Human interest11 mei 2015

Dit nooit meer. Télkens weer.

Essay: hoe moeten we in de toekomst het bombardement herdenken?

Op 14 mei is het dit jaar precies 75 jaar geleden dat Rotterdam werd gebombardeerd. Vers Beton vroeg, in samenwerking met LOKAAL, twee schrijvers te reflecteren op de toekomst van het herdenken. In de tweede aflevering overweegt Vincent Cardinaal of het eigenlijk wel zo erg is als het herdenken in de toekomst verandert.

Illustratie van Femke van Geffen Beeld: Femke van Geffen

Dit stuk is opgedragen aan Willem Conijn, een Rotterdammer (1918-2013)

Een van de meest bijzondere vriendschappen die ik onderhield was tegelijk een van de meest onverwachte. Ik leerde Willem Conijn, want zijn vriendschap memoreer ik hier, kennen toen hij al ver voorbij de tachtig was. Ikzelf was een twentysomething die informatie verstrekte over het toen nog nieuw te bouwen Rotterdam Centraal. Willem was een graag geziene gast in ons informatiecentrum, waar hij, zo leerde ik al snel, de eretitel ‘stoepopzichter’ had gekregen van aannemers, ingenieurs en bezoekers.

Willem

De eerste jaren was Willem iemand die ik af en toe tegenkwam op het werk, we maakte soms een praatje, meer niet. Nadat ik fulltime als voorlichter aan de slag ging zag ik Willem bijna dagelijks. Zo ontwikkelde zich een relatie die daadwerkelijk in een vorm van vriendschap uitmondde. De basis daarvan was eigenlijk simpel. Ondanks een leeftijdsverschil van 64 jaar bleken we veel overeenkomsten te hebben. Zowel hij als ik was enig kind.

We groeiden allebei op in Crooswijk, de straten in kwestie op een steenworp afstand van elkaar gelegen. We hadden allebei een achternaam waarvan de beginletter normaliter met een ‘k’ wordt geschreven, maar in ons geval met een ‘c’. Mooi was de verbazing op de gezichten van een tv-ploeg die ons kwam interviewen, naar onze achternamen vroeg en, alsof we het hadden afgesproken, synchroon in sappig Crooswijks te horen kregen: ‘dat schrijvie dus met een cee.’

Tegelijk konden de verschillen tussen ons ook niet groter zijn. Dat ik enig kind ben: niet zo uitzonderlijk in onze tijd. Maar in Willems tijd enig kind zijn: ‘nou, dan was er wat loos hoor’, zoals Willem daar zelf met een glimlach op terugkeek. Willems moeder was ‘ziekelijk’. Ze lag voornamelijk in bed. Hij kon zich niet heugen zijn moeder vaker dan drie keer buiten te hebben gezien. Dat ze al een kind had gekregen was een mirakel. Ze noemde Willem ‘een wondertje’.

Willem en ik groeiden dus op in dezelfde wijk, maar stellen dat we in dezelfde wereld opgroeiden is onzin. Het vooroorlogse, straatarme Crooswijk laat zich moeilijk vergelijken met het door stadsvernieuwing geteisterde Crooswijk van de jaren tachtig. Toch deelden we natuurlijk één ding wel: een grote liefde voor Rotterdam. Waarbij ik zo ver durf te gaan dat Willem een klein beetje het wederopgebouwde Rotterdam wás.

Twintigste eeuw

Ga maar na: bijna heel de twintigste eeuw maakte hij mee. Er was nog niet eens algemeen kiesrecht toen hij geboren werd. Hij was 22 toen de oorlog startte en heeft het oude Rotterdam dus goed gekend. Het mooie aan Willem – armoede, de oorlog, zelfs het bombardement hadden hem niet cynisch gemaakt. Ja, als je ernaar vroeg dan kreeg je wel even te horen dat die ‘gore rotoorlog’ geen pretje was geweest.

Maar eigenlijk vond Willem dat Rotterdam er na de oorlog een stuk op vooruit was gegaan. Het oude Rotterdam noemde hij vies, arm, onmogelijk. En hij kon het weten want als elfjarige doorkruiste hij al gans de stad als hulpje van een kleermaker. Zijn taak? Stoffen van de ene kant naar de andere brengen, weer of geen weer. Later werkte Willem achter een bakkerswagen – decennialang trok hij zo door Crooswijk, tot in de late jaren zeventig toe, toen Albert Heijn en andere grootgrutters zijn professie al lang een relikwie hadden gemaakt.

Zo zag Willem dus eigenhandig de wederopbouw passeren. Plus de stadsvernieuwing, die hij geregeld ‘erger dan het bombardement’ noemde. Hij schudde dan zijn hoofd, en verbaasde zich over de eenheidsworst die er werd neergezet in al die wijken. Ja, de huisvesting was veel beter (‘Vinnie, vroeger had niemand stromend water!’), maar het kon toch wel wat fraaier, met al die welvaart die voorhanden lag?

Gloeiende bliksem

Over de oorlog hoorde je Willem verder weinig, wat natuurlijk niet betekende dat het hem niet raakte. Hij had het leven van een vriend en nog wat anderen gered op die 14e mei van het jaar 1940. Met zijn bakkerswagen aan de hand liep hij op de Goudsesingel toen hij een geluid hoorde. Het was een vliegtuig. Zijn vriend haalde zijn schouders op. Die dacht – zoals velen – dat ze onderweg naar Engeland waren. Willem wist wel beter. Hij twijfelde niet en kieperde direct zijn bak leeg. Hij sommeerde zijn vriend plaats te nemen en zo fietste hij ‘as de gloeiende bliksem’ weg.

Nog geen minuut zat hij op de fiets toen een heel deel rondom de Goudsesingel in vlammen opging, in gruzelementen uiteen spatte. Hij trok nóg een persoon, een vrouw, in zijn wagen en zo fietste hij, zonder te verpinken de Noorderbrug over. In Noord brak hij eigenhandig een souterrain open en schuilde daar urenlang. Daarna trok hij opnieuw het bombardementsgebied in, om zijn kersverse verloofde te zoeken. Ze zouden nog tijdens het eerste oorlogsjaar trouwen, en nooit meer uit elkaar gaan. Ze kregen twee kinderen, twee zoons. Ze hebben ze helaas allebei naar het graf moeten dragen. Hét grote verdriet van Willems leven.

Lees ookHuman interestWeerspiegelende wederopbouwLees ook het essay van Dore van Duivenbode over de toekomst van het herdenken

Herdenkingskransen

Herdenken was belangrijk voor Willem, althans, hij stond er in ieder geval bij stil. Een keer zat hij in mijn kantoortje koffie te drinken (‘twee melk, beetje suiker, Vin’), de radio stond aan. Het ging over Marokkaanse jongeren die met herdenkingskransen hadden gegooid op het Stadhuisplein. Ik vroeg hem wat hij daar van vond. Hij verbaasde mij weer eens: ‘ach, misschien moet je jonge mensen ook niet blijvend met die oorlog lastigvallen. Ik kan toch ook niemand dwingen met mij mee te herdenken?’ Een ontzagwekkend open houding van iemand van zijn generatie, tekenend voor Willem.

Ik moest de afgelopen dagen veel aan Willem denken. Eind deze maand is hij alweer twee jaar dood. In zijn laatste levensjaar deed ik weleens boodschappen voor hem. Bij een van die gelegenheden kwam ik bij hem thuis, in Hoppesteyn, het grote bejaardenhuis in Crooswijk. Daar staat het standbeeld van Bep van Klaveren voor de deur, die Willem goed had gekend. ‘Bep was een dondersteen, geen aardige man. Zijn broer Jan was mijn maat. Gouwe gozer.’ Maar goed, ik zal niet afdwalen. Ik was bij Willem thuis. Omroep Max zond iets uit over de oorlog. Het was de eerste week van mei. Er werd een liedje afgespeeld dat destijds op Radio Oranje was te horen. Willem en zijn vrouw Ada zongen zachtjes mee, knepen elkaar in de arm. Ik was ontroerd. Waarna Willem het relativeren weer voor zijn rekening nam: ‘als ze dadelijk de laatste begraven die het heeft meegemaakt, dan is het over. Dan is het allemaal vergeten. Ach, zo gaat het.’

Vergetelheid

In zijn 14-mei-essay “Het lichaam en de ziel” schrijft Marcel Möring over diezelfde vergetelheid. Hij stoort zich aan het ‘alle oorlogen’-sausje dat op 5 mei is geplakt, en over de losse benadering van ‘vrijheid’, iets dat je volgens hem moet afdwingen. In Willem zou hij een onverwachte kameraad hebben gehad. Willem vond dat je vrijheid afdwong door een mooie, weerbarstige stad te bouwen – met elkaar, voor elkaar.

Verder schrijft Möring dat we misschien moeten accepteren dat we vergeten en tegelijk ons best moeten doen om te herdenken. Daar zit iets paradoxaals in, maar ik ben het met hem eens. Willem las geen boeken, behalve uitgaven van het AD over André Rieu, zijn muzikale idool. Maar ik denk wel dat hij Mörings conclusie zou onderschrijven. Zie zijn uitspraak over het begraven van de laatste getuige van de oorlog.

In de geest van Möring en Conijn, Rotterdamse denkers, is de toekomst van het herdenken gelijk aan de hiervoor geschetste paradox. Hij is samen te vatten in twee korte zinnetjes, vijf woorden in totaal slechts. Het tekent de onmogelijkheid van mensen om geen oorlog te maken, maar ook de wil om te verbeteren, om respect te getuigen voor diegenen die het niet meer kunnen navertellen. Herdenken is collectief zeggen – dit nooit meer. Télkens weer.

Symposium op 13 mei ‘Steden Schuilen Niet’
Dit jaar verzorgt LOKAAL in samenwerking met de Initiatiefgroep 14 mei en Poetry International een bijeenkomst met (inter)nationale denkers, dichters, Rotterdamse jongeren en burgemeester Aboutaleb.

De schrijvers van het jaarlijkse 14 mei essay gaan met elkaar in debat over de toekomst van het herdenken. Dit zijn journalist Henk Hofland, filosofe Tina Rahimy, schrijfster Nelleke Noordervliet, socioloog Willem Schinkel, historicus Willem Otterspeer, schrijver Marcel Möring en politica/programmamaakster Naïma Azough. Hoe gaat de komende generatie Rotterdammers, die niet zelf het bombardement meemaakte, het herdenken in de toekomst vormgeven?

Speciaal voor de herdenking in 2015 selecteerde Poetry International dichters uit de Coventry-steden die in hun poëzie taal weten te verbinden aan het onzegbare.

Meer info: woensdag 13 mei 2015, 20.15 uur (vanaf 19.30 uur zaal open). Locatie Kriterion, Groot Handelsgebouw (Stationsplein 45). Entree is gratis, aanmelden verplicht via www.lokaal.org

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door LOKAAL.

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:herdenken, marcel möring, stadsvernieuwing, twintigste eeuw en wederopbouw

Sectie: Human interest

kaart: Crooswijk
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *