Kunst & Cultuur9 juni 2015

Een nota maakt nog geen kunst

Nieuw cultuurbeleid 2017-2020

Het nieuwe Rotterdamse cultuurbeleid 2017-2020 ligt klaar in een conceptnota met de titel “Reikwijdte en armslag”. Deze vormt de basis voor het zogeheten Cultuurplan waarin subsidies voor culturele instellingen voor vier jaar worden vastgelegd. Een groter en breder bereik lijkt voorlopig het voornaamste speerpunt. Marianne van der Velde (Music Matters) vraagt zich af waar de plek en het geld is voor juist nieuwe makers die een nieuw publiek trekken.
En wethouder Adriaan Visser kiest sinds zijn aantreden een jaar geleden stevig voor vernieuwing: “U kunt ervan uitgaan dat de verdeling van subsidiegelden niet dezelfde zal zijn als vier jaar geleden.”

De nota is geschreven op basis van discussies en gesprekken in de afgelopen maanden. Dit keer is de nota niet door de gemeente geschreven, waarbij de culturele instellingen er weinig tot geen invloed op hebben, maar tot stand gekomen in een samenwerking tussen de huidige gesubsidieerde culturele instellingen, de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur en de gemeente.

Reikwijdte en armslag

Binnenkort komt “Reikwijdte en armslag” in de gemeenteraad. Aan de ene kant kun je zeggen dat er zo’n breed draagvlak is voor deze nota dat het politiek gezien niet handig is om er nog veel in te wijzigen. Aan de andere kant liggen er politieke keuzes die onvermijdelijk besproken zullen moeten worden. Wethouder Visser is van mening dat het bereik van (gesubsidieerde) kunst en cultuur moet worden vergroot en verbreed. Ik juich zijn ambitie om meer focus te leggen op het verbreden van publiek van harte toe. Rotterdam is gebaat bij een sterk cultuurbeleid dat voor alle Rotterdammers iets te bieden heeft.

In hoeverre de standpunten van de wethouder de sector wakker hebben geschud, is niet te zeggen, maar het is duidelijk dat een groter en breder bereik van (gesubsidieerde) kunst en cultuur ook bij de gevestigde orde hoog op de agenda staat. “Op dit moment worden nog te veel mensen niet bereikt door de gevestigde cultuursector. Dat moet anders”, zo is te lezen in de nota. Tijdens de voorbereidende gesprekken over de nota leek iedereen het hier over eens te zijn. Instellingen spreken de ambitie uit om hun bereik te vergroten en te verbreden zodat zij beter aansluiten bij de stad.

Wie bedient welke doelgroep?

Even verderop is echter te lezen: “Schieten met hagel levert echter zelden iets op: als alle instellingen tegelijk proberen alle Rotterdammers te bedienen, wordt niemand daar beter van. Kunstprojecten met jongeren op Rotterdam Zuid vragen nu eenmaal om hele andere vaardigheden dan een debatavond voor architecten. Wie bedient welke doelgroep? Wie heeft de nodige kennis en vaardigheden? Daar komen we pas achter als we met elkaar in gesprek gaan en blijven. Door middel van afstemming gaan we, als sector, keuzes maken en taken verdelen. Zo kunnen we allemaal de rol vervullen die ons het beste ligt. Juist als we oog hebben voor elkaars bezigheden en bereik, krijgen we in beeld wat ieders unieke capaciteiten en artistieke kwaliteiten zijn. Door samen te werken aan een totaaloverzicht en collectieve doelen te stellen, verzorgen we een rijk aanbod voor de stad als geheel.”
Je moet even door de wollige beleidstaal heen prikken, maar eigenlijk staat hier: schoenmaker, blijf bij je leest, doe waar je goed in bent en doe dat zo goed mogelijk. Zoals Aruna Vermeulen, directeur van het Hiphophuis, ook al eens verwoordde tijdens een van de meetings: als we met elkaar vaststellen dat het bereik vergroot moet worden (lees: jonger en meer divers) en instellingen blijven vooral doen waar ze goed in zijn, dan zitten we toch vast in een paradox?

Westerse HBO cultuur

Beeld: Nina Fernande

Mijn overtuiging is dat verbreding van publiek niet alleen gerealiseerd kan worden door inzet van de gevestigde culturele instellingen. Een ander publiek bereiken is niet simpelweg een kwestie van betere marketing: het is een kwestie van aanbod, van smaak. Het is tijd om te erkennen dat een overgroot deel van het Rotterdamse culturele aanbod gebaseerd is op de westerse culturele traditie, zowel de meer traditionele kunst als de populaire vormen, en dat deze cultuur niet voor iedereen interessant is. Ook tijdens de Rotterdam Lezing 2015 werd over dit dilemma gesproken. Een voorstelling gemaakt door blanke theatermakers opgeleid in de westerse traditie (op HBO-niveau) spreekt vanzelfsprekend een vergelijkbare doelgroep aan. Om nieuw en ander publiek te bereiken is nieuw en ander aanbod nodig.

Nieuw aanbod vraagt nieuwe makers

Nieuw of ander aanbod wordt gemaakt door nieuwe of andere kunstenaars en organisatoren. Mij fascineert vooral de nieuwe generatie makers en organisatoren in Rotterdam zoals Ken Theater, OnTrack Agency en de talloze spoken word initiatieven die een sterke connectie hebben met hun generatie kunstenaars en hun achterban. Zoveel moeite als gevestigde instellingen vaak moeten doen om een jong en divers publiek binnen te krijgen en nieuwe makers een plek te geven in hun programmering, zo vanzelfsprekend is het voor deze jonge clubs.

Terug naar de ambitie van de wethouder, want wat hem betreft gaat er iets veranderen. Het zijn mooie woorden, maar de nota geeft op dit moment nog weinig richting om zijn ambitie te realiseren. Hoe verhoudt de verbreding van publiek zich tot het willen beschermen van de sector zoals die is? Je kunt elke euro maar één keer uitgeven en een ding staat vast: het cultuurbudget gaat in ieder geval niet omhoog (en door de aangekondigde extra bezuinigingen misschien zelfs omlaag). Durft de politiek het aan om echt nieuwe keuzes te maken, om verbreding van publiek en dus vernieuwing centraal te stellen? Welke opdracht geeft de politiek mee aan de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur die straks de plannen moet beoordelen?

Nieuwkomers op eigen benen

Nieuwkomers verdienen de kans om een plekje te claimen in de culturele sector, net zoals de bestaande instellingen jaren geleden de kans kregen om te groeien. De bestaande instellingen voelen de druk om te veranderen, om meer aan te sluiten bij de veranderende stad. Daar is in de nota ook een oplossing voor gevonden: uitwisseling tussen oude en nieuwe instellingen. “Op die manier stroomt kennis en ervaring twee kanten op: groot leert van klein, nieuw leert van oud.” Dat klinkt prachtig en het beschermt de positie van de gevestigde orde, maar ik vraag mij sterk af of nieuwkomers altijd onder de vleugels van een grote partij moeten groeien. Wat is er mis met een beetje concurrentie, een beetje opschudding? Laat nieuwkomers hun eigen sporen verdienen, geef hen de kans om echt iets te veranderen. Maak budget vrij in het Cultuurplan om een aantal nieuwkomers op eigen benen te laten staan zodat ze kunnen groeien. Kleintjes kunnen groot worden en wie weet wat dat de stad allemaal nog gaat opleveren.

Reageer of deel op Social Media

Tags:Coolsingel, cultuur en kunst

Sectie: Kunst & Cultuur

kaart: Coolsingel, Rotterdam, Nederland
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *