voor de harddenkende Rotterdammer

Een irrationele angst tegen de ‘sleutel’ in zijn hoofd beheerste lange tijd Vincent Cardinaals kindertijd. Tot hij besluit dat het daarmee maar eens afgelopen moet zijn.

Cardinaal leest Dragt
Cardinaal leest Dragt

Angsten zijn een vreemde en in mijn geval meestal irrationele aangelegenheid. Specifieke angsten die ik meedraag zijn die voor clowns, kabouters (jazeker, kabouters), vliegen en muizen. Vooral voor muizen ben ik doodsbang. Toon mij geen knaagdier want ik ga geheid gillen. Andere angsten kan ik beter beredeneren. Ik droom vaak van het per ongeluk inslikken van een oordopje van mijn mp3-speler. De angst om te stikken, voor iemand als ik – heel zijn leven strijdend tegen allergieën – niet zo gek. Verder ben ik op metafysisch niveau ook nog wel bang dat God tegen alle verwachting in toch blijkt te bestaan.
De meest raadselachtige angst die ik ooit gekend heb, was er één die ik volledig terug kan brengen tot mijn eigen gedachten, één woord en een duidelijke plaats. Het is een plaats die ik zelfs nooit meer heb durven betreden sindsdien. Althans, tot afgelopen week. Toen ging ik met de billen bloot.
Alles begon met het lezen van het boek De torens van februari van Tonke Dragt, een van mijn absolute jeugdhelden. Haar schitterende verbeeldingswereld was (en is) belangrijk voor mij. Toch was het genoemde boek nog wel even iets anders. Het zijn de ‘slechts door de schrijfster gevonden’ dagboekaantekeningen van Tom. Deze jongen is verzeild geraakt in een parallelle wereld. Hij leidt hierdoor aan geheugenverlies en kan nooit meer terug. Ik raakte als 9-jarige totaal geobsedeerd door zijn dagboek. Ik las het wel vijf keer achtereen.
Dit alles speelde zich af rond Pasen 1992, tijdens een verblijf op het Eiland van Brienenoord, bij ouders van een vriendje. Ik had die dagen voor niemand aandacht, verkeerde volledig in de wereld van Tom. Ik raakte bij het lezen steeds meer overtuigd van hoe Tom in die wereld verzeild was geraakt. Volgens mij had het te maken met een specifiek woord, dat als je het achterstevoren uitsprak toegang gaf tot deze wereld. Je zou dan direct verdwijnen en niemand zou je meer terugzien. Ik werd zo angstig van deze ‘sleutel’ in mijn hoofd dat ik drie dingen ter plaatse besloot – ik zou het eiland nooit meer betreden, het boek nooit meer lezen en het woord nooit of te nimmer uitspreken.
Afgelopen week stuitte ik op boeken van Tonke Dragt tijdens het opruimen van mijn huis. Waaronder De torens van februari. Ik sloeg het open. En meteen weer dicht. Mijn god, 32 jaar oud en nog steeds bang van een boek. Of misschien beter gezegd: van mijn eigen hoofd. Ik besloot dat het maar eens moest stoppen.
Met het boek op zak fietste ik naar het Eiland van Brienenoord. Het waaide keihard, wat ik een treffend decor vond. Ik liep naar de volkstuinvereniging waar ik toen te gast was en ging op een bankje zitten. Daar haalde ik het boek tevoorschijn. Ik haalde diep adem, en nog eens en nog eens en toen zei ik het: ‘nesap’. Pasen achterstevoren. 23 jaar had ik het in mijn hoofd en nu was het eruit.
Er gebeurde natuurlijk niets, al moet ik schaamtevol bekennen dat ik de angst van toen weer over mijn rug voelde trekken alvorens ik het woord uitsprak.
Ik stond op. Het boek liet ik op het bankje liggen, onder een steen, zodat het niet zou wegwaaien. Ik hoop dat het gevonden is door een leesgierig kereltje met een iets te rijke fantasie.
Columnist Vincent Cardinaal trakteert wekelijks op een stadse observatie.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Vincent Cardinaal

Vincent Cardinaal

Vincent Cardinaal (1982) is schrijver en spreker. Geboren op een zondag in het Havenziekenhuis, zoon van Crooswijk. Neuroot en berucht onhandig. Laat geen servies in zijn nabijheid slingeren.

Profiel-pagina
Lees 6 reacties

Advertentie

Wildlife-film-festival-rotterdam-2018-Adv-Versbeton