Wetenschap en onderwijs8 april 2015

Gemeenteraad, gun onderwijsbestuur BOOR een échte doorstart

Het rommelt in het Rotterdamse onderwijs. BOOR, de koepel van het Rotterdams openbaar onderwijs, is na jaren van mismanagement en geld over de balk smijten vooral bezig met puinruimen. Aangesloten scholen bedienden ondertussen zichzelf. Hoe krijgen we weer vat op het openbaar onderwijs? Onderwijsjournalist Ronald Buitelaar dook in het taaie onderwijsdossier.

BOOR
BOOR Beeld: Saskia Wigbold

In december 2014 staan de media er vol van: een nevenvestiging van basisschool De Klimop aan de Klein-Coolstraat in de Provenierswijk moet sluiten. De school telt zo’n zestig leerlingen met uiteenlopende zorgvragen, variërend van autisme en leerachterstanden tot hoogbegaafdheid en pestproblematiek. Aan het begin van het nieuwe schooljaar 2015-2016 moet de vestiging dicht zijn. Ouders, kinderen en andere betrokkenen verzetten zich fel tegen het besluit en gemeenteraadsleden voegen zich snel bij hun protest.

Het besluit om de school te sluiten komt van BOOR, het Bestuur voor Openbaar Onderwijs in Rotterdam. De Klimopschool is een specialistische onderwijsvoorziening die tegen het rijksbeleid voor passend onderwijs indruist. Maar hoe hebben de vijf BOOR scholen überhaupt op eigen houtje een specialistische onderwijsvoorziening kunnen beginnen? Om daar meer zicht op te krijgen duiken we in de recente BOOR geschiedenis.

26,05 miljoen

We schrijven januari 2008. BOOR is op dat moment eindelijk een zelfstandig opererend onderwijsbestuur geworden. Tot de verzelfstandiging was de wethouder van Onderwijs niet alleen gemeentebestuurder maar ook bestuurder van het openbaar onderwijs. Door deze dubbele pet kon het gebeuren dat de wethouder over bijvoorbeeld het achterstandsbeleid een collegestandpunt innam en tegelijk zijn opvatting als schoolbestuurder moest verdedigen. Om aan deze onhoudbare en onwenselijke situatie een eind te maken valt in de jaren negentig het besluit om het openbaar onderwijs in Rotterdam te verzelfstandigen. In 2008 is het dan zo ver.

Met de verzelfstandiging krijgt Rotterdam er in één klap een zelfstandig onderwijsbestuur bij dat met zo’n 4000 medewerkers op 85 scholen het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs verzorgt aan ongeveer 30.000 leerlingen. BOOR is daarmee een van de grootste schoolbesturen van Nederland. Helemaal los van de gemeente komt BOOR overigens niet, want vanwege de grondwettelijke zorgplicht voor openbaar onderwijs blijft de gemeenteraad extern toezichthouder. Omdat het nieuwe schoolbestuur niet zoals andere besturen in de loop der jaren kapitaal heeft opgebouwd, krijgt het een ‘bruidsschat’ mee van € 26,05 miljoen.

De mist in

De miljoenen verdwijnen in de daaropvolgende jaren als sneeuw voor de zon. De media focussen in die dagen op in het oog springende zaken als bouwfraude en declaratiegedrag van een van de bestuurders. De dieperliggende problemen blijven buiten zicht.

Er blijkt bij BOOR onvoldoende zicht en toezicht te zijn op de wijze waarop geld besteed wordt. Volgens de commissie Governance Openbaar Onderwijs (onder leiding van Job Cohen) is er vooral veel mis met de bedrijfscultuur. Een greep uit de conclusies uit hun rapport uit 2012: geen functioneringsgesprekken met bestuursleden, nauwelijks financiële expertise en na vijf jaar stond het bestuursreglement nog niet op papier. Verder blijkt de rolverdeling tussen BOOR, schooldirecties en adviserende raden allesbehalve duidelijk. Een voorbeeld: BOOR stuurt het strategisch meerjarenplan 2012-2016 naar de gemeenteraad, terwijl de medezeggenschapsraad van het speciaal onderwijs het met een belangrijk onderdeel oneens is. Veelzeggend is dat de medezeggenschapsraad niet naar de geschillencommissie stapt.

Elkaar aanspreken op missers of uitglijders hoorde dus blijkbaar ook al niet tot het DNA van de organisatie. Een citaat uit hetzelfde rapport: ‘Conflicten wilde men niet op de spits drijven omdat er binnen BOOR zoveel aardige mensen werken met hart voor het onderwijs en BOOR toch al in zulk zwaar weer terecht is gekomen’. Hoe ernstig die cultuur doorwerkte in de bedrijfsvoering wordt duidelijk uit de woorden bedrijfseconoom Didier Dohmen. Hij is een van de drie nieuwe bestuurders die in 2013 aantraden. Dohmen vergelijkt in het personeelsblad de administratieve toestand die hij aantrof met een rit in de mist, waarbij de snelheidsmeter op 180 staat. ‘Dat gaat vroeg of laat ook verkeerd.’

Onderonsje

Het is tegen die achtergrond dat vijf basisscholen, met medeweten van een bovenschools directeur van BOOR, op 28 juni 2012 het ‘Convenant Uniek Passend Onderwijs’ afsluiten. De vijf scholen liggen verspreid door de stad maar spreken af dat ‘leerlingen met een specifieke leervraag en een normale intelligentie’ geplaatst worden op een nevenvestiging van de Klimop, een van de vijf scholen. Elke geplaatste leerling krijgt een ‘rugzak’ van € 4000,- mee van de verwijzende school.

De in het convenant gemaakte afspraken komen op het moment dat de Tweede Kamer haar fiat heeft gegeven aan het wetsvoorstel Passend Onderwijs en de Eerste Kamer op het punt staat hetzelfde te doen. Kern van passend onderwijs: zorgleerlingen moeten op elke reguliere school terecht kunnen. Zorgleerlingen op een centrale plek bij elkaar brengen, zoals de scholen willen, is dus in lijnrechte tegenspraak met de uitgangspunten van de wet.

Het convenant wordt afgesloten in een periode waarin BOOR in uiterst turbulent vaarwater terechtgekomen is. Een van de bestuurders heeft juist het veld geruimd en een bewindvoerder is nauwelijks twee maanden actief. De scholen lossen met het convenant een probleem in eigen gelederen op, maar slaan een richting in waarvan allerminst helder is of die toekomstbestendig is. Ruim twee jaar later blijkt hoe riskant het afsluiten van het convenant is geweest.

Schoon schip

Ruim twee jaar later, tweede helft 2014, maakt het nieuwe BOOR organisatorisch en financieel schoon schip. BOOR kampt met forse financiële problemen en wil onder meer van haar kleine en daardoor relatief dure scholen af. Een kleine school is een school met minder dan honderd leerlingen. De Klimopschool heeft er zestig en wordt dus opgenomen op de lijst van te sluiten vestigingen.

Als bekend wordt dat BOOR de school wil sluiten legt een ouder het convenant op tafel en wordt het bestuur geconfronteerd met de eerder gemaakte afspraak. De ouders van de Klimopvestiging starten een actie om de school te behouden, spreken begin januari in tijdens een commissievergadering van de gemeenteraad en vestigen daarmee de aandacht van de Rotterdamse politiek op de problematiek. Kern van hun betoog: onze kinderen zijn gelukkig op deze school en wij vrezen dat zij (weer) kopje onder gaan op grotere scholen.

Vragen

Tijdens de behandeling van de kwestie in de commissie vergadering Zorg, Onderwijs, Cultuur en Sport van 4 maart 2015 is er veel begrip en sympathie voor de grieven van de ouders en wordt van diverse kanten zelfs voorgesteld de vestiging open te houden.

Opmerkelijk is dat raadsleden veel relevante inhoudelijke vragen niet stellen. Hoe is bijvoorbeeld de toelating van zorgleerlingen geregeld, wat is de maximale capaciteit en hoe toegankelijk is deze nevenvestiging van een reguliere openbare school eigenlijk? Kan iedere ouder zijn kind aanmelden of worden ouders met niet zorgkinderen doorverwezen naar andere basisscholen in de buurt? Vragen die ertoe doen omdat de raad moet waken over de toegankelijkheid van het openbaar onderwijs in de stad.

Bovendien heeft BOOR ook eigen duidelijke redenen om de kleine vestiging te sluiten. BOOR verkeert financieel in uiterst zwaar weer en moet eind 2014 zelfs vooruitbetaling van subsidie aan de gemeente vragen om aan haar salarisverplichtingen te kunnen voldoen. Ook kan het (extra) geld dat de nevenvestiging van De Klimop kost niet aan andere leerlingen besteed worden en evenmin gedeclareerd worden bij het samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs Rotterdam (PPO).

Incidentenpolitiek

Niemand vindt het leuk als er een school gesloten moet worden, maar het is wel opvallend dat de politieke nekken pas worden uitgestoken na luid protest van ouders, kinderen en andere betrokkenen. De Rotterdamse politiek bleef oorverdovend stil toen het AD/Rotterdams dagblad in december 2014 meldde dat het Rotterdams passend onderwijsbeleid kán betekenen dat scholen voor speciaal basisonderwijs de deuren moeten sluiten. Een feit dat aanzienlijk meer leerlingen, ouders en leerkrachten zal treffen dan de sluiting van de nevenvestiging van de Klimop.

Het is curieus. Gemeenteraadsleden zwijgen als door het onderwijsbeleid in Rotterdam scholen voor speciaal basisonderwijs mogelijk moeten sluiten. Maar ze pleiten wel voor het openhouden van een reguliere basisschool die zich gedraagt als een school voor speciaal basisonderwijs. Zeker als we bedenken dat de ontwikkellijn van passend onderwijs door alle besturen gedragen wordt en de Klimopvestiging het resultaat is van een deal tussen vijf scholen. De vraag is of het onderwijs én BOOR gebaat zijn bij dergelijke incidentenpolitiek of dat er meer behoefte is aan consistent onderwijsbeleid en een vast kompas. Het woord is aan de gemeenteraad.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:BOOR, gemeenteraad, leraar en openbaar onderwijs

Sectie: Wetenschap en onderwijs

kaart: Prins Hendrikkade 14, Rotterdam
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *