boon lachend. “Maar ik durf wel te zeggen dat het er niet al te rooskleurig uitziet voor de haven van Rotterdam als het gaat om olie. De chemische industrie in Europa staat onder grote druk. De haven van Rotterdam zal zich moeten vernieuwen om een grote speler te kunnen blijven.”

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Europoort, haven, olie en Shell

Sectie: Economie

kaart: europoort

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • draag inhoudelijk bij aan de discussie (en ja, humor mag, graag zelfs!)
  • blijf on-topic
  • speel op de bal, niet op de man

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *