Economie28 april 2015

Energieambities Rotterdam: duurzaam of duurkoop?

Rotterdam wil in 2030 meer duurzame energie opwekken dan de stad gebruikt, maakte de gemeente dit voorjaar bekend. Wordt de stad daarmee écht een duurzame stad, of zijn de nieuwe ambities slechts duurkoop? Arno Bonte (milieuwoordvoerder van GroenLinks) en Henri Bontenbal (adviseur van de Rotterdamse CDA-fractie) reageren op het de ambities én elkaar.

Clash of the Bonten (klein
Clash of the Bonten (klein) Beeld: Tom Slegtenhorst

 

Arno Bonte: Rotterdam moet weer groene koploper worden

In 2007 gebeurde er iets bijzonders in Rotterdam. Achter de grijze rookpluimen van de fossiele industrie leek een duurzame toekomst door te breken. Toenmalig burgemeester Ivo Opstelten proclameerde met zijn karakteristieke basstem dat Rotterdam the world capital of CO2-free energy zou worden. Politiek én havenbaronnen spraken af dat de uitstoot van broeikasgassen in 2025 tenminste gehalveerd zou zijn.

Waar kwam die groene bekering opeens vandaan? Was het de invloed van GroenLinks in het stadsbestuur? Mijn partij had inderdaad hard geknokt om van duurzaamheid een topprioriteit te maken. Maar dat had nooit zo’n succes kunnen worden als niet rond diezelfde tijd Al Gore wereldwijd furore had gemaakt met zijn documentaire An Inconvenient Truth.

Die documentaire wekte zelfs de meeste fossiele industriëlen uit hun diepe winterslaap. Gore maakte namelijk niet alleen pijnlijk zichtbaar dat klimaatverandering de oorzaak is van orkaanschade en mislukte oogsten in verre oorden, maar dat een stijgende zeespiegel op termijn ook desastreuze gevolgen kan hebben voor belangrijke havendelta’s als Shanghai, New York en Rotterdam. Daarmee was duurzaamheid naast een kwestie van solidariteit ook een kwestie van economisch eigenbelang geworden.

Don Quichotte-partij

De Rotterdamse CO2-ambitie bleef niet bij woorden alleen. Gemeente en bedrijfsleven zetten hand in hand een ambitieus milieuprogramma in gang. Het aantal windmolens in de haven werd verdubbeld, restwarmte werd op grote schaal hergebruikt om woningen mee te verwarmen en de gemeente maakte ruim 50 miljoen euro vrij voor een duurzaam investeringsfonds om groene innovaties mee te stimuleren. Rotterdam was de groene koploper van Europa en een inspiratiebron voor veel andere gemeenten in Nederland.

Hoe anders ziet de wereld er nu uit! Inmiddels zitten de luiken van de boardrooms van de havenbedrijven weer potdicht en durven de meeste CEO’s niet verder vooruit te kijken dan de volgende kwartaalcijfers. En het stadsbestuur wordt momenteel gedomineerd door Don Quichotte-partij Leefbaar Rotterdam, die klimaatverandering een sprookje noemt en vecht tegen elke windmolen op zijn pad.

De ambitie uit 2007 is letterlijk in rook opgegaan. Twee nieuwe kolencentrales gaan dit jaar zóveel broeikasgassen de lucht inblazen dat Rotterdam straks niet 50% mínder maar 50% méér CO2 uitstoot. Van een groene voortrekkersrol is geen sprake meer. Rotterdam is teruggevallen naar de middenmoot. Niveau Hellevoetsluis.

Radicale vergroening

Toegegeven, het duurzaamheidsprogramma van het huidige college blinkt uit in goede bedoelingen. Zo mag de CDA-fractie fonkelnieuwe zonnepanelen op daken van oude gymzaaltjes gaan timmeren en gaat de D66-wethouder met een rol glaswol onder de arm de energiearmoede in tochtige huurwoningen te lijf. Sympathiek, maar het smelten van de poolkappen hou je er niet mee tegen.

Verreweg het grootste deel – bijna 90% – van de Rotterdamse energieverspilling vindt plaats bij de industrie in de haven. Om daadwerkelijk een bijdrage te leveren aan het afwenden van een wereldwijde klimaatcrisis moet Rotterdam definitief afkicken van zijn verslaving aan olie en kolen.

Wat we daarom nodig hebben, is een radicale vergroening van de haven: stoppen met het bouwen van kolencentrales en olieterminals, initiatieven voor windmolenparken niet langer dwarsbomen maar juist omarmen, en volop ruimte bieden aan duurzame en innovatieve bedrijven.

Rotterdam moet weer de groene koploper van Europa worden. Zoals Al Gore al in 2007 overtuigend liet zien is het omschakelen naar een schone en duurzame economie niet alleen in het algemeen belang van onze hele planeet, maar juist ook in het harde economische belang van een havenstad als Rotterdam.

Clash of the Bonten
Clash of the Bonten Beeld: Tom Slegtenhorst

Henri Bontenbal: het gras kan altijd groener

Het moet voor GroenLinks als oppositiepartij in Rotterdam geen makkelijke tijd zijn. In onze mooie stad laat het huidige college immers goed zien dat voor een stevig milieubeleid geen ‘linkse’ partijen nodig zijn. Schonere lucht, het energiezuiniger maken van woningen, zonne-energie, klimaatadaptatie: het zit allemaal in het pakket van dit college. Toegegeven, het kan altijd beter. Maar ik verdenk Arno Bonte er stiekem van het milieubeleid van dit college best goed te vinden, ook al zal hij dat nooit toegeven.

De coalitie van Leefbaar Rotterdam, D66 en CDA hebben bij het opstellen van het coalitieakkoord besloten om het klimaatprogramma op veel punten te continueren en op een aantal punten bij te stellen. Zo is besloten het beleid meer toe te spitsen op de Rotterdamse burger.

In het Programma Duurzaam 2015-2018 is dit goed terug te lezen. Het verbeteren van de luchtkwaliteit, meer groen in de stad, schone en betaalbare energie, energiebesparing en een groene, innovatieve haven zijn de speerpunten geworden. Daarnaast krijgen initiatieven van burgers, van onderop, meer ruimte. Op die manier blijft duurzaamheid geen elitair feestje, maar komt het onderwerp in het blikveld van elke Rotterdammer.

Nulmeting

Dat Rotterdam de expliciete doelstelling van 50% CO2-reductie in 2025 (ten opzichte van 1990) heeft losgelaten, is Bonte een doorn in het oog. Ons belangrijkste verschil van mening is niet dat CO2-reductie niet zinnig zou zijn. Integendeel! Het punt van verschil zit ‘em in de vraag of je als gemeente doelstellingen moet formuleren op terreinen waarop je niet of nauwelijks invloed hebt.

Want laten we eens dieper inzoomen op de ‘oude’ doelstelling. In 2007 heeft het Rotterdam Climate Initiative een nulmeting opgesteld. Hieruit bleek dat in 2005 88% van de CO2-emissies werden veroorzaakt door de sector ‘industrie en energieopwekking’, 7% door de sector ‘verkeer en vervoer’ en 4% door de sector ‘gebouwde omgeving’. Om tot een reductie van 50% te komen, was een absolute reductie van 27 Mton in 2025 nodig.

In het vorige Programma Duurzaam 2010-2014 werd dit aantal nog ingevuld via 17,5 Mton CO2-reductie door opvang en opslag van CO2 (CCS), 4 Mton door energie-efficiëntie bij de industrie, 4,5 Mton door de inzet van groene grondstoffen en biomassa en 1 Mton door CO2-reductie in de gebouwde omgeving en verkeer en vervoer.

Luchtfietserij

Maar hoeveel invloed heeft de gemeente op deze sectoren? CCS is een goed voorbeeld. De opslag van CO2 was dus – theoretisch! – de belangrijkste pijler (65%) van het klimaatbeleid van het vorige college. Momenteel zijn de mogelijkheden van de gemeente om een CCS-project van de grond te krijgen alleen zeer beperkt. De bal ligt namelijk niet bij de gemeente, maar bij de energiebedrijven, het Ministerie van Economische Zaken en de Europese Commissie.

Dat geldt ook voor de uitstoot van de energiecentrales in de regio. Hun CO2-emissie wordt vooral bepaald door de context van de Noordwest-Europese elektriciteitsmarkt en het Europese Emissiehandelssysteem (ETS). De gemeente kan daar bovenop niet zomaar extra milieueisen stellen aan bedrijven in de haven, want de gemeente is vaak niet het bevoegde gezag.

De gemeente moet daarom doelen stellen die ook daadwerkelijk binnen haar bereik liggen, want anders wordt het luchtfietserij.

Decentraliseren?

En nog belangrijker: daden zijn belangrijker dan woorden. Papier is geduldig, terwijl ik nu in de praktijk een wethouder zie die zich inspant om de luchtkwaliteit beter te maken en weer een stapje verder gaat dan zijn voorgangers. Ik zie dat gewerkt wordt aan het energiezuiniger maken van woningen, aan de opwekking van schone energie en aan meer groen in de stad. En vergeet de haven niet, waar recent het initiatief SmartPort2.0 is gelanceerd voor samenwerking met de Erasmus Universiteit en de Technische Universiteit Delft.

We zijn er nog lang niet, maar we kunnen ook niet alles op het bordje van de gemeente leggen. De provincies, het Rijk en Europa moeten ook (vooral!) aan de slag, terwijl overheden, bedrijven en kennisinstellingen vooral nauw moeten samenwerken.

Wat Bonte eigenlijk wil, is dat de gemeente meer bevoegdheden en invloed op het milieubeleid krijgt. Dat zou een interessant idee zijn om eens over door te praten: kunnen we milieubeleid (deels) decentraliseren? Wellicht biedt het boek ‘Als burgemeesters zouden regeren’ van Benjamin Barber daar goede aanknopingspunten voor.

Reageer of deel op Social Media

Tags:Arno Bonte, CDA, CO2, duurzaamheid, Energie, Groenlinks, Henri Bontenbal en windmolens

Sectie: Economie

kaart: maasvlakte, rotterdam

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *