Politiek12 juni 2015

Ieder voor zich, en Aboutaleb voor allen

Column

Eén overloper. Meer was er niet nodig om de broze coalitie aan het wankelen te krijgen, dacht de oppositie. En dus zou het tot een verenigd oppositiefront komen. Maar dat kwam er niet, constateert politiek commentator Peter van Heemst.

Peter van Heemst Beeld: Jeroen van de Ruit

Na de gemeenteraadsverkiezingen in maart vorig jaar en de collegevorming in mei had de oppositie de smaak goed te pakken. Samen haalden de oppositiepartijen 22 zetels. De coalitie kwam uit op 23. Direct vatte de gedachte post, of moet ik zeggen het misverstand, dat het met zo’n krappe meerderheid prijsschieten zou worden. Er hoefden bij stemmingen maar één of twee raadsleden uit de coalitie over te lopen naar het kamp van de oppositie en bingo: de coalitie had het nakijken. En ja, lastige, eigenzinnige en onvoorspelbare raadsleden waren bij Leefbaar Rotterdam (Dries Mosch) en D66 (Jos Verveen) ruimschoots voorhanden. Dus zat De Eensgezinde en Onverschrokken Oppositie handenwrijvend klaar voor het foutenfestival dat de stad vier jaar te wachten stond.
Bij de verkiezing van de wethouders was het meteen raak, op een haast surrealistische manier, die in Rotterdam nog nooit vertoond was. Door eensgezind op te trekken, wist de oppositie een beslissend stempel te drukken op de wethoudersverkiezing. Ingeborg Hoogveld, de gedoodverfde kandidaat van Leefbaar Rotterdam, redde het niet tegen de tegenkandidaat uit eigen kring, Ronald Schneider. Hij wist op slinkse wijze een verrassende meerderheid achter zich te krijgen, bestaande uit de complete, eensgezinde oppositie en een handjevol overlopers van Leefbaar Rotterdam. De rapen waren gaar. Het grote prijsschieten was begonnen op de dag dat het nieuwe college officieel van start ging. En hoe.
Vanaf die dag was er dat rotsvaste geloof: dat de oppositie haar eensgezindheid moet volhouden om de ene na de andere bres te schieten in de plannen die Leefbaar Rotterdam, CDA en D66 over de stad zouden uitstorten. Vooral bij de gevreesde en verguisde Integratienota stond de oppositie te popelen om haar invloed te laten gelden. Dat begon al bij het opstellen ervan. De hele Raad wilde meedenken, vanaf dag één. Zo’n belangrijk vraagstuk kon de coalitie met goed fatsoen toch niet op eigen houtje gaan regelen? “Laat ons meeschrijven!”

Dag in, dag uit werd de coalitie met die ene vraag bestookt. Maar ja. Dat deed de coalitie dus niet. Niet echt verrassend, vond ik. Want als je een meerderheid hebt, wil je daarmee het liefst serieus werk maken van de afspraken die je in een coalitieakkoord hebt vastgelegd. En toen de PvdA onverwachts met eigen plannetjes en ideetjes over integratie kwam, was het front van de oppositie verbroken en verloor de oproep voor een raadsbrede samenwerking haar kracht.
Gezamenlijk optrekken. Eén front vormen. Het heeft allemaal minder opgeleverd dan de oppositie vorig jaar vurig hoopte. Sterker, de oppositie heeft met al dat gezeur, gebluf en gebeuk precies het tegenovergestelde bereikt: het college lijkt steviger in het zadel te zitten dan wie dan ook had durven voorspellen een jaar geleden.
Is dat te verklaren? Ja. Kijk maar eens wat preciezer naar de belangen en positie van de opppositiepartijen. Neem de VVD. Die zou het liefst morgen bij de coalitie willen aanschuiven. Nog steeds zijn de liberalen diep beledigd dat ze door CDA en Leefbaar Rotterdam bij de college-onderhandelingen aan de kant zijn geschoven. Zeker. Maar als de deur naar de collegekamer wagenwijd wordt opengezet, lopen ze zo snel als ze kunnen naar binnen.
Dan is er de moeizame relatie tussen PvdA en SP. De SP ruikt bloed. De onderhuidse spanningen, zeg maar rustig achterdocht en wantrouwen tussen deze twee vertegenwoordigers van links Rotterdam, blokkeren een effectieve oppositie. De SP droomt ervan de PvdA bij de volgende verkiezingen definitief een kopje kleiner te maken. En in de media wordt iedere keer precies afgemeten en afgepast welke Leo de enige, echte oppositieleider is. Bruijn van de PvdA of De Kleijn van de SP. Het is een weinig productieve onderlinge strijd.
De CU kiest principieel voor een wat wijze, bemiddelende en verzoenende rol tussen oppositie en coalitiepartijen in. De nieuwkomers in de Rotterdamse politiek hebben zo’n eigen en eigenzinnig geluid dat ze 100 procent op eigen kracht durven te vertrouwen.
De illusie van De Grote Verenigde Oppositie is voorbij. Het is nu ieder voor zich en – ja wie, eigenlijk? – Aboutaleb voor ons allen.

Reageer of deel op Social Media

Tags:column, oppositie en Peter van Heemst

Sectie: Politiek

kaart: Coolsingel 54, Rotterdam, Nederland
Ontvang de wekelijkse Vers Beton newsletter!

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *