Stedelijke ontwikkeling & architectuur30 juli 2015

Hoe werkt Rotterdam aan de grote ruimtelijke opgaven van de toekomst?

Interview met Paula Verhoeven, directeur stadsontwikkeling gemeente Rotterdam

Sinds januari heeft Rotterdam een nieuwe directeur Stadsontwikkeling: Paula Verhoeven. Yvonne Rijpers en Merten Nefs voelden haar aan de tand over haar baan, de opgaven waar Rotterdam voor staat en haar persoonlijke ambities voor de stad.

Beeld: Jeroen Van de Ruit


Wat doet de directeur stadsontwikkeling?

Dat vraag ik me ook regelmatig af! Het is vooral inspireren, enthousiasmeren en partijen bij elkaar brengen. Met twee hoofdopgaven: de ruimtelijk economische ontwikkeling van deze stad de goeie kant op bewegen en deze stad een nog aantrekkelijkere stad maken om te wonen, werken en met je bedrijf naartoe te komen. Alles wat de directeur Stadsontwikkeling doet, moet deze twee doelen dienen.

Beide doelen kunnen niet zonder elkaar. Vroeger waren we geneigd economisch beleid centraal te stellen. Nu werken we veel organischer: de gemeente moet de organisatie zijn die partijen met elkaar verbindt en openstaat voor nieuwe initiatieven, maar wel steeds toetst of die initiatieven en ontwikkelingen passen binnen die sterkere economie en aantrekkelijkere stad.

Wat is je belangrijkste persoonlijke ambities voor de stad?

Ik wil meer ruimte geven aan initiatieven van onderop en dat doen op een verstandige, professionele manier. We staan aan het begin van die ontwikkeling. Ik word vrolijk van start-ups, jonge bedrijven, innovatieve ondernemers en innovatieve ruimtes, zoals de RDM campus en de RDM Makerspace. Hierdoor gaan gevestigde ondernemers denken: díé moeten we benutten. Een van mijn persoonlijke ambities is om daar vooruitgang in te boeken. We moeten het beeld neerzetten: “Als je wat wil, moet je in Rotterdam zijn.”

Hoe geeft Rotterdam die initiatieven de ruimte?

Door te experimenteren. Dit gaat niet altijd goed, maar heeft wel tot een andere cultuur geleid. Het is belangrijk bestaande initiatieven verder brengen en nieuwe vormen te zoeken, zoals bijvoorbeeld Right to Challenge. In dit experiment krijgen Rotterdamse buurten de kans bestaande lokale voorzieningen of gemeentelijke taken over te nemen.

“Doe maar wat!” is alleen voor niemand fijn. We moeten als gemeente scherp de kaders aangeven, want het blijft wel geld van de burger. We moeten op hoofdlijnen een beeld hebben van het soort economie waarvan we denken dat die past bij Rotterdam en in welke gebieden we verschil willen maken. Durven kiezen en zeggen: ”Daar richten we onze energie en aandacht op!” Dit vergt balans tussen loslaten en structuur aangeven. Die zoeken we door te leren van het verleden, vanuit de gemeente een meer open houding te hebben en meer verbinding te zoeken met partijen in de stad.

Rotterdam heeft in het DNA goede randvoorwaarden om innovatie een kans te geven. We zijn doeners. Technologie en informatietechnologie nemen een vlucht. Dat kan helpen de maakindustrie weer in de stad te krijgen. Niet de grootschalige productie van scheepsbouw, wel de high-end vernieuwingen voor de maritieme sector, échte innovatie waar kennis en infrastructuur voor nodig zijn en die leidt tot lokale productie. Dat past hier. Er is beschikbare beroepsbevolking die aansluiting zoekt bij de nieuwe economie. Rotterdam is het bovendien gewend om bijzondere posities in de regelgeving toe te kennen aan start-ups. Daarnaast hebben ook letterlijk nog ruimte, zelfs in het centrum.

We moeten het beeld neerzetten: “Als je wat wil, moet je in Rotterdam zijn"

Hoe trekt Rotterdam met deze sectoren, zoals de maritieme sector, op om dit beeld neer te zetten?

Een aantal clusters zijn interessant zijn Rotterdam: maritiem, food, cleantech en medisch. We moeten als gemeente in contact zijn met de ondernemers, samen in netwerken denken en die netwerken met elkaar verbinden, zodat er leuke en kansrijke dingen ontstaan.

Gevestigde bedrijven zoeken start-ups om dingen te doen die ze in hun eigen bureaucratie niet voor elkaar krijgen. Start-ups zoeken tegelijkertijd naar de ervaring van grote bedrijven. Door hen met elkaar te verknopen en goed na te denken over de manier waarop we Rotterdam op de kaart zetten, geef je als gemeente zetjes de goede richting op.

Als dat beeld er eenmaal is – gaat het dan vanzelf?

Het blijft keihard werken. Het cruciaal om steeds kritisch en analytisch naar de stad te kijken. Het Centraal Station doet veel meer met de stad dan alleen maar aan- en afvoeren van reizigers en een mooie toegangspoort naar de stad zijn. In de wijken eromheen – Middelland, het Nieuwe Westen en het Oude Noorden – gebeuren dingen die al op gang zijn, zoals de Luchtsingel, het Schieblock en de ontwikkelingen bij het Zomerhofkwartier. Die karretjes zijn gaan rijden en worden door anderen rijdende gehouden. Wij moeten bewaken dat ze niet tot stilstand komen, het verder lekker laten gaan en meedenken en faciliteren.

Er zijn ook plekken waar die situatie niet uit zichzelf ontstaat, zoals in sommige wijken op Zuid. Daar moet de gemeente goed snappen wat er speelt en nadenken wat er in randvoorwaardelijke sfeer gedaan kan worden om dat te stimuleren. Veiligheid, de kwaliteit van de gebouwenvoorraad en de openbare ruimte zijn ontzettend van invloed op hoe men zich voelt en wat er kan in een wijk. Daar moet de gemeente haar verantwoordelijkheid nemen.

Een stad is nooit af is, groeit altijd. De groei zal niet buiten de stad plaatsvinden. Alle steden ter wereld verdichten en dat levert nieuwe vragen en opgaven op. Vooral bij jonge mensen wordt gebruik belangrijker dan bezit. Dat kan veel ruimtewinst opleveren, denk maar aan een vermindering van auto’s in de stad, en die ruimte kan fijne plekken en voorzieningen opleveren. Daar moet je als gemeente niet achteraan lopen, maar van bekijken hoe je dat kan bevorderen.

Waar is Rotterdam voorloper in?

In het verbinden van ruimtelijke en wateropgaven. We moeten droge voeten houden, zijn ons bewust van klimaatverandering. We ontwikkelen in de stad, afhankelijk van de omstandigheden, dus benaderen we veel opgaven met combinaties van open water, groene daken, waterberging, lokale waterbergingsvormen, groene tuinen, et cetera.

We hebben watertechnisch gezien twee interessante gebieden. Enerzijds de gebieden achter de dijken, verreweg het grootste deel van Rotterdam, die ver onder de zeespiegel liggen en worden beschermd door de dijken. De uitdaging hier ligt in het nadenken over hoe om te gaan met intensievere neerslag, langere periodes van droogte en meer hittestress.

Anderzijds zijn er de buitendijkse gebieden, die eigenlijk niet beschermd zijn maar ook hoger liggen. Als de zeespiegel echt gaat stijgen, gaan deze gebieden meer risico’s lopen. Dit zijn de interessante gebieden van de toekomst, zoals de Kop van Zuid en de Stadshavens. Ze liggen vlakbij het centrum en aan het water, dus het zijn bijna triple-A-locaties, maar dan moet je wel robuust voor de toekomst ontwikkelen. Hier komt veel innovatie tot stand, zoals drijvende bouw die een overstroming kan hebben. Op dit gebied heeft Rotterdam in de wereld heel mooie projecten die tonen hoe je samen met partijen dingen kan realiseren, zowel privaat-publiek als tussen overheden. Het Dakpark is hiervan een geweldig voorbeeld, ook van een hele mooie samenwerking met het Waterschap.

De natuur is van iedereen, maar voor je het weet is ie van niemand. Dat vind ik echt een zorg

Op welk gebied zou nog meer kunnen gebeuren?

Iedereen vindt groen en schone lucht belangrijk. Daarom investeren we in pocketparken en groene acupunctuur. De Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam leidde tot zeven vergroeningsstrategieën in het centrum en heeft denken hierover aangejaagd. Rotterdam is goed in ontwerpen en heeft veel partijen die daar creatief mee omgaan. Als gemeente moeten wij de kansen die zich voordoen faciliteren, zoals in het Zomerhofkwartier waar men zelf invulling geeft aan het groen met een gemeentelijke bijdrage.

Mijn zorg zit in de verbinding naar het omliggende groen. Stadsbewoners willen graag naar ‘buiten’, maar komen daar niet zo gemakkelijk. Aan de zuidkant zijn we bezig, maar er kan en moet nog veel meer ontsloten worden. Het hele gebied rondom de Rottemeren, Midden Delfland, de Tweede Maasvlakte, de voordelta met een prachtige natuurontwikkeling…wie weet dat? Wie gaat daarheen? Hoe kom je daar? De aandacht gaat erg naar de stad en naar binnen. De aandacht naar buiten is best ingewikkeld, zeker in een tijd van schaarse middelen.

De natuur is van iedereen, maar voor je het weet is ie van niemand. Dat vind ik echt een zorg. We proberen dat ontwerp beter op de kaart te krijgen, maar dat gaat niet vanzelf en daar ben ik somberder over dan over die andere onderwerpen. Dit moet echt meer aandacht krijgen.

De tijd van de grote Nota’s van het Rijk is voorbij – de ruimtelijke inrichting is een samenwerkingsproces tussen veel verschillende partijen geworden. 2015 is het Jaar van de Ruimte, het jaar waarin het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, samen met een scala aan partijen, kijkt naar de toekomstige inrichting van Nederland. Wat zijn de grote opgaven van de komende 25 jaar en hoe gaan we deze aanpakken? Als startschot van het Jaar van de Ruimte maakte Vereniging Deltametropool de publicatie Maak Ruimte, met daarin 12 onvermijdelijke opgaven. Wat is je top 3 van deze onvermijdelijke opgaven, waar we met Vers Beton het komend jaar aandacht aan besteden?

‘Sluit Kringlopen’ is een belangrijke opgave waarin de ontwikkelingen elkaar heel snel opvolgen. Onze burgemeester is ervan overtuigd dat we binnen een jaar of tien ons afval verkopen in plaats van betaald laten ophalen. Verder zijn er interessante ontwikkelingen gaande in het koppelen van uitstoot van de ene sector aan een andere sector voor wie die uitstoot waardevol is. Rotterdam speelt hier een voortrekkersrol in.

Voor ‘Transformeer Energievoorziening’ is Rotterdam hard bezig met de energietransitie, in samenwerking met verschillende partijen in de regio. Dit is een belangrijke opgave voor de stad waar ik graag wat meer aandacht voor wil.

‘Stuur Digitalisering’ is zeer interessant. We zijn nog echt aan het zoeken naar wat we hiermee kunnen. We krijgen vanuit ondernemers en burgers steeds meer vraag naar data en naar open source. Ik geloof daar heilig in.

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Reageer of deel op Social Media

Tags:Paula Verhoeven, RDM Makersspace, RDM-campus, ruimtelijke opgave, stadsontwikkeling en toekomst

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

kaart: Wilhelminakade 179, Rotterdam, Nederland

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *