voor de harddenkende Rotterdammer

High noon in de plaatselijke frituur. Dat kan je zomaar overkomen als je onbeleefd gedrag een halt toe wil roepen, ondervindt Vincent Cardinaal.

Patatje oorlog - schrijver in de stad
Patatje oorlog

Het is zondagavond en ik sta in een snackbar. Ik ben niet bepaald de enige die op het idee gekomen is, want half Rotterdam-Noord staat op zijn bamihappen, friet en blikjes cola met een softijsje toe te wachten. Alle mannen staren collectief naar hun horloge, want zij willen net als ik om zeven uur het voetbal zien.
Tussen alle mensen zijn er drie, die opvallen. Ze praten hard en bezetten als trio een bank waar rustig nog twee man bij had gepast, als zij er niet op waren gaan liggen als was het een canapé op de Berg Olympus. Het zijn twee meiden en een gozer. Zij zijn bloedmooi en netjes verdeeld in 50 procent blondine, 50 procent brunette. Hij is gespierd, poepbruin van de zonnebank en doet weinig moeite te verhullen dat hij waarschijnlijk met allebei slaapt. Ze hangen in elk geval afwisselend in zijn schoot, bepotelen beiden zijn kruis even. Vanaf hun troon roepen ze nu wat naar de counter. De jongen reageert nauwelijks, waarop het gezelschap doodleuk nog wat harder gaat schreeuwen. Ze willen er nog wat bij, en nog wat af, en graag een beetje snel. Ze doen dit op een toon die de hele ruimte ineen doet krimpen van plaatsvervangende schaamte.
Hoe het komt weet ik niet, maar opeens besluit ik er wat aan te doen. Ik draai me naar de gozer en zeg “Hé, anders sta je even op en vraag het je beleefd aan die jongen”. Van de meiden krijg ik een dodelijke blik en een tjoerie. Hij staat op en gaat voor me staan. Ik voel dat de zaak zowat stilvalt. Gaan we vechten? Die situatie lijkt vrij rap te ontstaan. De jongen zet zijn zonnebril af. Hij loenst en voor ik wat wil zeggen, herken ik hem plots. Ik zie aan zijn trekkende ooglid dat hij hetzelfde beseft. Dit is niet de eerste keer dat we zo tegen over elkaar staan.
De eerste keer was op onze middelbare school. Deze bigamist was toen een binkie met een kabeltrui en veel te veel gel in zijn haar. Hij heet Patrick (uit te spreken als Patrique) en dacht leuk te zijn door mijn broodje hotdog te bespugen. Daarop smeerde ik een klodder mosterd op zijn kabeltrui. Vlak voor we echt begonnen te knokken, werden we uit elkaar gehaald. Een leraar noemde mij in het voorbij gaan een ‘beest’. Waarom weet ik tot op de dag van vandaag niet.
Nu hebben we onze vete zomaar weer opgepikt, als twee oude cowboys die voor eeuwig met elkaar in competitie zijn. We blijven naar elkaar kijken, we zeggen niets. Het is een gekke scène. Ik voel de teleurstelling van zijn meiden en de rest van de zaak dat het niet op een handgemeen zal uitdraaien. Hij zet zijn zonnebril weer op en sist tussen zijn tanden. En gaat weer zitten. Dan is mijn bestelling klaar.
Als ik mijn fiets los maak, zie ik dat een van de meiden naast hem een middelvinger naar mij opsteekt. De ander zoent Patrick zachtjes in zijn nek. Thuis blijk ik mayonaise te zijn vergeten.
Wekelijks trakteert columnist Vincent Cardinaal op een stadse observatie.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Vincent Cardinaal

Vincent Cardinaal

Vincent Cardinaal (1982) is schrijver en spreker. Geboren op een zondag in het Havenziekenhuis, zoon van Crooswijk. Neuroot en berucht onhandig. Laat geen servies in zijn nabijheid slingeren.

Profiel-pagina
Lees één reactie