voor de harddenkende Rotterdammer

Maar weinig Rotterdammers weten het, maar al sinds midden jaren negentig rijden onbemande shuttlebusjes af en aan naar kantorenpark Rivium. Het is een plaatselijk experiment, leerzaam en vermakelijk. Melissa van Amerongen en Rosanne Dubbeld namen voor Vers Beton poolshoogte.
Krakend en piepend waggelt het schijnbaar misvormde busje de smalle brug op. De bus past er nét op, zo smal is de brug. Onder ons raast het verkeer naar de snelweg. We kijken elkaar even bezorgd aan, maar de andere reizigers kijken niet op van hun mobiele telefoons. We dalen weer, op de rem. Het wagentje accelereert, remt, accelereert weer en komt uiteindelijk hortend en stotend tot stilstand bij de halte. We zijn in Rivium.
De Parkshuttle rijdt alsof er een beginnende bestuurder in zit die koppeling en rem nog niet weet te bedienen. Maar deze shuttlebus rijdt zonder chauffeur. Al jaren. Er rijdt zelfs niemand mee om in te grijpen als er iets misgaat. Het ding oogt wat buitenaards, misschien omdat de voorkant er precies hetzelfde uitziet als de achterkant. Er hoeft immers geen aparte voorkant op. De inrichting is ook symmetrisch: vier stoelen achterin, vier stoelen voorin, in het midden twee maal twee met de rug naar elkaar toe.
Zes shuttles zijn er in totaal. In de daluren rijden er drie, in de spits alle zes. Ze rijden vanuit station Kralingse Zoom naar de nieuwbouwwijk Fascinatio en dan, over de brug over de Abram van Rijckevorselweg, kantorenpark Rivium in. Daar doet de shuttle drie haltes aan, alvorens de tocht terug te ondernemen. De totale rit is 3,6 kilometer lang.

Automatische piloot

We rijden een paar ritjes heen en weer, experimenteren wat met wel en niet op de knopjes drukken, stappen in- en uit, bestuderen passagiers. In de hoek van de shuttle hangt een camera. We kijken erin en vragen ons af wie er aan de andere kant zit. De camera geeft geen teken van leven. “Attentie, kies uw bestemming”, roept een vrouw door de intercom. Is het een echte of een automatische mevrouw, vragen we ons af. Ze zwijgt.
We stappen uit, bij Rivium 2, het hart van het kantorengebied. Een meisje loopt naar de halte waar Rosanne staat. Ze gaat zitten en wacht tot haar shuttle komt. Die komt, maar rijdt voorbij. Het meisje schrikt, kijkt verrast.
– “Je hebt niet gedrukt?!”, vraagt ze.
– “Nee”, antwoordt Rosanne met een glimlach, “ik sta hier alleen maar”.
Het meisje zet het op een rennen, in een poging haar metro alsnog te halen. Niet alleen de shuttles zijn automatisch, maar ook de mensen gebruiken hem op de automatische piloot.

Alziend

“We gaan geen rondjes rijden in de spits dames!” Plotseling staat hij in de deuropening en kijkt ons streng aan. Hij blijkt de opzichter van de shuttle en we realiseren ons dat hij ons de hele ochtend gezien moet hebben terwijl we rondjes reden en rondhingen bij de haltes, meestal zonder in- of uit te checken. We leggen uit waar we mee bezig zijn en mogen blijven zitten. “Werkt goed he”, grijnst hij, voor de deur weer voor zijn neus sluit. We knikken driftig van ja.
Later kloppen we aan bij het opzichtershuisje. We mogen binnenkijken. In het kleine huisje staan twee grote computerschermen en een laptopscherm. Op het linkerscherm zie je de lijn met de vijf haltes, zes blokjes met nummers 1-6 bewegen op de lijn. Op het rechterscherm negen camerabeelden, de meeste van de shuttlebaan.
Eigenlijk was de Parkshuttle een experiment van twee jaar. Maar hij rijdt nog steeds, er is veel aan verbeterd nadat twee busjes een keer tegen elkaar waren gereden. De busjes zijn nu oud en het wegdek versleten: dat hebben we gemerkt aan het gehobbel. In een Excelsheet houdt de opzichter de fouten bij in een lijstje. Als het kan, worden problemen verholpen, maar hoe lang ze de Parkshuttle nog in de lucht houden, weet de opzichter niet.

Superkikker

“Kwak kwak kwak!” De opzichter klikt op een knipperend busje. “Die kan even niet verder, een blokkade ofzo”. Hij kijkt via de camera op de bumper of er iets in de weg zit, maar er is niets aan de hand. Hij klikt op ‘vrijgeven’.
Kwak kwak: dat is superfrog, de supercomputer die de shuttles aanstuurt. Superfrog woont in twee rumoerige servercomputers, weggeborgen in een kast in de garage van de shuttlebaan. Hij regelt de communicatie tussen de shuttles. Zorgt dat ze niet botsen, dat bomen netjes dichtgaan, dat shuttles pas rijden als de baan vrij is, dat ze naar de garage gaan als hun accu’s bijna leeg zijn. En hij kwakt naar de opzichter als een menselijke beslissing vereist is. Want bij twijfel staat de shuttle stil, en moet de opzichter de wagen weer vrijgeven om te rijden.

In goede banen

De shuttles rijden op een aparte baan, daar mogen alleen shuttles komen. Met borden en bomen worden mensen van de baan gehouden.
Een paar jongens komen fietsend aan, ze rijden de baan op, de brug over. Dit hebben ze vaker gedaan. Even later komen ze weer terug, de helling afgefietst. De shuttles wachten tot ze voorbij zijn, dan zetten ze hun ritje weer voort. Ondanks alle waarschuwingsbordjes zijn de mensen hier de baas over de technologie.
Van zelfrijdende auto’s wordt wel gezegd dat het probleem niet is dat ze onveilig zijn, maar juist dat ze te veilig moeten zijn. Geen bedrijf kan zich een ongeluk veroorloven dat is veroorzaakt door een onbemande computer, dus moet zelfrijdende technologie volgestouwd worden met veiligheidschecks. En moeten de gebruikers gehoorzaam het script volgen dat de ontwerpers bedacht hebben. Dat geldt zeker voor de parkshuttle.
Mensen moeten meewerken, beaamt de opzichter. Absoluut. Hij heeft meer te stellen met mensen die zich niet aan de regels houden, dan met haperende techniek. Er was een vrouw die gewoon voor de shuttle liep om hem te laten stoppen. Dan stapte ze in. Die moest hij bestraffend toespreken. En hij had wel eens last gehad van etterende pubers, die stapten in en drukten op alle knoppen, gingen voor de shuttle staan. De shuttle is machteloos tegen dergelijk puberaal gedrag. Maar hij niet: hij sloot ze op in de shuttle en stuurde het karretje, met pubers en al, terug naar de garage.
Op de Coolsingel zou dit shuttlesysteem absoluut niet werken. De bus zou om de haverklap stilstaan omdat er te veel verstorende factoren zijn: toeristen, hooligans, haastig verkeer. Hier in het rustige Rivium werkt het wonderbaarlijk goed, de meeste mensen gebruiken de shuttle dagelijks en passen zich aan. Nieuwelingen kijken het kunstje snel af.

God

“Kwak kwak!” Er is iets mis, een van de shuttles rijdt niet meer. De opzichter probeert hem vrij te geven, maar er is een mankement. De opzichter springt op zijn scooter en sputtert vrolijk zwaaiend de baan af naar de kapotte shuttle.
De shuttle in Rivium, dit is hoe ingenieurs in de jaren negentig de toekomst voor zich zagen. Zelfrijdende symmetrische bussen en een supercomputer die ze kwakend aanstuurt. Voor alle zekerheid houdt de mens altijd een oogje in het zeil.
Als God bestaat snort hij rond op een scooter in een shuttlepark.

Met veel dank aan Peter den Teuling, één van de opzichters van de shuttle.

Vers Beton heeft jouw support nodig!

Voordat je verder leest: Vers Beton kan alleen blijven bestaan dankzij support van onze lezers. Maak jij ook onafhankelijke journalistiek in Rotterdam mogelijk?

Nee, ik lees eerst het stuk verder
Melissa

Melissa van Amerongen

Een stad komt pas echt tot leven als mensen er in woord of beeld betekenis aan geven. Daarom vindt Melissa Vers Beton zo leuk. Melissa is socioloog en wetenschapsfilosoof en houdt zich voor Vers Beton onder andere bezig met wetenschappelijke artikelen op de site.

Profiel-pagina
Rosanne Dubbeld

Rosanne Dubbeld

Rosanne Dubbeld (1987) is psycholoog en fotograaf, en combineert die twee identiteiten graag in haar werk en privéleven. Denk aan het fotograferen van ‘mens en gedrag’, of series als ‘hoe kijken verschillende mensen naar hetzelfde kunstwerk?’ Momenteel maakt ze buiten Vers Beton websites voor mensen met autisme. Verder kun je haar verblijden met spannende kunst en pure chocola.

Profiel-pagina
Lees 10 reacties