Stedelijke ontwikkeling & architectuur7 juli 2015

Voorbij Vancouverism

De lessen van Larry Beasley, een van de beroemdste stadsplanners van onze tijd

De Canadese stadsplanner Larry Beasley transformeerde Vancouver zó succesvol van onaantrekkelijke naar geliefde stad dat zijn aanpak – Vancouverism – wereldwijd navolging kreeg. Onlangs was hij in onze stad om de gemeente te adviseren. Wat vind hij van Rotterdam en voor welke fouten kan hij ons behoeden? Een interview door Chris Luth.

Larry Beasley (1948) is een stedenbouwkundige die in het Canadese Vancouver wereldfaam verwierf als mededirecteur van stadsplanning. Onder zijn leiding werd het centrum van die stad weer een aantrekkelijke woonlocatie.

Hij verhoogde de bebouwingsdichtheid onder meer door op het vrijgekomen terrein van EXPO ’86 grote bouwmassa’s te plaatsen met een mix van stedelijke voorzieningen. De bouwmassa’s volgen strak de kavelrooilijn en maken de goed georiënteerde straten tot stedelijke zichtlijnen die uitkijken op de omliggende bergen. De ranke woontorens die uit de bouwmassa’s omhoog schieten zijn een icoon voor de stad geworden.

Zijn aanpak zorgde voor een ommekeer in het denken over de stad. In een werelddeel dat zich na de Tweede Wereldoorlog overgaf aan de buitenwijk, is binnenstedelijk wonen nu ongekend populair. Wereldwijd volgen steden, waaronder Rotterdam, zijn aanpak die inmiddels bekend staat als Vancouverism.

Maar Beasley is na zijn succes heel anders gaan denken over de stad. Hij waarschuwt nu voor gebrek aan ruimtelijke en ecologische samenhang en het vergeten van de middeninkomens. Zijn dit ook gevaren voor een steeds populairder wordend Rotterdam?

Larry Beasley, mei 2015 Beeld: Frank Hanswijk

Uw Rotterdamse collega’s noemen u een scherpzinnig waarnemer. Als u door Rotterdam loopt, wat ziet u dan?

Ik zie een eigentijdse stad die meer dan veel andere steden zijn fysieke vorm nog aan het vinden is. In veel opzichten is Rotterdam een beetje als een nieuwe Noord-Amerikaanse of Midden-Oosterse stad omdat hij zo’n prachtige hedendaagse expressie heeft.

Tegelijkertijd zie ik een wat onsamenhangende stad die vooral zijn individuele onderdelen benadrukt. Ik was hier zes jaar geleden voor het eerst en sindsdien pleit ik ervoor dat Rotterdam zichzelf gaat zien als een plek, of serie plekken, die al de prachtige individuele architectonische uitingen samenbrengt in één holistische ervaring.

Lees ookStedelijke ontwikkeling & architectuurRotterdam, omarm de wederopbouwarchitectuurHet is het weefsel van de stad

Kunt u een voorbeeld geven van het individuele versus het holistische?

Een voorbeeld van individuele kwaliteit is de prachtige nieuwe De Rotterdam van Rem Koolhaas. Een manier om meer samenhang te krijgen is om vijftigduizend bomen te planten in het publieke domein. Dat is een voorbeeld van een meer holistische benadering. Dat kan nog veel verder gaan: die groene plekken samenbinden tot een ecologisch systeem. Dat is echt nodig: om onze habitat te regenereren en om mensen en natuur beter te laten samenleven in de toekomst.

Doelt u met ‘onsamenhangende stad’ zowel op onze relatie tot het milieu als op de onderlinge relaties binnen de stad zelf en met zijn omgeving?

Ja. Dit gebrek aan samenhang is deels een gevolg van de auto en de enorme eisen die hij stelt. We houden natuurlijk allemaal van de persoonlijke mobiliteit die de auto biedt – this is not an anti-car conversation – maar het gaat erom hoeveel ruimte de auto inneemt, hoeveel invloed hij heeft en welke zaken je er allemaal voor uitruilt. In meer traditionele stedelijke systemen werden straten zeer goed beplant en onderhouden, als onderdeel van het systeem van de natuur dat in de stad was geïntegreerd. Maar wegen en snelwegen zijn in toenemende mate in hindernissen geworden voor deze systemen en hun continuïteit.

Meer samenhang krijgen door vijftigduizend bomen te planten in het publieke domein

Wat is een goed voorbeeld van de negatieve gevolgen van de auto in Rotterdam?

Die enorme snelweg die vanuit het zuidoosten de stad binnenkomt doorbreekt het stedelijk systeem op zo’n manier dat er eigenlijk niets méér mogelijk is dan het bewegen van auto’s. Terwijl we stedelijke systemen proberen te herbouwen.

Dus ja! Er moet ruimte zijn voor de auto, maar ook voor andere soorten vervoer, voor andere soorten activiteiten en voor andere publieke ruimten: voor plekken waar je stopt. Om nog een stap verder te gaan, als we het hebben over plekken voor andere diersoorten die in dit systeem leven: we hebben nog niet de helft van het aantal bijen dat we hadden. Dat soort dingen.

Larry Beasley, mei 2015 Beeld: Frank Hanswijk

De laatste jaren is Rotterdam zichtbaar veranderd. Het grootste verschil voor mensen zoals ik komt echter niet van het plannen van nieuwe torens, maar juist van het ongeplande nieuwe aanbod aan bakkers en kappers, brouwers en barretjes. Deze bottom-up hipstercultuur heeft Rotterdam bovendien echt op de kaart gezet. Hoe verhoudt dit zich tot de stadsontwikkeling van de gemeente en grote ontwikkelaars?

Stedenbouw gaat niet alleen over hoogbouw. Goede stedenbouw gaat juist over het gemenebest dat alle particuliere initiatieven met elkaar verbindt. Het gaat over het ruimtelijk kader dat gelegenheid geeft aan iedereen om zichzelf te uiten, maar ook over goed nabuurschap in relatie tot anderen. Goede stedenbouw is het ontwerpen van de stad waarbij je de spontaniteit waar je het over hebt toelaat en deze zelfs stimuleert.

Dit betekent dat we leren om de stad op een andere manier te reguleren. We leren zelfs de regulering te veranderen van een toezichthoudend naar een waardecreërend mechanisme, dat ervoor kan zorgen dat veel geld weer in de gemeenschap kan worden geherinvesteerd.

Lees ookStedelijke ontwikkeling & architectuurBalanceren met bakfietswijkenStadssocioloog buigt zich over gentrificatie van arm Rotterdam

In Rotterdam lijkt stadsontwikkeling vaak een onderdeel van stadsmarketing. Ondanks het sterk verbeterende imago van de stad, verslechtert de situatie feitelijk voor armen en werklozen. Wat kun je hier als stadsplanner aan doen?

Planners moeten diagnostici zijn. Ze moeten stedelijke systemen ingaan en deze holistisch, fysiek, sociaal en economisch bekijken. En ze moeten zeggen: Oké, welke dingen moeten aangepast worden om het systeem als geheel beter te laten functioneren. Ik denk dat we terugkeren naar een tijd waarin planners zich weer op buurten gaan richten.

Weet je, het interessante aan Rotterdam is dat de stad enorm aan het verbeteren is omdat er in gebieden die enorm in achteruitgang waren, fysiek en anders, een soort reset is geweest. De fysieke omgeving is gereset, er zijn collectieve voorzieningen toegevoegd. Het City Lounge programma – een fantastische innovatie hier in Rotterdam volgens mij – zet het herstel van de openbare ruimte in. Jullie blijven ook investeren in infrastructuur en dat soort dingen.

Maar tegelijkertijd heb je andere gebieden die een uitdaging blijven voor planners. We moeten op zo’n manier doorgaan met het opbouwen van de stad, dat het zowel de verleidingen biedt die de gemiddelde stedeling wil, alsook ondersteuning geeft aan burgers in nood. Dat zijn twee hele belangrijke stadsplanningsagenda’s.

De stad is enorm aan het verbeteren omdat er een soort reset is geweest in gebieden die in achteruitgang waren.

We weten nu dat Vancouver zo succesvol is geworden dat de stad voor sommige mensen onbetaalbaar is geworden. Dat zou ook weleens in Rotterdam kunnen gaan gebeuren. We zien bijvoorbeeld een groeiende diversifiëring van huurlasten: het prijsverschil tussen bijvoorbeeld het centrum en Hoogvliet is veel groter geworden. Is dit een gevaar?

Ja, absoluut. Elke succesvolle stad in de wereld kent het probleem van betaalbaarheid, omdat er simpelweg meer vraag dan aanbod is in een footloose wereld. Toen ik hier zes jaar geleden voor het eerst kwam, werd Rotterdam nog gezien als ‘tweede stad’, ‘de andere stad’, ‘probleemstad’, de stad van werklozen. Ja, toen waren de huren nog laag.

Nu komen jullie bekend te staan als innovatieve stad waar mensen graag komen. Jullie huren zijn nog laag genoeg om veel Europeanen en andere mensen te trekken in vergelijking met andere steden in Noord-Europa. Maar nu dat gebeurt, begin je problemen van betaalbaarheid te zien. Het gevolg is dat de planningsagenda begint te verschuiven.

In Vancouver vertel ik iedereen dat de planningsagenda van morgen gaat over het begrijpen van vraag en aanbod. Het gaat over hiaten zien en betekenisvolle acties ondernemen. Je kunt bijvoorbeeld niet-commercieel huiseigendom opzetten en stimuleren, zodat mensen vermogen kunnen opbouwen en niet gedwongen zijn te huren. In Noord-Amerika fixeren we ons, in tegenstelling tot Europa, veel meer op eigendom omdat we het gebruiken als ons pensioenplan.

Woningcorporaties zijn een van de grootste troeven van Rotterdam

In Rotterdam zijn woningcorporaties hun voorraad juist aan het verkopen! Zou dit een probleem voor ons kunnen geven in de toekomst?

De meeste mensen beginnen met hun ogen te rollen wanneer ik dit zeg en dit zeg ik al vanaf mijn allereerste dag hier: vanuit wereldperspectief zijn woningcorporaties een van de grote troeven van Rotterdam. Ik weet dat er een periode was waarin ze misschien buiten de grenzen stapten van wat mensen politiek aanvaardbaar vonden; ze werden te groot, te machtig. Maar je hebt met deze publieke corporaties een instrument in handen voor de sociale agenda en voor stadsontwikkeling – een instrument dat andere steden nog aan het uitvinden zijn.

Ik zou willen dat mijn stad non-profit woningcorporaties had. Sterker nog, ik pleit juist voor de oprichting ervan zodat we non-profit ontwikkelaars hebben die, ja, óók voor de markt ontwikkelen, omdat we een passend aanbod nodig hebben. Maar die ook een deel van hun waarde inzetten voor het marktaandeel dat niet goed functioneert. Je kunt beginnen met het stimuleren van dat aandeel om meer huurwoningen te krijgen, meer non-profit eigen woningbezit, meer gezinswoningen – al dat soort dingen.

Lees ookPolitiekStedelijke ontwikkeling & architectuurAfrikaanderwijk: een droom op slotMiljardenverlies van Vestia desastreuse effecten voor Zuid (2012)

Voor een deel is een evenwichtige woningmarkt in een succesvolle stad eenvoudigweg een kwestie van vraag en aanbod. Als je succesvol bent willen mensen komen en heb je een tekort aan aanbod. Het maakt niet alleen uit hoeveel aanbod je creëert; als het niet het juiste aanbod is, voor het segment dat het meest hulp nodig heeft, zal deze groep in nood blijven – ook al stabiliseer je prijzen voor andere mensen. Het stabiliseren van prijzen voor mensen met hoge inkomens is prima. Maar je moet in staat zijn om prijzen te beheersen voor het middensegment en het laagste segment.

In Noord-Amerika doen we het lang niet slecht voor de laagste inkomens. De markt zorgt voor de hogere inkomens. Maar we zagen de middeninkomens over het hoofd, de groep die nu aan het verliezen is. Het is steeds moeilijker voor hen om te worden gehuisvest, nietwaar? En dat is nou precies een stadsplanningsvraag: hoe veroorzaak je niet alleen vraag en aanbod, maar ook aanbod voor de verschillende marksegmenten die het nodig hebben?

Eind mei haalde de International Advisory Board een aantal internationale denkers/sprekers naar Rotterdam, waaronder Saskia Sassen en Larry Beasley. Zij werkten aan een actieplan (call to action) voor de stad en spraken op 18 mei op de Urban Transformation Conference.
Vers Beton mocht erbij zijn en ze interviewen. Vorige week publiceerden we het interview van Giorgio Touburg met Saskia Sassen. Deze week: Larry Beasley.

De sectie Stedelijke Ontwikkeling & Architectuur wordt mede mogelijk gemaakt door AIR, het Architectuur Instituut Rotterdam. (meer info)

Reageer of deel op Social Media

Tags:automobilisten, City Lounge, city marketing, Groen, Larry Beasley, Vancouver, Vancouverism en woningcorporaties

Sectie: Stedelijke ontwikkeling & architectuur

kaart: Rotterdam

Op Vers Beton discussiëren we met liefde. We horen daarom graag je mening. Houd daarbij wel onderstaande richtlijnen in gedachten, dan weet je zeker dat je reactie zichtbaar blijft:

  • Draag inhoudelijk bij aan de discussie
  • Blijf on-topic
  • Speel op de bal, niet op de man
  • Wees respectvol: reacties waarin sprake is van schelden, haat, racisme of seksisme worden verwijderd
  • Reacties over huisregels en toelatingsbeleid worden verwijderd
  • We gaan niet in discussie over verwijderde reacties
  • Zie je reacties die niet aan de huisregels voldoen? Ons controlesysteem is niet waterdicht. Laat het ons weten via info@versbeton.nl

Verdiep de discussie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *