Oude Koeien13 april 2015

Rotterdam, bakermat van het rendementsdenken

Studenten van de Erasmus Universiteit kwamen in opstand tegen het rendementsdenken op de universiteit. Een nogal potsierlijk protest. Juist hier in Rotterdam heeft wetenschap altijd al nuttig moeten zijn.

Rotterdamse studenten demonstreren op 24 september 1966 tegen de plannen van minister I.A. Diepenhorst om te korten op de studiebeurs.
Rotterdamse studenten demonstreren op 24 september 1966 tegen de plannen van minister I.A. Diepenhorst om te korten op de studiebeurs. Beeld: Ary Groeneveld

Het broeit aan de Nederlandse universiteiten. Begin februari bezet een groep studenten een gebouw van de Universiteit van Amsterdam. Aanleiding zijn de dreigende bezuinigingen op de faculteit van Geesteswetenschappen aldaar. In de weken daarna breidt het protest zich uit naar andere universiteitssteden.

In maart voegen studenten van de Erasmus Universiteit zich ook in het koor. In de hal van het Theil-gebouw op campus Woudestein hangen ze een groot spandoek met de tekst “Pleurt op toch met je rendementsdenken”. Daarmee protesteren ze tegen een onderwijs- en wetenschapspraktijk die het klassieke Bildungsideaal overboord heeft gegooid en zich sindsdien vooral laat leiden door het streven naar economisch of maatschappelijk nut.

Dienstbaar

Waar zulke verwijten in steden als Amsterdam en Nijmegen misschien op hun plaats zijn, klinken ze in Rotterdam toch een beetje potsierlijk. Als er één academie vanaf het begin doortrokken is van rendementsdenken, dan is het de Erasmus Universiteit wel. Toegegeven, in het in 2013 verschenen jubileumboek Ambitie en identiteit zal de lezer de term ‘rendement’ tevergeefs zoeken. De auteurs spreken liever over een universiteit die van oudsher ‘maatschappijrelevant en toepassingsgericht’ wil zijn.

Zo’n oriëntatie is niet vreemd: aan de wieg van deze instelling stonden zakenlieden. De Erasmus Universiteit is immers deels voortgekomen uit de Nederlandsche Handels-Hoogeschool. Deze werd in 1913 opgericht door een groep vooraanstaande ondernemers, onder wie A.G. Kröller, C.A.P. van Stolk, W.C. Mees en J.A. Ruys. Zij vonden dat enige intellectuele bagage onontbeerlijk was om als zakenman overeind te blijven in het grillige economische klimaat van die dagen. Daar hoorde een lesprogramma bij dat weliswaar wetenschappelijk was, maar dat met vakken als economie, recht, bedrijfs- en warenleer nadrukkelijk ten dienste stond van de handelspraktijk.

Ook toen onderwijsminister Cals in de jaren zestig de Rotterdamse instelling – inmiddels omgedoopt in Nederlandse Economische Hogeschool – de studies Rechtsgeleerdheid en Sociale Wetenschappen in de schoot wierp, kregen die een invulling die de praktische inzetbaarheid van de afgestudeerden moest garanderen. De grondlegger van de sociale faculteit, J.A.A. van Doorn, wilde bijvoorbeeld geen theoretici opleiden, maar mensen die aan de slag konden in een adviesfunctie bij overheid of bedrijfsleven.

Lessen aan het bed

Zelfs de andere pijler van de Rotterdamse universiteit, de medische faculteit, is in zekere zin getekend door rendementsdenken. In juni 1965 gaf minister van Onderwijs en Wetenschappen I.A. Diepenhorst met oog op het verwachte artsentekort toestemming een medische faculteit in Rotterdam op te richten. In een jaar tijd timmerde een commissie van voorbereiding onder aanvoering van prof. dr. Andries Querido een opleiding in elkaar die flink afweek van de andere in Nederland. In plaats van de gebruikelijke studieduur van zeven jaar – die in de praktijk vaak uitliep tot negen jaar – zou de Rotterdamse opleiding maar zes jaar duren. Bovendien zouden de Rotterdamse studenten veel eerder beginnen met ‘lessen aan het bed’.

In 1973, vlak nadat de eerste Rotterdamse geneeskundestudenten waren afgestudeerd, fuseerde de medische faculteit met de Economische Hogeschool. De nieuwe instelling kreeg de status van universiteit en ging zich tooien met de naam van Rotterdams beroemdste zoon, de humanist Desiderius Erasmus. Dit tot verdriet overigens van de economen die liever wilden dat de nieuwe academie Netherlands School of Economics ging heten.

Rotterdamse aandoening

De Erasmus Universiteit is zichzelf sindsdien trouw gebleven, als we de auteurs van het jubileumboek mogen geloven. La science pour la science staat hier nog altijd niet hoog in aanzien. De andere Nederlandse universiteiten daarentegen zijn in de loop der tijd steeds opgeschoven naar het Rotterdamse model, in de zin dat men ook daar is gaan eisen dat wetenschappelijke kennis maatschappijrelevant en toepassingsgericht is. Zo bezien is het rendementsdenken misschien wel een Rotterdamse aandoening. Dat zou ook verklaren waarom het studentenverzet in Amsterdam zo hardnekkig is: het laatste wat ze daar willen, is Rotterdammer worden.

Universiteitsdebat
Woensdag 15 april, van 20:00-21:30, is er in Arminius een denkcafé met als thema ‘De universiteit als fabriek’. Met onder andere Willem Schinkel en Kellie Liket.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:economie, Erasmus Universiteit, Nederlandsche Handels-Hoogeschool, Nederlandse Economische Hogeschool, nut en rendementsdenken

Sectie: Oude Koeien

kaart: Erasmus Universiteit
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *