Wetenschap en onderwijs20 maart 2015

Kantelen of transitie?

We kantelen, draaien, experimenteren en zetten de boel op zijn kop. Maar wanneer verandert er nou echt iets? Volgens transitiespecialist Derk Loorbach komt die transitie er vanzelf. Maar kunnen we het veranderingsproces dat allang in volle gang is naar onze hand zetten? Een les transitiekunde.

Komt vanzelf
Komt vanzelf Beeld: Tim Sake

In zijn artikel Transitievrij kantelen reageert Jaap Rozema op een aflevering van Tegenlicht, Nederland Kantelt, met mijn collega Jan Rotmans. Rozema geeft aan dat de “ene transitie de andere niet is”. Er zijn veel kantelinitiatieven maar vaak is het oude wijn in nieuwe zakken. Kunnen we überhaupt spreken over een structurele verandering, of zijn we vooral het bestaande systeem aan het verbeteren?

Transitiekunde

De transitiekunde gaat precies over dit soort vragen. Het vakgebied heeft zich de afgelopen jaren stormachtig ontwikkeld van een lumineus idee dat ontstond eind 2000, tot een internationaal wetenschappelijk veld. Het bestudeert de patronen en mechanismen van transities, met speciale aandacht voor de vraag of je transities kunt sturen of controleren.

Uitgangspunt van de transitiekunde is dat maatschappelijke stelsels zich schoksgewijs ontwikkelen: lange perioden van stapsgewijze verbetering van het bestaande worden afgewisseld door korte hevige perioden van structurele verschuivingen naar een nieuw evenwicht. Die verschuivingen gaan vaak met chaos en conflict gepaard. Op basis van historisch onderzoek zijn inmiddels honderden transities beschreven die samen de industriële revolutie vormen. Denk aan de overgang van paard-en-wagen naar de auto, van lokale zorg naar gespecialiseerde ziekenhuizen, van kolen naar gas in huishoudens of van zeilschepen naar stoomboten.

Uit dit historisch onderzoek zijn vele lessen te trekken, waaronder inderdaad dat ‘de ene transitie de andere niet is’. We kunnen met zulk onderzoek niet voorspellen hoe de maatschappij precies gaat veranderen. Maar we kunnen wel iets zeggen over de dynamiek van transities, want de onderliggende patronen en mechanismen zijn steeds hetzelfde.

Hoe transities verlopen

Het gaat meestal ongeveer als volgt. Er is een dominante manier van denken, werken en organiseren die min of meer stabiel is en goed functioneert. Toch beginnen in de marge, in niches, individuen en organisaties te experimenteren met alternatieven voor de mainstream. Zij anticiperen op het vastlopen van dominante manieren van doen en kunnen zich gaandeweg ontwikkelen tot een serieus alternatief.

Deze experimentjes zijn op zichzelf niet voldoende voor transitie. Die ontstaat pas als de maatschappelijke druk om te veranderen groot is en niet meer kan worden opgevangen door het bestaande systeem. En er moeten echt levensvatbare alternatieven zijn. Dan volgt altijd een chaotische fase met weerstand, conflict en onzekerheid waarin nieuwe vormen gevonden moeten worden. Na verloop van tijd kan zo een nieuw ‘regime’ ontstaan dat eigenlijk altijd een combinatie is van oude en nieuwe elementen.

Het systeem loopt zichzelf vast

Gegeven de veranderende bevolkingsdynamiek (vergrijzing), de stagnerende economische groei, druk op grondstoffenmarkten en de klimatologische noodzaak om te verduurzamen loopt het dominante, op groei gebaseerde, economische model steeds meer vast.

Dat zien we terug in het onvermogen van bestaande instituties, die de nadruk leggen op efficiency en specialisatie, om te komen tot integrale oplossingen waarbij maatschappij, ecologie en economie in balans zijn. Denk aan grote zorgorganisaties, banken, centrale overheden, energiebedrijven en voedselproducenten. Zo bezien is het op middellange termijn onvermijdelijk dat er meer structurele veranderingen optreden.

Deze zich aandienende transities lijken op de korte termijn onze welvaart, economische groei en maatschappelijke verworvenheden te bedreigen. Denk maar aan de afbouw van de verzorgingsstaat, de decentralisatie van zorg en welzijn, de stappen-terug die we moeten doen om het klimaat te beschermen. Dat is overigens precies waarom twijfel en weerstand nu de boventoon voeren.

We zitten inmiddels in veel domeinen al in de fase van structurele en schoksgewijze verandering, daarom neemt ook de weerstand en onzekerheid toe. In Rotterdam zien we dit bijvoorbeeld aan de huidige decentralisatie van zorg en welzijn naar de gemeente, de toenemende urgentie in de haven om richting een post-fossiele haven te kijken, de aanhoudende problemen in onderwijs en werkgelegenheid. Maar deze fase geeft ook ruimte voor gewenste doorbraken om oplossingen te voor de huidige economische, sociale en ecologische uitdagingen.

Niches en transities

De afgelopen jaren hebben we een flinke groei gezien van alternatieve manieren van denken, werken en organiseren. Die ontstaan in niches, al dan niet gesteund door overheden. Die initiatieven in zichzelf zijn dus niet de transities, maar ze kunnen er wel belangrijke bouwstenen van zijn. De kunst is nu om het inzicht in transitiedynamiek, de toenemende urgentie, het verlangen naar een duurzame toekomst en de opkomende alternatieven te zien als onderdelen van een grotere beweging.

Transities zijn langetermijnprocessen van opbouw en afbraak, het zal nooit zo zijn dat van de ene op de andere dag het oude door het nieuwe wordt vervangen. We gaan niet in één klap van een industriële landbouw naar stadlandbouw. Of van fossiele naar duurzame energie. Of van institutioneel georganiseerde zorg naar buurtzorg. Of van vechten tegen water naar leven met water. In transities gebeurt het lange tijd allebei, naast elkaar. Pas na verloop van tijd krijgt het een meer vaste vorm en worden ze zichtbaarder.

Transitie sturen
Transitie sturen Beeld: Tim Sake

Sturen?

Wij bij DRIFT en actieonderzoekers wereldwijd onderzoeken of we de snelheid en richting van transities op een gunstige manier kunnen beïnvloeden (zie bijvoorbeeld de projecten TRANSIT, ARTS en MUSIC). Als we transities een beetje kunnen sturen, kunnen we proberen ervoor te zorgen dat ze met zo min mogelijk maatschappelijke schade gepaard gaan en dat ze leiden tot maatschappelijke verbetering en verduurzaming.

In de praktijk betekent ‘sturen’ van transities vooral een gezamenlijke taal en visie ontwikkelen en ruimte creëren voor nieuwe manieren van denken, werken en organiseren. Je kunt daarmee het autonome maatschappelijke proces impulsen geven, maar je kunt het nooit afdwingen of in klassieke zin centraal sturen.

Voorbeelden uit Rotterdam zijn de visieontwikkeling voor Merwe Vierhavens dat de ruimte schiep voor ‘Uit je eigen stad’, de visieontwikkeling voor het Stadshavensgebied waaruit het experiment met bouwen op water volgde, en het project Veerkracht Carnisse dat leidde tot de gemeenschapstuin en de heropening van het wijkgebouw in zelfbeheer van de buurt.

De concrete acties zijn niet radicaal anders dan normaal. Maar de manier van denken en doen wél, die staat haaks op de nog dominante manier vanuit centraal beleid, via gespecialiseerde afdelingen, gericht op kostenreductie en efficiëntie. In Veerkracht staan mens en plek centraal. Betrokkenen zoeken samen naar de vragen en behoeften, brengen kansen in kaart, werken zo naar een oplossing toe. Het gaat om de veerkracht van de buurt, de mensen, het netwerk. Dat is het hoofddoel. De uiteindelijke projecten, zoals een tuin of wijkgebouw, zijn een mooie bijvangst.

Doendenken

Het zal nog wel even duren, maar transities zijn onvermijdelijk, linksom of rechtsom. Of u en ik ook kantelen doet me eerlijk gezegd weinig. De vraag is meer hoe we individueel en collectief omgaan met dit proces van opbouw en afbraak. Houden we tegen beter weten in vast aan het bestaande, omarmen we kritiekloos het nieuwe, of gaan we doendenkend, zoekend en lerend voorwaarts op zoek naar onbekende bestemmingen? Zien we de transitie of blijven we ons vol cynisme blindstaren op het bestaande?

Historici zeggen dat transities alleen achteraf kunnen worden geconstateerd. Dat is waar, maar door actief te verkennen hoe die transities eruit kunnen zien vergroten we in elk geval de kans dat we de goede kant op bewegen.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Kantelen, Rotmans en transitie

Sectie: Wetenschap en onderwijs

kaart: Carnisse
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • draag inhoudelijk bij aan de discussie (en ja, humor mag, graag zelfs!)
  • blijf on-topic
  • speel op de bal, niet op de man

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *