Stedelijke ontwikkeling & architectuur23 maart 2015

Laat de Rotterdamse fietser het lekker zelf uitzoeken

Back To The Future had ongelijk. We hebben geen vliegende auto’s gekregen, maar zetten juist een stap terug in de tijd: we stappen weer de fiets op. Anno 2015 staat de oerdegelijke traditie meer dan ooit op de Rotterdamse kaart. Het aantal fietsers is in Rotterdam de afgelopen tien jaar – op een tienduizendje na – verdubbeld. Vers Beton schrijft over het fietsklimaat in Rotterdam en wat we kunnen leren van andere steden. We hoeven het wiel immers niet opnieuw uit te vinden.

Fiets in Rotterdam
Fiets in Rotterdam Beeld: Rosanne Dubbeld

Tien jaar geleden stapten er 40.000 Rotterdammers per dag op de fiets. Mede door het hogere aantal inwoners in de binnenstad zijn dat er nu 70.000 per dag. Rotterdam wil dat aantal laten groeien en heeft de ambitie in 2018 een ‘fietsstad’ (pdf) te zijn. Arminius, AIR en deBuren (BE) organiseren daarom deze dinsdag een Stadsgesprek, om te zoeken naar een antwoord op een vraag die nog niet vastomlijnd blijkt te zijn. Martin Guit, senior adviseur mobiliteit van de gemeente Rotterdam: “Wat een fietsstad eigenlijk is? Goede vraag. Rotterdam is het in ieder geval nog niet en wil het wel worden. De fiets wint terrein en wij willen daarop inspelen met een fietsplan.”

Geen auto

Volgens Stefan Bendiks, auteur van het boek Fietsinfrastructuur en het pleidooi ‘Fietsland’, is het voor zo’n Rotterdams fietsplan van belang om in het karakter van de fietser te duiken. “Fietsers zijn geen automobilisten. Dat wordt in Rotterdam over het hoofd gezien.”

De fietser laat zich volgens Bendiks veel beter vergelijken met een voetganger. “Niemand haalt het in zijn hoofd om een verkeersregelaar neer te zetten op een plein met alleen maar voetgangers. Dat regelt zichzelf wel. Fietsers hebben dat in zekere zin ook. Zij zijn in staat om zelf uit te zoeken wie er voorrang heeft. Een autobestuurder zit in een cocon en heeft vaste regels nodig. Een fietser screent alles om zich heen, maakt oogcontact met de andere fietsers. Hij is in staat te anticiperen op de omgeving. Dat aspect wordt nu vergeten.”

Een voorbeeld van zo’n autoregel voor fietsen is volgens Bendiks het goedbedoelde Altijd Groen Voor Fietsers-systeem. Dit zijn fietslichten in Rotterdam die meteen op groen gaan zodra je bij de stopstreep staat of op de knop drukt. “Zo krijg je als fietser voorrang op de auto’s. Dat lijkt een perfecte oplossing en inderdaad, voor auto’s zou dit goed werken. Zij kunnen moeiteloos remmen en gas geven. Maar een fietser accelereert op spierkracht, het kost hem fysieke inspanning. Het is de wetenschap dat het licht meteen op groen gaat, maar de fietser wel moet remmen, die het juist irritant maakt. En in de spitsuren werkt het systeem juist niet. Het zorgt voor frustraties en er wordt daardoor alsnog door rood gereden.”

Het Groningse lef

In Groningen heeft het stadsbestuur het autonome karakter van de fietser in ogenschouw genomen, door de invoering van het ARG-principe: Alle Richtingen Groen (ook wel genoemd: AFTG, Alle Fietsers Tegelijk Groen). Hierbij krijgt al het fietsverkeer op een groot kruispunt tegelijk groen licht, zodat ze het kruispunt ook in een keer schuin kunnen oversteken.

Fietsers moeten in dit systeem wel goed op elkaar letten, omdat ze te maken kunnen krijgen met tegenliggende fietsers die hun pad kruisen. De reden om ARG toch door te voeren is omdat dit zware ongelukken voorkomt, onder meer omdat fietsers op hun pad rechtdoor niet tegelijk groen krijgen met rechts-afslaande vrachtwagens. Ook ligt de acceptatie van een rood stoplicht stukken hoger. Fietsers die linksaf willen slaan, hoeven immers niet twee keer een rood licht af te wachten.

Bendiks: “Met ARG geef je de zelfregulering terug aan de fietser. Een probleem hierbij is wel dat het juridisch niet 100% waterdicht is. Wanneer een fietser een ongeluk krijgt en hierop de gemeente aanklaagt, dan is er een kans dat die inderdaad aansprakelijk is voor de schade. De gemeente Groningen neemt dit risico, omdat het zwaardere ongelukken voorkomt. Ik heb daar bewondering voor.”

Onduidelijke verkeerssituatie
Onduidelijke verkeerssituatie Beeld: Rosanne Dubbeld

Ultragoede symboliek

Fervent fietser en uitgever van fietsblad Soigneur Vincent Luyendijk pleit daarnaast voor meer groene golven. “Zoals op de Westblaak, daar sta je verschrikkelijk lang te wachten op het groene licht. Dat is echt een vervelende straat voor fietsers.” Vervolgens wil hij die voorkeursbehandeling zichtbaar maken. “Zo heeft de Deense hoofdstad Kopenhagen led-lampjes in het wegdek, die groen of rood zijn. Dan zie je of je onderdeel uitmaakt van een groene golf. Het is ultragoede symboliek.”

Ook krijgt de Kopenhaagse fietser op sommige plekken vier seconden eerder groen dan de auto’s naast hem. Bendiks: “Voordeel is dat het veiliger is; de fietser is vaak al vertrokken voor rechtsafslaand verkeer. Maar wat ook interessant is, is dat de automobilist zíet dat de fietser een voorkeursbehandeling krijgt. Dat stimuleert hem de volgende keer ook de fiets te pakken.”

Fietsstraten met auto’s

Bijna iedere fietser is soms automobilist en iedere automobilist is soms fietser. Volgens Bendiks kennen ze daarom elkaars gedrag. Althans, meestal. De fietser op Zuid is vaker in gevaar, omdat minder mensen daar fietsen. Bendiks: “Zo heb je in Rotterdam fietsstraten, waar ook auto’s op mogen. Op de Teilingerstraat in Noord werkt dit goed, de auto blijft achter de fiets. Op de Brielselaan op Zuid werkt het echter weer voor geen meter, daar haalt de auto de fietser in, wat het systeem juist levensgevaarlijk maakt voor de tegenliggende fietsers.”

Het is vooral de verhouding tussen automobilist en fietser die daar debet aan is. Bendiks: “De automobilist fietst daar minder, kan zich minder goed inleven in het verkeer op twee wielen. Daarnaast hangt de veiligheid van fietsers sterk af van hoe je het pad vormgeeft. De neiging bestaat om alles te vormen volgens een bepaald standaardpakket maatregelen. Dat is fout. Het is belangrijk om de omgeving en de gebruiker leidend te laten zijn in de vormgeving.”

Een paal op de Erasmusbrug

In onder andere Lissabon en Parijs wordt inmiddels geïnvesteerd in aantrekkelijke fietsroutes. Deze steden willen fietsen leuk maken, om spelenderwijs te laten zien dat fietsen een functionele manier is om van A naar B te komen. In Rotterdam zouden we dit volgens Bendiks ook moeten doen, om werkelijk íedereen aan te zetten tot fietsen en om het sociale karakter te benadrukken van fietsen. Bendiks: “Op Zuid is het bijvoorbeeld nog altijd niet mogelijk om langs de Maas te fietsen. Maak van die rivier een aantrekkelijke route. Een plek waar de buurt bij elkaar komt op de fiets.”

Luyendijk vult hierop aan dat de Rotterdamse fietser meer mag worden bewonderd. “Heel de wereld doet alsof het kakelvers is, maar wij doen het al jaren. We nemen het fietsen maar voor lief eigenlijk, terwijl het zo’n fantastisch potentieel heeft. De auto is een prima alternatief voor de fiets, bijvoorbeeld als je met vrienden vijftig kilometer weg gaat. Maar veel vaker is de fiets het meest voor de hand liggende vervoersmiddel. Zo moeten we weer gaan denken.”

De fietser moet zich daarom meer onderdeel voelen van een beweging. In Portland (Amerika) en Kopenhagen doen ze dat door kleine grappige trucjes toe te passen. Luyendijk: “Zo staat er soms op straat een teller, waar je langsfietst en waar dan op staat dat je de zeshonderdduizendste fietser bent. Dan voel je je onderdeel van een beweging. In Rotterdam kunnen we die data ook zichtbaar maken. Zet eens zo’n paal op de Erasmusbrug.”

Onduidelijke verkeerssituatie
Onduidelijke verkeerssituatie Beeld: Rosanne Dubbeld

Goede keuze

Andere voorbeelden uit Kopenhagen zijn voetensteuntjes bij het stoplicht en naar voren hellende prullenbakken, zodat de fietser gemakkelijk iets weg kan gooien. Voor de bakfietser is een knalroze stalling gemaakt, waarin de bak schoon en droog blijft. Allemaal om de fietser het gevoel te geven dat hij onderdeel is van een gemeenschap en wordt gewaardeerd om de keuze van zijn vervoersmiddel.

Ook zijn de taxichauffeurs in de Deense hoofdstad verplicht om een fietsenrek achterop hun taxi te hebben (Christenunie/SGP pleit in Rotterdam ook voor deze ‘oplossing naar Deense standaard’). Bendiks: “Die verplichte fietsenrekken, die kosten niets. Maar deze maatregel heeft er wel voor gezorgd dat de fietser een interessante doelgroep is geworden voor de taxi. De fietser kan namelijk nu overstappen op de taxi, wanneer het bijvoorbeeld regent of zijn band lek is. Hierdoor is uiteindelijk de taxichauffeur beter rekening gaan houden met de fietser, want die is interessanter voor hem als potentiele klant. Veel meer eigenlijk dan de auto’s naast hem. De maatregel was niet zo bedoeld, maar dat was een interessant effect. Dit zou in Rotterdam-Zuid ook heel goed kunnen uitpakken.”

Dochter op de e-bike

Met de komst van lig-, bak-, race- en e-fietsen lijkt de definitie van de fiets de laatste jaren steeds meer te worden opgerekt. Luyendijk roept op daar in het fietsenplan rekening mee te houden: “Ik heb een dochter van drie en ik ben er heilig van overtuigd dat zij later op de e-bike naar school gaat. We kunnen staks langere afstanden afleggen per fiets en gaan harder. Daar moeten we de infrastructuur op een gegeven moment op aanpassen.”

Volgens Bendiks is het waarschijnlijk de beste oplossing om de fietspaden breder te maken, de fietser lost het zelf wel op verder. En wat speelse oplossingen hier en daar. “Zo heb je (laatste keer, red.) in Kopenhagen op sommige plekken twee soorten fietspaden: een fast lane en een conversation lane. Door het niet slow lane te noemen, maar door het sociale effect te benadrukken, worden mensen gestimuleerd het juiste pad te kiezen.”

Led-lampjes in het wegdek, alle stoplichten op groen en een fietsroute langs de Maas: het fietsplan 2.0 lijkt vorm te krijgen via zachte hand en grappige trucjes. En rond hier en daar een oogje dichtknijpen. Volgens Bendiks moeten we het anarchistische karakter van de fietser niet negeren, maar juist omarmen: “Die fietser, die kun je begeleiden en stimuleren door een kader te geven. Maar ben niet te hermetisch, met te veel boetes en verkeersborden. Daarmee ondermijn je de zelfredzaamheid van fietsers.”

De Buren, Air en Arminius organiseren 24 maart een Stadsgesprek in Arminius. Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door AIR, het architectuurcentrum Rotterdam (wat betekent dit?)

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:bakfiets, bakfietswijk, fiets, fietscultuur, fietsdiefstal, fietspad en fietsstad

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

kaart: museumpark 3, Rotterdam

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • draag inhoudelijk bij aan de discussie (en ja, humor mag, graag zelfs!)
  • blijf on-topic
  • speel op de bal, niet op de man

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *