Stedelijke ontwikkeling & architectuur3 april 2015

400 jaar tobben met de Boompjes

Deze week bestaat de Boompjes precies 400 jaar – een jubileum dat grotendeels onopgemerkt blijft. Gastredacteur Guus Vreeburg vraagt zich af hoe het verder moet met de straat waar het ooit zo ‘schoon en playsant’ wandelen was.

beeld: Richard Beukelaar

De zeventiende-eeuwse Rotterdamse chroniqueur Samuel Lois omschreef de aanleg van de Boompjes, in 1615, als volgt:

“Den 3. April / heeft men langs de Maes kant tussen het
Oude Westers Hooft en het Nieuwe Hooft, Linde boomen
beginnen te planten / dat men de Boomtiens heeft genaemt:
en het is een schoone en playsante Wandeling langs de Maes
kant / aen de Zuytsyde van de Stad.”

Wie vandaag de dag langs de Boompjes loopt – áls je daar al voor je lol komt – kan zich nauwelijks voorstellen dat dit ooit een “schoone en playsante Wandeling” was. Met twee rijen voorbijrazend autoverkeer heen en terug ruik je er uitlaatgassen in plaats van de zoete geur van lindebomen.

Groeispurt

De Boompjes was het prestigieuze sluitstuk van een enorme stadsuitbreiding die tussen 1600 en 1615 gerealiseerd werd. Het hele stuk tussen de Oude Haven, Blaak en Leuvehaven, dat tegenwoordig de ‘Waterstad’ heet, werd in één keer ‘ontwikkeld’. Uit de zompige, moerassige oever van de Maas werd een heel nieuw stuk stad aangeplempt, bestemd voor grootschalige havens, pakhuizen en industrie. Daarmee werd het middeleeuwse Rotterdam in één klap verdubbeld. Deze groeispurt viel samen met het ‘Twaalfjarig Bestand’ in de Tachtigjarige Oorlog, waardoor veel niet-katholieke vermogende kooplieden en handelaren het Spaanse Antwerpen ontvluchtten. Dat betekende voor Rotterdam een enorme toestroom van kapitaal en kennis.

De percelen aan de zuidzijde van de Scheepmakershaven werden in de loop van 1615 verkocht, met als voorwaarde dat de kopers het stukje Scheepmakershaven pal voor hun grondstuk verder uitbaggerden, met de aarde daaruit hun perceel ophoogden, en een muur bouwden. Deze muur moest de scheepswerfjes op die percelen afschermen van de Maasoever.

Op de Maasoever werden lindebomen geplant, zodat er een boulevard ontstond: de ‘Boomtiens’. De boulevard liep van ‘het Oude Westers Hooft’ – een van de oude stadspoorten aan weerszijden van de Oude Haven ‑ tot aan ‘het Nieuwe Hooft’; de monding van de toen nieuwe Leuvehaven.

In maart 1671 werd de Boompjes bestraat, van riolering voorzien en opgehoogd. Verder werd “[…] tussen de Boomen aan de binnen / syde alle met Pael werck afgeset dat geen Karossen over het / gestrate Plaveytsel langs de Huysen soude ryden” (Samuel Lois, 1746). Alle ruimte voor wandelaars dus, ver van het stadsrumoer – letterlijk. De meeste Rotterdammers woonden nog in de middeleeuwse stad (tussen Blaak, Hoogstraat, Goudsesingel en Coolvest), maar de Boompjes lag echt ‘buiten’; de tocht erheen was een fikse wandeling. Als je er dan eenmaal was, had je onbelemmerd zicht op het weidse water. Door een stukje uit de oever een stevige palissade te plaatsen, werd voorkomen dat er schepen aan de boulevard zouden afmeren die geladen en gelost moesten worden. Geen slepers en sjouwers dus, enkel deftige wandelaars.

Peter Schenk (1660-1711). De Boompjes naar het Westen, rond 1700. rechts: het 'Oostindisch Huis' van de Rotterdamse VOC
Peter Schenk (1660-1711). De Boompjes naar het Westen, rond 1700. rechts: het ‘Oostindisch Huis’ van de Rotterdamse VOC Beeld: bron: Collectie Stadarchief Rotterdam

Van statige panden naar puinhoop

Aan het eind van de zeventiende eeuw verrees aan de Boompjes het Oostindisch Huis; het imposante hoofdkantoor van de Rotterdamse kamer van de VOC. Dat was het begin van Rotterdam als internationale havenstad, en tevens het begin van een nieuwe bouwspurt. In de achttiende en negentiende eeuw werd de Boompjes langzaamaan volgebouwd met statige handelspanden; later volgden de eerste hotels (onder andere het Hôtel de la Meuse) en bankgebouwen. Vanaf de kade vertrokken stoombootlijnen alle kanten op. Met de bouw van de Willemsbrug in 1878 kreeg de Boompjes voor het eerst ook doorgaand verkeer te verwerken: voetgangers, fietsers, automobielen en trams. Maar desalniettemin bleef de Boompjes een ‘fraaie wandeling’.

Aan al dat fraais kwam een einde op 14 mei 1940, toen de Boompjes een puinhoop werd, en daarna met datzelfde puin werd opgehoogd. De watersnoodramp van februari 1953 deed daar nog een schepje bovenop: de Boompjes werden waterkerende Deltadijk.

Lange tijd was de nieuwe Bijbank van de Nederlandse Bank de enige bebouwing. Pas in de late jaren 70 en de jaren 80 werd er weer volop gebouwd: het karakteristieke pand van Erasmus Verzekeringen, het fantasieloze kantoorpand ernaast, de Willemswerf, gebouw ‘De Maas’ van Rijkswaterstaat en Boompjes 250 voor Ernst & Young. De Boompjes was verworden tot een toonbeeld van ‘hoogschaligheid’ in Rotterdam, ‘City of Architecture’, met een vierbaansweg op de stoep. Alleen de namen van de drie woontorens ‘Clipper’, ‘Schoener’ en ‘Galjoen’, doen met wat fantasie denken aan de VOC-tijd, toen de Boompjes nog een chique promenade was.

Pieter Oosterhuis (1816-1885). De Boompjes naar het Westen, 1868
Pieter Oosterhuis (1816-1885). De Boompjes naar het Westen, 1868 Beeld: bron: Collectie Stadsarchief Rotterdam

Potentieel aantrekkelijk

Dit was toch niet wat de gemeente voor ogen had, blijkt uit de Nota Binnenstad uit 1985. Daarin werd de ‘Waterstad’ herkend als potentieel aantrekkelijke plek, met de Boompjes als toeristisch sluitstuk. Om de verloren band met de rivier te herstellen, werd de kade heringericht als lange betonnen tribune met rivierzicht, en voorzien van een arcade van zwart terrazzo. Op het bruggenhoofd van de inmiddels verdwenen oude Willemsbrug verrees een fitnessclub ‑ dé trend van de jaren 90. Een eind verderop kwam ‘Boompjes’ (tegenwoordig restaurant Blits); een luchtig paviljoen. In het begin was het daar nog goed toeven, met uitzicht op de drijvende bokken van Smit-Tak ‑ de Erasmusbrug was er nog niet. Inmiddels staat het al jaren nadrukkelijk níet ‘de blits’ te maken.

Een paar jaar geleden werd de boel weer omgegooid: de tribune werd deels ontmanteld en vervangen door glooiende grasvelden, waarop je heerlijk kunt zonnen als de zon schijnt. Op de opnieuw geplaveide benedenkade kun je een voorgeprogrammeerd 100 meter sprintje trekken, of op groen asfalt skaten of boarden.

Het blijft tobben met de Boompjes. De bomen die rond 1990 werden aangeplant zijn onwelriekend en groeien extreem langzaam: na 25 jaar zijn het nog steeds enkel ‘boompjes’. Het is nog steeds een hele toer om er te komen. Moet de Boompjesdijk worden verlaagd en verbreed? Of wellicht het verkeer in een tunnel ten behoeve van een autovrije wandelpromenade (zoals de gemeente al jaren schijnt te onderzoeken)? Of gewoon al die boompjes omzagen en die autoweg nog verder uitbouwen? Wie het weet, mag het zeggen!

air - over de stad gesprokenDe sectie architectuur en stedelijke ontwikkeling van Vers Beton wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het architectuurcentrum van Rotterdam. (meer info)

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:400 jaar boompjes, boompjes, jubileum en waterstad

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

kaart: boompjes, rotterdam

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *