Hoog van de Toren26 maart 2015

Wat heb je als Rotterdammer aan al die nieuwe hotels?

Zes fotografen en schrijvers laten zich inspireren

Rotterdam kreeg er het afgelopen jaar veel hotels bij. Heel veel. Op papier kan ook de doorsnee stadsbewoner hier stevig van profiteren, want hun kamers, restaurants en hotelbars zijn voor iedereen toegankelijk. Bovendien zijn het plekken op de grens tussen stad en buitenwereld waar, zo blijkt, de verhalen voor het oprapen liggen. Zes fotografen en zes schrijvers gingen op bezoek en lieten zich inspireren door wat ze aantroffen.

NHow Rotterdam

Beeld van Marcel Kollen

Bar NHow, De Rotterdam, half zes woensdagmiddag.

Wat doe je hier? Een hotel in je eigen stad, verborgen in de constructie van een eenzame rots. Te laag voor de sterren, te ver van de straat. Een zwijgzaam decorstuk van je dagelijks leven. Daar in de verte, over de brug, staat je huis.

Hier is alleen dat jasje over de leuning van jou. Zodra je het aantrekt valt alles samen: een man van de wereld op een plek van belang. De spiegels, het beton, de brug in de verte, Schiedamse gin. Je verkent de ruimte. De deuren naar het balkon zijn nog niet open, de ramen achter het beton zijn smal en hoog. De stad is hier verder weg dan je dacht. Ken je hier iemand? In gefilterd licht zie je twee Russische dames, een gepensioneerde kapitein en drie ruwe types met een glas bier aan de bar.

Dan haal je haar op, beneden. Je hoopt nog op decor: misschien Rem? Het geratel van trolleys, een model of piloot? Strijklicht over de Wilhelminakade? Nee, een lange stoet keurige ambtenaren en in de verte een heimachine. Je troont haar snel terug naar boven door het muizengaatje, de steriele lift naar een soort wachtruimte. Stickers van Mwah op de muur, voor het Rotterdamgevoel, plus neonletters voor een toefje New York.

Voorbij de deur weet je dat je veilig bent. Voorlopig is ze één en al oor. Wijn zal het zijn, maar wat maakt het ook uit. Onder de brug drijft de pannenkoekenboot, aan de overkant zal het avondeten nu wel klaar zijn. De Russische dames en de sleepbootkapitein verdwijnen in het woud van barkrukken. Ze fluistert iets in je oor, jij pakt haar arm en weet: alleen op een avond als deze is NHow er voor jou.

Bart Witteman

Hilton Rotterdam

De nieuwe bar van Hilton Rotterdam Beeld: Frank Hanswijk

Buiten woelt de stad
Binnen lonkt de luxe

Yvonne Rijpers

King Kong Hostel

Beeld van Victor Wollaert

Op de dag dat AS Roma-supporters Rotterdam bezoeken, bezoek ik het King Kong Hostel. Op de Witte de Withstraat fietst politie langs, rijden politieauto’s rustig tegen het verkeer in, staat een ME-busje op de stoep en lopen undercoveragenten met oortjes langs. En, oh ja, praten en roken wat Italianen gezellig voor het NRC Café.

Ik wil bij het King Kong Hostel naar binnen, maar dat gaat niet. De deur zit op slot. Dat doen ze normaal nooit, zegt Alisa (General Manager en sinds een jaar woonachtig in Rotterdam), maar vandaag is het zo dreigend. Binnen is het stil. Er zijn geen gasten aanwezig, want de groep Zwitserse architectuurstudenten is op pad langs de nieuwe Rotterdamse tempels. De ontvangst is welkom, maar in een hostel zonder reuring voelt de stilte eerder beklemmend dan verwelkomend.

Bij binnenkomst geen ontvangst aan een receptie-balie, maar aan een goede bar. Helaas nu nog zonder alcohol, maar dat gaat veranderen, weet barman en stagiair Semm. Tegenover de bar staat een stoere zithoek van ontwerper Sander Bokkinga. Hij nam ook de bank buiten, tafels boven en de barbecue op de achterplaats voor zijn rekening. Een paar treden hoger kunnen gasten lezen en praten, terwijl een paar treden omlaag de keuken, eetruimte en filmkamer zijn. Koken, koffie, thee en Netflix: allemaal gratis voor de gasten.

Vandaag komt de lobby over als gemaakte relaxedheid. Een soort van perfecte maar zielloze styling voor een fotoshoot – even de gebaksvitrine aan de kant schuiven – van VT Wonen. Zonder reuring is King Kong meer een designlobby dan een warm welkom voor rondtrekkende backpackers.

Edwin van de Velde

Ibis

Het twee-uurtarief

Ooit kende ik iemand die voor hotelketen Ibis werkte. Een vriend, inmiddels al lang uit mijn leven verdwenen, trok in 2004 op uitwisseling voor zijn studie naar Picardië. Daar trof hij drie dingen: een hopeloze universiteit, een vluchtige liefde én een baantje bij Ibis. Via e-mail hield hij me op de hoogte van de vorderingen van alle drie de elementen, waarbij ik het hotel het meest interessant vond.

De kernwaarden van Ibis waren toen nog: goedkoop, goedkoop, goedkoop, snel, snel, snel en bovenal: een oogje dichtknijpen waar het kan. Mijn vriend sprak van schimmige zakendealtjes in vergaderruimtes, middenin de nacht. Artsenbezoek naar aanleiding van overdosissen en huiselijk geweld dat vooral niet aan de politie diende te worden gemeld. De medici werden contant betaald, waarna de patiënten op eigen houtje verdere zorg konden zoeken bij een hospitaal. In Ibis waren ze nooit geweest. Wie hiermee akkoord ging, kreeg een voucher voor een gratis overnachting.

Meest tot het verbeelding sprak het ‘twee-uurtarief’, dat volgens mijn vriend bij alle Ibissen over heel de wereld opgeld deed, al kon je het nergens zwart op wit terugvinden. Hierbij was de truc je met een partner ‘gewoon’ aan te melden bij de balie, en ergens casual het begrip ‘twee uur’ te laten vallen. Niets stond je dan meer een overtreding van het zevende Gebod in de weg. Een vette, contante fooi voor het kamermeisje werd op prijs gesteld.

Inmiddels is Ibis aan een charme-offensief begonnen. Ook de Rotterdamse variant is gelikter dan die paar Ibissen waar ik als jonge twintiger wel eens eindigde, bijvoorbeeld na een concert in Parijs. Het is nog steeds prefab-interieur, maar de kleuren zijn feller, de vaasjes imiteren design. Hier wordt klasse gesuggereerd, zonder het écht tot stand te brengen. Misschien begrijpelijk uit PR-oogpunt, maar ergens heb ik altijd ontzettend veel sympathie voor shabby merken gehad. Ook zij vervullen een rol in de samenleving. Zie het ‘twee-uurtarief’. Ik hoop dat ze het nog hanteren.

Vincent Cardinaal

Mainport Hotel

Beeld van Menno van der Meer

On the rocks. Zo heet de cocktailbar van het Mainporthotel. Waarbij on cursief geschreven wordt. Nou, dan weet je het wel. Dit hotel is er alles aan gelegen om zich te onderscheiden van andere design hotels, wat dat ook moge zijn. Want een paar Hella Jongerius-poeven in je lobby, en je bent tegenwoordig al designhotel.

Maar, laten we ons oordeel nog éven uitstellen en via de (overigens weinig inspirerende) ontvangsthal afdalen naar cocktailbar on the Rocks en restaurant Down Under voor een kritische test. Beide bevinden zich aan de achterzijde. Hier heb je door de glazen gevel zicht op de Leuvehaven, waar bootjes en watertaxi’s continu voor leven zorgen. Op de cocktailkaart staan louter klassiekers waar godzijdank geen malle twist aan gegeven is en die smaken zoals ze horen. So far so good.

Ettelijke uren en Daiquiri’s later ligt ondergetekende tollend in een City XL Room. Tollend, niet per se van de drank, maar van het behang, dat hier op ‘continent Africa’ woeste tribals bevat. Desondanks houdt een tevreden gevoel over de avond stand. On the Rocks is een prima hotelbar om als Rotterdammer een avond door te brengen.

Maar dan weet ik nog niet dat the best is yet to come, de volgende ochtend. Vergeet de cocktails, ga ontbíjten in het Mainport! Want het buffet is er weergaloos, en toegankelijk voor elke gewone sterveling die ervoor betalen wil. Hou je van live gepocheerde eitjes en kunnen kiezen tussen tig soorten cereals? Dan ga je hier gelukkige momenten beleven.

Elsbeth Grievink

Citizen M

Beeld van Richard Beukelaar en Ricahrd Beukelaar

Daar, vlak voor de Blaak onder de Kubuswoningen duikt en verandert in de Burgemeester van Walsumweg, bevond zich tot een paar jaar geleden nog een zanderige leegte. Voorbijrazend verkeer kon er een glimp opvangen van de Oude Haven, toeristen liepen zich vast in het onkruid.

Inmiddels is het gat opgevuld en heeft het zand plaatsgemaakt voor een reflecterend glazen vlak. Een kantoorschijf van vijf verdiepingen hoog, met onderin een brede doorgang. Onder deze opening gaat een trap omlaag naar station Blaak. Mensen verschijnen hier wat verdwaasd uit de metro. Als je weer onder het gebouw uitkomt, wacht een hof. Vervolgens nog zo’n spiegelende schijf: een hotel. Rokende mannen in het rode schijnsel van de lobby, corporate schuifdeuren. Veel stad per vierkant meter hier.

CitizenM dus. Een wulpse houten trap brengt je naar boven. Links de bar, en over de hele breedte van het gebouw zitplekken langs de glazen gevel. Ze worden onderverdeeld door kasten, gedefinieerd door kleden en meubilair. Een reeks huiskamers eigenlijk, telkens even anders, maar het uitzicht is hetzelfde: Oude Haven, het Witte Huis, het rijtje historische huizen ernaast. Ze werden ooit steen voor steen afgebroken om de bouw van de spoortunnel mogelijk maken en daarna weer opgebouwd.

Nu begrenzen vooroorlogs en modern vanzelfsprekend een nieuw plein. Een vierhoek is het, breed uitlopend naar het water van de Oude Haven. Tegen het glas geplakt lijkt de problematiek van al die andere Rotterdamse pleinen ver weg, want het leeft beneden.

Ik kwam voor de bar, maar vond een plein. Zo gaat dat dus. Gebouwen komen met veel kabaal ter wereld. Pleinen verschijnen geruisloos.

Sereh Mandias

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:CitizenM, Hilton Hotel, hotelbars, IBIS Hotel, KingKong Hostel, Mainport Hotel en nhow

Sectie: Hoog van de Toren

kaart: Wilhelminakade 131A, 3072 AP Rotterdam, Nederland
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • draag inhoudelijk bij aan de discussie (en ja, humor mag, graag zelfs!)
  • blijf on-topic
  • speel op de bal, niet op de man

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *