Stedelijke ontwikkeling & architectuur15 april 2015

Waardering voor oude gebouwen: ‘Rotterdam is meer dan de nieuwbouwiconen’

Waar in Rotterdam van oudsher vooral vooruit gekeken wordt naar het nieuwe, lijkt er de laatste jaren sprake van een groeiende waardering voor het bestaande. Zo heeft de politiek de omgang met het gebouwd erfgoed inmiddels hoog op de agenda staan: nog voor de zomer wordt er vergaderd over een nieuw monumentenbeleid. Vers Beton sprak vast met een aantal experts. Wat is het belang van een zorgvuldige omgang met erfgoed, en wat zijn hun aanbevelingen?
 

Zuiderziekenhuis
Het Zuiderziekenhuis Beeld: Marcel Kollen

In de zomer van 2013 wordt het gewoonlijk zo kalme Noordereiland opgeschrikt door mogelijke sloop- en nieuwbouwplannen voor de Maaskade 115, een vooroorlogs pand dat deel uitmaakt van de zogeheten Oomspanden. De Maaskade is een beschermd stadsgezicht en nummer 115 wordt geflankeerd door twee monumenten, maar toch wordt een sloop- en nieuwbouwscenario onderzocht.

Een paar maanden later, iets zuidelijker. De gemeente verkoopt het Zuiderziekenhuis, een gebouw uit 1939 dat tot dan toe op de nominatie stond een gemeentelijke monument te worden. De koper is een ontwikkelaar die er geen geheim van maakt het ziekenhuis te willen slopen om er woningen voor in de plaats te bouwen.

Voor de ChristenUnie-SGP vormen deze gebeurtenissen de aanleiding om in actie te komen. Burgerraadslid Mark de Boer: “Het viel ons op dat er vanuit de gemeente heel weinig gestuurd wordt op het behoud van dit soort panden. Het Oomspand was geen monument dus daar werd geen aandacht aan besteed en het Zuiderziekenhuis werd door de gemeente behandeld als een ordinaire gronddeal. Het ontbreekt aan een visie op cultuurhistorie.” De ChristenUnie-SGP diende een motie in over het historisch besef van de stad. De Boer: “We willen een fundamentele discussie voeren. Hoe kijken we als gemeente naar cultuurhistorie? Wat is de rol ervan in de stad?” De motie werd aangenomen.

Anderhalf jaar later is de discussie die toen in gang gezet is nog gaande. De gemeente heeft naar aanleiding van de motie een notitie over de omgang met cultuurhistorisch erfgoed opgesteld en op verschillende momenten is de omgang met het bestaande met een breder publiek bediscussieerd. Als alles volgens planning verloopt vergadert de raad voor de zomer over een nieuw monumentenbeleid. In de tussentijd zijn er kleine overwinningen geboekt. Zo stond in het coalitieakkoord onder het kopje ‘bruisende woonstad’ te lezen: “Wij gaan zorgvuldig om met monumenten en (religieus) erfgoed, zoals de Hofbogen en het Zuiderziekenhuis.” Een duidelijke breuk dus met het beleid van de vorige coalitie, die de verkoop van het Zuiderziekenhuis immers toestond.

Waar komt die kentering vandaan? Wijnand Galema, architectuurhistoricus en lid van de welstandscommissie in Rotterdam wijt het deels aan de crisis: “Mensen beraden zich steeds meer op wat ze hebben.” Tegelijk is er een groeiend besef dat historische panden bijdragen aan de aantrekkelijkheid van de stad, iets dat in Rotterdam lange tijd niet vanzelfsprekend was.

Al voor de oorlog was Rotterdam een stad die gekenmerkt werd door vernieuwingsdrang, voortgestuwd door de razendsnelle groei van een wereldhaven. De keuze na de oorlog voor een modernistische stedenbouw was een logische voortzetting van dit vooruitgangsgeloof.

Desalniettemin constateert Galema dat historisch erfgoed mede de identiteit van een stad bepaalt. “Verhalen spelen daar een belangrijke rol in, maar de gebouwde omgeving is er toch het meest tastbare onderdeel van. Een stad waar historische bebouwing aanwezig is, en waar sprake is van enige samenhang daarin, wordt makkelijker gezien als een aantrekkelijke plek.” In Rotterdam heb je het dan natuurlijk als snel over de wederopbouw: “Een groot deel van de Rotterdamse identiteit ligt in de wederopbouwgeschiedenis. Daarmee onderscheidt Rotterdam zich van andere steden. De aandacht voor cultureel erfgoed richt zich dus vanzelfsprekend daarop.”

Naast de bijdrage die historische gebouwen leveren aan een aantrekkelijke stad wordt steeds vaker gewezen op de positieve economische effecten van een zorgvuldige omgang met erfgoed. De Boer: “Recent onderzoek heeft uitgewezen dat er een positieve relatie is tussen investeringen in historische panden en de impact die dat heeft op de grondwaarde en de waarde van woningen in het omliggende gebied.”

Het consulaat van Angola
Het consulaat van Angola Beeld: Marcel Kollen

Drie ambtenaren

Rotterdam telt 822 rijksmonumenten en 388 gemeentelijke monumenten (telling maart 2014). Eén van die rijksmonumenten staat aan de Mathenesserlaan 315-317. Het pand werd in februari landelijk nieuws toen ontdekt werd dat de nieuwe eigenaar, het consulaat van Angola, de gevel wit liet schilderen. Gezien de monumentale status was dit helemaal niet toegestaan, maar tegen de tijd dat de werkzaamheden stilgelegd waren was meer dan de helft van het broze zandsteen al verdwenen onder een dikke laag witte verf. Foutje, zo bleek. De Angolese eigenaren waren niet op de hoogte van de Nederlandse wet- en regelgeving.

Naar de oorzaak voor deze misser is het niet lang zoeken: de afgelopen jaren is de dienst Monumenten in Rotterdam steeds verder uitgekleed. Mark de Boer: “Toen ik me erin begon te verdiepen kwam ik er op een gegeven moment achter dat er nog maar drie mensen werkzaam zijn. Rotterdam heeft meer dan duizend monumenten. Als iemand een monument koopt heb je dus te weinig mankracht om diegene te informeren, laat staan om de monumentenregels te handhaven. Die mensen kunnen dat helemaal niet behappen.” Het consulaat van Angola is een aansprekend voorbeeld, maar volgens betrokkenen zijn dit soort incidenten aan de orde van de dag. Meestal blijven ze echter ongezien of onbesproken. Het vergroten van de dienst staat wat De Boer betreft dan ook hoog op de politieke agenda.

Cultuurverandering

Tegelijk zal dat niet in één klap alle problemen oplossen. Galema: “Het gaat ook om de cultuur in de stad. Dan heb je het over communicatie. Dat je aan ontwikkelaars en bewoners laat zien wat je allemaal kunt doen met historisch erfgoed.” Het heersende idee blijkt vaak dat een monument vooral heel veel gedoe oplevert. “Maar het is helemaal niet zo dat je er niets mag doen. Dat moet beter naar buiten gebracht worden. Je moet goede publiciteit creëren.”

De gemeente moet volgens Galema het goede voorbeeld geven. Rotterdam bezit heel veel gebouwen in de stad, en omdat ze die niet allemaal zelf kan onderhouden probeert ze (net als overal in Nederland) een groot deel van dit vastgoed af te stoten. “De gemeente zou dit eigen bezit onder de loep moeten nemen. Sommige panden zijn makkelijk te verkopen, maar er zitten ook problematische panden tussen waar bijvoorbeeld sprake is van achterstallig onderhoud. Daar zou de gemeente kunnen onderzoeken wat de kwaliteiten zijn, en waar mogelijkheden liggen voor herontwikkeling. Neem bijvoorbeeld de scholen. Tussen de jaren twintig en zestig zijn in Rotterdam heel veel scholen gebouwd die grotendeels gemeentelijk bezit zijn. Die kan je in kaart brengen om van de mooiste monumenten te maken. Dan zeg je als gemeente: dit vinden wij belangrijk”.

Het Zuiderziekenhuis
Het Zuiderziekenhuis Beeld: Marcel Kollen

Gelaagdheid en authenticiteit

Ook Vincent Taapken, eigenaar van ontwikkelbedrijf New Industry, pleit voor een cultuurverandering. “Het historisch besef is er inmiddels meestal wel, maar er wordt nog te vaak niet op geacteerd. Als het erop aankomt prevaleert vaak toch de economische boven de cultuurhistorische waarde.”

Zie: het Zuiderziekenhuis. Want hoewel de procedure tot de aanwijzing tot gemeentelijk monument al in gang gezet was, en dus onderkend werd dat het om een waardevol gebouw ging, kon het toch gebeuren dat het gebouw en de grond eronder verkocht werden aan een ontwikkelaar die van plan was het gebouw te slopen. De monumenten-procedure werd er door de gemeente zelfs speciaal voor stopgezet.

Dat het ook anders kan probeert Taapkens New Industry te laten zien: “Erfgoed is heel goed in te zetten als aanjager voor gebiedsontwikkeling. Cultureel erfgoed laat de gelaagdheid en authenticiteit van een gebied zien, waardoor mensen er waarde aan gaan hechten.” Vanuit dat idee heeft New Industry in 2010 een plan gemaakt voor het Van Waningpand in Feijenoord. Dit rijksmonument en voormalige hoofdkantoor van de Rotterdamsche cementsteenfabriek Van Waning & Co is sinds 1990 bezit van de gemeente, en wordt sindsdien niet goed meer onderhouden.

New Industry maakte een plan om het gebouw in de vorm van kleinschalige horeca een publieke functie te geven en overtuigde de gemeente ervan dit in het bestemmingsplan mogelijk te maken. Inmiddels zijn we vijf jaar en een mislukte openbare verkoop verder en staat het pand nog steeds te verpieteren. Taapken: “De gemeente vond dat er niet genoeg geld uit de markt kwam”. Nu zijn er echter opnieuw gesprekken met New Industry. “We hebben vanwege het achterstallige onderhoud een negatief bod gedaan, maar wel met een heel goed plan.”

Taapkens advies: Durf te kiezen. “Zet duidelijke criteria neer, en bepaal op basis daarvan welke gebouwen een speciale behandeling verdienen. En ga dan ook actief op zoek naar de juiste ondernemers. Dat betekent dus ook dat je bij die panden niet meer enkel op basis van economie kijkt. Door de gemeente wordt nog te veel op de korte termijn gedacht, terwijl je ook de lange termijn mee zou moeten wegen.” Mark de Boer valt hem bij: “Gebouwen staan in de boeken voor een bepaalde waarde. Maar soms moet je de waarde van een object in andere termen formuleren.”

Jobsveem
Jobsveem Beeld: Marcel Kollen

Behoud en vernieuwing

Toch is er niet enkel kritiek op de Rotterdamse omgang met het gebouwde erfgoed. Wessel de Jonge, restauratie-architect van onder meer de Van Nellefabriek en voormalig lid van het landelijke herbestemmingsteam, is positief gestemd. “In Rotterdam worden historische gebouwen toch ook gezien als iets levends. De monumentenstatus staat daardoor herbestemming maar zelden in de weg. In andere steden is de historische waarde weleens bepalender. Hier is men wat minder conservatief.”

Die pragmatische houding zie je ook terug bij bijvoorbeeld de herontwikkeling van het Jobsveem, een voormalig pakhuis en rijksmonument op de Lloydpier dat door De Jonge in samenwerking met Mei architecten en stedenbouwers herbestemd werd tot een woon- en werkgebouw. Om voldoende daglicht het gebouw in te krijgen stelden de architecten voor om er drie grote atria in te maken, waarbij ook in de monumentale gevel op drie plekken grote glasvlakken zijn aangebracht. “Aanvankelijk was de rijksdienst heel behoudend, maar in goed overleg is het toch op die manier aangepakt. Het gebouw is dus niet met fluwelen handschoentjes behandeld, maar de spirit is wel degelijk bewaard gebleven.”

In zijn betoog weerklinkt de ambitie van het college van B&W, die de omgang met gebouwd erfgoed omschrijft vanuit de dubbele doelstelling van ‘behoud en vernieuwing’: vanuit een besef voor de historie is er ook altijd ruimte voor vernieuwing. Zo staat althans te lezen in een notitie die het college onlangs opstelde naar aanleiding van de motie van de ChristenUnie-SGP. Speerpunten van de gemeente hierin: beter communiceren over cultuurhistorie en het beter beschermen van panden en gebieden met een bijzondere status.

Het gaat Mark de Boer echter nog niet helemaal ver genoeg. Zo staat er niets in over het uitbreiden van de dienst monumenten en wordt nauwelijks ingegaan op het vastgoed van de gemeente zelf. De Boer: “De gemeente neemt nog een te passieve houding in.” Daarom probeert hij nu te komen tot een hoofdlijnenakkoord, dat voor de zomer in de gemeenteraad moet komen. “Gelukkig heerst er consensus dat dit een belangrijk onderwerp is. Wij willen een proactief monumentenbeleid waarin informeren en inspireren een belangrijke gaat rol spelen. Verkoop Rotterdam juist als die prachtige gelaagde stad en kijk daarmee verder dan alleen de nieuwbouwiconen.”

Fier overeind

Met de twee panden die deze discussie lieten ontvlammen lijkt het voorlopig goed te komen. Het Oomspand staat nog fier overeind en ook het Zuiderziekenhuis is (voorlopig) van een wisse sloop gered: de gronddeal is opengebroken en op dit moment onderzoekt stichting BOEi of de herontwikkeling van het bestaande ziekenhuis financieel haalbaar is. Reden voor optimisme dus. Eindelijk lijkt er voldoende momentum voor een duidelijke visie en bijbehorende mankracht voor de omgang met het gebouwde erfgoed van de stad. Het historisch besef van Rotterdam wordt in hoog tempo volwassen.

air - over de stad gesprokenDit artikel is mede mogelijk gemaakt door AIR, het architectuurcentrum van Rotterdam. (wat betekent dit?)

Reageer of deel op Social Media

Tags:Consulaat, Cultuurhistorie, erfgoed, Jobsveem, Monumentenbeleid, oomspanden, Stadarchief, Van Nellefabriek en zuiderziekenhuis

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

kaart:  Groene Hilledijk 315, Rotterdam

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *