Stedelijke ontwikkeling & architectuur23 juli 2015

Innovatie in Rotterdam: laat maatschappelijke relevantie prevaleren boven iconische waarde

Een pleidooi voor vooruitstrevende architectuur die verbonden is met de lokale realiteit

De Kuip, het Justus van Effenblok, de Van Nellefabriek: Rotterdam doet het van oudsher goed als het om vooruitstrevende architectuur gaat. Maar hoe staat de stad er nu voor? Ties Wols bezocht de expertmeeting Architectuur, Innovatie, Rotterdam en concludeert dat het innovatiebeleid in Rotterdam zich zou moeten focussen op maatschappelijke relevantie in plaats van oppervlakkige iconische projecten.

In 1937 wordt op Zuid een uniek stadion geopend. De Kuip is het eerste stadion dat specifiek voor voetbal is ontworpen. Tribunes omsluiten als een kring het veld en de tweede ring hangt vrijdragend boven de eerste ring, zodat steunpilaren het zicht niet belemmeren. Het zijn vernieuwingen die de voetbalsupporter een op dat moment ongeëvenaarde ervaring bezorgen.

De Kuip typeert de Rotterdamse vernieuwingsdrang. Een drang die in de loop der jaren zijn weg heeft gevonden in tal van innovatieve praktijken. Niet zelden praktijken die ook internationaal geroemd worden. De Van Nellefabriek uit 1930, evenals de Kuip een iconisch voorbeeld van het Nieuwe Bouwen, is inmiddels opgenomen in de UNESCO-werelderfgoedlijst en de Lijnbaan uit 1953 staat bekend als de eerste autovrije winkelstraat.

Ook op het gebied van sociale woningbouw kent Rotterdam een traditie van innovatie. Het Justus van Effencomplex uit 1922 is beroemd vanwege de revolutionaire bovengalerij, waar de voordeuren van de bovenwoningen aan grenzen. Een tweede voorbeeld is te vinden in de Bergpolderflat uit 1934. De flat was het eerste hoogbouwproject dat was bestemd voor de lagere huurklasse. Door gebruik te maken van geprefabriceerde onderdelen konden ongeschoolde arbeiders worden ingezet om de kosten te drukken. Tegelijkertijd werd niet ingeboet op het wooncomfort. Integendeel. Grote glaswanden bieden aan de bewoners ondanks het kleine woonoppervlak een voor die tijd weelderige ruimtelijke ervaring.

Nieuwe gebouwtypen zoals de Markthal tonen dat de innovatiedrang in Rotterdam ook vandaag nog sterk in leven is. De gemeente gaf in 2011 zelfs uiting aan die drang door haar tot officieel beleid te maken met het opstellen van de Rotterdamse innovatie agenda.

Beeld: Femke van Geffen

Baanbrekende innovatie

In het voorwoord van De Rotterdamse innovatie agenda prijkt de vraag: hoe kan worden gezorgd voor een sterke economie en het behoud van welvaart. Het antwoord luidt: ‘Bedrijven, overheid en onderwijsinstellingen moeten uitblinken in het ontwikkelen van nieuwe kennis en het omzetten van die kennis in nieuwe vooruitstrevende en concurrerende producten en diensten’.

Een project dat de lijn van deze gedachte volgt is de Dutch Windwheel van de Dutch Windwheel Corporation, een consortium van de Rotterdamse bedrijven BLOC managementconsulting, DoepelStrijkers architecten en projectontwikkelaar Meysters. Onlangs werden de plannen gepresenteerd en hoewel nog onduidelijk is of dit reuzenrad er daadwerkelijk komt, zijn gesprekken met de gemeente al volop gaande. Las Vegas, Macao, Shanghai, New York en San Francisco hebben ook interesse, maar als het aan de ontwikkelaars ligt verrijst de Dutch Windwheel nog voor 2025 in de Maas vlakbij de Euromast.

Het bouwwerk moet 174 meter hoog worden en zal bestaan uit twee enorme ringen. In de buitenring draaien veertig cabines die bezoekers naar de top van het gevaarte brengen. Dagelijks kunnen 20.000 mensen in dit reuzenrad. De binnenring zal onder meer een exclusief hotel, een luxe restaurant en appartementen bevatten.

De Dutch Windwheel is echter niet alleen een toeristische attractie, maar ook een energiecentrale. Het bouwwerk zal namelijk wind in stroom omzetten, zonder dat daar draaiende onderdelen bij van pas komen zoals gebruikelijk is bij windmolens. Het gebruik van deze nieuwe techniek maakt de Dutch Windwheel tot de meest innovatieve windmolen ter wereld.

Spectaculaire vergezichten in combinatie met een innovatieve techniek om duurzaam energie op te wekken moeten zorgen voor een impuls die de stad internationaal aantrekkelijker maakt. Daarmee past het project naadloos in de visie van de gemeente, waar innovatie wordt opgevat als noodzaak om de internationale concurrentiepositie te kunnen waarborgen.

Lees meer:

Broodnodige verduurzaming

De gemeente lijkt belust op ontwikkelingen van internationale allure. Het is echter de vraag of de focus op grote ontwikkelingen volstaat. Zo heeft Rotterdam een enorme opgave in het verbeteren van oude, bestaande woningen.

De onstuimige groei van de stad aan het eind van negentiende eeuw en de overhaaste bouw van woningen vlak na de oorlog heeft kwalitatief veel slechte woningen opgeleverd. Verwaarlozing door de tijd heen heeft ervoor gezorgd dat veel van deze woningen zich vandaag de dag met geen enkele standaard meer kunnen meten.

Opknappen en verduurzamen van deze woningen lijkt dus een belangrijke opgave. De techniek is inmiddels zover gevorderd dat geen enkele woning meer een energierekening hoeft te hebben. Van volledige isolatie tot zonnepanelen: alles is beschikbaar. Desondanks slaat de woningverduurzaming niet aan. Volgens Reimar von Meding van KAW architecten, initiatiefnemer van De Renovatiewinkel, komt dit doordat de mogelijke besparing en de voordelen niet helder zijn. Bovendien is de financiering onduidelijk en is er geen overzichtelijk integraal aanbod.

De verduurzamingsslag slaagt alleen als deze zaken verbeterd worden. Dit vraagt om innovativiteit op heel andere gebieden dan technologie en stelt een belangrijke opgave aan ondernemers, ontwerpers en de gemeente. Door samen te werken kan een toegankelijk aanbod worden gecreëerd dat tegelijkertijd betaalbaar blijft.

Verduurzaming zal daarnaast aantrekkelijker zijn als tegelijkertijd de woonkwaliteit verbetert. Von Meding: ‘Vaak wordt verduurzaming technisch aangevlogen en niet vanuit de perceptie van de mens’. Wie de armoedige kunststof raamkozijnen beziet, begrijpt wat hiermee wordt bedoeld. Ook de ruimtelijkheid van veel naoorlogse woningen die in allerijl zijn neergezet laat te wensen over en vraagt om verbetering.

Een belangrijke architectonische opgave is dus om de kostprijs van duurzame renovatie te verlagen zonder in te boeten op kwaliteit. Sterker nog, wordt de woonkwaliteit zelfs verbeterd dan werkt dit versterkend en komt het hele proces in een stroomversnelling. Op deze manier kan een kwaliteitsslag gemaakt worden in wijken waar dat op dit moment hoognodig is.

Oppervlakkige iconen

De verbetering van verouderde sociale woningen is een project dat waarschijnlijk geen internationaal lijstje zal halen. Toch kan het voor een stad als Rotterdam waarin verouderde, sociale woningbouw veel voorkomt, ontzettend nuttig zijn. Immers, het maakt Rotterdam over het geheel aantrekkelijker om in te wonen, wat aansluit bij de wens van de gemeente om meer mensen naar de stad te trekken.

De verbetering van bestaande bouw lijkt aan te haken bij de Rotterdamse traditie om met innovatie te antwoorden op lokale problematiek. De genoemde boegbeelden uit de Rotterdamse innovatiegeschiedenis zoals het Justus van Effencomplex en de Bergpolderflat hebben in ieder geval als gemeenschappelijk kenmerk dat ze voor de Rotterdammer ontworpen zijn.

De Dutch Windwheel lijkt van deze traditie af te wijken door zich internationaal te willen bewijzen. Een project als de Markthal wees al vooruit op deze mentaliteitsverandering. Wie naam wil maken moet zich van zijn concurrenten onderscheiden. Dat spreekt voor zich. Een nieuw icoon zoals de Dutch Windwheel zal ongetwijfeld mensen trekken en Rotterdam opnieuw een plaats in verschillende belangwekkende lijstjes bezorgen.

Echter, wanneer uniciteit en niet de maatschappelijke relevantie het oriëntatiepunt gaat vormen van waaruit innovatieve praktijken worden beoordeeld, dreigt dan voor een stad als Rotterdam niet het gevaar dat het uiteindelijk alleen nog maar draait om oppervlakkige originaliteit? Immers, innovatie die internationaal moet concurreren voelt zich veel minder verplicht aan een lokale problematiek. Zulke innovatie is er veel meer op bedacht om zich in een globale wedloop egoïstisch verder te ontwikkelen.

Je kan je afvragen of de zoektocht naar wat internationaal vernieuwend is niet blind maakt voor een lokale realiteit. Een realiteit waar afwijkende behoeften spelen. Het groeiende probleem van oude, bestaande woningbouw in Rotterdam roept vragen op omtrent de belangrijkste innovatie-opgaven. Liggen die momenteel niet in het ontwikkelen en ten uitvoer brengen van nieuwe concepten en technieken met betrekking tot de bestaande stad? Krijgen renovatie en transformatie de prioriteit boven het bouwen van een nieuwe blikvanger, dan breekt voor Rotterdam misschien een nieuw tijdperk aan. Één waarin gekozen wordt voor zelfontplooiing in plaats van erkenning van buitenaf.

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Lees meer:

Reageer of deel op Social Media

Tags:Dutch Windwheel, duurzaamheid, iconen, innovatie, Reimar von Meding, Renovatiewinkel en verduurzaming

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

kaart: Parkkade 30, 3016 GN Rotterdam, Netherlands

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *