Voor de harddenkende Rotterdammer

Het is mis in de wijken van Rotterdam – te veel armen, te weinig kansrijke gezinnen. De scootertjes moeten plaatsmaken voor bakfietsen, zegt het bestuur. Stadssocioloog Gwen van Eijk buigt zich over de vermeende onbalans: “Ik heb nog nooit een beleidsmaker gehoord die bezorgd is over de scheve verhoudingen in Kralingen-oost.” 

Bakfietswijken
Bakfietswijken Beeld door: beeld: Maus Bullhorst

Het Rotterdamse bestuur geeft de komende jaren 4 miljoen euro uit aan ‘bakfietswijken’, te beginnen met Middelland, het Oude Noorden en het Nieuwe Westen. Het doel is dat zich tien procent meer kansrijke gezinnen in de wijken rondom het centrum vestigen. Het is de zoveelste poging – na herstructurering, de Rotterdamwet en kluswoningen – om iets te doen aan de ‘onbalans’ in de bevolkingssamenstelling. Ik heb kind noch bakfiets (check hier of jouw gezin wel voldoet aan de criteria), maar er zijn ook andere redenen om bij dit plan een wenkbrauw op te trekken.
 

Onbalans

Eerst even iets over die onbalans. Een gangbare manier om dat te meten, is door de sociaal-economische samenstelling van steden en buurten af te zetten tegen de samenstelling van de Nederlandse bevolking. We categoriseren dan alle Nederlandse huishoudens volgens een 40-40-20 verdeling: 40 procent laagste inkomens, 40 procent middeninkomens en 20 procent hoge inkomens. In Rotterdam is de verdeling 51-33-16, te veel lage inkomensgroepen en te weinig midden- en hoge inkomensgroepen dus. De verdeling in Middelland is ongeveer gelijk aan het Rotterdams gemiddelde (54-30-16), het Nieuwe Westen (62-27-11) en het Oude Noorden (64-27-9) kennen een veel schevere verdeling.

Nu is onbalans op zich geen probleem. Althans, ik heb nog nooit een beleidsmaker gehoord die bezorgd is over de verhoudingen in de Stadsdriehoek (30-36-34), Hillegersberg-zuid (31-40-29) en Kralingen-oost (26-24-51). Het probleem voor beleidsmakers is niet een scheve verdeling, maar de oververtegenwoordiging van lage inkomensgroepen in wijken.

Dat laatste kan beleidsmakers om grofweg twee redenen een doorn in het oog zijn: het brengt kosten met zich mee (bijstand, wijkteams, woningonderhoud) en het maakt wijken blijkbaar onaantrekkelijk voor kapitaalkrachtige nieuwkomers (advies voor woningzoekenden: het Oude Noorden is ‘koel, mits je niet in het paupergedeelte zit’, ‘verder hoef je alleen Zuid te mijden’). En met onaantrekkelijke wijken kun je geen succesvolle stad worden.

Creatieve klasse

De stad is groot geworden dankzij de aanwas van (allochtone) laaggeschoolden op zoek naar werk, die Rotterdam tot een succesvolle havenstad hebben gemaakt. Maar aangezien industrie en arbeid aan economische betekenis hebben ingeboet, moeten nu kenniswerkers en de creatieve klasse steden succesvol maken.

Hoogopgeleide en kapitaalkrachtige gezinnen kiezen steeds vaker voor de stad, maar nog niet vaak genoeg. Rotterdam gaat gebukt onder wat ‘selectieve migratie’ wordt genoemd: in de stad vestigen zich vooral kansarme (allochtone) huishoudens terwijl kansrijke (autochtone) huishoudens de stad vaak verlaten. Met de investering in bakfietswijken worden woningen en voorzieningen meer afgestemd op de wensen van ‘kansrijke’ gezinnen: grote woningen, excellente scholen, en groen en speelruimte in de wijk.
 

Investeren versus bezuinigen

Een groene, kindvriendelijke wijk en een ruime woning waarin ieder gezinslid een eigen kamer heeft zijn natuurlijk geen wensen van alleen kansrijke ouders. Voor veel kinderen valt het nodige te verbeteren. Volgens het rapport Kinderen in Tel is de leefsituatie van kinderen in Rotterdam het slechtst. Het Oude Noorden, een van de drie uitverkoren kansrijke wijken, staat op nummer 15 in de ranglijst van slechtst scorende wijken in Nederland. 18 procent van de Rotterdamse kinderen groeit op in een uitkeringsgezin. Hoe verhoudt die investering in kansrijke gezinnen zich tot de bezuiniging van 10 miljoen euro op het armoedebeleid?

Alle ouders willen voor hun kind excellent onderwijs, lijkt mij, misschien kansarme ouders nog het meest. Rotterdam heeft het hoogste percentage achterstandsleerlingen (27 procent) en het op een na hoogste percentage voortijdig schoolverlaters (5 procent). Waarom geen excellente scholen voor iedereen?

Beladen gentrificatie

Naast deze vragen drong zich onwillekeurig een wat beladen term op: gentrificatie. In een eerder artikel voor Vers Beton schetste ik gentrificatie als de verandering die wijken doormaken wanneer sociale huurwoningen, theehuizen, euroshops en shoarmatenten langzaamaan worden vervangen door koopwoningen, koffietentjes, ateliers en biologische groentewinkels, en waar scooters plaatsmaken voor bakfietsen.

In Amsterdam is de vestiging van middenklassegezinnen nauw verbonden met gentrificatie (Boterman 2014). Het is geen geheim dat het Rotterdamse bestuur gentrificatie nastreeft, waarbij het de bedoeling is de stedelijke ruimte af te stemmen op de wensen van kapitaalkrachtige bewoners.
 

Geen New York

Een bezwaar van gentrificatie is dat het, eenmaal in gang gezet, een gemengde buurt voorbij gaat. Stijgende huur- en woningprijzen, zeker in combinatie met bezuinigingen op sociale voorzieningen, kunnen wijken onbetaalbaar maken voor huishoudens met een laag inkomen. Als een wijk afstevent op volledige gentrificatie raakt de balans zoek.

Wanneer stadsonderzoekers moord en brand schreeuwen over voortschrijdende gentrificatie, is een weerwoord dat het in Nederlandse steden niet zo’n vaart zal lopen als in New York of Londen. In buitenlandse steden is een veel groter aandeel van de woningvoorraad particulier eigendom. Wanneer de vraag van rijkere huishoudens naar woningen snel toeneemt, stijgt de woningprijs net zo snel evenredig mee. Omdat Nederlandse steden een groot aandeel sociale huurwoningen hebben,  kunnen de prijzen niet zo snel stijgen, en dat zou volledige gentrificatie voorkomen. In theorie, althans. Want wat zien we nu gebeuren? Woningcorporaties laten huurprijzen maximaal stijgen en verhogen in elk nieuw contract de huren fors. Tegelijkertijd neemt het aandeel sociale huurwoningen af, doordat corporaties woningen verkopen of aanbieden in de vrije sector.

Het aandeel dure huurwoningen dat door corporaties wordt aangeboden, is de afgelopen jaren toegenomen tot iets meer dan de helft. Sociologe Saskia Sassen waarschuwt ervoor: een mix van groepen is goed voor een stad, maar voor verplegers en politieagenten is het steeds moeilijker een betaalbare woning te vinden. Hoe verhoudt het investeren in duurdere woningen zich tot de trend dat er steeds minder betaalbare huurwoningen zijn voor lage inkomensgroepen?
 

Goede balans

Rotterdam biedt relatief heel veel betaalbare woningen, nog steeds. De vraag is hoe lang dat zo blijft. Wanneer vindt het stadsbestuur dat de bevolkingssamenstelling ‘in balans’ is? Wat is eigenlijk een goede balans? Is de stad in balans als de bevolking gelijk is aan het Nederlandse gemiddelde van 40-40-20? Als alle buurten een 40-40-20-verdeling kennen? (Dan moeten ook de rijkere wijken op de schop.) Of als alle achterstandswijken een 40-40-20 verdeling hebben? Dat betekent dat de stad als geheel uit balans is ten gunste van rijkere huishoudens. Of kiezen we voor een heel andere verdeling, en waarom?
Of streeft het bestuur helemaal geen balans na, maar wil ze vooral zoveel mogelijk kapitaalkrachtige bewoners naar Rotterdam krijgen? Als het bestuur oprecht naar een betere balans wil, moet het twee vragen beantwoorden: Wanneer eindigen maatregelen, gericht op het aantrekken van hogere inkomensgroepen? En hoe blijft Rotterdam betaalbaar voor huishoudens met lage en modale inkomens?

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder

gwen van eijk portret

Gwen van Eijk

Gwen van Eijk is criminoloog en stadssocioloog en werkt als universitair docent en onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze woont op Zuid.

Profiel-pagina
Maus avatar 300x300

Maus Bullhorst

Illustrator

Maus Bullhorst (1988) is illustrator en eeuwig student. Dit jaar is hij van plan om af te studeren aan de Willem de Kooning academie in Rotterdam, de school waar hij vroeger bijna in woonde en volgens sommigen zijn eigen ‘MausBaus Station’ had. Bullhorst illustreert regelmatig voor de Correspondent en Trouw en maakt met liefde werk over Rotterdam voor Vers Beton. Zijn werk is strak en kleurrijk maar vooral herkenbaar.

Profiel-pagina
Lees 14 reacties
  1. Profielbeeld van Pim Smit
    Pim Smit

    heeft iemand wel eens met Evelien Tonkens gesproken?

  2. Profielbeeld van Ed Schelvis
    Ed Schelvis

    Beetje flauw stuk maar ook wel herkenbaar. Natuurlijk gaat het er om de oververtegenwoordiging van lage inkomensgroepen in bepaalde woongebieden te voorkomen. En omdat de volksvertegenwoordigers dat liever wat bedekt willen presenteren komen ze met die welkome sociaal-economische samenstelling als instrument om de onbalans aan te tonen. Lekker neutraal maar voor het doel effectief. What else is new? En ach, ik vind het prima zo lang ze maar regelmatig blijven investeren in die wijken.
    Als je echt gaat nadenken over het gebruik van dit soort instrumenten dan krijg je beschouwingen als hierboven. Het zijn hulpmiddelen om naar iets te kijken, meer niet. Ander mooi voorbeeld is het ook genoemde “Kinderen in Tel”. Daar hebben ze een ranglijst gemaakt van slechte wijken. En Rotterdam is rijk vertegenwoordigd bij de top 100, terwijl er duizenden wijken worden vergeleken. Maar ik kijk dan ook altijd even naar de topwijken, die staan helemaal onderaan. Héél veel van die wijken liggen in de buitengebieden van Nederland. Vooral het N-O is rijk vertegenwoordigd. Maar dat is dan wel vreemd. Want de hoogopgeleiden rennen gillend weg uit die topwijken, vaak via opleidingen in Groningen en Leeuwarden. Vergrijzing van de topwijken is het gevolg. Dan rennen ze, na hun opleiding, gillend door naar de Randstad en dan vooral Amsterdam. Als ze maar weg zijn uit die dooie gebieden in het N-O. Daar gaan vér buiten het centrum in een peperduur klein betonnen kutappartement samenwonen, kindje erbij en, in de traditie (ja, bijna folklore) van IJburg, na enkele jaren, weer scheiden. Maakt niet uit want de balans blijft prima. Immers, hoogopgeleid, autochtoon en een goed inkomen. Het kindje moet dus niet zeuren.

  3. Profielbeeld van Ewout Versloot
    Ewout Versloot

    Gentrificatie definiëren als “de verandering die wijken doormaken wanneer sociale huurwoningen, theehuizen, euroshops en shoarmatenten langzaamaan worden vervangen door koopwoningen, koffietentjes, ateliers en biologische groentewinkels, en waar scooters plaatsmaken voor bakfietsen.” is nogal normatief.

    Wetenschappelijk gezien is gentrificatie het proces waarbij een wijk verandert, zodanig dat het gemiddelde sociaal-economische niveau stijgt. Dit komt soms op hetzelfde neer, maar niet noodzakelijk. Middelland gentrificeert al jaren, ook al voor de gemeente en woningcorporatie ideeën kreeg hier in te grijpen.

    Los van de definitie van gentrificatie geloof ik dat we in Nederland juist de perfecte middelen hebben om niet door te slaan in ‘hyper-gentrification’. Doordat woningcorporaties grote delen van wijken bezitten wordt, bijna automatisch, voorkomen dat wijken binnen no-time veranderen in Brooklyn Heights of West Village. Inderdaad, woco’s verkopen woningen en verhuren in de vrije sector, maar dan nog houden zij in elk van deze mindere wijken gigantische voorraden sociale huur over. En dat is maar goed ook.

    1. Profielbeeld van Marja
      Marja

      @Ewout Versloot. Helemaal eens, en zeker met je aanduiding over Middelland. Die wijk was al veranderd maar dat gaat de laatste tijd nu helemaal razendsnel. Zeker het opknappen van de Binnenweg heeft daar de laatste jaren flink aan bijgedragen. In de Volmarijnstraat hebben de sommige mensen de waarde van hun woningen, ondanks de crisis, in 15 jaar tijd zien verdubbelen. En ja, dan is het uitroepen tot bakfietswijk is dan voor de hand liggend omdat die daar toch al in ruime mate rondrijden. Laatst kreeg ik een brief dat ook de Republiek Middelland is opgericht: http://www.republiekmiddelland.nl/
      Ik dacht dat het zo’n flauwekul-initiatief was maar het initiatief werd door de gemeente gelijk met 9 miljoen gesteund. Ik ben benieuwd hoe dit gaat uitpakken.

      1. Profielbeeld van Salope
        Salope

        Waar komen die bakfiets mensen vandaan?
        Waar woonden zij eerst?en als ze naar rotterdam komen welke woningen laten zij dan achter,en waar zijn die woningen?
        Waarom verlaten ze hun huidige woning om naar rotterdam te komen?werken ze hier? En wat voor werk doen ze?

    2. Profielbeeld van Gwen
      Gwen

      Onder wetenschappers is er nogal wat discussie over hoe gentrificatie precies moet worden gedefinieerd, maar dit leek me niet echt de plek om daarover uit te weiden. Maar als je er dan toch over begint: de zin ‘de stedelijke ruimte afstemmen op kapitaalkrachtige bewoners’ verwijst naar een wetenschappelijke definitie (Hackworth) en in andere definities gaat het ook om de verandering van woningtypen, winkels en voorzieningen, zoals ik ‘populariserend’ beschrijf.

      Inderdaad verschillen onze steden op het punt van betaalbare (sociale huur)woningen, hoewel een deel van de goedkope woningen wordt bezet door scheefhuurders met hogere inkomens, dus dat zegt niet alles. Maar mijn punt is vooral: hoe zorgen we ervoor dat de stad betaalbaar BLIJFT?

  4. Profielbeeld van Ivo
    Ivo

    Leuk artikel en een prachtige illustratie, alleen erg jammer dat deze zo is afgesneden in de opmaak.

  5. Profielbeeld van Salope
    Salope

    Waar werken bakfietsmensen?
    Zijn ze echt zo rijk?
    Welke banen hebben zij?en zijn die allemaal in rotterdam?
    Gaan ze ook per bakfiets naar hun werk?
    In de volmarijnstraat wil je niet doodgevonden worden,bloempotjes aan de muren,roddeltantes op stoepjes zeer burgertrut gevoel.

    1. Profielbeeld van Gwen
      Gwen

      Er zullen verschillen zitten tussen de mensen die een bakfiets bezitten, maar grofweg hebben we het hier over mensen die in Rotterdam hebben gestudeerd en tot zo’n 15 jaar geleden de stad verlieten zodra er kinderen kwamen maar nu blijven, of jonge gezinnen die van buiten komen. Ze kiezen voor de stad vanwege werk maar ook (vooral) culturele voorzieningen en diversiteit op allerlei manieren. Ze zijn vaak hoogopgeleid maar hoeven niet heel rijk te zijn. Deze groep wordt wel geassocieerd met de creatieve klasse, dus beroepen in kunst, cultuur, media, wetenschap, architectuur, etc., maar ook veel ambtenaren zouden best een bakfiets kunnen bezitten. Ik weet niet of er onderzoek is gedaan naar hoe zij zich naar hun werk verplaatsen – was een goede vraag geweest voor de nationale wetenschapsagenda.

  6. Profielbeeld van Anne
    Anne

    Ha, mooie maatstaf, die bakfiets. Ik heb een bakfiets, bij gebrek aan een auto. En ben weliswaar hoogopgeleid, maar qua inkomen nogal ‘kansarm’. Wat mij opvalt in mijn buurt (oude noorden) is toch echt dat het gaat om het soort woningen. Of mensen trekken weg omdat hun bovenwoning domweg te klein wordt met twee koters, of mensen worden gek van alle maffe buren. Want eerlijk is eerlijk, er zitten me toch een hoop luidruchtige, agressieve, wereldvreemde types in al die panden van Vestig en co. Naast natuurlijk alle lieve buurtjes die ik ook heb. Maar wil je kansrijke mensen in Rotterdam houden, en jonge, koopkrachtige gezinnen, investeer dan in hemelsnaam in ruime woningen. En zorg dat die woningcorporaties, die toch geld hebben, hun achterstallige zooi voor een net bedragverkopen. Er staan genoeg enthousiastelingen te trappelen om van de huizen een paleis te maken. En dat is pas echt goed voor de cohesie in een wijk.

  7. Profielbeeld van Sjaak
    Sjaak

    Natuurlijk kun je je afvragen wanneer het ideaal is bereikt want ik zou zeggen dat mijn ideale mix 100-0-0 is. Helaas is dat niet mogelijk en haalbaar. Het doel van gentrification is een verhoging van het gemiddelde inkomen; dat kan al als 1 enkele miljonair zich in een wijk vestigt. Maar daarmee verandert de buurt niet. Verbetering van een buurt moet vooral van de mensen zelf komen en is minder afhankelijk van het inkomen dan de beleidsmakers denken. Voor een prettige leefomgeving is iets anders nodig. Hier in Spangen schrok ik een paar weken geleden van de pestzooi op de Mathenesserdijk nadat de schapen hun graaswerk hadden gedaan. Dat heeft niets met inkomen te maken, arm en rijk kunnen hun afval netjes in een afvalbak gooien.
    Zouden de huidige bewoners hun gedrag veranderen als er een paar bakfietsmoeders met bloemenslingers bij komen wonen? Dat betwijfel ik. Wel weet ik dat de armoede toen ik in de jaren 50-60 opgroeide niet veel anders was dan nu; misschien zelfs wel groter was. Maar mensen spraken elkaar aan op hun gedrag in de publieke ruimte. Dat lijkt me veel belangrijker dan het beleidsmatig schuiven met inkomensgroepen tot de door ambtenaren bedachte ideale mix is bereikt.

Reageren is voorbehouden aan Vers Beton-supporters. Meld je hier aan als supporter of log in.