Hoog van de Toren1 april 2015

Hoe het Stationsplein een fijne verblijfsruimte kan worden

Het Stationsplein nadert zijn voltooiing. Het station kreeg louter erkenning. Komende maanden wordt duidelijk of de kussende bollen van Eliasson geplaatst zullen worden. Over het plein zelf wordt weinig gesproken. Met het plaatsen van een kunstwerk ben je er nog lang niet. Volgens Joost Jansen is het de hoogste tijd voor een gedegen analyse van het plein zelf. ‘Werkt’ het plein wel? Tijd voor een rapport met aanbevelingen.

Beeld van

Over de illustraties
Het beeld bij dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met het Grafisch Lyceum in Rotterdam. Bijna 30 leerlingen uit het tweede jaar van de opleiding Visualiseren hebben als praktijk opdracht illustraties voor dit artikel gemaakt. De klas selecteerde samen met docent Rens van den Berge (hij illustreerde zelf ook voor Vers Beton) de vijf beste. U ziet werk van: Marieke Koflard (18), Wilma Fransen (17), Jelle Jansen (18), Lobke Taal (18) en Boris Lammertse (17).

Ruim een jaar na de feestelijke opening van het vernieuwde Station Rotterdam Centraal beginnen ook het Stationsplein en het aangrenzende Kruisplein hun definitieve vorm te krijgen. De kussende wereldbollen van Olafur Eliasson zijn nog niet geplaatst, maar de met beton omrande grasperkjes inclusief platanen en de zopas geïnstalleerde lichtmast maken het Stationsplein vrijwel af. De werkzaamheden aan het Kruisplein zijn in volle gang en worden eind dit jaar afgerond.

Waar het stationsgebouw (om voornamelijk architectonische redenen) al vele malen geroemd is door zowel binnen- als buitenlandse pers, is er nog weinig aandacht geweest voor het Stationsplein zelf. Wat men in architectonische zin ook van het station moge vinden, de ultieme proef van een stedenbouwkundig ontwerp is niet de prijzenregen noch lofbetuigingen door media als The Guardian en de New York Times. Nee. De ultieme proef wordt gevormd door het (sociale) gedrag dat gebruikers van de openbare ruimtes vertonen. De belangrijke vraag is dan ook of we, los van alle lofprijzingen, kunnen stellen dat het Stationsplein ‘werkt’?

Als de Gemeente Rotterdam van de binnenstad een aantrekkelijke(r) verblijfplaats voor bewoners en ook toeristen wil maken, is het zaak dat openbare ruimtes niet alleen als doorgangsruimte fungeren waar mensen zich zo snel mogelijk doorheen spoeden. Openbare ruimtes moeten kwaliteiten hebben om prettige verblijf- en ontmoetingsplaatsen te zijn voor zij die in Rotterdam wonen, werken en leven. Deze bijdrage vormt een aanzet tot een sociale bestudering van de Rotterdamse openbare ruimte. Te beginnen met het Stationsplein. Een plein dat bij uitstek als doorgangsruimte gekarakteriseerd kan worden. Maar fungeert het misschien ook als verblijfplaats? Draagt het wellicht bij aan iets van een ‘thuisgevoel’ bij gebruikers uit Rotterdam en daarbuiten?

Het sociale leven in openbare ruimtes

Om bovenstaande vragen te kunnen beantwoorden en de inrichting van het Stationsplein te kunnen beoordelen, gaan we terug naar 1988, het jaar waarin stedenbouwkundige William H. Whyte zijn film The social life of small urban spaces uitbracht. New York worstelde destijds met de vraag waarom bepaalde pleinen wel ‘werkten’ terwijl andere pleinen uitgestorven vlaktes waren. De film legt verslag van een grootschalige observationele studie naar deze vraag. Whyte wilde proberen te achterhalen hoe de fysieke omgeving sociaal gedrag in de openbare ruimte beïnvloedt. De studie van Whyte’s onderzoeksgroep The street life project mondde uit in een beleidsrapport dat nog altijd de basis vormt van veel stedenbouwkundige ontwerpen. De film doet een zevental aanbevelingen die van pleinen levendige openbare ruimtes moeten maken waar het goed toeven is. Hoe scoort het Stationsplein op de zeven criteria van Whyte? Is het een aantrekkelijke plek die uitnodigt tot verblijf en ontmoeting? Tijd om de proef op de som te nemen.

1) Sittable space
 Een goed plein heeft voldoende mogelijkheden om te zitten. En dan niet in de vorm van bankjes, want die werken niet volgens Whyte: bankjes zijn “socially awkward” en geven gebruikers weinig flexibiliteit. In dat opzicht zijn de met beton omrande grasperkjes een goede vondst. Zodra de zon ook maar even schijnt, gaan mensen op de betonnen randen zitten of zelfs in het gras liggen. Deze fysieke eigenschap van het plein zorgt ervoor dat het Stationsplein niet alleen fungeert als doorgangsruimte, maar dat mensen zich blijkbaar uitgenodigd voelen om gedurende langere tijd op het plein te verblijven, bijvoorbeeld tijdens lunchtijd of wachtend op trein of tram.

2) Street
Een goed plein ligt aan een straat, is zichtbaar en niet afgesloten van de stroom van mensen. Een levendige plek heeft namelijk toeloop nodig. Veel Rotterdamse pleinen liggen afgelegen, kenmerken zich door underuse en zijn gure plekken waar niemand graag komt (bijvoorbeeld Plein 1940). Aanvoer van potentiële gebruikers is er op het Stationsplein genoeg, zowel vanuit het station als het centrum en de omringende bedrijven.

3) Sun
Wanneer het regent, gaan er weinig mensen buiten zitten. Maar als de zon eenmaal schijnt, moet die wel het plein kunnen bestralen zonder dat er grote torens zijn die het zonlicht wegnemen. De zon krijgt genoeg kans om het Stationsplein te beschijnen, waardoor de ruimte (in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Weena) ertoe uitnodigt om in de zon te gaan zitten.

4) Food
Kraampjes met eten en drinken trekken mensen aan en houden ze vast. Behalve in het stationsgebouw zelf zijn er niet echt plekken waar je als bezoeker een koffie, ijsje of broodje kunt kopen om die vervolgens op het plein te nuttigen. Misschien dat de gemeentelijke verordening zulke kraampjes niet toestaat, omdat ze het straatbeeld vervuilen en de schoonheid van de architectuur ondermijnen. Volgens Whyte zijn ze echter onontbeerlijk voor een levendig plein.

5) Water
Het rustgevende geluid, het speelse karakter en de verkoelende werking maken waterwerken tot geweldige voorzieningen in de openbare ruimte. Van water in de vorm van een vijver of een fontein is in de verste verte geen spoor te bekennen. Misschien kan de nevelfontein van het Binnenwegplein verplaatst worden naar het Stationsplein? Het zou een leuk tafereel op kunnen leveren met spelende kinderen of naar verkoeling zoekende toeristen en zodoende bijdragen aan de levendigheid op het plein. Voor de jaren ’90 had het Schouwburgplein als we de foto’s mogen geloven een bijzonder goed functionerende waterpartij in de vorm van een ondiep bassin die van het plein een levendige verblijfsruimte maakte.

6) Trees
Er zullen nog wel een aantal jaar overheen gaan voordat de platanen op het Stationsplein en Kruisplein de rustieke beschutting kunnen bieden tegen een stralende zomerzon en het drukke stedelijke leven. Whyte zou volwassen bomen uit het Rotterdamse Bomendepot hebben neergezet langs de ‘rode loper’.

7) Triangulation
Een ietwat vaag begrip waar Whyte zelf ook geen betere term voor wist. Het komt er in ieder geval op neer dat er reuring moet zijn op een plein waardoor mensen geneigd zijn te blijven hangen en elkaar te ontmoeten. Denk aan straatartiesten, een schaakbord of een kunstwerk waar mensen foto’s van maken. Wellicht dat de wereldbollen tegen alle verwachtingen in  hun werk gaan doen? Voetballende kinderen en skaters op het plein zijn vanuit gemeentelijk oogpunt misschien ongewenst (overlast!), maar kunnen wel voor het levendige aspect zorgen dat nu nog ontbreekt.

Eindoordeel

Alle zeven punten overziend, scoort het Stationsplein vrij behoorlijk op de criteria van Whyte. Het plein beschikt dus over een aantal kwaliteiten die de plek tot meer dan alleen een doorgangsruimte maken. De betonnen randen en het gras waarop mensen daadwerkelijk gaan zitten om te genieten van het weer vormen belangrijke kwaliteiten van het plein. Echter, het gebrek aan de nodige beschutting van bomen, de nabijheid van kraampjes die eten en drinken verkopen en het ontbreken van een schouwspel in de vorm van een kunstwerk of straatoptredens, leiden ertoe dat het Stationsplein vooralsnog niet de aantrekkelijke verblijfplaats is die het in potentie zou kunnen zijn. Er is dus nog ruimte voor verbetering. De randvoorwaarden, “sittable space” in de zon en voldoende toeloop, zijn aanwezig om het plein tot een écht succes te maken. Een doorgangsruimte waarin het ook aantrekkelijk verblijven is.

In het reine

De opdracht voor de gemeente is dus tweeledig. Bekijk allereerst alle pleinen in de stad eens door de ogen van Whyte en laat ontwerpers niet te veel hun goddelijke gang gaan. Een architectonisch verantwoord ontwerp is leuk, maar het draait uiteindelijk om het daadwerkelijke gebruik van de openbare ruimte. Haal dus het hek om het Afrikaanderplein weg. Zorg dat er eindelijk eens wat gebeurt op het Heemraadsplein (de bomen staan er al). Breng het Schouwburgplein terug in oorspronkelijke staat. En als sokkel voor het beeld van Zadkine is Plein 1940 ook wat groot uitgevallen.

Daarnaast moet de Gemeente Rotterdam met zichzelf in het reine komen. Ga maar na. Enerzijds koestert zij de wens om de binnenstad van Rotterdam om te vormen tot een aantrekkelijke verblijfplaats, een Citylounge, voor (hoogopgeleide) bewoners en toeristen. Anderzijds heeft ze nog altijd de neiging het stedelijke leven in te kaderen met massa’s regelgeving die alle creativiteit en impulsiviteit wegnemen om zodoende allerhande problemen (‘overlast’ door ‘ongewensten’) te voorkomen. Alle gedoe rondom terrasverordeningen is hier een voorbeeld van. Je kunt als horecaondernemer amper een stoel buiten zetten of er staat een stadswacht met marinier op de stoep. Laat staan dat je het in je hoofd haalt om een kar met schaafijs het Stationsplein op te rijden.

Willen we van Rotterdam echt een Leefbare stad maken waar het prettig toeven is in de openbare ruimte, dan wordt het tijd het stedelijke leven wat meer op z’n beloop te laten. De openbare ruimte moet, zoals Whyte in zijn film zegt, “wonderfully messy” zijn. Sta dus experimenteren met de fysieke omgeving toe. Dan komt het met het Stationsplein en de aantrekkelijkheid van de rest van de binnenstad ook wel goed.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:binnenstad, centraal station, City Lounge, levendigheid, pleinen, schaafijs, sociologie, stationsplein en William H. Whyte

Sectie: Hoog van de Toren

kaart: Stationsplein 310, 3013 Rotterdam, Nederland
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *